Nieuwsbrief 2016 - 15


Juli 2016 - CBRB nieuwsbrief Nr. 15

Het CBRB is de toonaangevende werkgeversorganisatie voor alle sectoren in de binnenvaart en vervult een strategische rol.

Inhoudsopgave:

  1. Aanvullende inbreng binnenvaartbedrijfsleven
  2. Werkprogramma CESNI 2016 – 2018
  3. Stand van zaken NRMM verordening
  4. EBU en ESO onderzoeken gevolgen nieuwe regels voor in hoogte verstelbare stuurhuizen
  5. Voorgenomen wijziging CDNI verdrag
  6. Zomerzitting 2016 van de Conferentie van Verdragsluitende Partijen van het CDNI
  7. Start voorbereidende werkzaamheden binnenvaartligplaatsen Calandkanaal
  8. Van mainport naar smartport
  9. Bruggen over het IJ
  10. Nieuws over leergangen Binnenvaart
  11. IVR Report - Juli 2016
 
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 

Aanvullende inbreng binnenvaartbedrijfsleven

In het eerder geplaatste artikel in een CBRB-nieuwsbrief informeerden we u dat het Europese binnenvaartbedrijfsleven op 14 juni de gelegenheid had om in een hoorzitting bij de CCR te reageren op de wijzigingsvoorstellen hoofdstuk 9 (elektrische installaties) en een nieuw hoofdstuk 9a (elektrische scheepsaandrijvingen) van het huidige Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn en bijlage II van de Richtlijn 2006/87/EG en de toekomstige Europese standaard ES-TRIN.
dieselelektrische aandrijflijn
Een dieselelektrische aandrijflijn
EBU en ESO hebben na deze hoorzitting  van de mogelijkheid gebruik gemaakt om nog enkele aanvullende aandachtspunten te noemen over hoofdstuk 9 en 9a.
Na overleg met een deskundige op dit gebied is dit document ingediend.

Het belang van regelgeving voor elektrische aandrijvingen is evident, gelet op de ontwikkelingen. Benadrukt is dat er bij het opstellen van deze nieuwe regels ruimte moet zijn voor innovatie. Verder is de technische uitvoerbaarheid belangrijk alsmede een toetsing aan de huidige praktijk. Er is dan ook verzocht om het definitieve concept van de werkgroep CESNI/PT nogmaals voor te leggen aan bedrijven en experts met specifieke kennis van deze materie.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven

 

Werkprogramma CESNI 2016 – 2018

De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) heeft in 2015 een besluit aangenomen ter instelling van CESNI, het Europees Comité voor de opstelling van standaarden in de binnenvaart. Recent heeft het CESNI-comité besloten dat dit het werkprogramma is voor 2016 – 2018.
Er is een werkprogramma voor technische voorschriften, beroepskwalificaties en milieu. De toekenning van de prioriteit per onderwerp hebben te maken met de termijn waarbinnen de actie moet worden uitgevoerd.
  • Prioriteit I: moet worden afgerond in de eerste helft van het driejarig mandaat
  • Prioriteit II: moet worden afgerond in de tweede helft van het driejarig mandaat
  • Prioriteit III: evaluatie moet worden afgerond tijdens het driejarig mandaat
  • Prioriteit IV: standaardiseringswerkzaamheden moeten van start gaan tijdens het driejarig mandaat.
  • Permanent houdt in dat bepaalde activiteiten voortdurend moeten worden uitgevoerd. De activiteiten in kwestie hebben geen begin- of eindpunt.
Zoals u weet is het CBRB een belangrijk lid van EBU. Dit is één van de erkende non-gouvernementele organisaties en er mag worden deelgenomen aan zowel vergaderingen van het Comité als bijeenkomsten van werkgroepen, echter zonder stemrecht.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven

 

Stand van zaken NRMM verordening

Wij informeren u over de stand van zaken met betrekking tot de nieuwe NRMM verordening.

