Nieuwsbrief 2014 - 11


De CCR gaat de dialoog aan met de sociale partners om de noodzaak van een modernisering van de voorschriften voor de samenstelling van de bemanning en de rusttijden te beoordelen

logo CCRStraatsburg, 19.11.2014 – Op 5 november 2014 heeft de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) in Straatsburg een rondetafelconferentie gehouden over de regels voor de samenstelling van de bemanningen en de vaar- en rusttijden. Dit initiatief had tot doel een dialoog met de sociale partners (EBU, ESO, ETF) en de politiediensten (AQUAPOL) tot stand te brengen om te onderzoeken of de verschillende dimensies van de toepasbare regelgeving op dit gebied nog steeds in overeenstemming zijn met de praktijk of gemoderniseerd moeten worden. Deze manifestatie heeft geleid tot een vruchtbare uitwisseling met een brede kring van actoren, die de identificatie van de ondervonden problemen en de vaststelling van oriëntaties mogelijk heeft gemaakt.
 
De voorschriften voor de bemanningen en de vaar- en rusttijden zijn meer dan 25 jaar geleden ingevoerd door de CCR. De technische ontwikkeling in de binnenvaart, het gebruik van moderne elektronische instrumenten en de verplichtingen bij de exploitatie van de schepen hebben tijdens dezelfde periode echter een grote vlucht genomen. De beoordeling van de relevantie van de geldende regelgeving is dan ook gerechtvaardigd. Dit vraagt om een structurele dialoog met alle partijen die bij deze regelgeving betrokken zijn om de wetgevende activiteiten zo efficiënt mogelijk te kunnen uitvoeren.
 
De rondetafelconferentie vormt een eerste etappe van een proces van consensusvorming met de sociale partners en brengt de wens van de CCR tot uitdrukking om in een zo vroeg mogelijk stadium alle betrokken actoren te impliceren. Deze afstemming is met name nodig voor de begeleiding van de activiteiten van het Comité en de Werkgroep Sociale Zaken, Arbeidsomstandigheden en Beroepsopleiding van de CCR. Aan de manifestatie hebben niet alleen vertegenwoordigers van het binnenvaartpersoneel (ETF) en van de werkgevers (ESO, EBU) op Europees niveau deelgenomen, maar ook water- en scheepvaartpolitiediensten die belast zijn met de handhaving van de geldende regelgeving (AQUAPOL).
 
Tijdens de manifestatie zijn verschillende dimensies besproken. In het kader van een inventarisatie van de technische ontwikkelingen sinds de invoering van de regelgeving voor de bemanningen in de Rijnvaart en voor de eigenschappen van de vloot, zijn kwesties aangesproken die verband houden met de samenstelling van de bemanningen en de eisen waaraan de bemanningsleden moeten voldoen. Een tweede gedeelte van de manifestatie betrof de relevantie van de regelgeving voor de exploitatiewijzen en de vaar- en rusttijden.
In de laatste plaats heeft de rondetafelconferentie de mogelijkheid geboden om de problematiek van de toegang tot de binnenvaartberoepen en de attractiviteit hiervan te bespreken, waarbij tevens de opleidingen en actuele problemen zijn aangekaart.
 
De rondetafelconferentie heeft tot de conclusie geleid dat een verdiepte analyse van een mogelijke flexibilisering van de bestaande regelgeving nodig is om rekening te houden met nieuwe praktijken en omstandigheden van de sector, zonder echter het vereiste hoge veiligheidsniveau voor de bemanningen en de scheepvaart uit het oog te verliezen. Ook is het voorstel gedaan om de empirische constateringen met betrekking tot de ontwikkelingen te onderbouwen door een wetenschappelijke benadering en tevens rekening te houden met het gebruik van nieuwe elektronische hulpmiddelen (zoals de digitale tachograaf en het elektronische dienstboekje). Deze oriëntaties zullen de CCR in staat stellen in de komende maanden concreet vooruitgang te boeken voor deze vraagstukken.
 
De rondetafelconferentie valt binnen de strategische doelstelling van de Visie 2018 “Modernisering van de opleidingen en beroepskwalificaties van het binnenvaartpersoneel”, die een prioriteit voor het Nederlandse voorzitterschap van de CCR vormt.
 
