Nieuwsbrief 2017 - 29


September 2017 - CBRB nieuwsbrief Nr. 29

Het CBRB is de toonaangevende werkgeversorganisatie voor alle sectoren in de binnenvaart en vervult een strategische rol.

Special ADN Safety Committee - Inhoudsopgave:

 
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 

Update na de 31e bijeenkomst van het ADN Safety Committee in Genève, 28-31 augustus 2017


Als lid van de Europese binnenvaartorganisatie EBU heeft het CBRB deelgenomen aan de 2 keer per jaar plaats vindende ADN-vergadering van het UNECE in Géneve en hier input gegeven.

Hierbij willen wij u graag kort informeren over enkele bijzonderheden en besluiten die zijn genomen in deze vergadering. Binnen EBU/ESO heeft een optimale samenwerking plaats gevonden in het voortraject en tijdens de presentaties in Geneve, dat heeft geleid tot gunstige resultaten. Deze eveneens te danken aan de goede samenwerking met Fuels Europe, FETSA, de Klasseburaus en de inbreng van de Nederlandse overheid.

Voor het volledige verslag van EBU/ESO verwijzen wij u naar de link onderaan deze special.

 
 

Vlamkerende roosters ladingtanks

 

IIB-3 roosters en scheepsstoffenlijsten

In de vorige augustus zitting van 2016 heeft onze sector in een heel laat stadium krachtig aangetoond dat het aangenomen Duitse voorstel niet volledig correct is. Dit betekende dat schepen de vlamkerende roosters van ladingtanks ten onrechte zouden moeten laten aanpassen en voor enorme kosten zouden komen te staan om dezelfde stoffen te mogen blijven vervoeren, waarbij géén veiligheidswinst zou worden behaald. Al een aantal keer is het onderwerp in Geneve besproken en uiteindelijk heeft EBU/ESO een zeer uitgebreid en goed onderbouwd document opgeleverd bij de Internationale Werkgroep Stoffen en dit document verdedigd bij de vergadering die op 19 en 20 april bij elkaar is gekomen in Berlijn.

Voorstel binnenvaart grotendeels aangenomen

In het verslag van de Werkgroep Stoffen zijn de door EBU/ESO ingediende voorstellen tot indeling van stoffen ten aanzien van vlamkerende roosters IIB-3, grotendeels overgenomen. Dit is vastgelegd in het verslag dat door de voorzitter van deze werkgroep gepresenteerd in Geneve onder WD.39 WP15-AC2-2017-39e.pdf. Het voorstel is hierna aangenomen. Hierdoor zijn onnodige investeringen van naar schatting € 30 M. voor onze sector in IIB-type vlamkerende roosters voorkomen en blijven onnodige langere laad-en lostijden achter wege.

Hoe werkt een vlamkerend rooster ook al weer?


Bekijk het volgende animatiefilmpje op de site van Flammer Gmbh en zie hoe een vlamkerend rooster explosiedoorslag verhindert.

Naar boven

 

Stoffen met > 10% benzeen onder de N.E.G.-posities en C11-schepen


In de vergadering van de Internationale werkgroep Stoffen in Berlijn zijn ook de benzeenhoudende mengsels onder o.a. UN 1268 en UN 3295 ter sprake gekomen. Door een fout die is gemaakt bij het trachten de Posities in Tabel C te vereenvoudigen zijn abusievelijk een aantal posities verdwenen in het ADN-2017, waardoor bijvoorbeeld aardgascondensaat, pygas en vele andere soorten nafta-achtige stoffen niet meer in een ADN Type C tanker vervoerd zouden mogen worden, maar in een G 11 (gastanker) zouden moeten worden vervoerd. Door de gezamenlijke inspanning van EBU/ESO en de verladende industrie is deze wijziging teruggedraaid en kunnen de miljoenen tonnen per jaar van dergelijke stoffen in een ADN Type C tanker worden blijven vervoerd. Om de tijd te overbruggen vanaf 1-7-2017 tot 31-12-2018 zal een Multilaterale Overeenkomst in het leven worden geroepen.

Naar boven

 

Blenden aan boord


FETSA, de overkoepelende organisatie van onafhankelijke tankopslagbedrijven heeft een vervolgdocument ingediend ten aanzien van blenden aan boord. In de januarizitting is het onderwerp middels een INF.-document eerder op de agenda gekomen en tijdens de presentatie in januari zijn er diverse, kritische vragen gesteld door verschillende landen. De landen zonder zeehavens leken zich niet te herkennen in een praktijk die in Nederland, België en Duitsland dagelijks wordt toegepast. Wellicht ligt de term “commingling” of “loading on top” beter in het gehoor dan “blenden”.

