Nieuwsbrief 2014 - 04

  1. CBRB opinie emissie-eisen nieuwe scheepsmotoren
  2. Regelgeving stabiliteit binnentankvaart
  3. CBRB werkt aan nieuw voorstel gecombineerd vervoer reefers en gevaarlijke stoffen
  4. CBRB organiseert themabijeenkomst “ADN en containerbinnenvaart: tweede vluchtweg”
  5. Stand van zaken Nextlogic: “Van praten naar doen”
  6. Barge Safety Day APMT
  7. Gemeente  Aalsmeer schort vergunningplicht voor rondvaartboten op
  8. Herziening voorschriften passagiersschepen -> INPUT VAN LEDEN GEVRAAGD!
  9. Modernisering bemanningseisen nog niet breed gedragen
  10. Praktijkproef Binnenhavengeld
  11. Invoering AIS en Minimum eisen Inland ECDIS-apparatuur
  12. Werkzaamheden Galecopperbrug
  13. Nieuwe modellen losverklaringen voor de droge lading en de tankvaart
  14. Publicatie MIT-regeling
  15. Van vakmanschap naar ondernemerschap
  16. Verbetering ligplaats Zanzibarhaven Amsterdam
  17. Totstandkomingsgeschiedenis CMNI-verdrag gepubliceerd
  18. Startbijeenkomst van het Landelijk Expertisecentrum Transportveiligheid.
  19. LNG: waar liggen de hobbels?
  20. MoVeIT! onderzoekt de modernisering van de binnenvaartvloot
  21. Ruim honderdduizend euro beschikbaar voor innovatieve projecten binnenvaart
  22. Workshops Binnenvaart Innovatieschuur
  23. Maritime Industry 2014

CBRB opinie emissie-eisen nieuwe scheepsmotoren

Tot voor een aantal jaren was de binnenvaart synoniem met milieuvriendelijk vervoer. De binnenvaart werd vergeleken met rokende vrachtauto’s en hopeloos verouderde treinen en kwam zeer goed uit de vergelijking. Dat betekende een gratis plusje voor de sector. Er werd een concurrentievoordeel behaald zonder dat er iets gedaan moest worden. Inmiddels zijn er door de weg en in mindere mate het spoor  -het spoor wordt daarbij geholpen door de fictie dat elektrisch vervoer als nul-emissievervoer wordt behandeld-  grote stappen gemaakt, niet in het minst door verscherpte regelgeving van nationale maar vooral internationale overheden. Nu is de binnenvaart aan de beurt! De autoriteiten, in dit geval de Europese Commissie, zijn eensgezind van mening dat het voor de binnenvaart tijd wordt te zorgen voor betere milieuprestaties.
 
Afgezien van voor de hand liggende zaken zoals afval van lading, huisvuil en andersoortig afval waar ook veel over gezegd kan worden is de grootste vervuilingsbron van de binnenvaart uiteraard de voor de voortstuwing van het schip gebruikte hoofdmotor. Daar wat aan veranderen brengt de milieubelasting substantieel terug. Dat houdt in dat de uitstoot van schadelijke stoffen door de hoofdmotor minder schadelijk moet worden. Generatoren en hulpmotoren zijn in deze opinie buiten beschouwing gelaten. Voor het milieuvriendelijker varen met schonere motoren is veel te zeggen. Stilstand is achteruitgang en als de concurrentie doorloopt komt er vanzelf een moment dat een sector achteroploopt.
 
Om een schoner milieu dichterbij te brengen is de Europese Commissie al een aantal jaren bezig met de wijziging van Richtlijn 97/68/EC. Deze Richtlijn, die de emissie-eisen van nieuwe motoren reguleert, moet aangescherpt worden zodat binnenvaartvervoer milieuvriendelijker wordt. Goed plan. Niets op aan te merken. Onlangs heeft de Europese Commissie het emissie-voorstel voor de nieuwe Richtlijn definitief gemaakt. De eisen zijn zeer streng en vergelijkbaar met de Euro 6 norm voor vrachtwagens. Overigens wordt er voor de emissie-eisen aan bestaande motoren die later aan de beurt komen, ook gekeken naar de nieuwe eisen.
Maar de duivel zit zoals zo vaak in de details. Een belangrijk detail bij het wijzigen van deze Richtlijn is de mogelijkheid voor de binnenvaart om aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen. En daar zijn hele grote vraagtekens bij te zetten. Uit contacten met de motorenleveranciers is gebleken dat deze eisen zodanig geformuleerd zijn dat zij niet kunnen garanderen dat nieuwe motoren aan deze eisen zullen voldoen. Ook willen de motorenleveranciers niet garanderen dat deze motoren ontwikkeld of gemaakt worden. Reden hiervoor is dat de afname door de binnenscheepvaart zo gering is dat er geen economische reden is om dit soort motoren voor zo’n relatief kleine sector te ontwikkelen. Ook de technische haalbaarheid wordt door deskundigen ernstig betwijfeld.
Er is dus een probleem. Wat te doen? Het CBRB heeft, via de EBU en met hulp van het EICB, een oplossing bedacht. Er is namelijk een Amerikaanse norm die op ongeveer 80 tot 90% van de Euro 6 norm komt. Van deze motoren zijn er voldoende in de markt verkrijgbaar tegen acceptabele prijzen.
 