De CCR in het kort (www.ccr-zkr.org)
De CCR is een internationale organisatie die een belangrijke rol speelt voor de regelgeving op de Rijn. De CCR is actief op technisch, juridisch, economisch, sociaal en milieugebied. Haar werkzaamheden staan op alle taakgebieden in het teken van een efficiënt, veilig, sociaal verantwoord en milieuvriendelijk vervoer over de Rijn. Afgezien van de Rijn, ontplooit de Centrale Commissie vandaag de dag talrijke activiteiten die betrekking hebben op de Europese waterwegen in ruimere zin. Zij werkt daarbij nauw samen met de Europese Commissie, alsmede met de andere rivierencommissies en internationale organisaties.
 
Contact: Secretariaat CCR
Palais du Rhin, Place de la République 2, F-67082 Strasbourg
Tel. nr.: +33 (0)3 88 52 20 10, e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Consumentenprijsindex

logo CBSHet Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft de consumentenprijsindex (CPI) van de maand oktober 2014 bekendgemaakt. De afgeleide CPI voor alle huishoudens (2006=100) is in de periode van april tot oktober 2014 gestegen van 112,90 naar 112,94; in procenten bedraagt deze stijging 0,04%.
Dit stijgingspercentage wordt veelal in het kader van (collectieve) arbeidsovereenkomsten gehanteerd als inflatiecorrectie per 1 januari 2015.
Als de inflatiecorrectie niet halfjaarlijks, maar jaarlijks plaatsvindt wordt het stijgingspercentage berekend over de periode van oktober 2013 tot oktober 2014; over die periode is de afgeleide CPI voor alle huishoudens gestegen van 112,10 naar 112,94, derhalve met 0,75%.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Heeft de Nederlandse overheid vertaalplicht voor het ADN? 

ADN 2015 - CBRB

Men werkt momenteel hard aan de Nederlandse vertaling van het ADN 2015. Een mooi moment om eens stil te staan bij de taal van regelgeving zoals het ADN. Is de Nederlandse overheid verplicht teksten van internationale verdragen om te zetten in het Nederlands?
Het ADN maakt deel uit van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Het ADN vormt de eerste bijlage bij de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen. In artikel 2 van deze regeling is bepaald dat het een Nederlandse vertaling van het ADN moet zijn. Zal dit in de toekomst ook zo blijven of zullen vertalingen van internationale verdragen op termijn sneuvelen in de Haagse bezuinigingsdrift?

 “De rechtstaal is een onderwerp waarover niets expliciet in het wetboek is geregeld”. Hiermee begint een commentaar van een rechtsgeleerde bij een arrest van de Hoge Raad1. Het gaat hier om een overtreding van arbeidsvoorwaarden van internationale vrachtwagenchauffeurs. De overtreden regel was gebaseerd op een internationaal verdrag.
Hoewel de overtreding was bewezen, werd het feit niet strafbaar verklaard, omdat er geen Nederlandse vertaling was gepubliceerd. Uit deze uitspraak blijkt dat men alleen strafbaar kan stellen op basis van Nederlandstalige wetsregels. De hoogste rechter in Nederland heeft hiermee de waarborgen die gelden bij strafrecht benadrukt.
 
Geldigheid van regelgeving
Voor de geldigheid van regelgeving is een Nederlandse vertaling echter niet verplicht. Zodra een internationaal verdrag op de juiste wijze gepubliceerd is, heeft dit verdrag verbindende kracht. Een vertaling is dus alleen vereist als er sprake van strafbaarstelling.
 
Internationalisering
Internationale regelgeving is steeds meer bepalend voor het Nederlandse recht. Vertalingen kosten veel geld. De Nederlandse overheid onderzoekt dan ook de mogelijkheid, om bepalingen van verdragen en besluiten van internationale organisaties, niet langer in alle gevallen op te stellen in de Nederlandse taal. Een wetsvoorstel hierover is voorgelegd aan de Afdeling advisering Raad van State2. De Afdeling vindt het wetsvoorstel nog onvoldoende onderbouwd en dat er een goede afbakening moet zijn van de afwijkingsbevoegdheid.
 
Haagse bezuinigingsdrift
Is de Nederlandse overheid verplicht het ADN te vertalen in het Nederlands?
Het is maar de vraag of iedere bepaling in het ADN kan worden gezien als een basis voor strafbaarheid en daardoor verplicht in het Nederlands moet worden vertaald. Zal een Nederlandse vertaling van het ADN op termijn sneuvelen in de Haagse bezuinigingsdrift?
 