Stand van zaken:
Inmiddels is het voorstel van de Europese Commissie om Richtlijn 97/68/EC en Verordening (EU) 1024/2012 te wijzigen en te vernieuwen werkelijkheid geworden. We hebben nu een Europese verordening die van kracht is voor niet voor de weg bestemde motoren, waaronder scheepsmotoren. De zogenoemde ‘Non Road Mobile Machinery’ (NRMM) verordening. Dat betekent dat vanaf 1 januari 2019 nieuwe scheepsmotoren met een vermogen van minder dan 300 kW aan de NRMM verordening moeten voldoen. Voor scheepsmotoren met een vermogen groter dan 300 kW is het 1 januari 2020.   
Lees verder...
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven

 

EBU en ESO onderzoeken gevolgen nieuwe regels voor in hoogte verstelbare stuurhuizen

Er is een voorstel voor nieuwe regelgeving voor in hoogte verstelbare stuurhuizen aan boord van binnenschepen. De aanleiding hiervoor zijn eerdere incidenten met dergelijke stuurhuizen. Gebleken is dat door installateurs niet altijd dezelfde kwaliteitsnormen worden gehanteerd. Het belangrijkste doel van de nieuwe regels is garantie van de personele veiligheid.

Wat zijn de gevolgen voor de bestaande vloot van de nieuwe regels?
EBU en ESO onderzoeken middels een enquête wat de gevolgen van de nieuwe regels zijn voor de bestaande vloot. Het is daarom belangrijk dat iedere ondernemer met een schip of schepen met een in hoogte verstelbaar stuurhuis de enquête invult! Let op: dit geldt niet alleen voor containerschepen, maar ook voor tankers of passagiersschepen met in hoogte verstelbare stuurhuizen.
Om als binnenvaartbedrijfsleven internationaal adequaat te kunnen reageren op de voorgestelde regels is niet alleen de kwantiteit, de hoeveelheid reacties, maar zeker ook de kwaliteit belangrijk. Het succes wordt mede bepaald door uw inbreng. We vragen dan ook aan u om de tijd nemen om de enquête in te vullen. De enquête begint hier: enquete.binnenvaart.nl/stuurhuis
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven

 

Voorgenomen wijziging CDNI verdrag


Openbare raadpleging: 15.07.2016 – 15.09.2016

Contactadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

De CVP heeft een eerste, volledige ontwerptekst (Besluit 2016-I-6) afgerond met internationaal afgestemde voorschriften voor de omgang met gasvormige restanten van vloeibare lading. In de periode van 15 juli tot 15 september 2016 voert de CVP over deze ontwerptekst een openbare raadpleging door, waar u Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. aan kunt deelnemen.

Het is de bedoeling om na deze raadpleging de nieuwe voorschriften binnen afzienbare termijn in het CDNI-Verdrag op te nemen.
De delegaties hebben samen met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven de afgelopen drie-en-een-half jaar intensief aan deze ontwerptekst gewerkt. Voorzien is om de voorschriften te integreren in Deel B (“Afval van de lading”). De voorschriften zijn dan ook op dezelfde leest geschoeid, met name als het gaat om de verdeling van de verantwoordelijkheden en het principe van “de vervuiler betaalt”, waarbij echter rekening wordt gehouden met de bijzondere kenmerken van de tankvaart.
Het doel is om rekening houdend met de internationale randvoorwaarden van het ADN en de geldende rechtsvoorschriften van de Europese Unie (VOS-richtlijn) door middel van voor de scheepvaart passende procedés het ontgassen van ongewenste stoffen, met name kankerverwekkende, mutagene, reprotoxische en stank verspreidende stoffen op internationaal niveau te vermijden of daar een gerichte verwijdering voor mogelijk te maken. Daartoe worden de stoffen in Aanhangsel VI, “Ontgassingsstandaarden” in drie groepen ingedeeld. Over de termijnen voor de geleidelijke invoering is het overleg nog niet afgerond.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven

 

