Nieuwsbrief 2012 - 01

  1. Economische betekenis van de passagiersvaart in Nederland
  2. Extra 200 miljoen euro vrijgemaakt voor TEN-T
  3. Diverse wijzigingen gepubliceerd in Staatsblad en Staatscourant
  4. CBRB gasoliecirculaire
  5. Vernieuwde VIHB-regeling ingegaan per 1 januari 2012
  6. MIA en VAMIL-regelingen ook in 2012 gecontinueerd
  7. Energie InvesteringsAftrek (EIA) 2011 gepubliceerd
  8. LNG – internationaal veel ontwikkelingen
  9. Multilaterale overeenkomst M001 taal documentatie wordt nog met één jaar verlengd tot eind 2012
  10. Voorstel vervanging multilaterale overeenkomst M002 stookolie UN 3082 vanaf 2013 kan impact hebben
  11. Voorstel internationale werkgroep tweede vluchtweg roepen veel vraagtekens op
  12. Werkzaamheden door de bemanning van het schip bij laden en lossen
  13. Pilot "intermodaal sinaasappelsapvervoer per binnenvaartschip" is succesvol!
  14. Vaarbewijzer
  15. Meer ligplaatsen Hartelkanaal
  16. Aankondiging Barge to Business
  17. Jong CBRB
  18. Georg Hötte voorzitter Bundesverband der Deutschen Binnenschiffahrt e.V. (BDB)
  19. Wederzijdse erkenning vaarbevoegdheidsbewijzen
  20. Update activiteiten werkgroep De Korte in het transitieproces
  21. Procedure Zeeland Refinery & vervoersdocumentatie
  22. Uitnodiging Bijeenkomst VoortVarend Besparen
  23. Herstel schade aan Sluis Eefde duurt naar verwachting acht weken
  24. Nieuwe leden
  25. CBRB Agenda

Economische betekenis van de passagiersvaart in Nederland

- Passagiersvaart vormt maar liefst 10% van de omzet van de binnenvaart -
Op donderdag 15 december 2011 zijn de resultaten van het onderzoek naar het economisch belang van de passagiersvaart in Nederland gepresenteerd onder de titel "Passagiersvaart: out of the blue - de economische betekenis van de passagiersvaart in Nederland" en vervolgens officieel overhandigd aan VVD-Tweede Kamerlid mevrouw Ingrid de Caluwé.


Dit onderzoek is uitgevoerd door de Erasmus Universiteit in opdracht van het CBRB.

Een van de belangrijkste resultaten van het onderzoek is, dat de passagiersvaart in Nederland, met een omzet van ongeveer 236 miljoen euro in 2010, verantwoordelijk is voor maar liefst 10% van de omzet van de binnenvaartsector (2,3 miljard euro).

De dagpassagiersvaart en de chartervaart bieden daarnaast werkgelegenheid aan meer dan 2.800 werknemers (FTE's).

Behalve een kwantitatieve analyse van de belangrijkste economische kerngetallen, omvatte het onderzoek ook een kwalitatieve analyse in de vorm van een SWOT-analyse. Aan de hand van de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van de sector, zijn de belangrijkste aandachtspunten gedefinieerd, die zijn samen te vatten in de volgende vier steekwoorden:
  1. Een kracht van de passagiersvaart is haar flexibiliteit;
  2. Een probleem van de sector is de beperkte productinnovatie;
  3. Het onvermogen om zich te verenigen leidt ertoe dat de sector niet optimaal vertegenwoordigd kan worden richting overheden;
  4. (In samenhang met punt 3): Veel beleid en wetgeving van de overheid wordt vaak niet begrepen (onduidelijk) of als onnodig ervaren (nut/noodzaak).

