Nieuwsbrief 2014 - 06


Besluitvorming plenaire voorjaarszitting 2014 van de CCR

Uitstel van de inwerkingtreding van enkele knelpunten overgangsbepalingen ROSR.
In dit eerder geplaatst artikel van de CBRB-Nieuwsbrief hebben we u geïnformeerd over de voorgenomen besluitvorming van de CCR over een aantal overgangsbepalingen in het ROSR. In dit artikel is opgesomd om welke artikelen het gaat. De komende vijf jaar moet worden benut om per bepaling onderzoek doen naar mogelijke alternatieve oplossingen.
Door de CCR en de Europese Commissie is besloten om de termijnen van bepaalde overgangsbepalingen van 2014-2020 te verlengen. De opschorting van de inwerkingtreding van deze bepalingen stelt de delegaties in staat nader onderzoek te doen en alternatieve oplossingen voor te stellen, zonder afbreuk te doen aan het fundamentele doel van een verdere verhoging van de veiligheid in de binnenvaart en voor de bemanning aan boord. Van Europese binnenvaartbrancheorganisaties wordt verwacht een bijdrage te leveren aan onderzoeken digitaal verricht zullen worden. In dit document is te lezen voor welke artikelen de overgangstermijn verlengd is.
 
Lichtdoorlatendheid stuurhuisruiten
De CCR heeft eveneens een wijziging aangenomen van de overgangsbepalingen met betrekking tot de lichtdoorlaatbaarheid van de stuurhuisruiten, waardoor voor bestaande schepen alternatieve maatregelen worden toegelaten. Het gaat om een wijziging van de overgangsbepalingen in art. 24.02, lid 2 ROSR in verbinding met art. 7.02, lid 5 ROSR. Hiermee worden groen getinte stuurhuisruiten met een minimale lichtdoorlatendheid van 60% ook toegestaan. Let op: het gaat hier niet om een wijziging van de regelgeving. Deze blijft bij de eis van een minimale lichtdoorlatendheid van 75%. Het is een wijziging van de overgangsbepaling, die overigens al in 2010 is afgelopen. Zoals u wellicht weet heeft het CBRB enkele jaren geleden een apparaat aangeschaft om de lichtdoorlatendheid van ruiten te meten. Een onderzoek, uitgevoerd door TNO, in opdracht van I&M, heeft ook bijgedragen aan het nu voorliggende wijzigingsvoorstel.
 
Relingplicht
Het huidige tijdelijk voorschrift (Art. 11.02 ROSR) wordt met nog eens drie jaar verlengd. Om het geheugen op te frissen verwijzen we naar dit artikel in een CBRB nieuwsbrief van 2011 en deze publicatie ter implementatie van de CCR-resolutie 2011-1.
Dit betekent dat alle nieuw te bouwen (droge lading) schepen, ook de komende drie jaar aan de relingplicht moeten voldoen. Conform de huidige tekst van de tijdelijke regelgeving is er een overgangstermijn voor bestaande schepen tot de eerste certificering van het schip na 1 januari 2020.
Over drie jaar is actieve besluitvorming nodig. Deze periode moet worden gebruikt om een compromis te vinden, welke voor alle partijen acceptabel is. Op dit dossier is er een enorm grote druk vanuit Duitsland. De Nederlandse delegatie heeft verleden jaar ‘Tien organisatieadvies’ onderzoek laten verrichten naar de veiligheidseffecten van relingen en reddingsvesten. Geconcludeerd is o.a. dat een reling effectief kan zijn tegen het te water raken, mits deze adequaat wordt geïnstalleerd en gebruikt. Neerklapbare relingen zouden onveilig zijn. Er is geen onderzoek verricht naar vaste relingen. De Nederlandse delegatie gaat er vanuit dat vaste relingen geen gevaar vormen. Hierover is nog discussie. Inzet van de Nederlandse delegatie is om in elk geval de bestaande vloot proberen te vrijwaren van een relingplicht.
 
Feit is dat Duitsland zo snel mogelijk een relingplicht wil met een korte overgangstermijn voor de bestaande vloot. Feit is dat in de CCR Nederland dergelijke besluitvorming tegen kan houden, omdat hier bij unanimiteit van stemmen wordt besloten. Voor besluitvorming van wijzigingen van de Europese richtlijn 2006/87/EG gaat deze vlieger niet op. Hier wordt bij meerderheid van stemmen besloten. In 2011 was de Nederlandse delegatie in Brussel de enige die tegen invoering van de regelgeving was. Destijds is als mager compromis besloten dat het om tijdelijke regelgeving zou gaan. De komende drie jaar zal gezocht worden naar een compromis welke voor alle partijen acceptabel is.
 
Verplichting AIS-apparaat
Tijdens de najaarszitting in december 2013 heeft de CCR besloten tot een verplichte invoering voor de uitrusting van schepen met een Inland AIS-apparaat, samen met een Interland ECDIS- apparaat (of daarmee vergelijkbare visualiseringsysteem). Drijvende werktuigen zonder eigen aandrijvingssysteem zijn van deze verplichtingen vrijgesteld, dit na een pleidooi van het CBRB samen met de Vereniging van Waterbouwers. Duwbakken zonder eigen aandrijving waren al sinds december 2013 van deze verplichting vrijgesteld. Veerponten zijn ook vrijgesteld van de verplichte uitrusting met een Inland ECDIS- apparaat (of daarmee vergelijkbare visualisering systeem). Om toch zichtbaar te blijven voor andere schepen, moeten veerponten wel met een Inland AIS-apparaat uitgerust zijn.
 