De milieuwinst zou aanzienlijk zijn bij gebruik van deze norm. We hebben deze oplossing gezamenlijk met de motorenleveranciers (verenigd in Euromot) voorgesteld aan de Europese Commissie. We hebben ook steeds gesteld dat we graag milieuvriendelijke motoren willen gebruiken, maar het moet wel redelijkerwijze mogelijk en betaalbaar zijn. Ook de zeer grote milieuwinst die behaald kan worden is door ons diverse malen benadrukt.
Binnen de Europese Commissie onderkennen de directoraten ‘DG Milieu’ en ‘DG Enterprise’ de grote voordelen die het gebruik van de Amerikaanse norm voor het milieu zal betekenen. Alleen ons ‘eigen’ directoraat (DG Move) houdt halsstarrig vast aan een norm die door ons niet nagekomen kan worden. Tot nu toe is men niet bereid met ons tot een oplossing te komen. Inmiddels proberen we al anderhalf jaar de plannen zodanig gewijzigd te krijgen dat het voor de binnenvaart mogelijk blijft nieuwe motoren tegen een redelijke prijs aan te schaffen.
Wij zijn en blijven van mening dat voor een sector afhankelijkheid –overigens zonder reële toezeggingen en dus zeer onzeker- van subsidies geen wenselijke situatie is. Afhankelijkheid van overheden moet wat het CBRB betreft zoveel mogelijk vermeden worden. Wij zullen dan ook blijven proberen deze regelgeving omgebogen te krijgen.
 
Rotterdam,
2 april CBRB

Naar boven


Regelgeving stabiliteit binnentankvaart

Met dit artikel in een eerdere CBRB- Nieuwsbrief hebben we u geïnformeerd over de wijzigingen van het ADN 2015 voor wat betreft het aantonen van intactstabiliteit voor type C-schepen.
In ADN 1.6.7.2.2 staan overgangstermijnen voor zowel de intact- als de lekstabiliteit. Voor type G-schepen type N-schepen en is er een overgangstermijn tot na 31 december 2044. Hier verandert niets in het ADN van 2015.
Voor type C-schepen wordt met het ADN van 2015 de overgangstermijn voor de intactstabiliteit geschrapt. Naar verwachting zal de komende tijd gediscussieerd worden over de overgangstermijnen de type G-schepen type N-schepen. Wijziging van regelgeving die voor zal niet eerder zijn dan in het ADN van 2017.
In dit document zijn de voorschriften v.w.b. de stabiliteit per type tanker samengevat.
 
Dit betekent concreet per 1 januari 2015 het volgende voor type C-schepen:
  • Er moet een door het Klasse-bureau goedgekeurd stabiliteitsboek aan boord zijn;
  • De tekst hiervan moet voor de verantwoordelijke schipper in begrijpelijke taal zijn geformuleerd;
  • Het stabiliteitsboek moet de gegevens bevatten zoals beschreven in ADN 9.3.2.13.3. 
Indien het in de praktijk onuitvoerbaar is om voorafgaand aan iedere bedrijfs- , beladings- en ballasttoestand een berekening te maken met dit boek, moet een beladingscomputer zijn geïnstalleerd. Volgens de definitie is een beladingscomputer “Een instrument bestaande uit een computer (hardware) en een programma (software) dat het mogelijk maakt te waarborgen dat bij ieder geval van ballasten of laden:
  • de toelaatbare waarden voor langssterkte en maximale diepgang niet worden overschreden; en
  • de stabiliteit van het schip in overeenstemming is met de voorschriften die op het schip van toepassing zijn. Voor dit doel worden de stabiliteit in onbeschadigde toestand en de stabiliteit in beschadigde toestand berekend”.
De beladingscomputer moet gegevens bevatten uit het stabiliteitsboek. Hiernaast dient de beladingscomputer te zijn goedgekeurd door het Klassebureau van het schip. Helaas zijn er op dit moment nog maar twee bedrijven goedgekeurd.
 
Aflopen overgangsvoorschrift voor alle typen tankers per 31 december 2014
Voor het kunnen voldoen aan de stabiliteitseisen volgens ADN 9.3.x.13.3 is in 2013 een overgangsvoorschrift afgesproken. Deze staan in ADN 1.6.7.2.2.4. Dit overgangsvoorschrift loopt af per 31 december 2014. Dit betekent dat alle tankvaart schepen vanaf volgend jaar moeten voldoen aan de eisen voor wat betreft de stabiliteit van het schip in onbeschadigde toestand in alle stadia van belading en lossen, conform ADN 9.3.x.13.3!
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Het CBRB werkt aan nieuw voorstel gecombineerd vervoer reefers en gevaarlijke stoffen

In vervolg op eerdere berichtgeving heeft de vertegenwoordiging van het CBRB in combinatie met Transafe in de werkgroep ADN-Explosieveiligheid in Bonn een voorstel gedaan voor een tekstwijziging van het ADN, waarmee duidelijke voorwaarden worden gesteld hoe reefercontainers in combinatie met ADN-goed mag worden vervoerd. Het voorstel is positief ontvangen en hiermee heeft het CBRB een opening gekregen in de huidige, tegenstrijdige wetgeving.
Het CBRB/Transafe is uitgenodigd om een concepttekst te schrijven en te presenteren in de volgende vergadering van de werkgroep, die in juli zal plaats vinden. Er wordt met name gekeken naar de gevarenklassen van de ADN-goederen en afstanden die ten aanzien van de reefer, als mogelijke ontstekingsbron in de stuwagevoorschriften kunnen worden opgenomen.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


CBRB organiseert themabijeenkomst "ADN en containerbinnenvaart: tweede vluchtweg"

Zoals gebruikelijk organiseert het CBRB ook dit jaar, op de openingsdag van de beurs in Gorinchem, een themabijeenkomst. Dit jaar zal die gewijd zijn aan het thema “ADN en containerbinnenvaart: tweede vluchtweg”.
 
De beschikbaarheid van adequate vluchtwegen bij de overslag van gevaarlijke stoffen is niet nieuw in het ADN. Vanaf juli 2005 moesten er twee vluchtwegen aanwezig zijn tijdens het laden en lossen van vloeibare gevaarlijke stoffen in binnenvaarttankers, en vanaf 2007 geldt eenzelfde verplichting ook voor drogeladingschepen, inclusief containerschepen.
 