ADN in de Nederlandse taal
In Nederland worden eisen gesteld aan de kwaliteit van wet- en regelgeving. Deze moet duidelijk, uitvoerbaar, controleerbaar en effectief zijn. Regelgeving als het ADN heeft een technisch karakter. Het is belangrijk dat het personeel van Nederlandse bedrijven, die vallen onder de werking van het ADN, begrijpt wat bedoeld wordt
Betoogd kan worden dat de Nederlandse overheid daarom een verplichting heeft tot het vertalen van het ADN in het Nederlands. En dat is maar goed ook, want de Nederlandse binnenvaartvloot is de grootste van Europa.
 
1      HR 24 juni 1997, NJ 1998/70, LJN ZD 0773
2      http://www.raadvanstate.nl/adviezen/zoeken-in-adviezen/tekst-advies.html?id=10447
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Wijziging incidentmelding in Wet vervoer gevaarlijke stoffen als Basisnet aangenomen

De inwerkingtreding van de Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen heeft vertraging opgelopen. Voor de huidige stand van zaken zie deze pagina van de Eerste Kamer en dit verslag van 21 november van een schriftelijk overleg in de Eerste Kamer.
Wanneer deze wetswijziging is doorgevoerd heeft dit ook consequenties voor diverse wetten, waaronder de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs). Zo zal de meldplicht zoals deze is geformuleerd in de Wvgs veranderen. Het huidige artikel 47 luidt:

Degene die een handeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verricht, is verplicht indien zich daarbij voorvallen, waardoor gevaar voor de openbare veiligheid is ontstaan of is te duchten, of ongevallen voordoen daarvan onverwijld mededeling te doen aan Onze Minister.
 
Artikel 47 komt te luiden:
  1. Degene die een handeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verricht, is verplicht Onze Minister daarvan onverwijld in kennis te stellen indien zich daarbij ongevallen voordoen of voorvallen, waardoor gevaar voor de openbare veiligheid is of kan ontstaan.
  2. Degene, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister in de gelegenheid de situatie van het ongeval of het voorval te beoordelen en laat handelingen met betrekking tot de betrokken gevaarlijke stoffen in elk geval achterwege totdat Onze Minister van deze gelegenheid gebruik heeft gemaakt of heeft laten weten van die gelegenheid geen gebruik te maken.
  3. In afwijking van het tweede lid zijn handelingen toegestaan die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om verdere gevaarzetting of schade te voorkomen.
Wachten op ILT na melding incident
logo ILTDit betekent dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) eerst groen licht moet geven en dat bedrijven na melding van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen moeten wachten met verdere handelingen tot de (IL&T) toestemming geeft door te gaan of tot er een ILT-inspecteur ter plekke is. Bedrijven mogen alleen doorgaan als het noodzakelijk is het gevaar in te dammen of verdere schade te voorkomen.
Deze meldingsplicht is niet te verwarren met de plicht van rapporteren van incidenten volgens artikel 1.8.5 van het ADN. Melden op grond van artikel 47 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen moet altijd. Rapportage van incidenten op grond van ADN 1.8.5 moet wanneer voldaan is aan de in dit randnummer genoemde criteria.
 
Tijdens de sectorbijeenkomst die IL&T organiseerde op 18 november, is tijdens een workshop uitgebreid stilgestaan bij incidentmeldingen. Rode draad van het uitvoeringsprogramma van de Inspectie is incidentanalyse. Meldingen en rapportages zijn dan ook belangrijk.
Op de website van IL&T is het juiste formulier voor meldingen te vinden. IL&T heeft toegezegd dat in de toekomst verwacht mag worden van de Inspectie dat aan bedrijven die een melding doen, duidelijkheid wordt gegeven wat er gebeurd met de melding of rapportage.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.">Lijdia Pater-de Groot.

Naar boven


Communiqué overleg met Havenbedrijf Rotterdam

gebouw Havenbedrijf Rotterdam - foto TWDe Werkgroep Binnenvaartbelangen Rotterdam (WBR) had op 16 oktober 2014 een overleg met het Havenbedrijf Rotterdam (HbR). Hier volgt een samenvatting van het besprokene.
 