Integratie van de binnenvaart in de logistieke ketens
Tijdens de voorjaarszitting is ook gesproken over het belang van een betere integratie van de binnenvaart in de logistieke transportketens. Het Economisch comité van de CCR heeft een analyse gedaan en diverse maatregelen in kaart gebracht welke door partijen getroffen zouden moeten worden. Zo wordt bijvoorbeeld aangeraden om obstakels tussen de verschillende schakels van de logistieke keten uit de weg te ruimen, zodat met name de co-modaliteit tussen de binnenvaart en het spoor kan worden verbeterd. De binnenvaart zou beter ingepast moeten worden in de Europese transportcorridors. Verder wordt een verbetering van de binnenvaartinfrastructuur en de beschikbaarheid daarvan genoemd, alsmede het gebruik van River Information Services (RIS) in de logistieke keten.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Onderzoeksresultaten TNO geluidsnormen binnenvaart

De geluidseisen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus aan boord van schepen en in de nabijheid ervan, zijn vastgelegd in het Reglement voor Onderzoek van Schepen op de Rijn (ROSR) en de Europese Richtlijn 2006/87/EG. Binnenvaartschepen waarvan de kiel is gelegd op 1 april 1976 of daarvoor, moeten na het aflopen van de overgangstermijn voldoen aan de volgende eisen:
  • Artikel 3.04, lid 7 (Maximum geluidsniveau in machinekamer 110 dB(A))
  • Artikel 7.01, lid 2 (Maximum geluidsniveau bij stuurstelling 70 dB(A))
  • Artikel 12.02, lid 5 (Maximum geluidsniveau in woonruimten 70 dB(A) en in slaapruimten 60 dB(A))
Aanvankelijk liep de overgangstermijn af per 1 januari 2015. Na recente besluitvorming door de CCR is dit verschoven naar 2020. Deze 5 jaar moet gebruikt worden om tot een goede oplossing te komen.
Binnenvaartbrancheorganisaties hebben eerder bij de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) aangegeven dat het voldoen aan deze eisen zal leiden tot technische en/of financiële knelpunten. I&M heeft daarom TNO de opdracht gegeven om nader onderzoek te doen naar aard en omvang van de knelpunten met betrekking tot het voldoen aan de geluideisen uit het ROSR. Het CBRB en leden van het CBRB zijn ook betrokken geweest bij dit onderzoek.
Bij de discussie over de consequenties van het toepassen van de geluidsnormen zijn ook vragen gerezen over de onderbouwing van de aard en de zwaarte van de gestelde geluidseisen. Ter beantwoording van de onderzoeksvragen zijn de volgende onderzoekstappen uitgevoerd:
  • Literatuuronderzoek naar de onderbouwing van de eisen en naar geluidmeetgegevens van binnenschepen uit eerdere onderzoeken;
  • Uitgebreide geluid- en trillingsmetingen op 4 binnenschepen;
  • Analyse van de meetresultaten en uitwerking van geluidreducerende maatregelen;
  • Kostenschattingen van de geluidreducerende maatregelen;
  • Inventarisatie van de samenstelling van de binnenvaartvloot uit 1976 en eerder.
Onderzoeksresultaten
Hier kunt u de  onderzoeksresultaten lezen. Enkele conclusies zijn:
  • Naar schatting voldoet slechts 5% van de bestaande binnenvaartvloot van voor 1976 aan de geluidseisen volgens het ROSR, gemeten volgens het thans geldende meetvoorschrift.
  • Het huidige meetprotocol voor geluidsmeting gaat uit van een meting op 95% van het maximaal continu beschikbare motorvermogen. Dit is een bedrijfsconditie die op vrijwel alle binnenschepen slechts bij uitzondering wordt toegepast. Er wordt door TNO een geluidindicator voorgesteld, gebaseerd op een gewogen energetisch gemiddelde van de meetwaarden bij 4 meetcondities. Als dit voorstel zal worden overgenomen zouden de meetresultaten 3 – 5 dB(A) lager worden dan de meetresultaten volgens het huidige meetprotocol.
  • Schepen waarbij meer dan 10 dB(A) moet worden gereduceerd, moeten ingrijpende geluidreducerende maatregelen nemen, die hoge kosten met zich meebrengen.
  • TNO doet de suggestie dat bij schepen, waarvoor het financieel niet haalbaar blijkt om maatregelen uitvoeren, zou kunnen worden volstaan met het aanbrengen van zogenaamde doos-in-doosconstructies in slaapverblijven. Een alternatieve benadering is om over te stappen op exploitatiewijze A1, waarbij het schip maximaal 14 uur per etmaal vaart.
De komende periode zal met de sector gesproken worden over de onderzoeksresultaten. Uiteindelijk zullen deze resultaten internationaal ook worden besproken met als doel te komen tot een werkbare oplossing.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Vervoer van kolen & ADN, nieuwe spelregels in ADN 2015

Begin 2012 was er een hevige discussie of steenkool een gevaarlijke stof is en als zodanig vervoerd moet worden. In dit eerder geplaatst artikel in een CBRB-brief informeerden we u dat de inhoud van deze multilaterale overeenkomst (MO), geldend tot eind 2014, verwerkt wordt  in het ADN 2015. Ook informeerden we u dat, mede dankzij de inzet van EBU/CBRB, kolen los gestort mag worden vervoerd in schepen en duwbakken zònder certificaat van goedkeuring.
 
