Nieuwsbrief 2014 - 09


Per 1 januari 2015 moet verantwoordelijke schipper tevens ADN-deskundige zijn

In het ADN staat dat de verantwoordelijke schipper tevens ADN-deskundige moet zijn. Verder moet aan boord van tankers de verantwoordelijke schipper in het bezit zijn van een ADN-gas- of chemiecertificaat wanneer een G- of C-tanker nodig is voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen. Voor deze regels is een overgangsvoorschrift afgesproken tot 31 december 2014.
 
Met dit artikel informeren we u over een aantal regels uit het ADN waarvan eind van dit jaar een overgangsvoorschrift afloopt. Voor de opleiding en verantwoording van de bemanning aan boord van schepen kan deze informatie van belang zijn.
 
Vanaf 1 januari 2015 moet de verantwoordelijke schipper ADN-deskundige zijn
De overgangsvoorschriften (ADN-randnummer 1.6.8) gelden voor de bepalingen in het ADN die gaan over de deskundige aan boord en de structuur van de opleiding. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2015 tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen de verantwoordelijke schipper een ADN-diploma (conform ADN-randnummer 8.2.1.2) moet hebben.
 
WMSVerder moet de verantwoordelijke schipper van een tanker:
  • tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen waarvoor in hoofdstuk 3.2, Tabel C, kolom (6) een tankschip van het type G is voorgeschreven, deskundige als bedoeld in 8.2.1.5 zijn (ADN G-certificaat),
  • tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen waarvoor in hoofdstuk 3.2, Tabel C, kolom (6) een tankschip van het type C is voorgeschreven, deskundige als bedoeld in 8.2.1.5 zijn (ADN C-certificaat).
 
Wanneer de schipper, die aangewezen is als verantwoordelijke, zijn (wettelijke) rust geniet, is het niet zo dat er een andere schipper aan boord ook ADN-deskundige moet zijn. Dit is zo in ADN Committee afgesproken.
 
Verantwoordelijkheid vervoerder
Het is de verantwoordelijkheid van de vervoerder om te bepalen welke schipper aan boord de verantwoordelijke schipper is en deze keuze in een document aan boord vast te leggen. Indien hieromtrent niets is bepaald, is het voorschrift op elke schipper van toepassing!
In afwijking van het bovenstaande is het voor het laden en lossen van gevaarlijke goederen in een duwbak voldoende dat de persoon die voor het laden en lossen en voor het ballasten van de duwbakken verantwoordelijk is, beschikt over de in 8.2.1.2 voorgeschreven deskundigheid.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Online training Veiligheid nu beschikbaar!

Presentatie tijdens de Themabijeenkomst ADN 2015
 
Onderwijscentrum Binnenvaart (OCB) presenteert met trots de nieuwe training Veiligheid, een training gericht op het vergroten van de kennis maar ook van de bewustwording rond veiligheid aan boord.
Uit verschillende hoeken in de bedrijfstak leefde het idee om medewerkers op een moderne manier bij te scholen op het gebied van veiligheid. De vraag voor het ontwikkelen kwam uiteindelijk via de Commissie Gevaarlijke Goederen bij het Onderwijscentrum Binnenvaart terecht. Resultaat is deze online training Veiligheid.
De training is een zelfstandig te doorlopen e-learning met duidelijke instructiefilms. Voor deze filmpjes heeft Interstream Barging de draaiboeken geschreven waarbij regelmatig is afgestemd met de commissie Gevaarlijke goederen. Zo is een training ontwikkeld, door en voor de sector, met voorbeelden die direct uit de praktijk komen en zo aansluiten bij het werk aan boord.
Er is begonnen met het ontwikkelen van modules rondom de thema’s Reddingsvest, Val- en stootbeveiliging en Besloten ruimtes.
  • De cursus ‘reddingsvest’ behandelt hoe je de gevaren van verdrinking en onderkoeling zoveel mogelijk uit de weg kunt gaan.
  • De cursus ‘val- en stootbeveiliging’ gaat in op het zoveel mogelijk voorkomen van vallen en stoten aan boord.
  • In de cursus ‘besloten ruimtes’ leer je meer over hoe je de gevaren van besloten ruimtes zo goed mogelijk kan analyseren en hoe je hier het beste mee om gaat om bijvoorbeeld vergiftiging of zuurstofgebrek te voorkomen.
De thema’s zijn zelf weer in drie casussen opgedeeld die de werknemer zelfstandig kan doorlopen. Elke casus eindigt met een praktijkopdracht die aan boord uitgevoerd moet worden. In de praktijkopdracht wordt de opgedane kennis getoetst in de praktijk. Het doel van deze opdrachten is de verbinding naar de praktijksituatie te vergroten. De opdrachten worden aan boord van het schip uitgevoerd en zetten zo ook aan tot nadenken. Hoe kan je als medewerker aan boord van ‘jouw’ schip de situatie nog veiliger maken.
 
