Nieuwsbrief 2014 - 07


Gang van zaken bij ECT

Al sinds enkele maanden is er bij zowel de ECT-Delta- als de Euromax-terminal sprake van extreme congestie. De vertragingen bedragen soms meer dan zes dagen. 
 
De binnenvaartoperators worden daardoor gedwongen tot zeer hoge kosten voor onder andere de inhuur van extra schepen en voor het elders lossen van containers die vervolgens omgereden moeten worden. De kosten voor dit laatste zijn bovendien extra hoog omdat de containers niet via de interne baan omgereden kunnen worden en noodgedwongen via de openbare weg moeten.
 
De kosten voor de totale containerbinnenvaart van deze congestie zijn becijferd op ongeveer € 70.000 – 80.000 per dag. Dit zijn alleen de directe kosten (extra gasolie, extra truckingkosten, extra scheepshuur, extra overslag op andere terminals, e.d.). Dit betekent dat de containerbinnenvaart, sinds het begin van de huidige vertragingen, al zo’n € 5,5 miljoen aan directe kosten heeft moeten absorberen!
 
Volgens ECT wordt de huidige extreme vertraging vooral veroorzaakt door het feit dat veel deepseaschepen extreem out-of-window zijn, in combinatie met een flink toegenomen volume. Daarnaast is, vanwege de plaatsing van een aantal nieuwe kranen, minder kaderuimte beschikbaar. Hoewel wij begrip hebben voor deze oorzaken, stellen wij tevens vast dat hier weinig nieuws onder de zon is: Er is altijd een aanzienlijk deel van de deepseaschepen out-of-window, het volume fluctueert regelmatig, en door onderhoud (of verstoringen) is er regelmatig minder capaciteit beschikbaar. Wat in dit geval de exceptionele vertragingen veroorzaakt, blijft dan ook onduidelijk.
 
Er zouden diverse maatregelen genomen zijn of worden door ECT om de situatie te verbeteren, maar tot op heden sorteren die maatregelen nog geen effect.
 
LINC, het samenwerkingsverband tussen de CBRB-Ledengroep Container Operators en de VITO, houdt zich intensief met de problematiek bezig.
 
Onlangs heeft ECT een brief verstuurd, eerst aan zijn klanten (de rederijen) en daarna ook aan de barge- en feeder operators, waarin, op naar onze mening ongepaste en schaamteloze wijze, een aantal halve waarheden verkondigd waarbij bovendien het eigen EGS-product nog eens aangeprezen wordt. Dit is voor de barge operators volstrekt onacceptabel. Zodanig onacceptabel zelfs, dat de ontvangst van deze brief reden was om op staande voet een op dat moment plaatsvindende Nextlogic-bijeenkomst te verlaten.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Programma CBRB-themabijeenkomst ADN 2015

banner ADN

Het CBRB en Sdu nodigen u op vrijdag 26 september as. uit voor de ‘themabijeenkomst ADN 2015’. Tijdens deze middag worden de diverse wijzigingen in het ADN 2015 uitgebreid belicht. Wat betekenen de nieuwe regels in de praktijk  voor de schippers, de barge operators, de terminals, en andere stakeholders?
Wij geven u handvatten voor de implementatie van de nieuwe regels in uw bedrijfsvoering. Onder leiding van de bekwame dagvoorzitter François Pruyn gaan gerenommeerde sprekers u, vanuit verschillende invalshoeken, door de complexe materie leiden. Graag delen wij met u nieuwe en interessante ontwikkelingen.
 
Het CBRB heeft bijgedragen met een wijzigingsvoorstel voor het vervoer van Reefers in combinatie met gevaarlijke stoffen. Wij informeren u hier graag over.
Bekwaam en goed opgeleid personeel is belangrijk voor een veilige en professionele binnenvaart. De inhoudelijke bijdrage aan de themabijeenkomst van het OnderwijsCentrum Binnenvaart is dan ook uitermate relevant.
 