Zowel het (Engelstalige) onderzoek als de (Nederlandstalige) samenvatting ervan zijn te vinden via www.cbrb.nl/economischbelangpassagiersvaart en via deze nieuwsbrief: Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Extra 200 miljoen euro vrijgemaakt voor TEN-T

Zoals reeds aangekondigd in december 2011, heeft de Europese Commissie op 10 januari 2012 bekend gemaakt € 200 miljoen extra beschikbaar te stellen voor belangrijke vervoersinfrastructuur projecten. Dit geld is beschikbaar voor cofinanciering van projecten in een vijftal specifieke prioritaire gebieden:



  • € 25 miljoen voor projecten gericht op geïntegreerd en multimodaal vervoer;
  • € 35 miljoen voor infrastructuurprojecten die klimaatverandering helpen mitigeren en/of milieuschade door transport helpen verminderen;
  • € 100 miljoen voor projecten die de realisatie van de TEN-T's kunnen bespoedigen;
  • € 15 miljoen voor PPS-projecten;
  • € 25 miljoen voor projecten die het netwerk - en meer bepaald de corridors - helpen realiseren.
Op de website van het TEN-T Executive Agentschap staat relevante informatie. Projectvoorstellen kunnen tot 13 april 2012 worden ingediend. Op 31 januari organiseert het Agentschap een informatiedag. Hier vindt u alle informatie over dit evenement, waarvoor een registratie vereist is. De vergadering zal ook via het internet te volgen zijn.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Diverse wijzigingen gepubliceerd in Staatsblad en Staatscourant

Met dit artikel informeren we u over een aantal gepubliceerde wijzigingen.

Wijziging van het Binnenvaartbesluit over de registratie van strafrechtelijke gegevens
Deze publicatie in het Staatblad is een algemene maatregel van bestuur die de registratie krachtens artikel 35b, eerste lid, van de Binnenvaartwet reguleert. Het gaat met name om opgeschorte vaarbevoegdheden als gevolg van een rechterlijke uitspraak of doordat het desbetreffende vaardocument voorlopig is ingenomen.

Ten hoogste toegelaten afmetingen van duwstellen en gekoppelde samenstellen
Deze publicatie in de Staatscourant gaat over het toestaan van duwstellen en gekoppelde samenstellen op het riviergedeelte Spijksche Veer – Gorinchem met afmetingen van ten hoogste 225 m lengte en 17,50 m breedte. Dit is nogmaals verlengd tot 1 januari 2015, waarna de evaluatie plaatsvindt.

Wijzigingen van diverse tariefregelingen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Deze publicatie in de Staatscourant gaat over wijzigingen van tarieven een aantal regelingen voor diensten die door of namens de overheid ten behoeve van derden worden uitgevoerd in het kader van diverse wetten en algemene maatregelen van bestuur op het gebied van de scheepvaart en het spoor- en wegvervoer.

Beperking beschikbare waterdiepte Maaskade en Prins Hendrikkade Rotterdam
In deze publicatie in de Staatscourant wordt een beperking van de beschikbare waterdiepte aan de Maaskade en de Prins Hendrikkade in Rotterdam bekend gemaakt. Navraag bij het Havenbedrijf van Rotterdam maakt duidelijk dat het gaat om een ten minste beschikbare contractdiepte van NAP – 2,5 meter.

Verkeersbesluit in verband met plaatsen van verkeerstekens
Deze publicatie in de Staatscourant omvat een verkeersbesluit voor het plaatsen van verkeerstekens in beheersgebied Rijkswaterstaat Oost-Nederland in de gemeente Schouwen-Duiveland.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


CBRB gasoliecirculaire

CBRB Sinds begin 2011 is de CDNI verwijderingsbijdrage van € 0,75 per 100 liter gasolie opgenomen in de CBRB gasoliecirculaire.
In het najaar van 2011 is het CBRB benaderd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) omdat wij de verwijderingsbijdrage in onze gasoliecirculaire hadden opgenomen. Wij werden door de NMa benaderd omdat de EVO kenbaar had gemaakt dat zij bezwaren hadden tegen het opnemen van de verwijderingsbijdrage in onze circulaire.

