Nieuwsbrief 2016 - 01

  1. Nieuw Binnenvaartpolitiereglement (BPR) per 1 januari 2016
  2. Overgangsbepalingen bijboten
  3. Oproep aan tankvaart om tijdig te starten met aanvraag stabiliteitssoftware
  4. PRESSRELEASE - EBU
  5. Indexering Belgisch liggeld
  6. Rabobank en EIB stimuleren MKB om duurzaam te investeren
  7. Het CBRB verhuist in januari 2016
  8. 22 april 2016 Topsector Logistiek congres “Big Data, Small World”
  9. Planungen des Bundes zur Neustrukturierung der Schifffahrtsabgaben werfen viele Fragen auf

Nieuw Binnenvaartpolitiereglement (BPR) per 1 januari 2016

Met ingang van 1 januari 2016 is er een groot aantal wijzigingen van kracht in het BPR.
De wijzigingen hebben betrekking op zowel de beroeps- als de recreatievaart.  
De belangrijkste wijzigingen in het BPR zijn:
  • Compensatie beperking vrije uitzicht door lading mbv camera en radar is toegestaan.
  • Gebruik reddingsvesten is verplicht voor bedrijfsmatige schepen.
  • Inland AIS is nu ook verplicht op alle BPR wateren met een CEMT klasse van I of hoger.
  • Spudpalen mogen alleen nog gebruikt worden waar dit specifiek is aangegeven.
  • Maximaal toegestane afmetingen zijn niet langer opgenomen
  • Varen met Kitetender gelijkgesteld aan kitesurfen.
  • Elektronische versie Handboek voor de marifonie toegestaan.
  • Amfibievoertuig is nu voor vaarregels een klein schip
  • Doorvaren bij gele lichten tijdens openen/sluiten bruggen toegestaan
  • Standaard “mistsein” voor alle veerponten.
  • Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl opgenomen.
  • Ligplaats kan worden aangewezen voor een type schip.
  • Verandering in verplichting bepaalde ‘wal’ te varen.
 
In de bijlage zijn deze belangrijkste wijzigingen nader uitgewerkt.
Een volledig overzicht van alle wijzigingen in het BPR en wat ze precies inhouden staat in deze publicatie in de Staatscourant.  Het volledige BPR vind u hier. Vanaf 1 januari 2016 staat hier de nieuwe integrale tekst.

Naar boven


Overgangsbepalingen bijboten

CBRB heeft, samen met partners in de Nautisch Technische Kommission (NTK) van EBU en ESO, aangegeven niet akkoord  te gaan met een conclusie van de Franse en Belgische delegatie over het vervangen van bestaande bijboten. De NTK heeft in dit document aan de CCR-werkgroep Reglement van onderzoek kenbaar gemaakt dat vervanging van alle bijboten zonder CE-norm onredelijk is. Op geen enkele wijze is vastgesteld dat de bestaande bijboten een risico vormen. De Franse en Belgische delegatie hebben ter zake ook geen risicoanalyse overlegd. Het huidige veiligheidsniveau is voldoende gewaarborgd doordat alle voorheen geplaatste boten door een Commissie van Deskundigen zijn onderzocht volgens de oude regelgeving. De verschillen tussen de nieuwe norm en het oude artikel in het ROSR zijn voor de bijboten die bij de binnenvaart in gebruik zijn, niet maatgevend voor het veiligheidsniveau.
Er bestaan lijsten van de bijboten die aan de tot 1-10-2003 geldende regelgeving voldoen. Het voorstel is om deze lijsten bij de verlenging van het certificaat van onderzoek te hanteren en bij de overgangsbepalingen de clausule toe te voegen dat deze boten tot aan de vervanging mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn de experts die de reguliere veiligheidsinspectie doen zeer wel in staat te beoordelen of de aan boord aanwezige bijboot geschikt is voor het doel waarvoor deze gebruikt moet worden.

Voor nadere informatie kunt u terecht bij Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Oproep aan tankvaart om tijdig te starten met aanvraag stabiliteitssoftware

Per 1 januari 2015 moeten tankschepen van het type C bij vernieuwing van het Certificaat van Goedkeuring voorzien zijn van goedgekeurde beladingssoftware.
Eerder dit jaar hebben we samen met klassebureaus aangegeven dat slechts een klein gedeelte van de schepen aan de stabiliteitsvoorschriften in ADN 9.3.x.13 voldoet. De besluitvorming tot een overgangsregeling door het ADN-comité eind januari, is verwerkt in de Multilaterale Overeenkomsten MO 014 en 015, te vinden op deze website. Over technische interpretaties is ook dit jaar consensus bereikt. Dit betreft de ontluchtingskappen van het type Winel/Winteb, die als waterdicht kunnen worden beschouwd en zwanenhalzen met een diameter van minder dan 10 cm, die op bestaande schepen als weerdicht kunnen worden beschouwd.
 