Nieuwe spelregels
Op dit moment ligt er een nieuw voorstel met gewijzigde criteria voor het vervoer van losgestorte kolen door de binnenvaart. Kort samengevat is niet alleen de reisduur maar ook de temperatuur van de lading bepalend.
Dit voorstel is ingediend door Duitsland, na wetenschappelijke studies door het Bundesanstalt für Materialforschung und -prüfung (BAM). Studies van spontane verbranding van steenkool en incidenten bij het vervoer van steenkool, hebben aangetoond dat de inhoud van de eerdere afgesloten MO onvoldoende veilig is. In het Duitse voorstel wordt de volgende differentiatie voorgesteld:
  • Maximale Verladetemperatur 60 ° C - maximale duur van 10 dagen.
  • Verladetemperatur 50 °C - duur 18 dagen.
  • Verladetemperatur 40 °C - duur 32 dagen.
  • Verladetemperatur 30 °C - duur 57 dagen.
Als alternatief worden de (meer conservatieve) grenzen van 10/17/30 en 50 dagen voorgesteld. Verder is een "geschikte meetmethode" van de temperatuur van de kolen vereist.
Het CBRB zal uitzoeken wat dit betekent voor de vervoerders. Eventuele reacties uwerzijds ontvangen we uiteraard graag!
Het ADN-Safety Comittee zal in augustus 2014 de gewijzigde tekst vaststellen.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Interpretatie ADN door IL&T: stofeigenschappen, ook van voorgaande lading, bepalend voor dampretourplicht

De Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) zal, waar het ADN ruimte laat voor interpretatie, een officieel standpunt innemen. De eerste interpretatie is op de website van IL&T te lezen. De volgende interpretatie zal gaan over het verplicht toezicht houden bij de overslag van vloeibare lading. In dit artikel gaat het over ADN Randnummer 7.2.4.25.5 in relatie tot art. 2 van de Bijlage 3 VBG.
 
Wetstekst
De bij het laden naar buiten tredende gas/luchtmengsel moet via een dampretour- of compensatieleiding naar de wal worden teruggevoerd indien in hoofdstuk 3.2, Tabel C, kolom (7) een gesloten schip is voorgeschreven.
 
Clarificatie
Ter beoordeling of bij de belading van een tankschip een naar buiten tredend gas/luchtmengsel een gesloten dan wel een open tankschip vereist, zijn de stofeigenschappen van het betreffende gas/luchtmengsel bepalend voor de dampretourplicht. Dit houdt in dat bij het beladen van een z.g. ‘open’-stof, indien de ladingtanks van het schip gelost zijn van een z.g. ‘gesloten’-stof, het gas/luchtmengsel via dampretour naar de walinstallatie moet worden teruggevoerd. Daar dient de opening naar de atmosfeer voorzien te zijn van een inrichting die vlaminslag voorkomt.
Dit is niet van toepassing op benzine als bedoeld in de Regeling benzinevervoer in mobiele tanks 2006.
 
Toelichting
Bij de beoordeling aan de walzijde of de dampen/gassen bij de belading van een tankschip met een vloeistof  ‘dampretour’ vereist is, komt voor dat de vuller de eigenschappen van het te beladen product aanhoudt en zich geen rekenschap geeft van de dampen die afkomstig zijn van de vorige lading van het tankschip. Deze dampen kunnen brandbaar, giftig en/of kankerverwekkend zijn.
Bij de belading van een stof waarvoor het ADN geen dampretour vereist (open stof) in een tankschip komen die dampen aan boord vrij en wordt de bemanning daaraan blootgesteld.
Met de uitleg zoals hierboven is omschreven kan deze situatie zich niet meer voordoen.
 
Consequentie
Deze uitleg van het voorschrift betekent dat, voordat een tankschip wordt beladen met een vloeistof, gekeken moet worden naar de vorige lading waarvan het tankschip gelost is. Er zijn overslaginstallaties van ‘open stoffen’ (bv. gasolie), die niet zijn voorzien van een dampterugvoer-installatie naar de wal. Deze installaties mogen dus geen beladingen uitvoeren indien het te beladen tankschip leeg en ongereinigd is van een ‘gesloten’-stof.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Vooraankondiging Themabijeenkomst ADN 2015


 
Het CBRB en Sdu brengen u graag op de hoogte van de themabijeenkomst ADN 2015 in Alblasserdam op 26 september 2014. Binnen het ADN 2015 zijn diverse wijzigingen die een grote invloed hebben op de manier waarop uw procedures zijn ingericht. Tijdens deze themabijeenkomst gaan een aantal experts u op een overzichtelijke wijze door deze complexe materie leiden. Er wordt onder andere dieper ingegaan op onderwerpen als Tweede vluchtweg tankvaart, Vervoer reefers & gevaarlijke stoffen en op de Handhaving ADN 2015. Verder zullen nieuwe en interessante ontwikkelingen over het ADN 2015 met u worden gedeeld.
 

 
Kunt u 26 september alvast in uw agenda reserveren? In de komende weken ontvangt u meer informatie over het programma & de sprekers.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Verplichting werkgever over informatie aan werknemer omtrent werken met gevaarlijke stoffen

CBRB-leden zijn bij een inspectie geconfronteerd met de verplichting van de werkgever om de werknemer te voorzien van een veiligheidsinformatieblad. Hierbij werd door de inspecteur gerefereerd naar Europese Reach-wetgeving. Hierbij gaat het over ketenaansprakelijkheid. Het is een geïntegreerd systeem voor de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen. Het systeem heeft ten doel de gezondheid van de mens en het milieu beter te beschermen, het concurrentievermogen van de Europese chemische industrie te handhaven en het innovatieklimaat te versterken. Zie ook deze website.
 
Reach-systeem niet van toepassing voor binnenvaart
Deze EG-verordening nr. 1907/2006 is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke per spoor, over de weg, over de binnenwateren, over zee of door de lucht. Zie hiertoe artikel 2, lid 1d van de betreffende verordening  (scrollen naar pagina 46).
 
Toepasselijke regelgeving in dit geval is het ADN en Arbo wetgeving.
Conform de eisen uit het ADN moet de juiste informatie aan boord zijn om te mogen beginnen met laden (ADN checklist invullen). Verder is geformuleerd welke informatie in het Vervoerdocument (5.4.1.) moet staan en zijn er de Schriftelijke instructies (5.4.3.).
 
De Nederlandse Arbo wetgeving heeft andere eisen. Een werkgever moet zijn werknemer informeren omtrent het werken met gevaarlijke stoffen. Dit is als het goed is opgenomen in de Risico Inventarisatie & Evaluatie. Mensen moeten wel weten wat de gevaren zijn van een stof en welke PBM’s ze moeten gebruiken.
 