In de nieuwe voorschriften van het ADN, die vanaf 2015 van kracht zullen zijn, geldt er echter een nieuwe verdeling van de verantwoordelijkheid voor het aanbieden van geschikte vluchtwegen. Voortaan moet deze verantwoordelijkheid gedeeld worden tussen de ‘vervoerder’ (= het schip) en de ‘wal’ (= de terminal).
 
Wat gaat dit betekenen in de praktijk van de containerbinnenvaart, voor de schippers, de barge operators, de (zeehaven- en inland) terminals, en andere stakeholders? Hoe zijn de vluchtwegen in de huidige praktijk geregeld, en wat zal er (moeten) veranderen?
 
Deze vragen hopen we te beantwoorden tijdens de themabijeenkomst “ADN en containerbinnenvaart: tweede vluchtweg”. Deze themabijeenkomst vindt plaats op
dinsdag 13 mei 2014 van 10:30 – 13:30 uur,
in de Evenementenhal Gorinchem, Franklinweg 2, 4207 HZ  Gorinchem
 
Het programma ziet er als volgt uit:
  • 10:30 uur: Ontvangst met koffie/thee
  • 11:00 uur – 12:30 uur: Themabijeenkomst
  • 12:30 uur – 13:30 uur: Lunchbuffet
  • Daarna: Opening & bezoek beurs
 
Tijdens de themabijeenkomst zal allereerst het (nieuwe) ADN aan de orde komen: Wat is de achtergrond van deze regelgeving? Wat schrijft het huidige ADN voor de vluchtwegen in de droge lading c.q. containervaart? Wat wordt er gewijzigd? Hoe moet de regelgeving geïnterpreteerd worden? Welke onduidelijkheden c.q. losse eindjes moeten nog worden opgelost?
 
Na deze uiteenzetting zullen we, tijdens een paneldiscussie met een aantal stakeholders, nader ingaan op de gevolgen van de nieuwe regelgeving: Hoe zijn de vluchtwegen in de huidige situatie veelal geregeld? Wat zijn de fysieke gevolgen van de nieuwe voorschriften?
 
De themabijeenkomst heeft twee doelstellingen: enerzijds het informeren van de aanwezigen, en anderzijds het inventariseren van de onduidelijkheden / problemen, anders gezegd: welk huiswerk we nog hebben.
 
Deelname aan de themabijeenkomst is gratis voor CBRB-leden. Niet-leden betalen € 25 ex BTW.
U kunt zich hier aanmelden.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Stand van zaken Nextlogic: "Van praten naar doen"

Doel van het project Nextlogic is het verbeteren van de operationele keten van containerbinnenvaart bestaande uit de Rotterdamse haven, achterlandverbindingen en inland terminals. Voor de containerbinnenvaart moet dit leiden tot een betrouwbaar en concurrerend product, sterke reductie van huidige inefficiënties, mogelijkheid om te groeien, en stimulering van groei.
 
In oktober 2013 had de stuurgroep Nextlogic besloten tot een meer gefaseerde aanpak om dit doel te bereiken. De laatste maanden is dan ook veel aandacht besteed aan de uitwerking van twee hoofdlijnen van die gefaseerde aanpak, namelijk: het verbeteren en uitbreiden van informatie-uitwisseling, en het komen tot een neutrale en integrale planning (de ontwikkeling van het zogenoemde “Brein”).
 
Helaas verkeerde Nextlogic enige tijd in een impasse, omdat er verschil van inzicht bestond tussen verschillende deelnemende partijen over de voorwaarden voor de implementatie van die neutrale integrale planning.
 
Daarom is het verheugend, dat de stuurgroep op 3 april besloten heeft, om acht clusters voor verbeterde en/of uitgebreidere informatie-uitwisseling stapsgewijs te gaan implementeren, en de voorbereidingen voor de eerder geplande grootschalige praktijkproef (inclusief de ontwikkeling van het Brein) concreet in gang te gaan zetten. Daarmee wordt een belangrijke en concrete stap gezet: “van praten naar doen”. Meer informatie is hier te lezen.
 
De afgelopen weken hebben een aantal informatiesessies plaatsgevonden voor de achterban (zowel deepseaterminals, als deepsearederijen, als container operators). Daarbij is met name ingezoomd op de genoemde informatieclusters.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Barge Safety Day APMT

Op 16 april organiseerde APMT een Barge Safety Day. Deze bijeenkomst was specifiek bedoeld voor de barge operators (planners / disponenten).
 
APMT heeft hun veiligheidsbeleid en de veiligheidscampagne waar ze in september 2013 mee gestart zijn uitgebreid toegelicht. Zo is er onder meer gesproken over het gebruik van PBM's, het zich in de buurt van (of onder) de kraan bevinden, en manieren om veilig te stackeren en het (ongezekerd) over containers lopen. APMT noemde voorbeelden van eenvoudig te realiseren voorzieningen waar bemanningsleden zich met een veiligheidslijn aan kunnen zekeren om te voorkomen dat ze vallen. Ook schijnen er op bepaalde schepen (al dan niet zelfgemaakte of geïmproviseerde) uitschuifbare stangen te worden gebruikt waarmee stackers veilig vanaf het gangboord kunnen worden aangebracht. Het eventuele beschikbaar stellen door APMT, als (betaalde) service, van het stackerbordes aan de binnenvaart is ook aan de orde geweest, maar dat bleek financieel niet haalbaar: de tarieven in de binnenvaart laten dit soort extra kosten helaas niet toe. Er is kort gesproken over het rookverbod (voorbeeld van een bemanningslid dat onbekommerd een sigaret stond te roken nota bene naast het bord "verboden te roken"). De wens tot standaardisering van de (operationele en andere) procedures op de verschillende zeehaventerminals kwam ook aan de orde.
Verder werd een indrukwekkende film getoond die duidelijk maakte dat een ongeluk in een klein hoekje kan zitten.
 
Ook het veilig aan en van boord kunnen bij APMT - een veel besproken onderwerp bij de varende ondernemers - is aan de orde geweest. APMT is in overleg met het HbR over het aanpassen van de kadetrappen; de hoop en verwachting is dat de aangepaste schipperstrappen in dit najaar (eindelijk) gerealiseerd zullen worden.
 