In de 31e zitting heeft FETSA het Working Document 44 WP15-AC2-2017-44e.pdf en Bijlage INF.6 WP15-AC2-31-inf06e.pdf ingediend en gepresenteerd. In het Working document 44 worden kaders voorgesteld hoe blenden op een veilige manier aan boord van tankschepen plaats zou kunnen vinden. In de bijlage (INF.6), is in de vorm van een Risk Assessment uitgebreid en systematisch stilgestaan bij de mogelijke risico’s van het bij elkaar laden van verschillende stoffen.
FETSA is door Fuels Europe en EBU/ESO ondersteund in dit voorstel en hebben elkaar hierin aangevuld. In de vergadering is gevraagd om een internationale werkgroep te formeren met mandaat van het ADN Safety Committee, om dit verder uit te werken.

Belang voor de tankvaart

Het voorstel omschrijft de praktijk en schetst voorwaarden en transparantie om blenden aan boord van tankschepen in het ADN op te nemen. Voor onze sector is het met name belangrijk exact te weten áls er geblend wordt, welke componenten er bij elkaar worden geladen en dit gedocumenteerd en vooraf te kunnen controleren op basis van de scheepsstoffenlijst.

Naar boven

 

Betreden ladingtanks G-schepen Propyleenoxide


EBU/ESO heeft in de januarizitting  INF.2017/17 ingediend en gepresenteerd en voorgesteld om niet onnodig tanks te hoeven betreden en te controleren op roestvorming omdat deze stof onder stikstof en hoge kwaliteitseisen wordt vervoerd. De voorzitter noemde dit een goed uitgezocht en doordacht voorstel en gaf aan dat dit verder uitgewerkt kan worden in een Working Document.
 
EBU/ESO heeft nader onderzoek gedaan en onderliggende documentatie verzameld waarin wordt aangetoond dat Propyleenoxide de ladingtanks niet aantast. Tevens is aangetoond dat in 1983 dit artikel uit de zeevaartregelgeving is over gewaaid naar het toenmalige ADNR. Dit, omdat op zee de stof niet in druktanks maar in gekoelde en geïsoleerde vloeistoftanks werd vervoerd (te vergelijken met ADN Type C). Door de externe tankisolatie kon er geen uitwendige inspectie plaats vinden en moest de tank wel betreden worden om te kunnen worden geïnspecteerd op mogelijke roestvorming of materiaalafdracht. EBU/ESO heeft Working Document 43: WP15-AC2-2017-43e.pdf ingediend, waarin de onderbouwing is te vinden waarom de tankinspectie veilig naar het 5-6 jaarlijkse groot survey kan worden gebracht. Ter ondersteuning van dit voorstel is INF 7: WP15-AC2-31-inf07e.pdf ingediend, met onder andere materiaaldiktemetingen van schepen die jaren Propyleenoxide hebben vervoerd, de uitleg van een chemisch/technisch expert over de eigenschappen van Propyleenoxide en een toelichting van Klasseburau Bureau Veritas.
Deze onderbouwing en de presentatie van dit document hebben een verlichting van het inspectieregiem voor deze stof mogelijk gemaakt, waardoor onnodige 2,5-jaarlijkse tankinspecties voor G-tankers in het vervoer van deze stoffen niet meer nodig is.

Naar boven

 

Explosieveiligheid


De wijzigingen ten aanzien van feitelijk het gehele ADN rondom explosieveiligheid (het “Zoneschutzkonzept”) is aangenomen. Dit voorstel behelst enorme wijzigingen die in het ADN 2019 naar voren zullen komen. De grootste impact heeft betrekking op deel 9; de Constructievoorschriften. Voor zowel tankschepen als voor de droge ladingvaart gaat er veel veranderen, waarbij te denken valt aan wijzigingen aan elektra, maximale toegestane temperaturen aan boord van het gehele schip als er stoffen worden vervoerd die explosiebescherming vereisen en/ óf in het geval dat het schip zich in een haven of omgeving bevindt, waar explosiebescherming wordt vereist.

EBU/ESO pleit voor zo snel mogelijk een geconsolideerde versie waarin alle wijzigingen zijn verwerkt en hiernaast is een Nederlandstalige versie tijdig noodzakelijk. Dit, zodat scheepseigenaren, Klassebureaus en werven zich goed kunnen voorbereiding op de gewijzigde voorschriften.
EBU/ESO heeft voor bestaande schepen gestreden voor lange overgangstermijnen, zodat het voorstel voorlopig alleen impact heeft op nieuwbouw.