Arbobesluit
In artikel 4.2 en artikel 4.2a van het Arbobesluit geeft de overheid nadere voorschriften voor de inventarisatie en evaluatie van de risico’s van gevaarlijke stoffen. Alle middelen en stoffen in het werkproces die bij de werkzaamheden worden gebruikt of vrijkomen en die een risico voor de gezondheid vormen, moeten als gevaarlijke of toxische stof worden gekenmerkt.
Er moet een inventarisatie van aanwezige gevaarlijke stoffen worden gemaakt. Aan boord bevinden zich naast het te vervoeren product aan boord enkele gevaarlijke stoffen zoals schoonmaak- en verfmiddelen. Daarna moet er een beoordeling gemaakt worden op basis van de aard van de blootstelling en de mate en de duur van de blootstelling. De resultaten van de inventarisatie en evaluatie, zijn de basis voor het nemen van beheersmaatregelen ter voorkoming van gezondheidsrisico’s.
 
Het Arbobesluit vereist dat de toetsing die de werkgever maakt van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen, is vastgelegd op papier. Deze rapportage behoort gegevens te bevatten over de stof en de werkzaamheden van en met de stof. Voor elke geregistreerde stof dient een Veiligheidsinformatieblad (VIB) of Material Safety Data Sheet (MSDS) aanwezig te zijn.
Een Material Safety Data Sheet (MSDS) geeft samen met de gevaarsetiketten een beeld van de mate waarin een stof gevaarlijk is. Het is dan ook zaak dat van alle gevaarlijke stoffen aan boord een MSDS beschikbaar is en dat men bekend is aan boord met het lezen van de gevarenetiketten. Het is belangrijk dat het MSDS van het te vervoeren product aan boord is zodat men bij calamiteiten of verwerking weet hoe men er mee om dient te gaan.
Daarnaast dient personeel op de hoogte te zijn van de verschillende gevaarsetiketten en de betekenissen daarvan. Alleen als gevaarsetiketten en de bijkomende risico's bekend zijn, kan men zich juist beschermen tegen eventuele schadelijke gevolgen.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Emissie richtlijn Europese Commissie

Het probleem met de nieuwe richtlijn over de emissie is nog steeds niet opgelost. Inmiddels heeft de ESO de stellingname van de EBU onderschreven. We proberen meerdere wegen te behandelen om de voorgenomen wijzigingen omgebogen te krijgen. Hierdoor zou technisch en economisch haalbare regelgeving aan de binnenvaartsector worden opgelegd. Met deze regelgeving is dat niet het geval.
Hieronder vindt u de positie van EBU en ESO met betrekking tot deze richtlijn.
 

Herziening van Richtlijn 97/68/EC (NRMM)

Een goed evenwicht tussen nieuwe emissienormen en technische en economische haalbaarheid is essentieel voor de binnenscheepvaart!

Inleiding
In september 2013 lanceerde de Europese Commissie het vernieuwde ondersteuningsprogramma voor de Binnenvaart “NAIADES II". Onderdeel van dit programma is de vergroening van de vloot, waarvoor momenteel een herziening van Richtlijn 97/68 over NRMM in voorbereiding is.
De binnenscheepvaart is momenteel de meest milieuvriendelijke wijze van transport. De sector draagt bij aan de Europese Strategie 2020 en aan het bereiken van de klimaatdoelen van de Europese Unie.
Het binnenvaartbedrijfsleven, vertegenwoordigd door EBU en ESO, stimuleert de vergroening van de vloot door het installeren van nieuwe motoren met de nieuwst beschikbare technologie. Hierbij moet echter rekening gehouden worden met een juist evenwicht tussen bescherming van milieubelangen en technische en economische haalbaarheid. Temeer daar de huidige NRMM richtlijnherziening van het grootst mogelijk economische belang voor de sector is voor de komende tientallen jaren.
 
Huidige herzieningsplannen van Richtlijn 97/68 over NRMM brengen de binnenvaart in de Europese Unie in gevaar
De sector streeft naar het bereiken van een veel lagere emissienorm met betrekking tot NOx en PM. De nieuwe emissierichtlijn moet echter worden gebaseerd op realistische mogelijkheden en een ‘level playing field’ garanderen in vergelijking met de andere modaliteiten, die ook onder de NRMM richtlijn vallen.
EBU en ESO zijn bezorgd dat te ambitieuze limieten schadelijk zouden kunnen zijn voor de binnenvaart. Om te komen tot ambitieuze, maar haalbare en uitvoerbare emissienormen, vraagt de sector om deze op internationaal niveau te brengen. Hierbij moeten motoren voor de binnenscheepvaart vergelijkbaar worden behandeld als motoren voor de spoorsector zoals bij de Amerikaanse EPA- en IMO-normen het geval is. Indien wereldwijde normen worden toegepast op nieuwe motoren voor binnenschepen, zal dit leiden tot
  • een aanzienlijke reductie van de luchtverontreinigende stoffen, vergeleken met de huidige situatie (ongeveer 80% reductie in vergelijking met EURO VI in wegtransport), terwijl de voordelen van de binnenvaart inzake klimaat, veiligheid en files bewaard blijven, en
  • de beschikbaarheid van motoren voor de binnenvaartsector, tegen acceptabele prijzen.
EBU en ESO wijzen de invoering van een EURO VI-norm voor binnenscheepvaart-motoren ten zeerste af, dit omdat het voorstel technisch niet mogelijk is en de binnenvaartsector in feite jaren teruggezet zou worden. Het zou contraproductief werken en tegen het doel van de Europese Commissie in gaan om de binnenscheepvaart te bevorderen en het aandeel in het gehele transportvolume te verhogen, zoals voorgesteld in NAIADES II.
 