Dringende oproep om niet te lang te wachten
Van klassebureaus krijgen we signalen dat een groot deel van de vloot nog niet voorzien is van de goedgekeurde beladingsoftware. Er bestaat de indruk dat onderschat wordt welke acties uitgevoerd moet worden. Momenteel zijn er twee software pakketten goedgekeurd. Voordat e.e.a. aan boord kan worden geïnstalleerd en gekeurd, dient eerst het bestaande stabiliteitsboek ge-update te worden. Door aanpassing van de eisen m.b.t. de stabiliteit is het in een aantal gevallen nodig om aanpassingen aan het schip te doen. Het gaat hierbij dan voornamelijk om aanpassing van ontluchtingen en openingen. Het herziene stabiliteitsboek moet eerst gekeurd worden voordat de scheeps-specifieke software gemaakt kan worden. Ook deze moet gekeurd worden, waarbij aan boord enkele testcondities berekend moeten worden en vergeleken met het stabiliteitsboek. Alles bij elkaar duurt dit hele proces al snel enkele maanden.
Vanaf 1 januari mag een voorlopig Certificaat van Goedkeuring nog maar voor slechts 4 maanden worden afgegeven, en een verlenging hiervan is niet toegestaan. Wij adviseren u dringend om ruim voor de afloopdatum van het Certificaat van Goedkeuring te beginnen met de aanvraag voor de stabiliteitssoftware. Hierbij wordt voorkomen dat de 4 maanden overschreden worden en dat straks mogelijk schepen stil komen te liggen.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw klassebureau.

Naar boven


PRESSRELEASE - EBU

EBU welcomes the ambitious agreement reached at COP 21 in Paris to mitigate and combat global warming.
Saturday night 12 December the leaders of 196 countries reached an historical agreement at the Paris Summit to keep global warming below 2 degrees Celsius by 2010. EBU congratulates the engaged countries and is prepared to fully contribute to this ambitious goal.
 
Where inland waterway transport in terms of CO2 emission already today is the cleanest modality, it is able to carry much higher volumes due to free capacities on the inland waterways.
Demonstrated by some best practises inland waterway transport proved   that modal shift to this sustainable transport mode  not only in the traditional and long distance areas is interesting, but a huge modal shift potential also lies with alternative cargo and passenger flows also on short distances.
Innovation in the sector, such as sulphur free fuel, LNG driven vessels and hybride solutions mark the huge contribution of this modality to combat global warming.
EBU’s President Didier Leandri stressed, that the summit proved that it is time to take the right decisions now and to choose for sustainable transport solutions. “Inland waterway transport is prepared to take its share and to support what 7 billion people of the World, amongst them more than 500 million European citizens, wanted!”
 
14.12.2015

The European Barge Union (EBU) represents the majority of the inland navigation freight and passenger carrying industry in Europe. Its members are the national associations of barge owners and barge operators as well as international associations in the field of inland navigation and related areas.
EBU’s main objective is to represent the interests of the inland shipping industry and Rivers-See shipping industry at a Pan-European level and to contribute to the development of a sustainable and efficient Pan-European transport system. 

Naar boven


Indexering Belgisch liggeld

De voor 2016 geindexeerde bedragen van het overliggeld in België bedragen:
BEDRAG VAN DE OVERLIGGELDEN PER TON – 01/01/2016 – TAUX DES SURESTARIES PAR TONNE (INDEX 11/2015 = 124,37)
 
{ 16 DECEMBER, 2015 }
Bedrag van de overliggelden per ton  
(Koninklijk besluit  van 9 juni 2011 – Belgisch Staatsblad van 19 juli 2011 en 7 maart 2012)
 
Tonnenmaat bij de grootste inzinking zoals blijkt uit de meetbrief, in euro, per ton en per halve dag :
 
Indexatie op 01/01/2016
(Index 11-2015 / Index 11-2010)
124,37 / 114,55 = + 8,57 %
Schepen zonder mechanische voortstuwing Schepen met mechanische voortstuwing
Tot en met 1.750 t 0,45 0,53
Meer dan 1.750 t tot en met 3.500 t 0,39 0,48
Meer dan 3.500 t 0,34 0,42

Naar boven


Rabobank en EIB stimuleren MKB om duurzaam te investeren

Investeringen van bedrijven hebben impact op mens, milieu en maatschappij. Het is van belang dat de impact van die investeringen positief is. Daarom gaan de Europese Investeringsbank (EIB ) en de Rabobank Nederlandse ondernemers stimuleren om duurzaam te investeren. Ondernemers, die aantoonbaar actief zijn met maatschappelijk verantwoord ondernemen en nieuwe duurzame investeringen willen doen, kunnen daarvoor gebruikmaken van de impactlening met een rentekorting die kan oplopen tot 1,2% bij nieuwe financieringen.