Tijdens een ronde over de terminal is het eerste exemplaar van de veiligheidsinstructiekaart symbolisch overhandigd aan een schipper van een lichter.
 
De volgende actiepunten zijn afgesproken:
  1. APMT gaat de mogelijkheden voor overleg met de andere zeehaventerminals onderzoeken om tot betere standaardisering in procedures te komen.
  2. APMT gaat een zogenoemde “toolbox” organiseren: een bijeenkomst van een aantal schippers + kraanteams, waarbij in detail ingezoomd zal worden op een aantal veiligheidsaspecten c.q. verbetervoorstellen. Afgesproken is, dat het CBRB en VITO gezamenlijk, in onderlinge afstemming met de barge operators, een stuk of acht schippers zullen afvaardigen voor dit overleg.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Gemeente Aalsmeer schort vergunningplicht voor rondvaarten op.

Leden van het CBRB werden in het najaar van 2013 geconfronteerd met het feit dat de gemeente Aalsmeer vergunningen voorschrijft voor passagiersschepen (zowel hotel- als rondvaartboten) die varen op de openbare wateren in de gemeente.
 

Het CBRB heeft hier bezwaar tegen gemaakt met de volgende argumenten: 
  1. Het gaat om openbaar vaarwater. De toegang tot de openbaar toegankelijke vaarwateren in Nederland wordt bepaald door (inter-) nationale regelgeving op het gebied van bouw en uitrusting van schepen, bemanningssamenstelling en –kwalificatie, enzovoort. Nationale diensten als IL&T, RWS en KLPD zijn belast met het toezicht op en handhaving van deze regelgeving, waarmee de veiligheid van passagiers, bemanning en milieu op adequate wijze gewaarborgd is. Er kan dan ook geen sprake van zijn, dat de gemeente Aalsmeer de toegang tot het openbare vaarwater beperkt door middel van een vergunningplicht.
  2. De betreffende schepen varen alleen maar door de gemeente heen: zij leggen onderweg nergens aan en maken derhalve geen gebruik van voorzieningen als steigers, parkeerplaatsen en dergelijke. Net zomin als de gemeente vergunningen voorschrijft voor bijvoorbeeld touringcars met passagiers die via de openbare weg door de gemeente Aalsmeer rijden, kan de gemeente vergunningen voorschrijven voor passagiersschepen die via de openbare vaarweg door de gemeente Aalsmeer varen.
  3. De reden of achtergrond van de vergunning is onduidelijk. De situatie wordt door de vergunningen niet veiliger, en er wordt niets door gereguleerd. Ook is onduidelijk, welke tegenprestatie er vanuit de gemeente tegenover de vergunning staat.
  4. Er wordt met twee maten gemeten: alleen voor passagiersschepen wordt een dergelijke vergunning voorgeschreven, maar aan andere schepen (vrachtschepen, pleziervaartuigen, werkschepen) wordt een dergelijke eis niet gesteld.
  5. De vergunningplicht leidt tot onnodige administratieve belasting en mogelijk overbodige toezichts- en handhavingslasten. Vele passagiersrederijen, in het hele land, maken vaartochten die door meerdere gemeenten voeren. Een vergunning per gemeente is ook om die reden volstrekt onwenselijk.
Naar aanleiding van het CBRB-bezwaar heeft de gemeente Aalsmeer nu besloten om de vergunningplicht op te schorten, en bij de eerstvolgende herziening van de APV te schrappen. “Wij zijn er niet op uit om de ondernemers dwars te zitten, en u heeft een aantal goede argumenten,” aldus de gemeente Aalsmeer.
 
Het CBRB is verheugd over dit resultaat, en verzoekt leden die in andere gemeenten met vergelijkbare voorschriften geconfronteerd worden, dit te melden.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Herziening voorschriften passagiersschepen -> INPUT VAN LEDEN GEVRAAGD

Al sinds de inwerkingtreding van de huidige voorschriften voor passagiersschepen (hoofdstuk 15 ROSR) is er veel ontevredenheid over deze regelgeving. Nut & noodzaak van diverse voorschriften worden betwijfeld, en ook bij de toepassing ervan doen zich allerlei (interpretatie- en andere) problemen voor. Daarom is een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van het Ministerie van I&M (afdeling Beleid), IL&T, klassebureaus, scheepsbouwsector, en passagiersvaart begonnen aan een herziening van deze voorschriften.
 
Een eerder nieuwsbriefartikel over dit onderwerp kunt u hier lezen. Bij de vergadering van de Ledengroep Personenvervoer op 15 april jl. is dit onderwerp eveneens uitgebreid besproken.
 
Allereerst is het nodig om dit onderwerp bij de Centrale Rijnvaartcommissie op het werkprogramma te krijgen, zodat het daadwerkelijk behandeld kan gaan worden. Om dat te realiseren moet de CCR overtuigd worden van de knelpunten in het huidige hoofdstuk 15.
 
DAARVOOR IS DE INPUT VANUIT DE LEDEN BENODIGD! 
  • Bij welke voorschriften treden knelpunten op? Zowel bij verlenging van het Certificaat van Onderzoek, als bij nieuwbouw.
  • Welke voorschriften ervaart u in de praktijk als onzinnig / overbodig, en waarom?
  • Welke voorschriften zijn misschien juist te licht c.q. niet meer van deze tijd? 
Alle ammunitie die wij kunnen vergaren om dit onderwerp bij de CCR op het werkprogramma te krijgen, zo concreet mogelijk, is belangrijk en welkom!
 