De invoering van nieuwe normen en de mogelijkheid daartoe zal vooral afhangen van de beschikbaarheid van motoren en de bereidheid van de motorenleveranciers om te investeren in onderzoek en ontwikkeling in een zeer kleine markt. De binnenvaartsector is afhankelijk van de introductie van nieuwe motoren en gestandaardiseerde systemen voor nabehandeling.
 
Conclusie
  1. De binnenscheepvaart heeft reeds de laagste CO2-emissies vergeleken met andere vormen van transport. Toch is de sector vastbesloten om de milieuprestaties inzake luchtverontreiniging te verbeteren.
  2. EBU en ESO zijn daarom van plan nieuwe technologieën te benutten, en de vergroening van de vloot te bewerkstelligen door reële internationale normen te introduceren voor nieuwe motoren onder de genoemde condities.
  3. Gegeven het voor de maatschappij grote voordeel van maatregelen tot vergroening van de vloot, wordt van alle partijen verwacht dat zij aan deze ontwikkeling zullen bijdragen. Daarom rekent de sector op de Europese Commissie en de lidstaten om de subsidiëring van vernieuwing van motoren en nabehandelingssystemen te garanderen.
Voor meer informatie kunt u contact op nemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Mariniseerbaarheid EURO VI-motoren


Een veel gestelde vraag is of het mogelijk om Euro VI-motoren, na marinisatie, toe te passen in binnenvaartschepen. Bij het Expertise en Innovatie Centrum Binnenvaart (EICB)  is een werkgroep kleine motoren. Aan deze werkgroep is de vraag gesteld wat nodig is om Euro VI-motoren voor het wegtransport te ‘mariniseren’ en beschikbaar te stellen voor binnenvaartschepen. Tijdens één van de interessante workshops die het EICB en de Binnenvaart Innovatieschuur gaven begin mei, is deze presentatie over dit onderwerp. Duidelijk is dat de toepassing van Euro VI-motoren in de binnenvaart niet zonder meer plaats kan vinden. Met name de complexiteit van de motoren, van bijvoorbeeld de elektronica en de besturing, maakt het lastig. De motoren functioneren als compleet systeem, inclusief nabehandeling, en voldoen op deze wijze aan de emissienormen die horen bij Euro VI.
 
Daarnaast is het ook zo dat er verschillen zijn in de belasting. Verder is een testcyclus voor emissies afhankelijk van de toepassing (voortstuwing, vast toerental, e.d.). Het belastingprofiel van voortstuwingmotoren voor de binnenvaart wijkt dermate af van het belastingprofiel van vrachtwagenmotoren, dat naast de software ook de hardware aangepast dient te worden. Hiervoor is certificatie nodig voor de juiste testcyclus.
Bij de ‘marinisatie’ is het van belang niet alleen op emissies te letten. Ook de duurtest is van belang.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Loontabel 1 juli 2014

In de rubriek ‘Informatie voor werkgevers’ op de website van het CBRB is een nieuwe loontabel gepubliceerd. In deze tabel is een prijscompensatie van 0,71% opgenomen en zijn de bedragen van het wettelijk minimum(jeugd)loon geactualiseerd.
 
De laatste CAO voor de Binnenscheepvaart is op 31 december 2013 geëxpireerd. Als gevolg van de ontoereikende representativiteit van de werkgeversorganisaties (CBRB en BLN) zal er met ingang van 1 januari 2014 geen nieuwe bedrijfstak-cao worden afgesloten.
Het CBRB zet de halfjaarlijkse publicatie van loontabellen voort ter ondersteuning van werkgevers die zich niettemin willen blijven baseren op het in de cao neergelegde beloningsstelsel en hun beloning willen aanpassen aan de prijsstijging.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Fernsehbeitrag "Schmutzige Schifffahrt": BDB widerspricht

LNG-Schiffe oder innermotorische Maßnahmen zur Schadstoffminimierung werden in Fernsehbeitrag und Reaktion vollkommen ausgeklammert. Bild: Grohmann
 
"Schmutzige Schifffahrt - Billiger Transport auf Kosten der Gesundheit" lautet der Titel einesFernsehbeitrages von ZDFzoom vom 14. Mai. Der Tenor des Beitrages: (Binnen-)Schiffe sind Dreckschleudern, die mit ihren Abgasen Menschen in den frühen Tod schicken. Jetzt hat der Bundesverband der deutschen Binnenschifffahrt (BDB) widersprochen.
In einem Schreiben an die ZDFzoom-Redaktion geht BDB-Geschäftsführer Jens Schwanen auf das Negativbild ein, das der Beitrag für die Schifffahrt zeichnet. Anders als im Beitrag dargestellt, seien Abgasnachbehandlungssysteme wie Katalysatoren und Filter noch nicht serienreif. Die Ergebnisse einer Studie des BMVI waren zum Beispiel gar nicht erwähnt worden, obwohl diese leicht zu recherchieren gewesen wären.
 
Schwanen geht auch auf die im Beitrag gezeigte Feinstaubmessung am Ruhrorter Hafenmund ein. Die Messung fand direkt an einer der am stärksten befahrenen Straßen im Ruhrorter Hafen statt. Was immer gemessen wurde - der erhöhte Feinstaubwert könne unmöglich von der vorbeifahrenden Schifffahrt allein stammen. Vergessen dürfe man auch nicht, dass es noch gar kein normiertes Messverfahren gebe, mit dem Schiffsemmissionen unverfälscht ermittelt werden können.
 
Schwanen äußert die Vermutung, dass den Reportern diese Fakten wohl nicht in den gewünschten Tenor des Beitrags gepasst hätten. Auch habe die Redaktion darauf verzichtet, den BDB in die Recherche mit einzubeziehen. Auf innermotorische und nachrüstbare Technologien zur Schadstoffminderung oder auf die Entwicklung von LNG in der Binnenschifffahrt gehen weder Schwanen noch der Fernsehbeitrag selbst ein.