Overgangsbepaling CDNI
Per 1 november 2014 vervallen de overgangsbepalingen uit het CDNI. Dit houdt in dat bepaalde stoffen niet meer op het oppervlaktewater mogen worden geloosd, maar in een riool van de betrokken losterminal dienen te worden gepompt. Advies aan de binnenvaartsector is om bij problemen met het niet kunnen voldoen aan de kaders van het CDNI dit te melden. Dit melden kan op telefoonnummer M&I 010-2521000 en/of email Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Met deze meldingen kan het HbR afstemming plegen met het bevoegd gezag. Tevens zal RWS als nationaal toezichthouder voor het CDNI worden geïnformeerd. Na de melding mag de binnenvaartschipper ervan uit gaan dat het HbR dit afhandelt.
 
Peilschalen Erasmusbrug
Ter vervanging van de defecte hoogtesignalering van de Erasmusbrug worden peilschalen geplaatst. Opdracht tot plaatsen staat uit. Datum plaatsing nog onbekend.
 
Suurhoffbrug en Breeddiep
Het hefgedeelte van de Suurhoffbrug wordt op verzoek Rijkswaterstaat vastgezet. Dit gebeurt o.a. omdat het hefgedeelte zeer beperkt wordt gebruikt. Op voorwaarde dat het Breeddiep als alternatieve vaarroute voor de scheepvaart wordt verbreed, heeft de Havenmeester geen zwaarwegende argumenten om bezwaar hier tegen aan te tekenen. De minister van I&M heeft inmiddels budget gereserveerd t.b.v. de verbreding Breeddiep.
 
Botlekbrug
Het achterste gedeelte van de Botlekbrug is slecht zichtbaar. Daarom zijn in overleg met Rijkswaterstaat extra boeien neergelegd om de zichtbaarheid van het vaarwater ter verhogen.
Er zijn stremmingen in november 2014, december 2014 en januari 2015 gepland.
 
Spudpalen
Het aantal plaatsen waar spudpalen kunnen worden gebruikt zijn uitgebreid. Het WBR gaat in gesprek met de Havenmeester over de uitbreiding plaatsen ten behoeve van spudpalengebruik. Havenmeester geeft aan, dat hij daar met de branche over in gesprek wil.
 
Praktijkproef Binnenhavengeld
HbR geeft terugkoppeling over Praktijkproef BHG. In totaal hebben meer dan 120 schepen meegedaan aan de proef door toestemming te geven om de AIS gegevens te gebruiken voor registratie van het bezoek van het schip aan Rotterdam.
Resultaat is dat 95% van schippers aangeeft, dat de bezoekoverzichten op basis van AIS overeenkomen met de eigen administratie en de betrouwbaarheid hoog blijkt. De AIS-gegevens van de 120 schepen in 2014 zullen we nog analyseren op mogelijkheden voor betalen van het werkelijke gebruik van de haven en begin 2015 communiceren. In 2015 wordt naar verwachting een vervolg gegeven aan de praktijkproef.
 
Binnenhavengeld Drechtsteden
De gemeenten Dordrecht, Zwijndrecht en Papendrecht hebben samen met HbR een samenwerkingsovereenkomst binnenhavengeld opgesteld. De binnenvaart sector is hierbij ook betrokken.
Per 1 januari 2015 zal HbR het binnenhavengeld heffen en innen voor deze gemeenten. Dit betekent dat schippers één keer opgave BHG via HbR hoeven te doen voor het (grotere) binnenhavengebied.
 
Snelheidsbeperking
Verzoek van de WBR om de invoering snelheidsbeperking breed te communiceren ook buiten dit overleg. Communicatie heeft al plaatsgevonden maar op verzoek van de WBR volgt er nog meer communicatie over de snelheidsbeperking.
De beperking geldt voor de binnenvaart bestemd voor vervoer van goederen en gebruik makend van de betreffende vaarwegdelen. Het betreft de trajecten: de Nieuwe Maas t.h.v. Noordereiland en het Oostelijke deel van het Hartelkanaal. De recreatievaart valt hier dus buiten De snelheidsbeperking zal vervallen op de twee trajecten indien de windsterkte 6 Bft is of hoger (gemeten bij meetpunt Geulhaven).
In overleg met het Openbaar Ministerie wordt de handhaving van de snelheid beperkende maatregel afgestemd. Op verzoek van de WBR stuurt het WBR flyers over de snelheidsbeperking toe. Ook is relevante informatie te vinden op de website www.portofrotterdam.com.
 