Voormeer informatie zie dit bericht van Rabobank en EIB.
 

Green Award is één van de deelnemende keurmerken
Bij de selectie van keurmerken is gekeken naar de manier waarop bij bedrijven wordt toegezien op het voldoen en naleven van de keurmerkeisen. Voor de geselecteerde keurmerken geldt dat ze eisen stellen die verder reiken dan de wettelijke eisen op het gebied van duurzaamheid, zoals milieu, eerlijke handel of dierenwelzijn. Ook Green Award Binnenvaart is geselecteerd!
 
Voormeer informatie kunt u contact opnemen met: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Het CBRB verhuist in januari 2016

Het CBRB is druk bezig met de voorbereidingen voor de verhuizing.
Op 21 januari is het zover en verhuizen wij naar Het Nieuwe Kantoor.
Ons nieuwe adres wordt Vasteland 78, 3011 BN Rotterdam.
Ons postbusnummer wordt per direct opgezegd.
Uw post kunt u voortaan sturen naar ons bezoekadres.
 
Wij ontvangen u vanaf deze datum graag op ons nieuwe adres.

Naar boven


22 april 2016 Topsector Logistiek congres “Big Data, Small World”

Op 22 april 2016 organiseert de Topsector Logistiek het congres ‘Big Data, Small World’ in de Amsterdam Arena.
 
Het gebruiken en combineren van data wordt steeds belangrijker voor bedrijven. Ook in de logistiek. Het slim koppelen van data maakt de mogelijkheden eindeloos. Denk aan het voorspellen van de vraag naar pakketdiensten, het opsporen van bottlenecks in de logistieke keten, het verbeteren van de ‘last mile’ en ‘crowd base’ ophalen en afleveren van pakketjes. Maar welke kansen en uitdagingen zijn er? Dat komt tijdens dit congres aan bod!
 
Het congres biedt inspirerende sprekers en interactieve parallelsessies voor iedereen die interesse heeft in of betrokken is bij de logistiek. Ook kunt u op het Experienceplein actief kennis maken met innovaties. De dag wordt afgesloten met een netwerkborrel. Uiteraard is er tijdens het congres ook gelegenheid tot netwerken.
 
U kunt zich aanmelden voor het congres vanaf februari 2016. Dan ontvangt u de definitieve uitnodiging met het programma. Maar noteert u nu alvast in de agenda: Congres Topsector Logistiek “Big Data, Small World”, 22 april 2016, Amsterdam Arena.
 
Werkt u aan of met een innovatie die zeker niet mag ontbreken op het Experienceplein?  Meld uw idee dan nu aan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
 
Het volgende artikel komt uit het VBW-magazin van december 2015.

Naar boven


Planungen des Bundes zur Neustrukturierung der Schifffahrtsabgaben werfen viele Fragen auf

Bundesministerium für Verkehr und digitale Infrastruktur nutzte die Reihe VBW-Mittagsvorträge,
um das Gesetzesvorhaben erstmalig öffentlich vorzustellen. Neben nationalen Gewerbe-, Industrie und Verwaltungsvertretern nutzten auch viele internationale Akteure die Gelegenheit, sich zu informieren.
 
Thomas Knufmann und Norbert Porsch, aus dem Bundesministerium für Verkehr und digitale Infrastruktur (BMVI), Referat WS 16 „Meerespolitik/ Übergreifende Aufgaben“ hatten keine leichte Aufgabe, als sie bei einem Mittagsvortrag am 7.
Oktober 2015 im Haus RHEIN vor Vertretern der internationalen Binnenschifffahrt, der Industrie, aus Verbänden und Verwaltungen die Pläne der Bundesregierung für die Neuordnung der Schifffahrtsabgaben vorstellten. Schließlich zeigt die Erfahrung, dass Änderungen in öffentlichen Gebührenordnungen selten mit Gebührensenkungen einhergehen.
 