Het interessante en veelzijdig programma staat op onze website: www.cbrb.nl/adn
U kunt zich inschrijven via deze website.
Wij hopen u te mogen begroeten op 26 september!
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


CDNI Persmededeling

Voorjaarszitting van de Conferentie van Verdragsluitende Partijen

Straatsburg, 18 juli 2014 – De Conferentie van Verdragsluitende Partijen (CVP) is op 26 juni 2014 onder voorzitterschap van de heer Reutlinger, hoofd van de Zwitserse delegatie, bijeengekomen.
 
Olie- en vethoudend afval: verlaging van de verwijderingsbijdrage voorzien in de loop van 2015
De CVP heeft vastgesteld dat het systeem voor de verwijdering van olie- en vethoudend afval goed werkt. Het netwerk voor de afgifte werd uitgebreid, terwijl het tarief van 7,50 € per 1000 l gasolie sinds 1 januari 2011 kon worden gehandhaafd.
Hoewel rekening moet worden gehouden met een eventuele uitbreiding van het netwerk in de toekomst in functie van de behoefte van de gebruikers en er waarschijnlijk een zekere stagnatie van de verwijderingsbijdrage zal optreden, toont de financiële exploitatie een overschot dat beperkt dient te worden.
In het licht van deze situatie heeft de CVP besloten in de loop van 2015 in principe over te gaan tot een verlaging van de bijdrage. Hoeveel en wanneer deze in werking zal treden, zal worden besloten in december 2014, op voorstel van het Internationale Verevenings- en Coördinatieorgaan (IVC). Bij de herziening zal rekening worden gehouden met de resultaten van aanvullende financiële analyses en de wens van het bedrijfsleven om de hoogte van de bijdrage voor zover mogelijk stabiel te houden.
 
Gasvormige restanten van vloeibare lading: opstelling van nieuwe regelgeving
De CVP heeft kennis genomen van de werkzaamheden die momenteel op basis van het besluit van de CVP van december 2013 gaande zijn om nieuwe regelgeving op te stellen voor de omgang met gasvormige restanten van de lading in het CDNI-Verdrag en zijn bijlagen.
De CVP heeft haar werkgroep verzocht deze werkzaamheden voort te zetten in nauw overleg met de werkgroep GRTS, waarin ook de verschillende stakeholders (waaronder de industrie en het bedrijfsleven) vertegenwoordigd zijn, en begroet het initiatief dat in mei 2014 is genomen om een gemeenschappelijke bijeenkomst over dit onderwerp te organiseren. De werkgroep is verzocht een eerste voorstel uit te werken en in december verslag aan de CVP uit te brengen, waarbij dan tevens zal worden bekeken, welke aspecten nog verder moeten worden uitgediept en waar nader nationaal en internationaal overleg nodig is.
 
Afval van de lading: uitlopen van de overgangsbepalingen op 31 oktober 2014 en publicatie van een gids voor de omgang met afvalstoffen
Het CDNI bevat een algemeen verbod op het inbrengen en lozen van scheepsbedrijfsafvalstoffen en restanten van de lading. De uitzonderingen op dit verbod zijn precies afgebakend.
De overgangsbepalingen voor de verzameling, afgifte en verwijdering van afval van de lading (deel B) komen aan hun einde op 31 oktober 2014.
Om te zorgen voor een goed begrip van de toepasselijke regelgeving en om het uitlopen van de overgangsbepalingen goed te begeleiden, is er een praktijkgerichte gids opgesteld over de omgang met droog en vloeibaar afval van de lading (deel B). De gids is op de eerste plaats bedoeld voor vervoerders, verladers, ontvangers van de lading, ontvangstinrichtingen en schippers, oftewel voor alle personen en instanties die betrokken zijn bij de naleving van het CDNI-Verdrag.
Link naar de gids
 