Let op: Hoewel het gaat om de herziening van hoofdstuk 15 van het ROSR c.q. hoofdstuk 15 van Bijlage II van Richtlijn 2006/87/EG, zal een dergelijke herziening ook consequenties hebben voor passagiersschepen die vallen onder louter nationale wetgeving (zoals Amsterdamse rondvaartboten en veerboten). Ook deze categorieën schepen zullen derhalve betrokken worden.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Modernisering bemanningseisen nog niet breed gedragen

Het inzicht dat de thans geldende bemanningseisen – niet alleen de verouderde controlemiddelen, maar ook de bepalingen over vaar- en rusttijden en bemanningssamenstelling – dringend aan modernisering toe zijn is nog niet bij alle lidstaten van de CCR doorgebroken. Het is de Nederlandse delegatie in de CCR, die er wel in geslaagd is dit onderwerp met een hoge prioriteit in het werkprogramma opgenomen te krijgen, nog niet gelukt de andere lidstaten van de noodzaak van een integrale moderniseringsslag te overtuigen. De ronde tafel bijeenkomst, die vanuit Nederland is voorgesteld, wordt uitgesteld naar begin november. Voorafgaand daaraan zullen de lidstaten een schriftelijke vragenlijst beantwoorden. Aldus moet er meer duidelijkheid komen over de probleemstelling zodat een gemeenschappelijke aanpak kan worden gekozen om die te adresseren.
 
Sociale partners op Europees niveau (EBU, ESO en ETF) hebben in het kader van de Sociale Dialoog een werkgroep voor dit thema gevormd. Inmiddels zijn, tijdens een eerste bijeenkomst, in een constructieve sfeer alle belangrijke aspecten van modernisering verkend. Als het gaat om de controlemiddelen, het vaartijdenboek en het dienstboekje, wordt de wenselijkheid van modernisering aan beide zijden erkend. Verder is met name ook aan de orde gekomen dat in Nederland vooral behoefte bestaat aan flexibilisering van de in veel opzichten als te rigide ervaren regelgeving met betrekking tot vaartijden en bemanningssamenstelling. Afgesproken is dat EBU en ESO hun positie op dit punt nader zullen toelichten.
 
Het CBRB steunt de Nederlandse delegatie in zijn streven om de modernisering hoog op de CCR-agenda te houden. Daarnaast werken wij, via de EBU, aan het op gang brengen van overleg over dit onderwerp tussen sociale partners op Europees niveau.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Praktijkproef Binnenhavengeld

Kan het doen van uw opgave eenvoudiger? Sluit de huidige tariefstructuur van het binnenhavengeld aan bij uw gebruik van de haven? Kan via inland AIS het binnenhavengeld betrouwbaar, eenvoudig en automatisch worden geïnd bij een bezoek aan de haven? Het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) start met een onderzoek naar verschillende verbeteringen in het proces van binnenhavengeld. In de laatste CBRB-Nieuwsbrief bent u hier al over geïnformeerd.
Binnenkort zal het HbR starten met het werven van deelnemers voor de praktijkproef. In deze flyer kunt u meer informatie lezen. Geïnteresseerde bedrijven kunnen reageren op de wervingsactie van het Havenbedrijf. Bij deelname zal deze verklaring worden gebruikt.
 
Waarom start het Havenbedrijf deze praktijkproef?
Het HbR wil de kwaliteit van haar dienstverlening op het terrein van het binnenhavengeld verder verbeteren. Concreet denkt het Havenbedrijf hierbij aan het afschaffen van de verplichte opgave van binnenhavengeld door schippers. In plaats daarvan ontvangt de schipper en/of de operator periodiek een overzicht van alle bezoeken aan de Rotterdamse haven. Daarnaast onderzoekt het Havenbedrijf de mogelijkheid om een andere grondslag hanteren voor de bepaling van de hoogte van het binnenhavengeld. De praktijkproef moet meer inzicht geven in de haalbaarheid van deze doelen.
 
Wat gaat het Havenbedrijf onderzoeken?
Met deze praktijkproef wil het HbR onderzoeken of het AIS-signaal voldoende betrouwbaar is als bron voor bezoekregistratie en verblijftijd van het schip in de haven. Als dit signaal voldoende betrouwbaar blijkt dan kan de bezoekregistratie voortaan automatisch verlopen en kan de verplichte opgave worden afgeschaft. Daarnaast wil het Havenbedrijf toewerken naar een tariefstructuur die meer overeenkomt met het werkelijk gebruik en verblijf in de haven. Havenbedrijf denkt hierbij bijvoorbeeld aan het afrekenen van een bezoek per uur. Wij willen daarvoor de gevolgen van verschillende tariefstructuren voor individuele schippers bekijken. Om dit te kunnen bepalen, wil het Havenbedrijf op basis van AIS-data van schippers de werkelijke (historische) verblijfstijd in de haven vaststellen.
 
Wie is er betrokken bij de praktijkproef binnenhavengeld?
De praktijkproef is een initiatief van het HbR. Het Havenbedrijf heeft bij het voorbereiden van het project afstemming gehad met de brancheverenigingen voor de binnenvaart (CBRB en BLN) en contact gehad met een aantal binnenvaart operators. Daarnaast heeft het Havenbedrijf afstemming gehad met een aantal Nederlandse zeehavens. Naast de deelnemende schippers zullen deze partijen ook nadrukkelijk geïnformeerd blijven worden over de voortgang en resultaten van de praktijkproef.
 
Wat gebeurt er met de resultaten uit de praktijkproef?
De resultaten uit de praktijkproef worden verwerkt in een advies aan de directie van het HbR. Deze zal besluiten of er voldoende (proces)verbeteringen zijn vastgesteld om het huidige systeem van het innen van binnenhavengeld aan te passen. Daarbij wordt ook een besluit genomen over een implementatietraject.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Invoering AIS en Minimum eisen Inland ECDIS-apparatuur

In een eerdere CBRB-nieuwsbrief geplaatst artikel hebben we u geïnformeerd over een verwachte verplichting van AIS op de Rijn per 1 december 2014. We informeerden u over de discussie tussen met name Nederland en Duitsland, waarbij Duitsland aan de AIS-verplichting een verplichting van ECDIS koppelde. Voor Nederland was deze verplichte koppeling onbespreekbaar.
Met een mededeling van de Duitse delegatie in het najaar van 2013 leek er een compromis te zijn gevonden. De koppeling tussen het Inland AIS-apparaat en Inland ECDIS-apparaat was (deels) losgelaten. Er zou kunnen worden verstaan volstaan met een ‘visualiseringssysteem’ zonder dat daar nadere eisen aan zouden worden gesteld.
 