Naar boven

 

Oliezaadkoeken


EBU/ESO heeft INF.28 ingediend (WP15-AC2-31-inf28e.pdf) vanwege het vervoer van Palm Olie Schilfers (“PKE”) onder de verzamelnaam “Oliezaadkoeken”, UN 1386. Conform de IMSBC-code, de wetgeving voor het vervoer van losgestortte gevaarlijke stoffen over zee, is de stof aangemerkt als gevaarlijke stof, afhankelijk van het olie en water % in de lading. Conform het ADN is dit in eerste instantie ook het geval tenzij de opdrachtgever kan aantonen dat het niet om gevaargoed gaat. In Duitsland zijn een 9-tal zeeschepen met PKE bemonsterd en de lading geanalyseerd. Hieruit bleek dat deze stof niet aan de indelingscriteria van ADN 2.2.42 voldoet en dus in niet-ADN-schepen “vrij” vervoerd mag worden. Hiernaast geven productspecificaties aan dat als de stof niet warmer dan 55° C is als deze geladen wordt, tijdens de reis in geen geval tot zelfontbranding kan komen. EBU/ESO heeft ingestoken op een generieke oplossing en benoeming van deze stof in het ADN, waarbij de bij de eigenschappen van de stof behorende vervoerscondities worden aangegeven. Helaas is omwille van de volle agenda, dit dossier, evenals enkele andere INF-documenten niet meer aan de orde gekomen. ILT heeft onlangs monsters genomen van de overslag van een zeeschip PKE in binnenvaartschepen. Wellicht zullen de onderzoeksresultaten hiervan ons voorstel versterken. Wordt vervolgd.

Naar boven

 

Ontgassen van ladingtanks naar een installatie


De voorwaarden rond het ontgassen van ladingtanks is omschreven in ADN 7.2.3.7.
Hierin wordt aangegeven dat het bij het ontgassen uittredende gas/luchtmengsel vanuit de ladingtanks via de vlamkerende inrichtingen naar de atmosfeer moet worden afgevoerd.
Formeel zou men dus kunnen lezen dat het ontgassen naar een “inrichting” of “installatie” niet is toegestaan, terwijl het CDNI en overige ontgassingsverboden juist beweegt in de richting om aan een installatie te ontgassen.
Om deze ruis weg te halen en het ontgassen naar een ontgasinrichting wettelijk te regelen heeft de Nederlandse delegatie in de januarizitting van het ADN Safety Committee voorgesteld om dit binnen de internationale werkgroep ontgassen op zich te willen nemen.
 
Op 28,29 en 30 maart is deze werkgroep bij elkaar gekomen, waarbij EBU/ESO ook aanwezig is geweest, het verslag van deze werkgroep is in Geneve ingediend onder Working Document 47: WP15-AC2-2017-47e.pdf. Hierin zijn teksten voorgesteld vnl. in deel 7.2 om het ontgassen naar een installatie te regelen.
Het Nederlandse Ministerie heeft, ter ondersteuning van het voorstel, een animatiefilmpje laten maken, dat ook in Geneve is getoond o.a. voor de begripsvorming voor het proces van alle delegaties. Onze sector heeft zowel aan de werkgroep als aan het animatiefilmpje bijgedragen.

Naar boven

 

Problematiek rond laad/losarmen


EBU/ESO heeft aandacht gevraagd in de vergadering middels INF. 23 (WP15-AC2-31-inf23g.pdf) voor de wederkerende problematiek van laad/losarmen die niet ledig zijn. Ondanks velerlei meldingen vanuit de sector aan het verladend bedrijfsleven blijven spills en near-misses voorkomen doordat de laad/losarmen niet leeg zijn. Het verladend bedrijfsleven heeft aangegeven hier naar te willen kijken.

Naar boven

 

Uitgebreid verslag EBU/ESO alle besproken documenten


In deze bijlage treft u in de Engelse taal het verslag van EBU/ESO aan waarbij bij alle besproken documenten een toelichting is gegeven. Op de officiële website van het UNECE zal het verslag van deze vergadering worden geplaatst.

 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven

 
 
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart 
Vasteland 78 | 3011 BN  Rotterdam | tel:010-7989800
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. | www.cbrb.nl

Uitschrijven uit de nieuwsbrief.
 Copyright © *|CURRENT_YEAR|*, Alle rechten voorbehouden.
CBRB medewerkers en leden handelen volgens de CBRB Complianceregeling Mededinging.

*|REWARDS|*
Ga naar boven