Meer informatie over deze training op www.binnenvaartacademie.nl. Benieuwd naar de mogelijkheden voor uw organisatie? Neem dan contact op met Onderwijscentrum Binnenvaart: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of tel.: 010 - 414 22 66.
 
De e-learningmodules werden gepresenteerd tijdens de Themabijeenkomst “ADN 2015”.

Naar boven


Ontwikkeling ADN-app, een mooi initiatief van Beurtvaartadres en CBRB

Beurtvaartadres en het CBRB zijn een samenwerking aangegaan voor de ontwikkeling van een ADN-app.
Voor het wegvervoer is door Beurtvaartadres al een ADR-app ontwikkeld. Vanuit de markt, van zowel vervoerders maar ook van handhavers en het havenbedrijfsleven, werd verzocht om de ontwikkeling een vergelijkbare app voor de binnenvaart. Een dergelijke tool zou handig kunnen zijn voor schippers, planners, inspectie, veiligheidsadviseurs, medewerkers, etc. Samen met het CBRB wordt nu gewerkt aan een ADN-app.
 
ADN-app in de praktijk
De ADN-app is bedoeld voor snelle toepassing van de ingewikkelde ADN-materie. Op basis van ladinginformatie, de UN-nummers, geeft de app toegang tot praktische zaken als etikettering, bijkomende gevaren, samenladingsverboden, de vullingsgraad, de juiste tekst op vervoersdocumenten en veiligheidsvoorschriften.
 
Modulaire opbouw
De basisinformatie in de ADN-app is gratis en kan iedereen raadplegen. Daarbuiten is de app modulair opgebouwd met clusters van gevaarlijke stoffen. Tegen betaling kunnen gebruikers specifieke functionaliteiten toevoegen aan de app. Er is rekening gehouden met de wensen van verschillende belanghebbenden, zoals veiligheidsadviseurs, afzenders, vervoerders, schippers, vullers en handhavers.
 
Lancering ADN-app
De app zal worden gelanceerd in januari 2015. Tijdens de themabijeenkomst ADN 2015 op 26 september laat Beurtvaartadres in een stand zien hoe de ADR-app werkt. Deelnemers van de bijeenkomst en belangstellenden kunnen meedenken over behoeften en functionaliteit vanuit gebruikers van de ADN-app.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Einde aan onduidelijke regels binnenvaartvervoer reefers & gevaarlijke stoffen

Positieve reactie ADN-Safety Committee op wijzigingsvoorstel CBRB en Transafe
 
De binnenvaart vervoert al jaren op een veilige manier koelcontainers, ook wel reefers genoemd. Deze vervoersstroom groeit, evenals het vervoer van gevaarlijke stoffen in containers. De combinatie van de ontstekingsbron aan de reefer en gevaarlijke stoffen in containers heeft de laatste jaren tot interpretatieverschillen van regelgeving geleid. Het gaat om een tegenstrijdige passage in het ADN rond het vervoer van gevaarlijke stoffen en reefers in een schip. Daardoor is er bij handhaving diverse malen verbaliserend opgetreden.
 
Op initiatief van Nederland en Duitsland heeft de ADN-werkgroep “Explosieveiligheid” de bestaande relevante voorschriften uit het ADN doorgenomen. Geconcludeerd werd dat deze voorschriften niet eenduidig zijn, en een grondige verbetering behoeven.
Het CBRB heeft samen met Transafe een wijzigingsvoorstel gemaakt. Doelstelling was een einde maken aan onduidelijke regels. Er zijn mogelijkheden beschreven om gevaarlijke stoffen en reefercontainers veilig aan boord van een schip te vervoeren. Hierbij is ook gekeken hoe het in de zeevaart is geregeld. In het nieuwe voorstel is geregeld welke afstanden er moeten zijn in de stuwvoorschriften tussen ADN-goederen met bepaalde en genoemde gevarenklasse t.o.v. reefers, als mogelijke ontstekingsbron. De voorgestelde wijzigingen betreffen ADN 7.1.3.51.3 Elektrische inrichtingen en ADN 7.1.4.4 Samenladingsverbod.
 
Het voorstel is eind augustus gepresenteerd aan het ADN-Safety Committee. Hiervoor is in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Milieu dit animatiefilmpje gemaakt en gepresenteerd in Genève. Er is positief op deze verbetering van ADN-regels gereageerd. Naar verwachting zal de wijziging in het ADN 2017 komen.
 