Overig afval: beschikbaarheid van ontvangstinrichtingen voor het afval van deel C
De overgangsbepalingen voor de verzameling, afgifte en verwijdering van slops en overig scheepsbedrijfsafval, waaronder ook het huisvuil valt, komen aan hun einde op 31 oktober 2014.
De CVP hecht veel waarde aan de voortzetting van de werkzaamheden die in 2012 begonnen zijn en gericht zijn op het in kaart brengen van de inrichtingen voor de inname van “overig scheepsbedrijfsafval” in de zin van deel C van het CDNI. Hieronder vallen onder andere slops, huisvuil en klein gevaarlijk afval. Deze werkzaamheden hebben enerzijds tot doel meer informatie over het inzamelnet en de financiering van de verwijdering in de verschillende verdragsluitende staten te krijgen en zijn anderzijds gericht op een geleidelijke coördinatie en harmonisatie van de afgifteregelingen en inzameling van deze afvalstoffen binnen de context van het CDNI.

De CVP werd geïnformeerd over de wijzigingen van het vrijwillige abonnement in Nederland voor de afgifte van huisvuil en overig scheepsbedrijfsafval langs de nationale waterwegen, die op 1 juli in werking zijn getreden.
Het werd bevestigd dat de afgifte van huisvuil bij de binnenhavens nog steeds mogelijk is zonder dat daar een extra betaling voor verlangd wordt.
 
Status van erkende organisatie toegekend aan Euroshore
De CVP heeft aan Euroshore de status van erkende organisatie toegekend.
 
De volgende vergadering van de CVP zal plaatsvinden op 12 december 2014 onder voorzitterschap van de heer Reutlinger, de vertegenwoordiger van Zwitserland.
 
Het CDNI in het kort (www.cdni-iwt.org)
Het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI) van 9 september 1996 is in werking getreden op 1 november 2009. Tot het verdrag, dat de bescherming van het milieu en met name van het water beoogt, zijn zes landen toegetreden (België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Zwitserland). De regels van het CDNI leggen de nadruk op de afvalpreventie, de verwijdering van het afval door gespecialiseerde ontvangstinrichtingen langs alle vaarwegen, de internationale financiering van deze maatregelen en initiatieven volgens het principe “de vervuiler betaalt” en de controle met betrekking tot de illegale lozingen van het betrokken afval in het oppervlaktewater.

Naar boven


Invoering weegverplichting containers

In de vorige nieuwsbrief heeft u kunnen lezen over de op handen zijnde weegverplichting voor containers. Het gaat hier om een verplichting van de IMO (International Maritime Organisation), die primair geldt voor de verlader: (export-) containers mogen pas aan boord van een zeeschip beladen worden als zij gewogen zijn of als het gewicht op gecertificeerde wijze berekend is.
 
Inmiddels neemt het CBRB deel aan een werkgroep van het ministerie van IenM, waarin gewerkt wordt aan een zo laagdrempelig mogelijke uitvoering van deze verplichting.
 
Als eerste stap wordt er onderscheid gemaakt naar soorten verladers:
  1. ISO- en AEO-gecertificeerde verladers: In de audits zou meegenomen moeten worden wáár in de certificaten opgenomen zou moeten worden dat deze groep verladers ook de juiste containergewichten op moet geven.
  2. Niet-ISO- of AEO-gecertificeerde bedrijven kunnen via een berekening het gewicht van de container aantonen. Hiertoe zal een goede briefing / invulinstructie opgesteld moeten worden. Het is de vraag op welke wijze deze berekening gecertificeerd kan worden. Ook kunnen niet-gecertificeerde bedrijven de containers via een weegbrug laten wegen. Er zijn vele (creatieve) mogelijkheden op weg naar de terminal en in het havengebied. Bedrijven of (inland) terminals zouden wegen als extra faciliteit aan kunnen bieden.
Het CBRB heeft, evenals de andere aanwezige stakeholders, benadrukt, dat de onjuistheid van de containergewichten lang niet altijd een ‘fysiek’ probleem is; vaak zijn de correcte gewichten wel degelijk voorhanden maar komen deze, als gevolg van een organisatorisch / procesmatig probleem, uiteindelijk niet in de juiste systemen of documenten terecht. Alleen een weegverplichting invoeren, zonder dit organisatorisch / procesmatig probleem aan te pakken, zal het probleem van de onjuiste containergewichten in de binnenvaart dus niet oplossen.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Stand van zaken herziening voorschriften passagiersschepen