Uitrol Wi-Fi
Het WBR geeft aan, dat de Wi-Fi uitrol in de Rotterdamse haven stagneert. Het WBR geeft  aan, dat  er behoefte is aan Wi-Fi netwerk in de haven. WBR wil graag vaart in het project houden.
 
Varen doe je samen
Op 10 oktober 2014 is er meeting gehouden met stakeholders rond de publiciteitscampagne “Varen doe je samen”. Er  zijn twee presentaties over “Port Risk Assessment” en “Varen doe je samen” gegeven vanwege zorgen over de veiligheid en kwetsbaarheid van de recreatievaart op de vaarwegen binnen het zgn. beheersgebied.

Naar boven


Arbitrage: een bruikbaar alternatief in geschillenbeslechting

logo TAMARAOndernemers in transport, scheepvaart en logistiek krijgen soms te maken met geschillen, die niet door overleg kunnen worden opgelost. Ladingclaims, geschillen over bevrachtingsovereenkomsten of disputen bij nieuwbouw, modificatie of onderhoud van een schip kunnen een blok aan het been worden als niet goed is afgesproken hoe het probleem zal worden opgelost als onderling overleg niets heeft opgeleverd.
 
In contracten of algemene (leverings-)voorwaarden worden vaak afspraken gemaakt over hoe geschillen zullen worden opgelost als partijen niet door overleg of onderhandeling tot een oplossing kunnen komen.
Bij het sluiten van contracten of het maken van afspraken wordt niet altijd voorrang gegeven aan het vastleggen van hoe eventuele claims in de toekomst zullen worden opgelost. Dit kan ondernemers en hun verzekeraars veel tijd, energie en geld kosten als daardoor een dispuut eindigt in een onnodig lange juridische strijd.
 
Er zijn verschillende alternatieven om een geschil te beslechten als dat in onderhandelingen niet is gelukt. Overheidsrechtspraak en arbitrage zijn daarvan twee voor de hand liggende mogelijkheden.
Voordelen van arbitrage boven overheidsrechtspraak zijn onder meer de invloed die partijen hebben op de procedure, het zelf kiezen van gespecialiseerde arbiters, snelheid van de procedure en vertrouwelijkheid. Daarentegen kunnen kosten in een arbitrage soms harder oplopen dan in een vergelijkbare procedure bij de overheidsrechter.
Het vonnis van een overheidsrechter en het vonnis van een panel van arbiters (of alleen optredende arbiter) is juridisch gelijkwaardig. Een arbitraal vonnis is in veel gevallen, zelfs in het buitenland, gemakkelijker ten uitvoer te leggen dan het vonnis van een overheidsrechter.
 
De stichting Transport and Maritime Arbitration Rotterdam Amsterdam (ook bekend onder de afkorting TAMARA arbitrage) biedt al meer dan 25 jaar een platform voor het voeren van arbitrageprocedures. TAMARA is gespecialiseerd in arbitrage op de terreinen internationale handel, scheepsbouw, scheepvaart, transport en logistiek.
 
Met een modern reglement, gespecialiseerde arbiters en de mogelijkheid om procedures via E-arbitrage te voeren (gebruik van een beveiligd deel van de website om documenten electronisch uit te wisselen) biedt Transport and Maritime Arbitration Rotterdam Amsterdam ook de binnenvaart een prima platform om geschillen op een professionele en adequate manier op te lossen.
 
Meer informatie: www.tamara-arbitration.nl
Contact: Niels van der Noll, secretaris (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

Naar boven


Kansen voor havens, nu en in de toekomst

Kansen voor havens, nu en in de toekomst
Er liggen kansen voor de Nederlandse binnenhavens! Drie van de negen Europese core network corridors zijn verbonden met een groot aantal core en comprehensive inland ports in Nederland. Binnenhavens spelen een belangrijke rol in het realiseren en stimuleren van duurzaam multimodaal vervoer. Daardoor ligt het voor de hand dat veel regionale plannen van binnenhavens en beoogde investeringen aansluiten bij Europese en nationale beleidsdoelstellingen waarvoor er financiering beschikbaar is.

