Nieuwsbrief 2016 - 23


November 2016 - CBRB nieuwsbrief Nr. 23

Het CBRB is de toonaangevende werkgeversorganisatie voor alle sectoren in de binnenvaart en vervult een strategische rol.

Nieuws vanuit de Nautisch Technische Commissie
van EBU en ESO

U en wij vinden een goede behartiging van binnenvaartbelangen belangrijk. Wanneer dit het terrein van technische regelgeving betreft wordt dit eens temeer duidelijk. De bedoeling van deze regels is een garantie van de veiligheid van de schepen, voor de bemanning en het milieu. Idealiter  faciliteert deze regelgeving innovaties, is altijd zinvol en volgt op een gedegen probleemanalyse en impact assessment. Wijziging van deze regelgeving kan de binnenvaart - een soms forse - potentiele onkostenpost opleveren. Maar dan moet de veiligheidswinst navenant zijn. Bij besluitvorming over technische regelgeving voor de binnenvaart  hebben binnenvaartbrancheorganisaties en de Nederlandse delegatie rekening te houden met internationale partijen, met soms andere visies en belangen. EBU en ESO trekken hierbij al jaren op in een gezamenlijke Nautisch Technische Kommission (NTK). In dit artikel informeert de secretaris van deze commissie u over enkele lopende dossiers: https://gallery.mailchimp.com/9a6d55ece9db05ec49eeb87e0/images/5ad5c77a-1b97-4d0a-9bee-02f9530e578a.png EBU en ESO verzoeken om inhoudelijke bespreking nieuwe regelgeving stuurhuizen
Deze zomer hebben EBU en ESO met een enquête onderzocht wat de gevolgen zijn voor de bestaande vloot van nieuwe regelgeving voor in hoogte verstelbare stuurhuizen. Dit zijn onderzoeksresultaten, die een beeld geven in hoeverre aan de voorgestelde regelgeving voor in hoogte verstelbare stuurhuizen wordt voldaan. Geënquêteerden hebben, indien niet wordt voldaan, een indicatie gegeven van de kosten die gemaakt moeten worden om aan de regels te voldoen.
EBU en ESO hebben met dit document verzocht om een inhoudelijke bespreking van een deel van de voorgestelde regelgeving bij de volgende bijeenkomst betreffende werkgroep technische voorschriften. Eerder is zowel schriftelijk als mondeling ernstig bezwaar gemaakt tegen de nieuwe eis dat de bediening voor het neerlaatsysteem - de zogenaamde ‘noodzak’ - niet alleen in de stuurhut maar ook ergens op dek geplaatst moet zijn.

Binnenvaartondernemers zien grote bezwaren tegen ‘noodzakschakelaar’ aan dek!
Uit de eerder genoemde enquête blijkt dat vrijwel alle deelnemers verontrust zijn over deze voorziening. De belangrijkste bezwaren en redenen waarom ondernemers een bediening aan dek gevaarlijk achten zijn:
  • Het grootste risico is oneigenlijk en ondeskundig gebruik. Een bediening aan dek nodigt uit om deze (al dan niet expres) uit te proberen.
  • De kans is zeer groot dat de bediening onbedoeld geactiveerd wordt tijdens werkzaamheden aan dek, zoals boenen, schuren, verven of iets dergelijks.
  • Wanneer de noodzak geactiveerd wordt, betekent dit dat het zicht van de roerganger weggenomen wordt, hetgeen kan leiden tot zeer gevaarlijke situaties.
  • Niemand kan vanaf dek zien - laat staan inschatten - of een stuurhuis daadwerkelijk onder een brug door kan. Alleen de roerganger in het stuurhuis heeft dit overzicht.
  • Ten slotte een reden van principiële aard. Het is de roerganger (schipper of kapitein) die bepaalt. Dat is de standaard aan boord, e.e.a. conform de politiereglementen. Daar kan en mag men niet op inbreken en zeker niet zonder de discussie te voeren met de deskundigen op dat vlak.
Het belangrijkste doel van de nieuwe regels is garantie van de veiligheid. Uit het onderzoek is gebleken dat veel schepen nog niet voldoen aan een groot deel van de voorgestelde regels. Het is zaak om bij de besluitvorming over nieuwe regels steeds nadrukkelijk de vraag te stellen wat de bijdrage is aan de veiligheid.

EBU en ESO tegen generieke vervanging van alle bijboten zonder EU-norm
Het gaat hier om één van de onderwerpen die opgenomen zijn in het zogenaamde moratorium voor bepaalde overgangsbepalingen. Voor de meest pregnante eisen, opgesomd in dit document, is tijdelijk uitstel gegeven, waarmee er tijd is om te zoeken naar een oplossing.
De bijboot aan boord van binnenschepen moet voldoen aan de Europese norm 1914:1977. Na het aflopen van de overgangstermijn moeten alle bijboten zonder dergelijke normering worden vervangen. Bij het uitstel van de overgangsbepaling met betrekking tot de bijboten is destijds besloten om na te gaan of de bijboten, die in gebruik zijn genomen voor invoering van de EN-norm  in het ROSR, redelijkerwijs kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen en het veiligheidsniveau.