Al sinds de inwerkingtreding van de huidige voorschriften voor passagiersschepen (hoofdstuk 15 ROSR) is er veel ontevredenheid over deze regelgeving. Nut & noodzaak van diverse voorschriften worden betwijfeld, en ook bij de toepassing ervan doen zich allerlei (interpretatie- en andere) problemen voor. Daarom is een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van het ministerie van IenM (afdeling Beleid), Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), klassebureaus, scheepsbouwsector, en passagiersvaart begonnen aan een herziening van deze voorschriften.
 
Eerdere nieuwsbriefartikelen over dit onderwerp kunt u hier en hier lezen.
 
Allereerst is een opzet gemaakt voor een nieuwe, logischer indeling van het Hoofdstuk 15. Het hoofdstuk wordt beter gestructureerd, waarbij voorschriften die bij elkaar horen ook (meer dan voorheen) bij elkaar staan.
 
Vervolgens zijn wij begonnen met het één voor één doornemen van alle voorschriften: wat kan ongewijzigd blijven, wat moet aangepast worden en hoe dan, waar moet wellicht een duidelijker onderscheid tussen hotel- en dagpassagiersschepen aangebracht worden?
 
Inmiddels hebben wij op die manier de algemene bepalingen en de voorschriften voor de scheepsromp, stabiliteit, vrijboord, en passagiersverblijven en –ruimten uitgebreid doorgenomen.
 
Ook zijn de voorschriften voor en de definitie van “passagiers met een verminderde mobiliteit”, waarover immers veel discussie is, uitvoerig aan de orde geweest.
 
De werkgroep is inmiddels uitgebreid met een expert namens de Franse (overheids-) delegatie. Los van zijn technische expertise, is zijn betrokkenheid ook om strategische redenen van belang: Op die manier zal het gemakkelijker worden om dit onderwerp bij de Centrale Rijnvaartcommissie op het werkprogramma te krijgen, zodat het daadwerkelijk behandeld kan gaan worden.
 
UW INPUT BLIJFT BENODIGD!
  • Bij welke voorschriften treden knelpunten op? Zowel bij verlenging van het Certificaat van Onderzoek, als bij nieuwbouw.
  • Welke voorschriften ervaart u in de praktijk als onzinnig / overbodig, en waarom?
  • Welke voorschriften zijn misschien juist te licht c.q. niet meer van deze tijd?
Alle ammunitie die wij kunnen vergaren om dit onderwerp bij de CCR op het werkprogramma te krijgen, zo concreet mogelijk, is belangrijk en welkom!
 
LET OP: Hoewel het gaat om de herziening van hoofdstuk 15 van het ROSR c.q. hoofdstuk 15 van Bijlage II van Richtlijn 2006/87/EG, zal een dergelijke herziening ook consequenties hebben voor passagiersschepen die vallen onder louter nationale wetgeving (zoals Amsterdamse rondvaartboten en veerboten). Ook deze categorieën schepen zullen derhalve betrokken moeten worden.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Toolbox APMT

In vervolg op de op 16 april gehouden Barge Safety Day (zie hier), organiseerde APMT onlangs een zogenoemde toolboxmeeting met schippers en operationeel APMT-personeel (kraanteams). Diverse barge operators hadden een voor hen varende schipper afgevaardigd naar deze bijeenkomst.
 