CBRB: Nu al anticiperen op nieuwe regelgeving
Hoewel de nieuwe regels pas in 2017 in zullen gaan, pleit het CBRB ervoor om eerder volgens de verbeterde regelgeving te werken. Landen zouden bijvoorbeeld afspraken kunnen maken in een multilaterale overeenkomst.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Aanvullend onderzoek geluid in binnenvaartschepen

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft aan de combinatie DPA Cauberg-Huygen, Level Acoustics en Rubber Design opdracht gegeven tot de uitvoering van een onderzoek naar geluidniveaus in binnenvaartschepen. Het gaat hierbij om schepen die gebouwd zijn vóór 1976 en varen op de Rijn. Een in 2013-2014 uitgevoerd verkennend onderzoek wijst uit dat de geluidniveaus vaak te hoog zijn. Het vervolgonderzoek dient niet alleen te verifiëren of de conclusies uit het verkennend onderzoek juist zijn, maar ook om inzicht te geven in de kosten van geluidreducerende maatregelen en of de geluidnorm flexibel kan worden toegepast. Het onderzoek is begin 2015 gereed.
 
Kan aan geluidseisen worden voldaan?
De brancheorganisaties voor de binnenvaart hebben aangegeven dat het voldoen aan de geluideisen kan leiden tot technische en/of financiële knelpunten. Volledigheidshalve merken we op dat het hier de overgangstermijn betreft voor schepen met een Rijncertificaat en gebouwd voor 1 april 1976. Eerder informeerden we u dat deze overgangstermijn is verschoven van 2015 naar 2020.
Het in 2013-2014 door TNO en Level Acoustics  uitgevoerde vooronderzoek bevestigt het beeld dat er problemen zijn met het voldoen aan de geluidseisen. Tegen die achtergrond heeft het ministerie opdracht gegeven voor het aanvullend onderzoek.
 
Onderzoek
De resultaten uit het vooronderzoek maken duidelijk dat vooral in de woon- en slaapvertrekken te hoge geluidniveaus optreden. Er zullen geluid- en trillingsmetingen worden uitgevoerd op de volgende categorieën schepen:
  • Spits
  • Dortmunder
  • Container (Rijn-Herne)
  • Kraanschip
  • Sleep/duwboot
  • Passagiersschip
Een aantal CBRB-leden hebben hun medewerking aan het onderzoek toegezegd.
 
De gemeten geluidniveaus worden beoordeeld en samen met de resultaten van de trillingsmetingen gebruikt worden om de maatgevende geluidbronnen van het schip te bepalen. Onderzoekers kijken ook naar mogelijke geluidreducerende maatregelen en de kosten hiervan. Rubber Design heeft veel ervaring met het stiller maken van schepen.
 
Naast deze technische onderzoeken besteden de onderzoekers ook aandacht aan de normstelling. Is het onder voorwaarden mogelijk om flexibel om te gaan met de geluideisen? Dit kan bijvoorbeeld door de geluideisen alleen toe te passen op de slaaplocatie en niet op de hele ruimte. De hiervoor benodigde maatregelen zijn dan goedkoper dan maatregelen voor het hele slaapvertrek.
 
Het onderzoeksteam bestaat uit DPA Cauberg-Huygen, Level Acoustics en Rubber Design. Deze bundeling van krachten staat garant voor ervaring, expertise en voldoende capaciteit om het onderzoek binnen de gestelde termijn uit te voeren.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Brandblussers aan boord van binnenschepen

In dit artikel wordt uitleg gegeven over de interpretatie van artikel 10.03 van het Reglement Onderzoek Schepen Rijn (ROSR).
Geassocieerd lid van het CBRB, Dräger Marine & Offshore (voorheen Unisafe Marine Firefighting & Safety Equipment) legt in dit artikel uit welke brandblussers aan boord zijn toegestaan.
 
Welke brandblussers schrijft het ROSR voor?
Volgens artikel 10.03, zijn poederblussers, met een brandklasse A, B en C*, goedgekeurd. Deze dienen dan wel een inhoud te hebben van minimaal 6 kg.
Indien het schip niet is voorzien van een vloeibaar gasinstallatie, zijn ook AFFF(schuim)-AR(alcohol bestendig)-brandblussers toegestaan. Het blusmiddel dient ook voorzien te zijn van een vorstbestendige vloeistof waardoor de blusser geschikt is voor gebruik tot -20°C. De inhoud dient 9 liter te zijn. Het toevoegen van een vorstbestendige vloeistof, en dat het schuim alcohol bestendig moet zijn, zorgt voor een fors hogere aanschafprijs.
 