Zomerzitting 2016 van de Conferentie van Verdragsluitende Partijen van het CDNI

Lees het verslag van de Zomerzitting 2016, met o.a.;
  • Gasvormige restanten van vloeibare lading: openbare raadpleging
  • Afvalvermijding: het CDNI houdt rekening met compatibele transporten
  • Verantwoordelijkheid voor de reiniging van laadruimen en ladingtanks / Wijzing van de uitvoeringsregeling
  • Nieuwe erkende organisatie bij het CDNI: EURACOAL
  • Presentatie van een korte film over het CDNI / 20 jaar sinds de ondertekening van het Verdrag
  • FAQ
  • Losse bladen ter actualisatie van het Verdrag online beschikbaar
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven

 

Start voorbereidende werkzaamheden binnenvaartligplaatsen Calandkanaal

In een eerdere nieuwsbrief informeerden we u over de planning en oplevering van nieuwe ligplaatsen in de Rotterdamse haven. Inmiddels zijn de voorbereidende werkzaamheden gestart. Zie hierover deze bekendmaking aan de scheepvaart over de opheffing van de spudpalenlocatie langs de noordoever van het Calandkanaal en deze bekendmaking aan de scheepvaart over werkzaamheden op deze locatie.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven

 

Van mainport naar smartport

De mainports kunnen in de prullenbak. Dit is de conclusie van het onlangs verschenen rapport ‘Mainports voorbij’ van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. De Raad heeft vanuit het kabinet de vraag gekregen of de Nederlandse mainports mede vanuit mondiale ontwikkelingen om ander beleid vragen. Dat ander beleid nodig is, is evident. Mainports moeten inderdaad veranderen, ze moeten slimmer en duurzamer worden. Maar de mainports zijn nog steeds van groot belang voor de Nederlandse economie. Wij denken dat de mainports ook in de toekomst van groot belang blijven en dat daar inderdaad aangepast beleid voor nodig is. Maar de vraag welk ander beleid dient gebaseerd te zijn op een gedegen analyse. Wij vinden de analyse van de Raad onzorgvuldig en onjuist.

In het rapport van de Raad staat niet alleen onzin, het geeft ook een aantal waardevolle adviezen en het beschrijft doeltreffend uitdagingen die op Nederland afkomen zoals China’s One Belt One Road strategie, de noodzaak voor energietransitie en digitalisering. De Raad adviseert om apart mainportbeleid op Schiphol en de Rotterdamse haven stop te zetten en meer integraal te werk te gaan, om terecht nadruk op zachte vestigingsplaatsfactoren te leggen zoals onderzoek, onderwijs, wonen en sociaal beleid en om datagedreven innovatie en kennis te stimuleren. Maar het advies van de Raad over mainport Rotterdam—waartoe we ons hier beperken—kent zwakke plekken waardoor het niet overtuigt.

Om te beginnen bleek uit eerdere door ons uitgevoerde analyses dat het mainportconcept reeds vanaf beginjaren ’00 op zijn retour was, noemt het Havenbedrijf Rotterdam de mainport niet meer in zijn in 2011 verschenen Havenvisie en in het ‘Werkprogramma Zeehavens’, het meeste recente beleidsdocument van het rijk, speelt het geen rol. Het advies heeft daarmee iets als ‘Industriepolitiek voorbij’; dat wisten we al. Het ademt overbodigheid; van ‘apart mainportbeleid’ was allang geen sprake meer.
 
De Raad stelt dat de mainports minder dominant zijn geworden uitgedrukt in aandeel toegevoegde waarde in de Nederlandse economie. Een kenmerk van mainport Rotterdam is dat het aandeel in de Nederlandse economie nu juist sinds medio jaren ’90 steeds rond drie procent is gebleven, blijkend uit de Zeehavenmonitors. Mainport Rotterdam blijft een stabiele factor na economische stormen zoals de internetbubble en de crisis van 2008 en bij een toenemend aandeel van financiële en IT-dienstverlening in de Nederlandse economie. De belangrijkste cijfers van de Raad kloppen daarmee niet.
 