Naar boven


Werkbezoek Statenlid provincie Zuid-Holland VZ&G-bestuurder


Op 13 mei heeft Lies van Aelst, namens de SP Statenlid van de provincie Zuid-Holland, meegevaren aan boord van ms Shalom van Den Haag naar Rotterdam. VZ&G-bestuurder Rick van den Heuvel heeft tijdens deze vaart kunnen vertellen waar hij als ondernemer mee te maken heeft.
 
Eerder maakte Rick van den Heuvel gebruikt van een  subsidieregeling voor de binnenvaart van de provincie Zuid-Holland. In de Shalom is, met een bijdrage van de provincie Zuid-Holland, een nieuwe CCR 2-motor geplaatst. Hiermee is ingespeeld op eisen die gaan gelden op het gebied van duurzaamheid en luchtkwaliteit.
 
Tijdens de vaartocht heeft Rick van den Heuvel zijn zorgen geuit over het voortbestaan in de toekomst van kleine schepen.
“Kleine binnenvaartschepen hebben economie en milieu in Zuid-Holland veel te bieden”, aldus Lies van Aelst.
 
Op deze website van de SP is een verslag te lezen van de vaartocht. Er is ook gesproken over de behoefte aan voldoende ligplaatsen langs provinciale vaarwateren. Op deze website van de SP hierover ook meer informatie.

Naar boven


Resultaten NVB-onderzoek over Nederlandse binnenhavens & TEN-T

De Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) heeft een student, Freya Diepeveen,  een afstudeeronderzoek laten uitvoeren. In dit onderzoek is antwoord gegeven op de vraag “Op welke wijze kunnen Nederlandse binnenhavens, die deel uitmaken van het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T), gebruik maken van de beschikbare Europese middelen?”.
 
Het CBRB voert al vanaf de oprichting van de NVB het secretariaat. De binnenhavens zijn erg belangrijk voor de binnenvaart. Zij zijn een wezenlijk onderdeel van de achterlandverbindingen. Met de groeiende containeroverslag en het toenemende aandeel van de binnenvaart, zijn er kansen en uitdagingen voor de Nederlandse binnenhavens als knooppunten in de logistieke verbindingen in Europa.
 
De NVB wil met het onderzoek de integratie van de binnenhavens, als essentiële schakels in de logistieke keten, bevorderen op zowel nationaal als Europees niveau. Hiermee wil de NVB een schakel zijn tussen de verschillende organisaties en de havens op weg helpen met deze complexe materie.
 
Gedurende het onderzoek is een inventarisatie gemaakt van plannen en/of projecten die er in havens zijn om de haveninfrastructuur verbeteren. Deze projectinventarisatie is o.a.  gebruikt voor de lobby voor zowel de nationale als de Europese overheid.
De diverse documenten die opgesteld zijn tijdens het onderzoek, zijn te vinden bij de publicaties op de website van de NVB.
 
Resultaat onderzoek: ‘waterway to success’
Er zijn een aantal aandachtspunten gedefinieerd voor het indienen van een aanvraag voor TEN-T. De punten worden samen de ‘waterway to success’ genoemd en is het eindresultaat van het uitgevoerde onderzoek. Een aanvraag heeft een grotere kans op succes als er aan de volgende punten wordt voldaan:
  • Samenwerken met de regio, andere binnen- of zeehavens, grensoverschrijdend met andere landen, of met een andere modaliteit;
  • Europese meerwaarde aantonen;
  • Zoeken naar andere investeringsbronnen. De financiële middelen worden namelijk als cofinanciering beschikbaar gesteld. Een minimale totale projectinvestering hebben die ligt tussen de 1 miljoen en 5 miljoen euro - afhankelijk van het financieringspercentage;
  • Juiste partijen op het juiste moment benaderen;
  • Aansluiten bij doelstellingen van verordeningen.
Download hier het Onderzoeksrapport Nederlandse binnenhavens & Trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T).
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., secretaris NVB.

Naar boven


BVB op zoek naar deelnemers Ecologistiek

Op 7 en 8 oktober vindt in Ahoy Rotterdam de zesde editie Ecologistiek / Ecomobiel plaats. Deze vakbeurs staat in het teken van duurzaamheid op het gebied van personen- én goederenvervoer. Als het gaat om goederenvervoer en duurzaamheid, dan mag de binnenvaart natuurlijk niet ontbreken. Om die reden neemt het Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB) onder het label van “the Blue Road” zetel in de adviescommissie van deze beurs. In deze adviescommissie worden onderwerpen voor de beursvloer en het congresprogramma besproken. Zo zal EVO dit jaar haar Greenfreight Europe congres tijdens de beurs houden en introduceert het ministerie van I&M haar brandstoffenvisie.
 
Daarnaast geeft het BVB de workshop “Wie, wat, water?” voor verladers die zich oriënteren op de mogelijkheden die de binnenvaart kan bieden in de logistieke keten.
Tot slot is het de verwachting dat ook het Binnenvaartcafé in gezamenlijkheid met het HbR tijdens de beurs zal plaatsvinden. Met dit veelzijdige aanbod wordt de beurs voor verladers interessant om te bezoeken.
 
 
Gezien het groene karakter van de beurs wil het BVB net als vorig jaar weer deelnemen aan de beurs met een zogeheten 'Blue Road paviljoen’. Vorig jaar heeft dit paviljoen in combinatie met het congresprogramma gezorgd voor nieuwe contacten bij verladers en ontwikkelaars van producten die duurzaam vervoer mogelijk maken. Het BVB is daarom op zoek naar participanten om ook dit jaar een succesvol “Blue Road paviljoen” neer te zetten. Zo kunnen we kosten delen en stralen we gezamenlijk onder het label van the Blue Road op de beursvloer uit dat de binnenvaart een duurzaam alternatief is. Een groter paviljoen trekt bovendien meer bezoekers dan individuele deelname door binnenvaartpartijen.
 