De volgende punten zijn besproken:
  1. Verantwoordelijkheid voor het stackeren
  2. Gebruik van het raapstackerbordes
  3. Het dragen van PBM’s door binnenvaartpersoneel
  4. Het aanpakken van trossen tijdens het aanmeren (in relatie tot het dragen van zwemvesten door APMT-personeel)
Afgesproken is, om een Werkgroep Binnenvaart op te zetten, die gaat kijken naar de praktische uitvoerbaarheid van een aantal reeds ingevoerde veiligheidsmaatregelen, en die nieuw in te voeren veiligheidsmaatregelen zal toetsen op uitvoerbaarheid.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Herstel van modaliteiten in de transportsector zet door

Kleine stijging van omzet maar overcapaciteit blijft probleem voor binnenvaart. In het bijzonder de positie van grote droge lading schepen en tankvaart wordt in de rapportage, alhoewel er enige verbetering te bespeuren is, als zorgwekkend gekenschetst.
insights.abnamro.nl/herstel-voor-modaliteiten-zet-door/
Klik hier voor het rapport.
 

Naar boven


Europese Commissie publiceert voorstel werktijdregeling

De Europese Commissie heeft haar lang verwachte voorstel  voor een specifieke regeling van de arbeidstijd in de binnenvaartsector gepubliceerd. De overeenkomst die EBU, ESO en ETF op 15 februari 2012 hebben ondertekend zal daarmee, als de Europese ministerraad het voorstel aanneemt, worden omgezet in een Richtlijn voor de hele EU.
Als lid van de EBU heeft het CBRB - inmiddels ruim 10 jaar geleden - het initiatief genomen om tot een bedrijfstakspecifieke Europese arbeidstijdrichtlijn te komen. Het behoeft dan ook geen betoog dat het CBRB deze noodzakelijke stap verwelkomt.
 
De afgelopen 2,5 jaar heeft de EC alle relevante aspecten van de overeenkomst getoetst; met name is gekeken naar de verenigbaarheid met het Europese recht, het mandaat en de representativiteit van de ondertekenende organisaties, de gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen en de economische en sociale effecten.
In een begeleidend persbericht bestempelt de verantwoordelijke Commissaris László Andor de overeenkomst als voorbeeld van een succesvolle sociale dialoog. Hij acht een regeling op EU-niveau gerechtvaardigd omdat meer dan 75% van het binnenvaartvervoer in de EU internationaal is. De Richtlijn moet van toepassing worden op 31.000 bemanningsleden en ander personeel aan boord en bijdragen aan eerlijke concurrentievoorwaarden in de sector.
 
De regeling houdt onder meer het volgende in:
  • de totale werktijd mag, gemiddeld over 12 maanden, niet meer bedragen dan 48 uur per week,
  • de nachtelijke werktijd mag niet meer bedragen dan 42 uur per week,
  • werknemers hebben recht op tenminste vier weken doorbetaalde jaarlijkse vakantie en door de werkgever betaalde jaarlijkse gezondheidschecks,
  • werknemers hebben recht op tenminste 10 uur dagelijkse rust (waarvan 6 uur ononderbroken) en op tenminste 84 uur wekelijkse rust in totaal.
Sinds 2004 valt de binnenvaart onder de algemene Europese arbeidstijdrichtlijn. Inhoudelijk houdt die richtlijn echter geen rekening met de specifieke omstandigheden van het werken aan boord van een binnenschip, zoals de bijzondere werkroosters die in de bedrijfstak gebruikelijk zijn. Het nu gepubliceerde voorstel ‘vertaalt’ als het ware de Europese arbeidstijdnorm naar de bijzondere werkomgeving waarin bemanningsleden in de binnenvaart functioneren.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


BTW-tarief voor veerdiensten

In 2013 hebben het LVP en het CBRB, gezamenlijk met de VEEON, na discussies met de Belastingdienst c.q. het ministerie van Financiën, kunnen realiseren dat de BTW-vrijstelling gehandhaafd blijft, en dat voor veerdiensten die wél BTW over de vervoersbewijzen rekenen het lage BTW-tarief van 6% op het vervoer van fietsen en auto’s in stand zal blijven.
 
Het feit dat er andere vervoerders zijn die met goedkeuring van het ministerie het lage BTW-tarief toepassen (Nederlandse Spoorwegen), heeft een belangrijke rol gespeeld (gelijke behandeling) bij het besluit door het ministerie van Financiën.
 
De formele bevestiging van dit besluit is echter tot op heden nog niet ontvangen, ondanks meerdere reminders richting het ministerie.
 