Naast de bovengenoemde brandblussers zijn ook gewone AFFF(schuim)brandblussers toegestaan. Dan wel op voorwaarde dat deze geschikt zijn voor de brandklasse welke in de ruimte waar de brandblusser voor bestemd is, het meest relevant is.
Dit houdt in dat over het algemeen in stuurhuizen, woningen en machinekamers het plaatsen van deze AFFF(schuim)brandblussers geen belemmering mag zijn. Gezien het feit dat deze brandblussers een brandklasse A en B hebben mogen ze echter niet bij vloeibaar gasinstallaties gehangen worden.
Een AFFF(schuim)brandblusser moet een inhoud hebben van 9 liter.
Gezien het feit dat deze niet vorstbestendig zijn, mogen ze niet in vorstgevoelige ruimtes gemonteerd worden
 
Ook is het ook toegestaan om CO2 brandblussers te monteren. Echter zijn hier een aantal extra eisen aan verbonden. Deze mogen enkel gebruikt worden voor het bestrijden van branden in keukens en elektrische inrichtingen. De inhoud van deze brandblussers mag echter niet meer dan 1 kg voor iedere 15 m3 bedragen. Gezien het feit dat CO2 brandblussers enkel verkrijgbaar zijn met een inhoud van 2 en 5 kg moet de ruimte waar deze voor bestemd zijn minimaal 30 m3, respectievelijk 75 m3 bedragen.
 
In het ROSR staat tevens geschreven dat elke brandblusser geschikt moet zijn voor het blussen van branden van 1000 Volt. Elke brandblusser welke in Nederland op de markt gebracht wordt, is geschikt om deze voltage te blussen op een afstand van minimaal 1 meter.
 
Verder omschrijft het ROSR precies waar in ieder geval een brandblusser dient te zijn gemonteerd:
  • In het stuurhuis;
  • In de nabijheid van ieder toegang van dek naar de verblijven;
  • In de nabijheid van iedere toegang tot niet van de verblijven toegankelijke bedrijfsruimten waarin zich verwarmings-, kook, of koelinstallaties bevinden, die op vaste of vloeibare brandstoffen werken dan wel op vloeibaar gas;
  • Bij iedere toegang tot machinekamer of ketelruimte;
  • Op een geschikte plaats benedendeks in machinekamers of ketelruimen, zodanig dat nooit meer dan 10 meter gelopen hoeft te worden om een brandblusser te bereiken.
Het ADN omschrijft dat minimaal twee brandblussers extra aan boord moeten zijn. Deze moeten geschikt zijn voor de bestrijding van branden van de gevaarlijke stoffen welke vervoerd worden.
 
Samenvatting
  • Poederblussers (brandklasse A,B, en C) met een inhoud van 6 zijn overal toegestaan.
  • AFFF(schuim)brandblussers (brandklasse A en B) zijn enkel toegestaan voor gebruik en montage binnen, op voorwaarde dat er geen gevaar is voor gasbranden (bandklasse C). Buiten mogen AFFF(schuim)brandblussers gemonteerd zijn, maar dan wel op voorwaarde dat deze tot 20°C beveiligd zijn en voorzien zijn van een AR (alcohol bestendige) vulling.
  • CO2 brandblussers mogen alleen in het stuurhuis en bij elektrische installaties worden gemonteerd. Houdt wel rekening dat er per kilogram CO2 minimaal 15 m3 omgevingslucht dient te zijn
 
Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande nog vragen hebben over brandbestrijdingsmaterialen kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. van Dräger Marine & Offshore
 
*brandklasse A: vaste stofbranden
  brandklasse B: vloeistofbranden
  brandklasse C: gasbranden

Naar boven


Uitnodiging CEF Transport/TEN-T Infodag 29 oktober 2014

Op 29 oktober 2014 organiseert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Milieu de CEF Transport/TEN-informatiebijeenkomst. Deze bijeenkomst is bedoeld voor overheden, brancheorganisaties, semipublieke organisaties, NGO's en het bedrijfsleven.
Tijdens deze Infodag wordt uitgebreid ingegaan op het financieringsinstrument Connecting Europe Facility en het Trans-European Network - Transport. Er zal aandacht zijn voor de inhoud, het proces en de spelregels van de eerste call for proposals, die op 11 september 2014 is geopend, om tot zoveel mogelijk succesvolle projectvoorstellen uit Nederland te komen. Daarnaast is er voldoende ruimte voor netwerken.
 
Over CEF Transport/TEN-T
Met subsidies vanuit het CEF/TEN-T-programma stimuleert de Europese Unie projecten die het vervoersnetwerk binnen de Europese Unie verbeteren. Het programma heeft als doel om binnen de Unie tot één grensoverschrijdend hoofdnetwerk te komen voor het vervoer over land, water en door de lucht. Er is bijna 12 miljard euro beschikbaar in de periode van 2014 tot 2020.
Tijdens de Infodag worden de volgende workshops gehouden:
  • Geluidsreductie treinen en reductie van spoorlawaai
    Welke maatregelen zijn mogelijk om de geluidoverlast voor mensen die dicht langs het spoor wonen op een kosteneffectieve wijze reduceren, om verdere groei op het spoor te realiseren?
     