Ten derde besteedt de Raad terecht aandacht aan wederuitvoer; de import van goederen voornamelijk uit Azië die in Nederland worden opgeslagen en vervolgens weer uitgevoerd. De Raad noemt een toegevoegde waarde van 15 miljard euro die de wederuitvoer realiseert—ruim twee procent van de Nederlandse economie. Per euro omzet gaat het bij wederuitvoer om een beperkte toegevoegde waarde maar doordat het in totaal om een zeer omvangrijk uitvoervolume gaat is het significant. Het levert veel werkgelegenheid op aan de onderkant van de arbeidmarkt. Deze wederuitvoer is sterk gegroeid sinds de jaren ‘90, vooral dankzij de sterke containerinfrastructuur. Bruto is daarmee wel degelijke sprake van groei van de mainporteconomie in ons land.
 
Ten vierde worden zachte vestigingsplaatsfactoren die in Rotterdam spelen—bij uitstek richtinggevend voor de huidige koers van de havenstad—maar beperkt genoemd. Rotterdam zet sterk in op het stedelijke vestigingsklimaat om hoogwaardige, maritieme dienstverleners aan te trekken—verzekeraars, advocaten, etc.—en om de vestiging van commodity traders te versterken. Rotterdam wil haar maritiem zakencentrum een impuls geven, kansrijk nu de positie van Londen als mondiaal maritiem centrum is verzwakt door het Brexit. Ook heeft de OECD Rotterdam genoemd als de wereldwijd leidende stad op het gebied van universitair maritiem gedreven onderzoek. Rotterdam ontwikkelt momenteel een innovatie ecosysteem met faciliteiten voor start-ups, venture capital, scale-ups en experimenteerruimtes voor het Internet of Things en 3D-printing. Zelfs Daan Roosengaarde is in dit ecosysteem te vinden. Paul Smits, CFO van het Havenbedrijf Rotterdam, noemde in een uitzending van Tegenlicht dat Rotterdam niet meer de grootste maar de slimste haven wil zijn.
 
Tenslotte schetst de Raad een beeld van Nederland als aantrekkelijke plek in 2040, gevisualiseerd door een strand bij Hoek van Holland vol blanke Nederlanders met overgewicht en met als achtergrond een gigantische LNG-tanker en containerkranen. Bedoelt de Raad dit echt als inspirerend beeld? Een symbolische foto voor dit inconsistente en slordige advies. Inderdaad: de mainport ligt achter ons maar tegenwoordig ontwikkelt de haven zich tot een SmartPort. De naam van dit havenkennisinstituut dekt de toekomstige richting van de mainport daarmee bij uitstek!
 
Bart Kuipers, Erasmus Universiteit Rotterdam
Dirk Koppenol, SmartPort
 
 

Bruggen over het IJ

Onlangs heeft er overleg plaatsgevonden met de ORAM en de havenmeester Amsterdam over de belangen van de binnenvaart bij de (eventuele) bruggen over het IJ. Er vinden 40 000 binnenvaartbewegingen per jaar plaats op het IJ.
In mei jongstleden heeft de gemeenteraad in Amsterdam een principebesluit genomen en daarbij een voorkeur uitgesproken voor twee bruggen over het IJ, bij het Stenen Hoofd en de Javakade. Deze beoogde bruggen over het IJ kunnen een grote impact hebben op de zee- en riviercruisevaart, de binnenvaart en op de bereikbaarheid in algemene zin van het IJ als belangrijke verkeersader. Op dit moment wordt de maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA) uitgevoerd, waarin alle mogelijke opties (inclusief tunnels en veerverbindingen) meegenomen worden.
De Javabrug lijkt de meest serieuze optie te zijn. Deze zou 160 m breed moeten worden, zodat er tegelijkertijd vier schepen naast elkaar kunnen varen (twee in elke richting),
met een klap van 35 m breed aan de noordkant en een van 20 m breed aan de zuidkant voor de bijzondere transporten en de hoge containervaart.
Het Havenbedrijf Amsterdam zet in op een hoogte van minimaal 11,35 m voor vierlaags high cube containers. De nautische consequenties (wachtplaatsen en opstelplekken, kruisend verkeer) zullen in het kader van de MKBA in kaart moeten worden gebracht.