Mocht u in de praktijk niettemin geconfronteerd worden met belastinginspecteurs die tóch het hoge BTW-tarief willen (blijven) handhaven, dan verzoeken wij u dit door te geven aan het CBRB-secretariaat.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Nieuwe Ebis vragenlijst voor 2015

De nieuwe Ebis vragenlijst, die met ingang van 1 januari 2015 van kracht wordt, staat op de Ebis website. Deze vragenlijst is te downloaden zodat u zich alvast kunt voorbereiden op de nieuwe lijst.
 
Het belangrijkste doel van Ebis herziening 7 was om de Ebis Inspectie meer fysiek te maken en de Ebis Inspecteur minder tijd te laten besteden aan documentatie. De certificaten die voorheen in de vragenlijst stonden zijn overgezet naar de technische database. In de Ebis Inspectie vragenlijst zijn vragen weggenomen en nieuwe vragen toegevoegd, als gevolg van veranderingen in de wetgeving, innovatie, enz.
 
De database kan nu nog niet ingevuld worden, dit kan pas op 1 januari 2015. Wel zal Pharox op 1 januari 2015 de bestaande technische data overzetten in de nieuwe database zodat de operator alleen de nieuwe data moet invullen vanaf 1 januari. Ook zullen de data van de certificaten die genoemd staan in de vragenlijst, overgezet worden in de technische database.
 
Een maand (en een week) voor het verstrijken van een specifiek certificaat een e-mail alert wordt verstuurd naar de barge operator. Het correct bijhouden van de technische database is de verantwoordelijkheid van de operator.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


CTGG

CTGG-voorlichtingsdag

Op vrijdag 28 november 2014 organiseert de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen (CTGG) haar jaarlijkse voorlichtingsdag. Net als vorige jaren in samenwerking met Sdu, uitgever van Gevaarlijke Lading.

De CTGG houdt zich al ruim zestig jaar bezig met de veiligheid rondom het transport, op- en overslag en laden en lossen van gevaarlijke stoffen. Dit jaar zal o.a. aandacht worden geschonken aan de wijzigingen in de vervoerswetgeving (RID/ADR/ADN/IMDG), het nieuwe omgevingsbeleid en een forumdiscussie over ketenverantwoordelijkheid. Zodra het definitieve programma en de locatie bekend zijn, zal dit op de websites van de CTGG en Gevaarlijke Lading worden geplaatst. Dan kunt u zich daar ook inschrijven voor de CTGG-dag.
Deze vooraankondiging is ook geplaatst op de website van Gevaarlijke lading en de CTGG:

Naar boven


MIT-regeling voor stimulering van samenwerking en innovatie bij MKB-ondernemingen in Topsector Logistiek

In een eerdere nieuwsbrief bent u geïnformeerd over de MIT-regeling voor samenwerkingsprojecten binnen de Topsector Logistiek.
 
Bedrijven in het MKB kunnen tot en met 22 september aanvragen indienen voor R&D-samenwerkingsprojecten binnen de Topsector Logistiek. EZ stelt deze middelen beschikbaar om bij te dragen aan de realisatie van de ambities van de Topsector Logistiek in 2020: Nederland heeft een internationale toppositie (1) in de afwikkeling van goederenstromen, (2) als ketenregisseur van (inter)nationale logistieke activiteiten en (3) als land met een aantrekkelijk innovatie- en vestigingsklimaat voor verladend en logistiek.
 