  • Transport innovatie/samenloop met Horizon2020
    Welke innovaties kunnen onder CEF Transport/TEN-T en welke bij innovatieprogramma’s als Horizon2020?
     
  • De Europese ambitie van internationaal multimodaal goederenvervoer
    De kansen van provinciale/regionale projecten om TEN-T ondersteuning te krijgen.
     
  • Financieringsinstrumenten (Engels gesproken)
    Een overzicht van mogelijkheden om marktkapitaal, dat nodig is het hoogwaardige trans-Europese vervoersnetwerk te realiseren, te mobiliseren.
     
  • Corridors en gebiedsontwikkeling
    Behalve optimalisering van de transportcorridors biedt CEF Transport voor regio's en steden gelegen aan de corridors een belangrijke stimulans om samen te werken op het gebied van innovatie, kennisuitwisseling maar ook cultuur en toerisme. Hoe pak je dat aan?
Via deze website kunt u zich aanmelden.
 
Voor meer informatie kunt u terecht de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Ook kunt u bellen met: de heer Lambert Smeets, tel. 088 - 602 25 96 en/of de heer Wim Vergeer, tel. 088-602 26 95

Naar boven


Snelheidslimiet binnenvaart Rotterdam vanaf 1 oktober 2014

In 2011 werd de binnenvaart geconfronteerd met de bekendmaking van een beperking van de vaarsnelheid in Rotterdam op bepaalde plaatsen. De maatregel was een gevolg van de in 2008 gemaakte afspraken die nodig waren voor de aanleg van Maasvlakte II. Inmiddels zijn er na overleg nieuwe verkeerbesluiten opgesteld. Hierin staan acceptabele uitgangspunten op het gebied van nautische veiligheid.
 
Vanaf 1 oktober 2014 geldt op een deel van de Nieuwe Maas en een deel van het Hartelkanaal een dynamische maximale snelheid voor de binnenvaart van 13 kilometer per uur. De voorlopige einddatum van de snelheidsbeperking staat op 1 januari 2025. De maatregel geldt op de volgende trajecten:
  • De Nieuwe Maas ter hoogte van Noordereiland, over een lengte van 4 km (km-raai 998 tot km-raai 1002).
  • Het Hartelkanaal tussen kruising Hartelkanaal/Oude Maas en Harmsenbrug, over een lengte van ca. 10km.
De dynamische snelheid geldt alleen voor binnenschepen bestemd voor vervoer van goederen. De maatregel vervalt bij een windkracht van 6 of hoger op de schaal van Beaufort, gemeten bij het meetpunt Geulhaven.
 
Snelheid ten opzichte van het water
Op beide trajecten geldt een maximale vaarsnelheid van 13 km/u ten opzichte van het water. De actuele gemiddelde stroomsnelheid wordt telkens omgerekend naar een toegestane vaarsnelheid ten opzichte van de grond in oostelijke en westelijke richting (op- en afvaart).
 
Waar is snelheidsinformatie te vinden?
De actuele toegestane vaarsnelheid ten opzichte van de grond voor de op- en afvaart en aanvullende informatie is te vinden via de website: www.portofrotterdam.com/vaarsnelheid
Er is ook een mobiele webpagina waarop de actuele toegestane vaarsnelheid wordt gepubliceerd: www.portofrotterdam.com/m-vaarsnelheid.
De actuele vaarsnelheden zijn vanaf 1 oktober beschikbaar.
Het besluit is vastgelegd in verkeersbesluiten Nr. 2014/24077 (Nieuwe Maas) en Nr. 2014/24078 (Hartelkanaal) die in de Staatscourant zijn gepubliceerd. Tevens is de scheepvaart geïnformeerd middels deze Bekendmaking aan de Scheepvaart nr. 134/2014.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Stand van zaken herziening voorschriften passagiersschepen

Al eerder (in januari, april en juli 2014) hebben wij u geïnformeerd over de herziening van de voorschriften voor passagiersschriften.
 
Na een opzet te hebben gemaakt voor een nieuwe, logischer indeling van Hoofdstuk 15, is er begonnen met het één voor één doornemen van alle voorschriften: wat kan ongewijzigd blijven, wat moet aangepast worden en hoe dan, waar moet wellicht een duidelijker onderscheid tussen hotel- en dagpassagiersschepen aangebracht worden?
 