Inmiddels is er een document met minimum eisen aan en aanbevelingen voor Inland ECDIS- apparatuur en daarmee vergelijkbare visualiseringsystemen, geformuleerd in dit document. Dit document is in internationaal verband tot stand gekomen. Het was een moeizaam proces en, wanneer het aan de Duitse delegatie had gelegen, waren de eisen veel uitgebreider geweest. Het binnenvaartbedrijfsleven heeft kritiek op enkele van de genoemde eisen. De komende periode zullen een aantal zaken verder worden besproken.
Op 1 oktober 2014 organiseert de CCR een workshop Inland AIS en Inland ECDIS.
 
Omgang met defecte AIS-apparaten
In de aanloop naar een verplichting van AIS op de Rijn per 1 december 2014, is er ook discussie hoe omgegaan moet worden wanneer aan boord van schepen een AIS-apparaat stuk gaat. Het Europese binnenvaartbedrijfsleven heeft met dit document gereageerd op discussiestukken, waaruit bleek dat schepen met een defect AIS-apparaat zouden moeten worden stilgelegd! Nadrukkelijk is gesteld dat het logistieke proces niet verstoord dient te worden! Het AIS-apparaat is slechts een nautisch hulpmiddel en niet vereist voor de navigatie.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Werkzaamheden Galecopperbrug

Rijkswaterstaat renoveert tot eind 2015 de Galecopperbrug (A12) over het Amsterdam-Rijnkanaal bij Utrecht. Deze werkzaamheden zullen in de periode van zaterdag 7 juni tot zondag 6 juli leiden tot een aantal stremmingen en een aantal breedte- en hoogtebeperkingen.
De relevante ledengroepen binnen het CBRB zijn de afgelopen maand al geïnformeerd over de stremmingen / beperkingen.
 
Rijkswaterstaat zal vanaf eind april bij de Galecopperbrug de actuele hoogte boven het water aangeven met digitale borden. Op de oever, voor beide vaarrichtingen, plaatst Rijkswaterstaat tekstkarren die elk uur de actuele hoogte van de brug boven het water vermelden. Hoewel de hoogte van de brug niet is gewijzigd, plaatst Rijkswaterstaat deze hoogte-informatie als extra veiligheidsmaatregel vanwege het grote aantal werknemers van de aannemer die aan de brug aan het werk zijn.
Verdere informatie over de renovatie van de Galecopperbrug is te vinden hier en via de volgende link:
www.rws.nl/galecopperbrug
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Nieuwe modellen losverklaringen voor de droge lading en de tankvaart

De Conferentie van Verdragsluitende Partijen heeft op eind 2013 de nieuwe modellen losverklaringen aangenomen voor de droge lading en de tankvaart. Deze modellen kunnen sinds 1 januari 2014 worden gebruikt.
Het oude model kan bij wijze van overgangsmaatregel nog tot 31 december 2014 worden gebruikt.

Naar boven


Publicatie MIT-regeling

Recent is de regeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren 2014 (MIT) gepubliceerd. Deze regeling is bedoeld om innovatieprojecten en samenwerking tussen MKB-bedrijven te stimuleren en bedrijven intensiever te betrekken bij de topsectoren. Het MKB wordt ook wel de motor van onze economie genoemd. Om de positie van het MKB te verstevigen maar ook om internationaal te concurreren is innovatie van belang.
 
Op deze pagina van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die voor de uitvoering van de regeling zorgt, staan de relevante officiële bekendmakingen.
De MIT-regeling wordt in 2014 in twee calls opengesteld voor aanvragen. Bepaal vooraf welke topsector en welk instrument u aan aanvraag indient. Er kan niet voor verschillende topsectoren of instrumenten een aanvraag worden ingediend.
 
De regeling wordt in twee ronden opengesteld. De eerste ronde loopt van 15 april tot en met 12 mei, de tweede ronde is geopend van 3 juni tot en met 22 september. In dit document is de verdeling van het budget te zien. voor deze regeling. Voor meer informatie wat in welke periode kan worden aangevraagd zie deze website. In dit document kunt u de veel gestelde vragen over de regeling lezen.
 
Voor meer informatie kunt u terecht bij de RVO

Naar boven


Van vakmanschap naar ondernemerschap
Investeren in de eigen onderneming en het ondernemerschap.

Blijven investeren in de eigen onderneming is belangrijk om een voldoende bedrijfsresultaat te blijven behalen. Een van de manieren waarop dat kan is door te investeren in de eigen kennis op het gebied van ondernemerschap. Dit kan bijvoorbeeld door het volgen van de training ‘Vakmanschap naar Ondernemerschap’, die dit jaar weer door Onderwijscentrum Binnenvaart georganiseerd wordt. De training is ontwikkeld om een extra impuls te geven aan de onderneming en aan de ondernemer. Tijdens de training krijgt u onder andere antwoord op de vragen:
Hoe staat de onderneming er financieel voor? en Hoe kan ik inspelen op eventuele kansen en bedreigingen nu en in de toekomst?
 
Het volgen van de training geeft bedrijfseconomische en financiële inzichten. In korte tijd wordt boekhoudkundig inzicht vergroot en wordt een gezonde competitie in onderhandeltechnieken toegepast. Daarnaast wordt er gekeken naar de persoonlijke drijfveren van de kandidaten en wordt de blik op de toekomst gericht. De focus ligt altijd op een praktijkgerichte aanpak met veel voorbeelden en herkenbare situatieschetsen.
Door een intake voorafgaand aan de training, wordt het een training op maat. Tijdens de tweedaagse training krijgen de deelnemers voor hen relevante en nuttige handvatten aangereikt. Zo kan de ondernemer meer uit zichzelf en uit de onderneming halen.
 