Het Topteam Logistiek heeft samen met brancheorganisaties en het TKI Logistiek, de inhoudelijke scope vastgesteld waarbinnen de R&D-samenwerkingsprojecten moeten passen. De projecten moeten passen in één van de onderstaande thema’s:
  • Bundelen en modaliteiten (thema: Synchromodaal Transport)
  • (Inter-) nationale handel (thema: Trade compliance and control)
  • Samenwerken in en over de keten (thema: Cross chain control centers)
  • Service logistiek (thema: Service Logistiek)
  • Supply Chain Finance (thema: Supply Chain Finance)
Uit de eerste tranche, die tot 12 mei liep, is € 200.000 over. Dit bedrag is toegevoegd aan de tweede tranche, die tot 22 september loopt, waardoor er voor de tweede tranche in totaal € 1,1 miljoen beschikbaar is.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Coen de Lange van Dinalog (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. / 076 5315300) en met Ritha van de Ruit van de KvK (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. / 06 22198440)

Naar boven


Interpretatie ADN door ILT

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zal, waar het ADN ruimte laat voor interpretatie, een officieel standpunt innemen. Ter informatie verwijzen wij u naar de interpretatie van enkele regels van het ADN op de website van ILT. Tot dusver zijn er interpretaties voor de volgende onderwerpen:
  1. Dampretour;
  2. Toezicht;
  3. Over- en onderdrukventiel.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


E-learning module veiligheid

Het OnderwijsCentrum Binnenvaart presenteert tijdens de themabijeenkomst ADN 2015, georganiseerd door Sdu en CBRB, de e-learning module Veiligheid.
Deze module bestaat uit de drie actuele onderwerpen:
  • Besloten Ruimtes;
  • Reddingsvest;
  • Valbeveiliging.

Samen met de bedrijfstak, o.a. met CTGG en Interstream Barging, zijn deze modules ontwikkeld om medewerkers op een moderne manier bij te scholen. Het resultaat: een zelfstandig door te lopen e-learning met duidelijke instructiefilmpjes.
 
Voor meer informatie kunt u terecht bij: www.binnenvaartacademie.nl

Naar boven


IenM en NVB aan de slag met de Binnenhavenmonitor

De Nederlandse binnenhavens zijn essentiële schakels in de logistieke keten. Ze zijn belangrijke knooppunten en een wezenlijk onderdeel in de achterlandverbindingen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) en de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) zijn er van overtuigd dat beschikbaarheid van cijfers van het economisch belang van het geïntegreerde netwerk van de zeehavens en binnenhavens onontbeerlijk is. IenM heeft recent besloten om op dezelfde wijze als de Zeehavenmonitor de toegevoegde waarde van de binnenhavens in kaart te brengen.

De NVB heeft in 2013 onderzoek laten doen naar de beste methode om het economisch belang van de Nederlandse binnenhavens te monitoren. De resultaten van eerdere onderzoeken staan in de rapporten "Blue Ports: knooppunten voor de regionale economie" en "Blue Ports, de onmisbare schakels". In 2012 was de toegevoegde waarde van de Nederlandse binnenhavens € 13,2 miljard. Met de inzichten van dit soort onderzoeken kunnen Nederlandse binnenhavens op een volwaardige wijze worden meegenomen in het beleid en de besluitvorming. Gekeken is of de huidige studies naar het economisch belang van binnenhavens kunnen worden door ontwikkeld naar een Binnenhavenmonitor. Uit onderzoek bleek dat deze methode volgens experts de toets der kritiek kon doorstaan.

Op dit moment zijn er 3 relevante monitoren: de Maritieme Monitor, de Zeehavenmonitor en de Blue Ports-rapporten van de NVB. Bij het opstellen van de Maritieme Monitor heeft in 2013 al afstemming plaatsgevonden met de Zeehavenmonitor. Een aantal data over zeehavens zijn op die manier meegenomen in de Maritieme Monitor.

Recentelijk heeft IenM opdracht aan Ecorys en de Erasmus Universiteit gegeven om in samenwerking met NVB ook voor het jaar 2013 de Binnenhavenmonitor conform de systematiek van de Havenmonitor in beeld te brengen. Voordelen van deze aanpak is dat er uniforme bronnen worden gebruikt.

Naar boven


Nieuwe leden:

Geassocieerd lid
  • Ovet B.V.
 

Naar boven


CBRB Agenda

Voor (de laatste informatie over) vergaderingen, bijeenkomsten of bijzondere sluitingstijden van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart kunt u de agenda op onze website raadplegen.

Naar boven


Ga naar boven