Inmiddels zijn op die manier ook de voorschriften voor vluchtwegen, brandpreventie en –bestrijding, en alarmeringen uitgebreid doorgenomen. De voorschriften voor de electrische installaties op passagiersschepen zijn even ‘geparkeerd’ in afwachting van de wijziging van Hoofdstuk 9 van het ROSR, dat de algemene voorschriften voor elektrische installaties, ook voor vrachtschepen, bevat.
 
Voorgesteld wordt, om alle voorschriften voor passagiers met een verminderde mobiliteit in een apart artikel onder te brengen.
 
Het streven is er op gericht om vóór het eind van 2014 het hele Hoofdstuk 15 doorgewerkt te hebben en de eerste resultaten tegen die tijd met u te kunnen delen.
 
UW INPUT BLIJFT WELKOM!
  • Bij welke voorschriften treden knelpunten op? Zowel bij verlenging van het Certificaat van Onderzoek, als bij nieuwbouw.
  • Welke voorschriften ervaart u in de praktijk als onzinnig / overbodig, en waarom?
  • Welke voorschriften zijn misschien juist te licht c.q. niet meer van deze tijd?
LET OP: Hoewel het gaat om de herziening van hoofdstuk 15 van het ROSR c.q. hoofdstuk 15 van Bijlage II van Richtlijn 2006/87/EG, zal deze herziening mogelijk ook consequenties hebben voor passagiersschepen die vallen onder nationale wetgeving (zoals Amsterdamse rondvaartboten, veerboten en veerponten). Ook deze categorieën schepen zullen te zijner tijd derhalve betrokken moeten worden.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


BTW-tarief voor veerdiensten

In de CBRB-nieuwsbrief juli 2014 en in de LVP-nieuwsbrief zomer 2014 hebben wij u geïnformeerd over het feit dat het LVP en CBRB, gezamenlijk met de VEEON, hebben weten te realiseren dat de BTW-vrijstelling gehandhaafd blijft, en dat voor veerdiensten die wél BTW over de vervoersbewijzen rekenen het lage BTW-tarief van 6% op het vervoer van fietsen en auto’s in stand zal blijven.
 
Het feit dat er andere vervoerders zijn die met goedkeuring van het ministerie het lage BTW-tarief toepassen (Nederlandse Spoorwegen), heeft een belangrijke rol gespeeld (gelijke behandeling) bij het besluit door het ministerie van Financiën.
 
Inmiddels is de formele bevestiging van dit besluit ontvangen in de vorm van een “toelichting op Tabel I”. Het besluit is op 15 september in de Staatscourant gepubliceerd, en in werking getreden op 16 september. Dit is een toelichting op alle posten die in aanmerking komen voor het verlaagde BTW-tarief, en veerdiensten vallen onder post B9. “De post is van toepassing op het vervoer van personen inclusief het vervoermiddel dat zij bij zich hebben tijdens het vervoer.” Hiermee is dus formeel geregeld dat zowel auto’s als fietsen onder het verlaagde BTW-tarief vallen.
 
Bijgevoegd vindt u de relevante pagina’s uit de officiële publicatie in de Staatscourant. Mocht u de gehele publicatie willen ontvangen (98 pagina’s, 7 MB), of meer informatie wensen, neemt u dan even contact op.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Verantwoordelijkheid bij het stackeren van containers

De afgelopen maanden is bij zowel APMT als ECT de kwestie van de verantwoordelijkheid voor het stackeren aan de orde geweest. APMT is van mening dat het (4- of 5-hoog) stackeren in de huidige situatie veelal niet op een veilige wijze gebeurt en is bereid om dit als extra (betaalde) dienstverlening te verrichten. Ook ECT is bereid om tegen betaling het stackeren te verrichten met behulp van een stackerflat.
 
Het CBRB heeft daarom uitgezocht hoe de verantwoordelijkheid voor het stackeren wettelijk geregeld is. Hieruit blijkt (zie bijgevoegde memo) dat de verantwoordelijkheid ligt bij de afzender / ontvanger. De schipper en de (deepsea-) terminal zijn beiden noch afzender, noch ontvanger. Zowel de schipper als de deepseaterminal handelen in opdracht van een andere partij (respectievelijk de barge operator en de deepsearederij), die echter evenmin afzender of ontvanger zijn.
 
De vraag wie dus in de dagelijkse praktijk van de containerbinnenvaart dient te zorgen voor het stackeren en hoe dit dient te gebeuren, is hiermee de facto nog niet beantwoord.
 