Informatie en kosten
De training duurt 2 dagen en wordt aangeboden voor € 800,- (excl. BTW) per persoon, dit is inclusief overnachting en verzorging.
 
Als lid van CBRB betaalt u € 700,-. (Excl. BTW).
 
Dit jaar vinden de trainingen plaats op de onderstaande data*:
  • donderdag 10 en vrijdag 11 juli
  • donderdag 25 en vrijdag 26 september
  • donderdag 20 en vrijdag 21 november 
* Data onder voorbehoud. De organisatie behoudt zich het recht om data te wijzigen
 
Meer informatie vindt u op de Binnenvaart Academie: www.binnenvaartacademie.nl/vakmanschap

Naar boven


Verbetering ligplaats Zanzibarhaven Amsterdam

Naar aanleiding van klachten uit de binnenvaart over het gebrek aan een trap bij een afloop steiger in de Zanzibarhaven te Amsterdam, is besloten dat het steiger wat langer zal worden en een trap zal worden geplaatst. Uiteraard zijn wij blij met deze benodigde verbeterslag.
 


Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Totstandkominggeschiedenis CMNI-verdrag gepubliceerd

Mr. Theresia Hacksteiner, Secretaris General IVR en EBU, heeft de totstandkomingsgeschiedenis van het Verdrag van Boedapest inzake de overeenkomst van goederenvervoer over de binnenwateren (CMNI) in haar recentelijk verschenen boek in kaart gebracht. Het Verdrag trad op 1 april 2005 in werking en is inmiddels in talrijke binnenvaartlanden van kracht.
 

In een algemene inleiding (in het Nederlands, Duits en Engels) geeft de auteur een overzicht van de ontstaansgeschiedenis en een toelichting op het verdrag. Vervolgens wordt aan de hand van de onderhandelingsteksten per artikel de totstandkoming beschreven. Aangezien de onderhandelingen primair in het Duits werden gevoerd, wordt deze toelichting in het Duits gepubliceerd.
 

Mevrouw Hacksteiner, die in haar functies grotendeels bij de onderhandelingen en de Diplomatieke Conferentie ter totstandkoming van het verdrag betrokken was, ontving voor de publicatie van dit boek de “Mannheimer Preis für Binnenschifffahrtsrecht”.q
 


Het boek is verschenen en verkrijgbaar bij Uitgeverij Paris (www.uitgeverijparis.nl).

Naar boven


Startbijeenkomst van het Landelijke Expertisecentrum Transportveiligheid

Het Landelijk Expertisecentrum Transportveiligheid is in 2013 opgericht en is een samenwerkingsverband tussen het Platform Transportveiligheid, het Instituut Fysieke Veiligheid en het Lectoraat Transportveiligheid.
 
Het Landelijk Expertisecentrum Transportveiligheid bevordert het veilig transport van grote groepen mensen en van goederen over water, weg, spoor en buisleidingen. Men is actief op alle onderdelen van de veiligheidsketen, zowel risicobeheersing als incidentbestrijding en richt zich op die incidenten waarbij een bovengemiddeld beroep wordt gedaan op de hulpdiensten. Dit expertisecentrum is van en voor de 25 veiligheidsregio’s en het centrale punt voor het verzamelen en verspreiden van kennis en expertise op alle transportmodaliteiten. Men staat ook open voor andere organisaties die kennis en expertise willen delen.
 
Op vrijdag 9 mei vindt te Arnhem een startbijeenkomst plaats. In bijgevoegde uitnodiging is te lezen wat de actuele thema’s zijn. Eventuele geïnteresseerden zich aanmelden bij: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Er zijn geen kosten verbonden aan de bijeenkomst.

Naar boven


LNG: waar liggen de hobbels?

Varen op LNG is een relatief nieuw verschijnsel. Bij ondernemers leeft nog een groot aantal vragen over dit onderwerp. Aan de hand van een enquête willen EICB en Rebel Group eventuele knelpunten en obstakels in kaart brengen.
 
Een beslissing nemen om een schip (om) te bouwen naar LNG is niet eenvoudig. Want wat zijn precies de technische mogelijkheden? Welke investeringen zijn er mee gemoeid? En zijn er aanvullende randvoorwaarden waaraan een schipper moet voldoen?
 
Bij gebrek aan een centraal informatiepunt is actuele kennis over de snelle ontwikkelingen op LNG-gebied niet altijd beschikbaar voor iedereen. Dat maakt het voor schippers en scheepseigenaren soms lastig om weloverwogen keuzes te kunnen maken. EICB wil hieraan tegemoet komen en schippers actief gaan ondersteunen bij het maken van een goede afweging. Achterliggend doel is om de overstap naar deze brandstof van de toekomst te vergemakkelijken. En zo de sector te helpen met de verdere verduurzaming van de binnenvaartvloot.
 
Schippers die de overstap naar LNG als brandstof van de toekomst overwegen kunnen nu hun mening geven via een korte enquête. Deze is opgezet in samenwerking met Rebel Group en te vinden op www.eicb.nl/lng Deelname aan deze enquête kan anoniem.

Naar boven


MoVeIT! onderzoekt de modernisering van de binnenvaartvloot

Binnen het Europese onderzoeksproject MoVeIT! zijn 23 partners uit 9 Europese landen betrokken bij het uitvoeren van een onderzoek naar een betaalbare modernisering van de Europese binnenvaartvloot. Onderzoek richt zich op de verschillende facetten van een binnenvaartschip en het gebruik ervan. Er wordt onderzoek gedaan naar onder andere de scheepsstructuur, het scheepsontwerp, de motor en alternatieve brandstoffen, nieuwe diensten en het efficiënte gebruik van een schip.
 