De verwijderingsbijdrage is door het CBRB in de circulaire opgenomen omdat het gaat om een door de overheid opgelegde verplichting die direct gerelateerd is aan de bunkering van gasolie door binnenschepen. We hebben tijdens een uitvoerig gesprek met de NMa de beweegredenen hiervoor toegelicht. Dat heeft helaas niet het gewenste resultaat gehad. De NMa is van mening dat de CDNI-verwijderingsbijdrage niet opgenomen mag worden in onze circulaire. Het opnemen van de toeslag zou een suggestie of verwijzing van gewenste of verplichte doorberekening aan opdrachtgevers of klanten in kunnen houden. De NMa verwijst voor de motivatie van hun standpunt naar de randnummers 50 tot en met 58 van de zogenoemde Richtsnoeren Samenwerking Ondernemingen. Zie hier voor deze richtsnoeren (pagina 16 t/m 18).
Wij hebben na het bericht van de NMa overleg gevoerd over de risico's en mogelijkheden. Na juridische consultatie bleek dat het niet ondenkbaar was dat de NMa in een eventuele procedure gelijk zou krijgen. De mogelijkheid het op een eventuele procedure aan te laten komen is overwogen. Het risico dat we geconfronteerd zouden worden met een juridische procedure, het daarmee samenhangende tijdsbeslag en de kosten plus een eventuele boete was reëel aanwezig. Daarom wordt per 1 januari 2012 de circulaire zonder de verwijderingsbijdrage doorgegeven.
De verwijderingsbijdrage van € 0,75 per 100 liter blijft in 2012 ongewijzigd.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer mr. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Vernieuwde VIHB-regeling ingegaan per 1 januari 2012

Zoals wij u in onze nieuwsbrief geïnformeerd hebben, zouden de criteria op de lijst voor alle Vervoerders, Inzamelaars, Handelaren en Bemiddelaars, de VIHB-lijst (de regeling die geldt bij het vervoeren van bedrijfsafvalstoffen na de vergunningaanvraag bij de stichting NIWO) aangepast worden, met als voornaamste doel het verminderen van de administratieve lasten. Staatssecretaris Joop Atsma van het Ministerie Infrastructuur & Milieu (I&M) had al eerder besloten de drie criteria te versoepelen voor het bedrijfsleven.

Het CBRB heeft gezamenlijk met Kantoor Binnenvaart, TLN, EVO en enkele brancheorganisaties die actief zijn in de afval(inzamel)branche, druk uitgeoefend op het Ministerie door de gewijzigde regeling alsnog zo snel mogelijk in te laten gaan en met succes!
De aangepaste VIHB-regeling is per 1 januari 2012 ingegaan!

Dit betekent in het kort, dat u bij het verlengen van uw VIHB-registratie minder te maken krijgt met administratieve lasten. In het kort de vernieuwde VIHB-regeling

De eis van kredietwaardigheid van € 18.000 zal in zijn geheel worden afgeschaft en de eis van vakbekwaamheid zal niet meer voor vervoerders (niet zijnde inzamelaars en handelaren) gelden.
De Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), die nu elke vijf jaar opgevraagd moet worden bij de gemeente van inschrijving, zal bij de aangepaste regeling enkel nog aangevraagd moeten worden bij de eerste (en eenmalige) aanvraag van de vergunning voor het vervoer van afvalstoffen.

De criteria voor de VIHB-lijst (oude situatie)
  1. Kredietwaardigheid - € 18.000 eigen vermogen
  2. Vakbekwaamheid - vervoersvergunning (of vakdiploma afvalstoffen)
  3. Betrouwbaarheid - Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) elke vijf jaar opnieuw aan te vragen bij domicilie gemeente.
De criteria voor de VIHB-lijst (situatie vanaf 1 januari 2012)
  1. Kredietwaardigheidseis (van € 18.000 eigen vermogen) vervalt in zijn geheel.
  2. Vakbekwaamheid vervalt voor vervoerders (niet zijnde inzamelaars en handelaren)
  3. Betrouwbaarheid- Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) enkel nodig bij eerste aanvraag VIHB-vergunning (dus niet meer voor de verlenging).
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer N. (Nick) Lurkin.

Naar boven


MIA en VAMIL-regelingen ook in 2012 gecontinueerd

De MIA (Milieu Investeringsaftrek) en Vamil (willekeurige afschrijving milieu-investeringen) zijn twee verschillende regelingen en worden ook in 2012 gecontinueerd. De regelingen zijn eind december gepubliceerd in de Staatscourant. Via de MIA\Vamil-regeling kunt u:
  • fiscaal voordelig investeren in milieuvriendelijke producten of bedrijfsmiddelen;
  • innovatieve milieuvriendelijke producten sneller op de markt brengen.