NVB logo


Om een overzicht te krijgen van de mogelijkheden en kansen heeft de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) aan STC-NESTRA B.V. gevraagd om zowel kansen voor de korte termijn inzichtelijk te maken als ook de kansen op de middellange termijn. Dit rapport streeft er naar om antwoorden te geven op de volgende vragen:
  • Welk type activiteiten/projecten en type uitgaven van binnenhavens komen vooral in aanmerking voor Europese cofinanciering?
  • Voor welke activiteiten of investeringen kan een verzoek ingediend worden voor cofinanciering vanuit het Europese CEF/Transport-programma?
  • Welke budgets zijn er beschikbaar en wat is de procentuele hoogte van de cofinanciering?
  • Welke Nederlandse havens en welke investeringen krijgen prioriteit van Europa?
  • Wat zijn de concrete eisen aan in te dienen aanvragen voor cofinanciering?
  • Wat moet er aan huiswerk gedaan worden ter voorbereiding om tot een subsidiewaardig project te komen?
  • En hoe kunnen Nederlandse binnenhavens de komende periode gebruiken om eventuele projecten door te laten groeien tot een volwassen en subsidiewaardig project?
Hoe kunnen havens zich de komende jaren voorbereiden?
Het is vanwege de eisen aan voorstellen zeer goed denkbaar dat de huidige call (najaar 2014) te vroeg komt voor veel binnenhavens, maar dat partijen op de middellange termijn mogelijkheden zien om eigen ambities versneld te realiseren middels een deel financiering vanuit Europa.
Het wordt binnenhavens aangeraden om dit rapport als leidraad te nemen voor de voorbereiding. Het gaat dan bijvoorbeeld om het maken van kosten-baten analyses, milieu-effect-rapportages, het organiseren van de financiering en aansluiting op grotere projecten (waaronder zo mogelijk de pre-identified projects) en eventueel het samenwerken met andere havens en regio’s om tot grotere projecten te komen. Juist grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden tussen havens zouden kunnen rekenen op een hoge waardering. Het wordt aangeraden om samen met Rijk, provincies en private partijen te werken aan grotere projecten. Verder is het aan te bevelen om te bekijken of er gezamenlijke projecten ingediend kunnen worden samen met buitenlandse havens die ook deel uitmaken van het kernnetwerk.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Europese Commissie publiceert studies TEN-T corridors

TEN-T corridor 2013Iedere lidstaat van de Europese Unie moet bijdragen aan de totstandkoming van Trans-Europese Netwerken. Dit ligt vast in het EU-verdrag. Ondersteund door het TEN-beleid moeten nationale netwerken zich ontwikkelen tot één Europees netwerk. Voor vervoer is dit beleid vastgelegd in Verordening no.1315/2013 (let op: 118 MB) voor het Trans-Europese vervoernetwerk (TEN-T). In dit vervoersnetwerk zijn 9 netwerkcorridors ingevoerd. Om ervoor te zorgen dat de corridors effectief en efficiënt worden ontwikkeld is er per corridor een Europese coördinator aangesteld. Deze wordt ondersteund door een raadgevend forum, het "Corridor Forum".

Huidige Europese infrastructuur
De afgelopen periode zijn er voor iedere corridor studies verricht naar de huidige status van de infrastructuur. Er is een tijdschema opgesteld voor het wegnemen van eventuele knelpunten en een overzicht gemaakt van beschikbare financiële middelen.
 
Onderzoeksresultaten
Ter voorbereiding op de corridorbijeenkomsten die deze week plaatsvinden, heeft de Commissie de resultaten beschikbaar gesteld onder deze link. Er kan worden geklikt op de betreffende corridor, vervolgens scrolt u naar de onderkant van de betreffende pagina waar u een link baar de studies vindt.
 
Reacties zijn mogelijk
De documenten zullen deze week in Brussel worden besproken. We hebben begrepen dat de Commissie tot ongeveer twee weken na het forum opmerkingen zal accepteren. Voor 22 december zullen de werkplannen worden voorgelegd aan de lidstaten. Definitieve goedkeuring zal begin 2015 plaatsvinden.