Binnen dit project nemen eveneens vier binnenvaartondernemingen deel, namelijk ThyssenKrupp Veerhaven, de Hongaarse rederij Plimsoll, het Oostenrijkse Helogistics en het Franse CFT. Schepen van deze partijen worden geanalyseerd door middel van CFD-analyse. Met CFD-analyse wordt de hydrodynamische prestatie van een schip geanalyseerd, waarin de stroming en weerstand worden berekend om te zien welke verbeteringen er gedaan kunnen worden. MoVeIT!-partners MARIN en DST zijn gespecialiseerd in het verrichten van zulke analyses. Vervolgens worden oplossingen voorgesteld aan de scheepseigenaren. De werking hiervan wordt in demonstratieprojecten getoond.
 
Op de beurs Maritime Industry in Gorinchem zullen de resultaten van het project worden gepresenteerd in een bijeenkomst op dinsdag 13 mei van 11.30 tot 13 uur. Hier kunt u meer informatie krijgen over dit project en de oplossingen die eruit komen. Daarna kunt u de beurs bezoeken, waar eveneens de MoVeIT!-partners MARIN en EICB met een stand vertegenwoordigd zijn. Voor verdere vragen over MoVeIT! kunt u ook daar terecht.
 
Daarnaast wordt er in september in Boedapest de EIWN conferentie over de Europese binnenvaart gehouden, waarin de verschillende ontwikkelingen binnen de Europese binnenvaart worden besproken. Op deze conferentie zullen eveneens de eindresultaten van het MoVeIT!-onderzoek worden gepresenteerd.
 
Wilt u meer weten over MoVeIT!, dan kunt u terecht op de website van MoVeIT!: www.moveit-fp7.eu of contact opnemen met het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart op 010 - 798 98 30 of per e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Ruim honderdduizend euro beschikbaar voor innovatieve projecten binnenvaart

In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu voert het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB) de subsidieregeling ‘Innovaties Duurzame Binnenvaart’ uit. Deze regeling staat open voor subsidieaanvragen ten behoeve van innovatieve projecten, die een wezenlijke bijdrage leveren aan de verdere verduurzaming van de sector. Projecten dienen zich toe te spitsen op alternatieve brandstoffen, voor- of nabehandelingstechnieken, motormanagement of inrichting en gebruik van het schip ten behoeve van CO2-, NOx- en fijnstofreductie bij de voortstuwing van schepen.
 
Voor het jaar 2014 is 110.000 euro beschikbaar. De sluitingstermijn voor indiening is 1 mei 2014. De exacte voorwaarden en het aanvraagformulier zijn beschikbaar via www.eicb.nl/idb
Een onafhankelijke Innovatieraad beoordeelt de ingediende projecten en stelt een rangschikking op.
Overweegt u om een project in te dienen? Voor een goede beoordeling zal een projectaanvraag moeten beantwoorden aan de volgende drie vragen:
  • In welke mate is de innovatie generiek toepasbaar voor binnenvaartschepen van een vergelijkbaar scheepstype of vaarprofiel?
  • In welke mate reduceert de innovatie uitstoot van CO2, NOx en PM?
  • In welke mate heeft de innovatie een terugverdieneffect voor degene die haar toepast?
Voor vragen of een toelichting kunt u contact opnemen met het EICB, telefoon 010 - 798 98 30 of per e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Workshops Binnenvaart Innovatieschuur

Het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart en de projectpartners van de Binnenvaart Innovatieschuur nodigen u van harte uit voor hun twee workshops die gehouden gaan worden gedurende de beurs Maritime Industry in Gorinchem op 14 en 15 mei.
 
De positie van de binnenvaart als duurzaamste vervoersmodaliteit was lange tijd onbetwist. Maar tijden veranderen en ontwikkelingen bij concurrerende vormen van vervoer staan allesbehalve stil. Doordrongen van de noodzaak om in actie te komen, pakten motorenleveranciers en toeleveranciers begin 2013 de handschoen op en ondertekenden twintig partijen een convenant. Concullega ’s werken sinds die tijd samen om het probleem van noodzakelijk maatwerk per schip zoveel mogelijk op te lossen. Een zo algemeen mogelijke oplossing om te komen tot een verbetering van milieuprestaties van de bestaande binnenvaartvloot, dat is waar de projectgroep aan werkt. Met een naar verwachting gunstig effect op de uiteindelijke kostprijs van de update per schip.
 
Betaalbare oplossingen!
In samenspraak met de sector is geschat, dat voor de bestaande 4100 scheepsmotoren een milieutechnische update zinvol kan zijn. Doel van de Innovatieschuur is om zo’n 20% van deze motoren binnen 4 jaar naar CCR2-standaard te helpen brengen.
De werkelijke opgave is om deze innovatieve toepassingen tegen zo laag mogelijke kosten en zo breed mogelijk toe te kunnen passen. Door een aantal specifieke kenmerken van de binnenvaarteconomie is dat lang niet zo vanzelfsprekend.
Er zijn inmiddels vier werkgroepen actief, die zijn toegespitst op de specifieke omstandigheden van een vaarprofiel. Laat u tijdens de workshops informeren over de stand van zaken en actuele onderwerpen vanuit deze vier werkgroepen!
 
Hier treft u het voorlopige programma aan en verdere informatie. De website kunt u in de gaten houden voor up to date informatie www.eicb.nl
 
Aanmelden kan via een mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Maritime Industry 2014

Ook dit jaar zal het CBRB op de beurs Maritime Industry aanwezig zijn. Ons is standnummer 224 toegekend.
 
De beurs vindt plaats van 13 t/m 15 mei as. in de Evenementenhal in Gorinchem.
CBRB leden ontvangen een uitnodiging, u kunt vervolgens de entreebewijzen aanvragen via een link die in de brief vermeld is.
 
Tot dan !
Ga naar boven