De ontwikkelingen op dit dossier gaan met een grote snelheid. De MKBA wordt na de zomer afgerond, en de nota inzake het voorkeursbesluit wordt in het vierde kwartaal van 2016 verwacht.
Het CBRB dringt erop aan dat ook de belangen van de binnenvaart worden meegenomen in de besluitvorming.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven

 

Nieuws over leergangen Binnenvaart

De binnenvaart is sterk onderhevig aan veranderingen. Kennis en vaardigheden zijn voor deze branche daarom van essentieel belang.

De brancheverenigingen CBRB en BLN hebben in samenwerking met Inholland Academy twee leergangen op HBO propedeuse niveau ontwikkeld, uiteraard in samenwerking met de branche.

Met dit Magazine geven wij een impressie van deze twee leergangen. Ook kun je kennismaken met medewerkers van het Centraal Bureau van de Rijn- en Binnenvaart en twee huidige deelnemers die de leergang Bevrachter Binnenvaart volgen.
 

Leergang Bevrachter Binnenvaart

Dé CBRB-erkende leergang voor de binnenvaart

In de bevrachtingswereld is veel behoefte aan innovatie, imagoverbetering en kennis van de binnenvaart. De regelgeving op allerlei gebieden, zoals afvalstoffen en gevaarlijke goederen, is sterk toegenomen. Zaken als aansprakelijkheid, goede logistiek en communicatie zijn van groot belang. In verband met de vergrijzing verlaat veel belangrijke kennis de branche en het ontbrak tot voor kort aan een gedegen, praktijkgerichte opleiding voor werkgevers en (nieuwe) werknemers. 
Het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) en Inholland Academy hebben gezamenlijk de leergang Bevrachter Binnenvaart ontwikkeld. De leergang is ingericht voor zowel droge als natte lading en containervervoer. De opleiding biedt u uitgebreide kennis over de belangrijkste onderwerpen binnen de binnenvaart.

Klik hier voor uitgebreide opleidingsinformatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven

 

IVR Report - Juli 2016

  • Nieuwe emissienormen voor motoren: NRMM verordening
  • Europese commissie neemt verdere juridische maatregelen tegen Duitsland en Frankrijk in zaken minimumloonwetgeving
  • Welkom nieuwe leden 
  • Vergaderdata

NRMM VERORDENING (NON ROAD MOBILE MACHINERY (COM/2014/0581 final - 2014/0268 (COD))
Op 5 juli j.l. is door het Europees Parlement de verordening inzake voorschriften met betrekking tot emissiegrenswaarden en typegoedkeuring voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde verbrandingsmotoren, de zogenaamde NRMM-verordening, goedgekeurd. Na een eerdere toestemming door de Raad wordt de verordening daarmee van kracht.
 
Wat betekent dat in de praktijk?
Motoren met een vermogen boven 300 KW moeten met ingang van 1.1.2020 voldoen aan een aanzienlijk hogere standard ten aanzien van de uitstoot van NOX (stikstofoxyden) en PM (fijnstof).  Aangezien deze motoren niet op de markt beschikbaar zijn, zullen de wel beschikbare motoren met een roetfilter uitgerust moeten worden om aan deze nieuwe standard te voldoen. Naar de huidige stand van de techniek is dit zelfs bij LNG-motoren het geval.
Motoren met een vermogen onder 300 KW moeten vanaf 1.1.2019 voldoen aan de nieuwe eisen van de richtlijn, die aanzienlijk minder stringent zijn dan voor de grotere motoren (bijna zeven keer lagere emissie eisen dan voor motoren boven 300 KW). 
Concreet betekent dit dat in geval van een vervanging van een motor of bij een nieuwbouw vanaf genoemde data (verschil boven en onder 300 KW) de verplichting bestaat om aan de nieuwe emissie-eisen te voldoen. Voor zover bekend zullen deze nieuwe motoren met de daarbij benodigde roetfilters aanzienlijk duurder zijn dan de huidige CCR 2 motoren.
 