Wij zijn ondertussen benieuwd naar uw zienswijze.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Ronde tafel modernisering bemanningseisen

Regelmatig hebben wij de afgelopen tijd bericht over de - door de EBU en het CBRB dringend gewenste - modernisering van de thans geldende bemanningseisen en vaar- en rusttijden. Het inzicht dat het hoog tijd wordt voor een modernisering van de verouderde bepalingen is nog niet in alle CCR-lidstaten evenzeer doorgebroken. Op 5 november wordt echter een belangrijke stap gezet om de neuzen van alle ‘stakeholders’ in dezelfde richting te krijgen. Dan organiseert de CCR een ronde tafel bijeenkomst om de problemen met betrekking tot de bemanningseisen op internationaal niveau te bespreken. Het feit dat de bestaande controlemiddelen (vaartijdenboek en dienstboekje) verouderd en fraudegevoelig zijn wordt reeds door de CCR onderkend en separaat behandeld in overleg met de Europese Commissie. Voor de ronde tafel zijn de volgende gespreksthema’s geagendeerd:
 
  1. Technische ontwikkelingen sinds de introductie van de huidige regelgeving
  2. Ontwikkeling van de vloot in relatie tot eisen aan de bemanningssamenstelling
  3. Eisen aan de bedrijfsvoering in relatie tot exploitatiewijzen en vaar- en rusttijden
  4. Instroom en opleiden van nieuw personeel
Op uitnodiging van de Nederlandse delegatie zullen twee vertegenwoordigers van het CBRB, de heren A.B. de Velde en P. van Mastricht, aan deze bijeenkomst deelnemen. Voorafgaand zal de inbreng vanuit het CBRB nog in de Sociale Commissie besproken worden.
 
De algemene punten van kritiek op de bestaande regelgeving, zoals de rigiditeit en het feit dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de moderne uitrusting van schepen, zijn ons vanzelfsprekend bekend. Verder zijn alle belangrijke knelpunten, zoals de vereiste vaarervaring voor de functies van matroos en schipper, de noodzakelijkheid van een derde patenthouder op grote motorschepen in de B-vaart, het stilliggen bij de wisseling van exploitatiewijze en de waarde van de functies van volmatroos en matroos-motordrijver, ons bekend uit de inventarisatie die het ministerie van I&M in 2012 heeft gemaakt.
Mocht u echter nog voor specifieke problemen (of, beter nog, de wijze waarop die problemen kunnen worden opgelost!) onze aandacht willen vragen, dan vernemen wij graag van u, bij voorkeur door middel van een e-mail waarin tevens de relevante argumenten zijn aangegeven. Wij zullen uw reactie dan bij de voorbereiding in de Sociale Commissie betrekken.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Bezwaren tegen Mindestlohngesetz

In Duitsland wordt met ingang van 1 januari 2015 een wettelijk minimumloon van € 8,50 per uur van kracht. Naast een verplicht minimumloon introduceert het zogeheten Mindestlohngesetz echter ook aanzienlijke administratieve lasten voor ondernemers in de binnenvaart en de logistieke keten. Deze wet geldt niet alleen voor Duitse werkgevers, maar ook voor buitenlandse werkgevers die in Duitsland werkzaamheden laten verrichten of diensten uitvoeren. Voor de betaling van het minimumloon kan niet alleen de werkgever, maar ook de opdrachtgever aansprakelijk gesteld worden.
 
Meld- en informatieplicht voor buitenlandse werkgevers
Buitenlandse werkgevers moeten de inzet van werknemers in Duitsland vooraf, schriftelijk en in de Duitse taal melden en uitgebreide informatie over de werknemers (ook wanneer zij in dienst zijn van een uitzendbureau) en hun werkzaamheden verstrekken aan de douaneautoriteiten. Documentatie over hun dagelijkse arbeidstijd moet beschikbaar gesteld en maximaal 2 jaar bewaard worden. Deze verplichtingen gelden bij elke binnenkomst van een schip in het Duitse vaargebied. Overtredingen kunnen worden bestraft met een boete tot € 500.000.
 
Bezwaren
Het behoeft geen betoog dat deze wet in de hele transportwereld grote bezwaren oproept. In brede kring wordt gesteld dat de wet niet verenigbaar is met het Europese recht. Ook de binnenvaart wil in het geweer gekomen: de EBU overweegt een klacht in te dienen bij de Europese Commissie. Uiteraard volgt het CBRB de betreffende ontwikkelingen nauwgezet en houden wij u op de hoogte.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Bureau Voorlichting Binnenvaart stuurt de Keuringsdienst van water langs bij verladers

Goederenvervoer over water, hoe werkt dat eigenlijk? Welke producten kunnen per schip vervoerd worden? In welke hoeveelheden en wie verzorgt deze diensten? Is vervoer over water voor iedere verlader een optie? In de nieuwe informatieve film “Keuringsdienst van water” gaat presentator Johan van Polanen op zoek naar de antwoorden op deze vragen. Een logistieke zoektocht die hem onder andere bij bierbrouwerij Bavaria en vleesverwerker Teeuwissen brengt. Beide ervaringsdeskundigen als het gaat om vervoer over water. De inspirerende film werd in opdracht van het Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB) geproduceerd en is te vinden op de website (www.bureauvoorlichtingbinnenvaart.nl/over/media) of het YouTube-kanaal BVBinnenvaart (youtu.be/tsUlcD0m0z8).
 