Notwendig geworden ist die Neuordnung der Schifffahrtsgebühren durch das Bundesgebührengesetz. Dieses 2013 beschlossene Gesetz sieht vor, dass für alle durch Bundesverwaltungen erbrachten individuellen Leistungen vollkostendeckende Gebühren zu erheben sind. Die Binnenwasserstraßen sind ausdrücklich in das Bundesgebührengesetz einbezogen. Allerdings hätte eine Neuordnung der Schifffahrtsgebühren nach dem Bundesgebührengesetz wahrscheinlich katastrophale Folgen für den Transport auf den Wasserstraßen. Das aktuelle jährliche Aufkommen aus den Binnenwasserstraßen generierten Schifffahrtsabgaben in Höhe von rund 55 Millionen Euro pro Jahr deckt lediglich einen einstelligen Prozentsatz der Infrastrukturkosten ab. Eine Gebührenerhebung nach dem Vollkostenprinzip im Sinne des Bundesgebührengesetzes hätte somit eine drastische Gebührenanhebung zur Folge, welche die Wirtschaftlichkeit des Binnenschiffstransportes massiv gefährden würde. Da Wasserstraßen nicht nur einen verkehrlichen  Nutzen haben, sind individuell zurechenbare Leistungen in Bezug auf die Nutzung der Wasserstraßen schwer abzugrenzen. Der Gesetzgeber hat diese Problematik erkannt und daher die Schaffung eines Spezialgesetzes für die Neuordnung der Schifffahrtsgebühren vorgesehen.
Das Spezialgesetz wird nur die Gebührenerhebung auf den Binnenwasserstraßen, nicht aber auf den seewärtigen Zufahrten oder dem Nord-Ostsee-Kanal umfassen. Zukünftig soll die Nutzung von Wasserbauwerken, wie Schleusen und Hebewerke gebührenpflichtig sein.
Eine Gebühr für Liegestellen ist nicht vorgesehen. Auf Kanälen soll auch die Nutzung der Kanalsole in die Gebührenerhebung mit einbezogen werden.
 
Dies ist eine erhebliche Veränderung zum bisherigen System, in dem die Gebührenhöhe maßgeblich vom Transportgut und dessen Endbestimmung abhängig ist. Insofern bedeutet die geplante Neuordnung auch eine deutliche Vereinfachung der bestehenden, unübersichtlichen, über Jahrzehnte gewachsenen Gebührenstruktur, deren Hintergründe heute oftmals nicht mehr logisch nachvollziehbar sind, denn nur 20% der gebührenpflichtigen Transporte werden nach Regeltarifen abgerechnet, für die Masse gelten inzwischen Ausnahmetarife.
 
Zum ersten Mal soll auch ein Finanzierungskreislauf Wasserstraße eingerichtet werden, der sicherstellen soll, dass die Gebühreneinnahmen der Wasserstraßeninfrastruktur zugutekommen und nicht wie bisher dem allgemeinen Haushalt zufließen.
 
Während die zuvor skizzierten Schritte bereits sehr konkrete Ziele enthalten, ist die geplante Höhe der neuen Gebühren noch offen. Zur Ermittlung der Gebührenhöhe soll ein Gutachten ausgeschrieben werden, das die Bedingungen für eine wettbewerbsneutrale Ausgestaltung untersuchen soll. Vor allem das Kriterium der Wettbewerbsneutralität wirft große Probleme auf. Das neue Gebührensystem soll Verlagerungseffekte vermeiden. Verlader weisen jedoch darauf hin, dass einzelne Transporte, die das heutige Gebührensystem begünstige, bei einer Vereinfachung des Systems teurer werden könnten, was sehr wahrscheinlich zu unerwünschten Verlagerungen auf andere Verkehrsträger führen würde.
Dies könnte vor allem für die bereits heute unter der schlechten Infrastruktursituation leidende Kanalschifffahrt zum K.O.-Kriterium werden. Auf den Gutachter kommt also eine Mammutaufgabe zu, die eine Vielzahl an Parametern und Einzelbetrachtungen zu einem stimmigen Gesamtkonzept vereinen muss.
Dazu kommt ein sehr enger Zeitplan. Die Ausschreibung des Gutachtens soll noch in diesem Jahr erfolgen. Bis Sommer 2016 soll der Gutachter dann feststehen.
Das Gutachten soll dem Ministerium bis Herbst 2017 vorliegen. Dann wird es auch höchste Zeit, denn das neue Gesetz muss spätestens bis zum Spätsommer 2018 den Bundestag passiert haben, sonst greift das Bundesgebührengesetz.
Ebenfalls kritisch zu betrachten ist die Einbeziehung der Schleusen Iffezheim (Rhein) und Geesthacht (Elbe) in das neue Gebührensystem. Beide Schleusen liegen auf Strömen, die durch internationale Verträge derzeit gebührenfrei sind. Das BMVI ist der Rechtsauffassung, dass diese Wasserbauwerke nicht durch die Mannheimer Akte bzw. den Versailler Vertrag abgedeckt sind. Sollte diese Rechtsauffassung Rückendeckung durch die deutsche Bundespolitik erhalten, könnte dies Vertragsverletzungsklagen der Anrainerstaaten nach sich ziehen.
 
Ebenfalls geprüft werden soll die Einführung eines elektronischen Erhebungssystems für die Schifffahrtsgebühren.
 
(Autor: M. Lohbeck)

Naar boven


Ga naar boven