Bestaande motoren uitgezonderd
Bestaande motoren hoeven vooralsnog niet aan de verscherpte milieueisen te voldoen. Volgens de databank van de IVR is op dit moment slechts zo’n 5 % van de West-Europese vloot voorzien van een CCR 2 motor.
Een van den belangrijkste conclusies uit een recent in opdracht van het Nederlandse Ministerie van IenM uitgebracht rapport over de milieuprestaties van de binnenvaart naar aanleiding van de invoering van deze nieuwe norm is de verwachting dat veel schippers vanwege bedrijfseconomische motieven de bestaande motoren zullen blijven reviseren en de investering in nieuwe (dure) motoren in lijn met de nieuwe richtlijn zo lang mogelijk uitstellen. Ook bestaat de mogelijkheid dat voor het jaar 2020 – de invoering van de NRMM-norm voor motoren boven 300 kW – een golf van vernieuwing met een CCR 2 motor zal plaatsvinden. Daarmee zouden de schepen wel voldoen aan de vanaf 2025 door de haven van Rotterdam gestelde milieueisen, maar het beoogde effect van reductie van emissie pas vele jaren later (gezien de levensduur van een motor van ca. 30 jaar) worden bereikt.
  
EUROPESE COMMISSIE NEEMT VERDERE JURIDISCHE MAATREGELEN TEGEN  DUITSLAND EN FRANKRIJK IN ZAKEN MINIMUMLOONWETGEVING 
16 juni jl heeft de Europese Commissie besloten verdere maatregelen tegen Frankrijk en Duitsland met betrekking tot de toepassing van de Minimumloonwetgeving op de transportsector te nemen.   
Waar het principe van het minimumloon wordt ondersteund, beschouwt de Commissie de systematische toepassing van de wetgeving op alle transportoperaties in het betreffende land als disproportionele beperking van het vrije verkeer van goederen binnen de Unie.
In beide gevallen is de Commissie van mening, dat de toepassing van de wetgeving op bepaalde   internationale transporten, die slechts een marginaal effect hebben op het betreffende land, niet gerechtvaardigd is, aangezien deze onevenredige administratieve barrières opwerpt, die het functioneren van de vrije markt belemmeren.
De Franse en Duitse regering krijgen 2 maanden de tijd om hierop te reageren. Meer informatie hierover: http://europa.eu/rapid/press-release_IP-16-2101_en.htm
 
De IVR heeft hierover afgelopen jaar een workshop georganiseerd. De presentaties zijn beschikbaar op  http://www.ivr.nl/news/92
 
WELKOM NIEUWE LEDEN
Graag verwelkomen we als onze nieuwe leden
  • De heer M. Kacprzak Radcy Prawni, advocaat te GDANSK (PL)
  • De heer B. Maaswinkel (Dutch Swiss Marine) te MEILEN (CH)
  • Scheepvaartonderneming DDSG MAHART KFT te NADAP (HU)
  • Junge & Co, Versicherungsmakler GmbH te HAMBURG (DE)
VERGADERDATA 2016/2017
  • 29 september 2016  ERS Steering Committee, Rotterdam
  • 6 oktober 2016  Vergadering Schadepreventiecommissie, Rotterdam
  • 3 november 2016 Vergadering Dagelijks Bestuur en Bestuur, Keulen
  • 1 en 2 juni 2017 IVR- Congres, Würzburg
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven

 

GEASSOCIEERDE ORGANISATIES

Scheepswerf De Gerlien van Tiem is een specialist op het gebied van boegschroeven, spudpalen, scheepsreparaties en levering van complete nieuwbouw.
Post & Co is de onafhankelijke partner voor Maritieme Aansprakelijkheid en Logistieke verzekeringen voor alle spelers in de logistieke keten.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart 
Vasteland 78 | 3011 BN  Rotterdam | tel:010-7989800
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. | www.cbrb.nl

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. uit de nieuwsbrief.
 Copyright © *|CURRENT_YEAR|*, Alle rechten voorbehouden.
CBRB medewerkers en leden handelen volgens de CBRB Complianceregeling Mededinging.






This email was sent to *|EMAIL|*
why did I get this?    unsubscribe from this list    update subscription preferences
*|LIST:ADDRESSLINE|*

*|REWARDS|*
Ga naar boven