Deelname aan het paviljoen bedraagt voor sponsors van het BVB 950 euro (voor niet sponsors 1100 euro. Daarvoor krijgen deelnemers een ingerichte stand (zie foto) en worden zij meegenomen in de beurscampagne.
Heeft u interesse in deelname aan deze beurs, of behoefte aan meer informatie, mail dan vooral naar het BVB: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

Naar boven


Binnenvaartcafé


Op 2 juli organiseert het BVB samen met het HbR weer een Binnenvaartcafé. Het Binnenvaartcafé is een ontmoetingsplaats voor partijen die op een of andere manier betrokken zijn bij of werkzaam in de binnenvaart. Dit zijn operators, verladers, logistiek dienstverleners, havenbedrijven, beleidsmakers, binnenvaartondernemers, bevrachters, e.d.
Tijdens de bijeenkomst komen nieuwe en interessante binnenvaartinitiatieven aan bod, interne discussies over actuele onderwerpen in de sector worden gestimuleerd en het draagt bij aan meer eensgezindheid in de sector. Kennis delen en netwerken staat hierin centraal. Er worden zo’n 2 à 3 bijeenkomsten per jaar georganiseerd.
 
Het BVB streeft ernaar de bijeenkomsten een actueel inhoudelijk, maar ook praktische inslag te geven. Dit wordt gedaan door marktpartijen zoveel mogelijk zelf hun ervaring met of kennis van de binnenvaart te laten vertellen. Zo kwamen bijvoorbeeld tijdens eerdere bijeenkomsten Van Keulen Hout- en Bouwmaterialen en Bavaria aan het woord over hun ervaringen met vervoer over water en lichtte de NPRC hun manier van werken en toekomstplannen toe. 
Eén van de twee onderwerpen op 2 juli is ‘Reefers per binnenvaart’. Vanuit Maatwerk Voorlichting Binnenvaart ziet het BVB veel potentieel voor groei voor het vervoer van reefers over water. Goede afstemming tussen marktpartijen en een mental shift is hierin erg belangrijk. Er zijn ook al wat pilotprojecten die er veelbelovend uitzien. Het onderwerp zal die middag worden ingeleid door een adviseur van het Maatwerk-team en Inland Terminal Veghel zal hun praktijkervaringen delen.
Daarnaast wordt een update van ‘Nextlogic’ gegeven.
 
Nextlogic is een programma waarin vertegenwoordigers van de zeehaventerminals, depots, barge operators/inland terminals, rederijen, HbR en het programma IDVV van Rijkswaterstaat intensief samenwerken om de operationele keten van de containerbinnenvaart te verbeteren. Dit vergt instemming van alle ketenpartijen met uiteenlopende belangen, dus een uitdagend project. Maar niet zonder resultaat.
Onlangs is het startsein gegeven voor de bouw van het Informatieplatform. Het uitgebreide informatieplatform legt het fundament voor meer transparantie in de keten, betere planningen en dus voor de binnenvaart kortere doorlooptijden. Tijdens het Binnenvaartcafé wordt deze ontwikkeling verder toegelicht en de verdere stand van zaken besproken.
 
Het Binnenvaartcafé wordt gehouden in het World Port City en start om 16.00 uur.
U bent van harte welkom een keer een Binnenvaartcafé bij te wonen.
Meldt u zich dan aan door een mail te sturen naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


BVB op zoek naar bijdragen voor meer promotie van de binnenvaart.


“Ik draag bij aan de boodschap”; met deze slogan start het Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB) een grote sponsorwervingscampagne. Met deze campagne wil het BVB de binnenvaart mobiliseren om bij te dragen aan een aantal concrete promotie activiteiten die zij volgend jaar wil uitrollen. Hiervoor introduceert de promotieclub de zogenaamde ‘bijdragemeter’. Deze wordt getoond op de speciale actiepagina bijdrage.bureauvoorlichtingbinnenvaart.nl.
Wilco Volker van het BVB: “Het idee achter de meter is simpel en concreet. Aan de hand van deze meter wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel geld er voor het BVB nodig is om bepaalde promotionele activiteiten uit te kunnen voeren. Het is nu aan de binnenvaart om te laten zien hoe belangrijk zij promotie van de sector vindt. Door allen een financiële bijdrage te leveren zorgen we als binnenvaart zelf dat de meter stijgt en het pakket aan promotieacties uitgebreid wordt.” Voor het totale pakket is 340.000 euro benodigd. Op 24 november bestaat het BVB 25 jaar. Dat is het moment dat de balans opgemaakt wordt. De eindstand van de meter op die datum bepaalt de omvang van het promotiepakket waar het BVB in 2015 the Blue Road mee op de kaart gaat zetten.
 
Take the Blue Road is de boodschap van het BVB. De binnenvaart weet als geen ander wat de sterke punten zijn van het vervoer over water, maar nog vaak hebben de mensen buiten de binnenvaart dat niet. De overheid, verladers, jongeren maar ook de gemiddelde Nederlander weten vaak wel van het bestaan van de binnenvaart, maar nog te weinig wat zij er mee kunnen. Het BVB zit nog vol ideeën om de binnenvaart en haar voordelen te promoten bij deze groepen. In welke mate en hoe heeft de binnenvaart nu zelf in handen. Volker: “Sinds 2013 ontvangt het BVB geen subsidies meer om de binnenvaart te promoten, we zijn dus voor een belangrijk deel afhankelijk van bijdragen uit de markt”. Voor het Maatwerk-project, waarin wij nieuwe verladers naar het water begeleiden, lukt het ons om aanvullende financiering te vinden, maar budget voor promotie moet uit de sector komen.”
 