Een groeiend aantal bedrijven kiest ervoor om goederen via the Blue Road te vervoeren. Niet alleen voor het vervoer van bulk goederen, maar steeds vaker ook voor fast moving consumer goods en het geconditioneerde vervoer. De logistieke maatwerk-adviseurs van het BVB ondersteunden de afgelopen jaren vele bedrijven met de stap naar het water. Met succes, want in totaal verschoof het team ruim 32.000 vrachtwagenbewegingen van de weg naar het water. Toch ziet het BVB nog veel kansen bij het verladende bedrijfsleven om meer over water te vervoeren. Bijvoorbeeld in het continentale containervervoer. Door gebrek aan kennis en/of tijd bij de verlader om de binnenvaart daadwerkelijk te implementeren in de keten blijven deze kansen vaak liggen.
 
De “Keuringsdienst van water” is dan ook ontwikkeld om het verladende bedrijfsleven te enthousiasmeren en vooral te inspireren voor het vervoer over water. In de mini-documentaire van nog geen 10 minuten wordt de kijker meegenomen in de logistieke processen van een tweetal verladende bedrijven. Zij delen hun ervaringen met hun stap naar het vervoer over water en geven inzicht in de keuzes die zij hierbij maakten. Een verhelderend verhaal dat een opmars mag zijn naar een duurzame keuze voor the Blue Road.
 
Promotie in de toekomst
Het BVB zet zich onafhankelijk als promotieorganisatie namens de gehele bedrijfstak in om de binnenvaart en vervoer over water op de kaart te zetten en te houden, bijvoorbeeld nu met deze film. Dergelijke projecten kunnen ook in de toekomst enkel mogelijk gemaakt worden met voldoende financiën. Het BVB roept de sector dan ook op promotie voor de binnenvaart blijvend mogelijk te maken en bij te dragen.
Ga naar bijdrage.bureauvoorlichtingbinnenvaart.nl voor meer informatie.   

Naar boven


Oprichting IVR-Schadepreventie Commissie

Op 4 september is de nieuwe Schadepreventiecommissie van de IVR opgericht. Onder voorzitterschap van de Belg, Ir. Carlos Maenhout, Managing Director van BMT Surveys Antwerpen, en het vice-voorzitterschap van de Nederlander, Victor van de Lest, Chief Underwriter van Corins Amsterdam, zal zich de nieuwe commissie voortaan richten op schadepreventie in de binnenvaart.
 
De commissie, die bestaat uit vertegenwoordigers van scheepvaart, verzekering en scheepsexpertise uit diverse Europese landen ziet het als haar taak om het bewustzijn van schadepreventie te verhogen en concrete maatregelen te treffen. De nieuwe commissie vloeit voort uit de eerdere Technische Commissie en Avarij Commissie, die de krachten en expertise hebben gebundeld en in de nieuwe samenwerking een slagkrachtigere rol ten aanzien van voorkoming van schade willen spelen. In dit document kunt u de samenstelling van de nieuwe commissie lezen. Zoals u ziet is het CBRB ook vertegenwoordigd.
 
De IVR beschikt reeds over een aantal instrumenten om schades te voorkomen of inzichtelijk te maken en aanbevelingen ter voorkoming te verstrekken. Voorbeelden zijn het Schadepreventieonderzoek (SPO) en het Motorenschaderegistratiesysteem (ERS).

Naar boven


Internationale Binnenschifffahrts Gefahrgut Tagen dit jaar in Rotterdam

SV VeranstaltungenDe Rijn is de rivier die wereldwijd het drukst bevaren wordt. De meeste gevaarlijke goederen worden vervoerd van en naar Rotterdam. Daarom zal de 25e “Internationale Binnenschifffahrts Gefahrgut Tage” in Rotterdam worden gehouden.
Dit is het programma van de bijeenkomsten op 14 en 15 oktober 2014 in Rotterdam.
 
Organisator is Süddeutscher Verlag Veranstaltungen GmbH.
Voor meer informatie kunt u kijken op deze website.
 

Naar boven


Nieuwe leden

Groep Droge Lading:
Novitrans Bevrachtingen B.V.
 
 
Ga naar boven