Naar boven


Bijeenkomst ‘Duurzame Binnenvaart in de provincie Overijssel' op 4 december

logo EICBOm modal shift van weg naar water te realiseren heeft de provincie Overijssel het uitvoeringsprogramma Goederenvervoer over Water opgezet. Eén van de pijlers binnen dit programma betreft het thema ‘duurzame binnenvaart’. Op donderdagmiddag 4 december vindt op de Combi Terminal Twente te Hengelo een bijeenkomst plaats waarin de bijdrage van binnenvaartpartners aan dit thema over het voetlicht wordt gebracht.
 
Diverse partijen uit de binnenvaartbranche (EICB, OCB en BVB) presenteren praktische oplossingen waarmee de provincie haar duurzaamheidsambities voor goederenvervoer over water verder kan realiseren. De bijeenkomst spitst zich toe op een zakelijke belichting van het thema duurzaamheid en is daarmee interessant voor schippers, scheepseigenaren en verladers.

 
Diverse sprekers geven op deze middag een toelichting op de behaalde resultaten van een aantal programmaonderdelen.
 
14.30 uur Inloop 
15.00 uur Welkomstwoord Gedeputeerde Gerrit Jan Kok
Provincie Overijssel
15.10 – 15.30 uur Lancering CO2 footprint-calculator ‘Econaut’ Erwin van der Linden
projectmanager EICB
15.30 – 16.00 uur Lancering e-learning module VoortVarend Besparen Helen van Willenswaard
projectmanager Onderwijs Centrum Binnenvaart
16.00 – 16.30 uur Voortgang Maatwerk voorlichting verladers in Overijssel Miranda Volker
logistiek adviseur, Bureau Voorlichting Binnenvaart
16.30 – 17.00 uur Presentatie vlootanalyse en potentiële pilots in de provincie Overijssel Bas Kelderman
projectmanager EICB
17.00 uur Slotwoord en afsluiting Khalid Tachi
directeur EICB
Vanaf 17.00 uur Netwerkborrel Mogelijkheid tot rondleiding over de terminal
 
Aan deelname zijn geen kosten verbonden.

Aanmelden kan via www.EICB.nl/Overijssel  of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


BVB biedt maatwerk in Provincie Overijssel

logo BVB

Het Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB) heeft in samenwerking met EVO een opdracht gekregen om in de provincie Overijssel de lokale verladers te benaderen en te kijken of en hoe zij hun goederen over water kunnen vervoeren. Een mooie kans voor de binnenvaart om in contact te komen met nieuwe bedrijven en extra modal shift naar het water te realiseren. Voor dit project is het BVB een samenwerking aangegaan met verladersorganisatie EVO. Zij hebben in de regio al veel contacten bij bedrijven die nog geen gebruik maken van het water, zodoende kunnen zij deuren openen. De logistieke binnenvaartadviseurs van het BVB kunnen daar waar de deur open is gezet hun werk doen om een daadwerkelijke modal shift te realiseren.
Alle verladers in de regio waarvoor vervoer over water op het eerste gezicht potentie biedt, 180 in totaal, zijn door het BVB en de EVO in beeld gebracht en het merendeel is inmiddels proactief benaderd. Rond de 27 partijen hebben aangegeven geïnteresseerd te zijn in een inventariserend gesprek.
Met 11 bedrijven zijn inmiddels ook al concrete gesprekken gevoerd, waarvan er 9 ook echt serieus potentie bieden om per binnenschip te gaan vervoeren. Goederenstromen die potentie lijken te hebben zijn bijvoorbeeld losse pallets, containers en poederstoffen. Voor al deze serieus potentiele bedrijven wordt een uitgebreide business case op maat opgemaakt om de mogelijkheden in kaart te brengen. De ultieme uitkomst is de daadwerkelijke opstart van een pilot. Het project loopt tot eind 2015.
 
Het BVB en de EVO werken binnen het project nauw samenwerken met de belangrijke binnenvaartregio’s in Overijssel: Zwolle-Kampen-Meppel, Port of Twente en Deventer/Stedendriehoek. Door een bundeling van expertise, kennis en netwerk kan een optimaal resultaat behaald worden.
 
Het BVB hoopt middels Maatwerk vele verladers een stapje verder naar het water te brengen. De logistiek adviseurs zetten zich hier al jaren voor in, en met succes! Projecten als deze dragen hier aan bij.

Naar boven


Ga naar boven