Bijdraagtas
Om de “boodschap” kracht bij te zetten heeft het BVB deze zomer op diverse locaties aan het water boodschappentassen met de tekst ‘Ik draag bij aan de boodschap’ opgehangen. De tassen hangen veelal in de buurt van kunstwerken. Binnenvaartondernemers die de tas spotten kunnen  een foto van de tas en locatie met NAW-gegevens naar e-mailadres Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. sturen. Zij krijgen dan een tas toegestuurd. Uiteraard met de oproep om ook bij te dragen aan de boodschap!
 
25 jaar BVB
Op 24 november 2014 is het precies 25 jaar geleden dat het BVB officieel opgericht is. Deze mijlpaal wil het BVB niet ongemerkt voorbij laten gaan. De 25 weken voorafgaand aan dit feit zal het BVB stil staan bij wat er in die jaren allemaal is gedaan en bereikt. Dit wordt gedaan middels 25 vragen over BVB-activiteiten die ergens in die jaren hebben plaatsgevonden. Elke week wordt een vraag geplaatst op de Facebookpagina the Blue Road. Mensen kunnen de antwoorden verzamelen en kans maken op het winnen van een leuke verrassing als ze wekelijks het juiste antwoord weten op de vraag. Er wordt toegewerkt naar 24 november. De 25 vragen staan tegen die tijd ook op de website, voor het geval iemand er een heeft gemist. Onder de inzenders met de juiste antwoorden worden 3 prijzen verloot.

Naar boven


Binnenkort nieuwe verkeersbesluiten snelheidsbeperking haven Rotterdam

In 2011 werd de binnenvaart geconfronteerd met de bekendmaking van een beperking van de vaarsnelheid in Rotterdam op bepaalde plaatsen. De maatregel was een gevolg van de in 2008 gemaakte afspraken die nodig waren voor de aanleg van Maasvlakte II. Op dit moment worden nieuwe Verkeersbesluiten opgesteld. Hierin staan acceptabele uitgangspunten op het gebied van nautische veiligheid. Op deze wijze kan binnenvaart om een bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit van Rotterdam na ingebruikname van de Tweede Maasvlakte.
 
Dit waren destijds de publicatie Hartelkanaal / Oude Maas en de publicatie van de Nieuwe Maas. De aanvankelijke inwerkingtreding van de verkeersmaatregel  per 2013, is meerdere malen uitgesteld. Redenen voor dit uitstel waren onder meer een latere ingebruikname van de terminals op Maasvlakte II en nieuwe metingen van de luchtkwaliteit.
Op dit moment worden nieuwe Verkeersbesluiten voorbereid die dit jaar in werking zullen treden. Meer informatie over de inhoud kunt u lezen in bijgevoegd document van het Havenbedrijf Rotterdam (HbR).
 
Gesprekken tussen de binnenvaart en het HbR hebben geleid tot volgende afspraken:
  • op de Nieuwe Maas geldt de verkeersmaatregel tot en met 5 Bft.
  • op het Hartelkanaal geldt de verkeersmaatregel tot en met 6 Bft.
  • generieke snelheidsbeperking van 13 km/u door het water zonder uitsluitingen geldend voor de gehele beroepsgoederenvaart. (Zeevaart, personen- en pleziervaart zijn geen onderdeel van de luchtovereenkomst).
Het startpunt in 2011 was:
  • 12,7 km/uur over de grond.
  • ook op de Oude Maas.
  • uitsluitingen van 4 baks duwvaart op de Nieuwe Maas
  • geldend tot 7 bft.
  • incl. kruispunt Oude Maas met Hartelkanaal.
De onderhandelaars namens de binnenvaart, o.a. Kees de Vries en Jacco Theunisse, hebben hiermee goede resultaten bereikt. Let op: één en ander moet nog verwerkt worden in een te nemen Verkeersbesluit. Pas na publicatie hiervan is het definitief!
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Binnenvaart Ligplaats Informatie Systeem

Het Havenbedrijf Rotterdam ( HbR) organiseert in samenwerking met Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur & Milieu een informatiesysteem voor binnenvaartschippers. Doelstelling is een betere informatie-uitwisseling tussen vaarwegbeheerders,  vaarweggebruikers, en wegverkeer, met betrekking tot openingstijden van sluizen en bruggen en de beschikbaarheid van ligplaatsen.
 
Het Binnenvaart Ligplaats Informatie Systeem (BLIS) toont de actuele bezetting en de kenmerken van de openbare binnenvaart wacht- en ligplaatsen.
Door het HbR zijn een aantal schippers en scheepseigenaren benaderd om actief naar de gepresenteerde  informatie  te kijken en hierop feedback te geven. Het doel van de pilot is om inzicht te verkrijgen in de bruikbaarheid van de gepresenteerde informatie zelf en de manier van presenteren voor de gebruikers van de wacht- en ligplaatsen.
 
Via  website www.blauwegolfverbindend.nl wordt informatie over het project beschikbaar gesteld. 

Naar boven


Stremmingen doorvaart Botlekbrug

In de volgende bekendmakingen aan de scheepvaart van het Havenbedrijf Rotterdam is te lezen dat de doorvaart van de Botlekbrug gestremd is op de genoemde tijdstippen:

Naar boven


Enkele bekendmakingen aan de scheepvaart haven Rotterdam

Regelmatig maakt het HbR verkeersbesluiten e.d. kenbaar via de zogenaamde Bekendmakingen aan de scheepvaart.
 
Met dit artikel willen we een aantal bekendmakingen onder uw aandacht brengen. Door te klikken op onderstaande links komt u in de betreffende bekendmaking.  
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


CBRB Jaarverslag 2013

Het jaarverslag 2013 wordt u aangeboden op de volgende manieren, probeer wat voor u het beste werkt;


 
Wij hebben dit jaar gekozen voor een thematische aanpak, waarbij een greep uit de vele dossiers is gedaan. Mocht u meer willen weten over een dossier dan kun u altijd contact met ons opnemen.
 
 

Naar boven


Ga naar boven