Al in 2015 heeft de NTK met deze brief kenbaar gemaakt dat op geen enkele wijze is vastgesteld dat de bestaande bijboten een risico vormen. De NTK wees destijds op deze lijst van de bijboten die aan de tot 1-10-2003 geldende regelgeving voldoen. Het voorstel van de NTK was om bij de overgangsbepalingen de clausule toe te voegen dat boten op deze lijst tot aan de vervanging mogen worden gebruikt. In de CCR-werkgroep technische regelgeving kon men niet akkoord gaan met deze aanpak.
Onlangs heeft de NTK, na overleg met onder meer de Belgische delegatie, met deze brief een voorstel gedaan, waarmee hopelijk een oplossing wordt gevonden die internationaal op draagvlak kan rekenen. In de brief wordt de suggestie gedaan om de Commissie van Deskundigen, bij de verlenging van het certificaat van onderzoek en tijdens de veiligheidsinspectie, de bijboot te  laten inspecteren. Om uniformiteit te garanderen is door de NTK een checklist opgesteld waaraan de bijboot in ieder geval moet voldoen. In de checklist zijn - aanvullend aan de eisen van vóór 1995 - de belangrijkste EN 1914-eisen opgenomen zoals die ook zijn vermeld in een overzicht van de Duitse delegatie.

EBU en ESO reageren op nieuwe regelgeving voor elektrische installaties
Eerder deze zomer had het Europese binnenvaartbedrijfsleven de gelegenheid om in een hoorzitting bij de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) te reageren op de wijzigingsvoorstellen voor hoofdstuk 9 (elektrische installaties) en een nieuw hoofdstuk 9a (elektrische scheepsaandrijvingen) van het huidige Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn en bijlage II van de Richtlijn 2006/87/EG en de toekomstige Europese standaard ES-TRIN.
Voor een goede beoordeling van dergelijke regelgeving is specifieke deskundigheid nodig. EBU en ESO hebben dan ook een expert gevraagd om de voorstellen te beoordelen. De NTK heeft middels een brief gereageerd op het laatste wijzigingsvoorstel voor hoofdstuk 9. Daarbij zijn de aandachtspunten van de expert meegenomen.
Aangezien hoofdstuk 9 van toepassing zal zijn op de gehele Europese bestaande vloot, heeft de NTK dringend verzocht om een gedegen effectrapportage. Zowel de Duitse als de Nederlandse delegatie hebben hier positief op gereageerd.

Nieuw hoofdstuk “elektrische aandrijvingen”
dieselelektrische aandrijflijnDe discussie over het nieuwe hoofdstuk 9a is in de internationale werkgroep technische voorschriften nog in volle gang. Het belang van regelgeving voor elektrische aandrijvingen is evident, gelet op de ontwikkelingen. Benadrukt is dat er bij het opstellen van deze nieuwe regels ruimte moet zijn voor innovatie. Verder is de technische uitvoerbaarheid belangrijk alsmede toetsing aan de huidige praktijk want die ontwikkelingen lopen inmiddels ver voor op regelgeving.
 
Aanpassing technische regels aan NRMM
De nieuwe non road mobile machinery-verordening (NRMM) bevat nieuwe emissiegrenswaarden voor o.a.  binnenvaartmotoren. Het werkprogramma van CESNI bevat de opdracht om de technische bepalingen aan te passen aan de milieuvoorschriften van de Europese Unie, in het bijzonder aan de NRMM-verordening (Verordening (EU) 2016/1628).
Er is een wijziging van de Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN) nodig om ervoor te zorgen dat de technische regels en de NRMM-verordening tijdig juridisch gezien compatibel zijn. EBU en ESO hebben, n.a.v. een eerste document met voorstellen hier over, een aantal vragen aan de CCR gesteld. Ons uitgangspunt is dat met de aanpassing van de ES-TRIN aan de milieuvoorschriften van de Europese Unie geen wijzigingen voor de bestaande motoren zijn beoogd.


Ad hoc-vergadering  “Standaard voor emissies van motoren in de binnenvaart”
Op 28 november is in Straatsburg een ad hoc-vergadering “Standaard voor emissies van motoren in de binnenvaart” gepland. Doel is het vaststellen van referentie emissie-eisen voor bestaande  motoren. Ondernemers die hun bestaande motor of motoren  opwaarderen naar dit emissie niveau zouden dan in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Let wel, dat is een vrijwillig traject. Er zijn geen wettelijk voorgeschreven emissie-eisen aan bestaande motoren in de maak. Uiteraard zijn EBU en ESO aanwezig.
 
Lijdia Pater – de Groot,
Secretaris van de Nautisch-Technische Commissie van EBU en ESO

Naar boven

 
 
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart 
Vasteland 78 | 3011 BN  Rotterdam | tel:010-7989800
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. | www.cbrb.nl

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. uit de nieuwsbrief.
 Copyright © *|CURRENT_YEAR|*, Alle rechten voorbehouden.
CBRB medewerkers en leden handelen volgens de CBRB Complianceregeling Mededinging.






This email was sent to *|EMAIL|*
why did I get this?    unsubscribe from this list    update subscription preferences
*|LIST:ADDRESSLINE|*

*|REWARDS|*
Ga naar boven