Fiscaal voordelig investeren
Via de MIA kunt u tot 36% van de investeringskosten voor een milieuvriendelijke investering aftrekken van de fiscale winst aanvullend op de reguliere afschrijving en met de Vamil kunt u zelf bepalen wanneer u deze investeringskosten afschrijft. Hoe snel of hoe langzaam bepaalt u zelf. Dat levert een liquiditeit- en rentevoordeel op. Op de nieuwe Milieulijst voor 2012 staan circa 360 investeringen met een onmiskenbaar milieuvoordeel waarbij tot 36% van de investeringskosten mag worden afgetrokken van de fiscale winst. A t/m G: A = 27% MIA + Vamil, B = 13,5% MIA + Vamil, C = alleen Vamil, D = alleen 27% MIA E = alleen 13,5% MIA, F = 36% MIA + Vamil, G = alleen 36% MIA.

Een aantal relevante maatregelen uit de lijst 2012.
B 1032 - Duurzame romp van een binnenvaartschip
  1. bestemd voor: het vervoer van goederen of personen over binnenwateren, of voor het bestrijden van calamiteiten op binnenwateren, met een schip waarvan de romp voldoet aan onderstaande criteria, waarbij de eigenaar van het schip met meetrapporten of certificaten aantoont dat aan de vereiste specificaties wordt voldaan. De romp van het schip:
    1. a) bestaat uit kunststof, of
      b) is voorzien van een milieuvriendelijke antifouling, als bedoeld in bedrijfsmiddel F 7080,
    2. heeft glad afgewerkte ankers en kluizen als het schip is voorzien van kluisankers,
    3. heeft een beschermingssysteem tegen corrosie dat geen offeranodes bevat, zoals opgedrukte stroom, als een beschermingssysteem tegen corrosie wordt gebruikt, en
    4. heeft een kunststof of stalen buikdenning, als een buikdenning wordt toegepast,
  2. bestaande uit: een metalen of kunststof romp van het binnenvaartschip, (eventueel) een milieuvriendelijke antifouling, (eventueel) een beschermingssysteem tegen corrosie en (eventueel) een buikdenning.
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste 500.000 euro van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Een kunststof of stalen buikdenning voor een bestaand binnenvaartschip kan apart gemeld worden onder E 7103.

F 2101 - Ontgassingsinstallatie voor transportcontainers
  1. bestemd voor: het ontgassen van transportcontainers door afzuiging van lucht gevolgd door behandeling van de afgezogen lucht, ter voorkoming van emissie van ontsmettingsgassen of andere luchtverontreinigende stoffen naar de buitenlucht,
  2. bestaande uit: een afzuiginstallatie, een filterinstallatie, gasdetectieapparatuur en (eventueel) gasnabehandelingsapparatuur.

F 2133 - NOx-reductiesysteem voor een binnenvaartschip
  1. bestemd voor: het verwijderen van NOx uit de afgassen van binnenvaartschepen door het uitrusten van de dieselmotoren met een NOx-reductiesysteem (retrofit) zoals een SCR-katalysator en waarbij,
    • de NOx-uitstoot niet meer bedraagt dan 2 gram per kilowattuur voor nieuwe motoren en 3 gram per kilowattuur voor bestaande motoren, en
    • de NOx-uitstoot kan worden aangetoond met een NOx-meetrapport waarbij de NOx-metingen uitgevoerd zijn conform ISO 8178:1994,
  2. bestaande uit: een NOx-reductiesysteem en (eventueel) NOx-meetrapport.
Toelichting: Dieselmotoren op een binnenvaartschip die in aanmerking kunnen komen zijn voortstuwingsmotoren, boegschroeven, aggregaten en (beladings-)pompen. SCR-installaties voor motoren van een zeeschip kunnen worden gemeld onder A 2131. Roetfilters kunnen geplaatst worden in combinatie met SCR-katalysatoren (retrofitinstallaties) zoals genoemd in F 2133. Roetfilters voor een binnenvaartschip kunnen worden gemeld onder code A 4086.
Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie www.greenaward.org voor de voorwaarden.

A 4086 - Gesloten roetfilter voor een binnenvaartschip
  1. bestemd voor: het verwijderen van roetdeeltjes, eventueel in combinatie met andere schadelijke luchtverontreinigingen, uit de rookgassen van binnenvaartschepen, met een gesloten roetfilter dat voldoet aan de eisen van TRGS 554 of dat staat op de roetfilterlijst van VERT (Verminderung der Emissionen von Real-Dieselmotoren im Tunnelbau) of BAFU (Bundesambt für Umwelt), en dat voorzien is van een:
    • actief regeneratiesysteem, of
    • passief regeneratiesysteem in combinatie met een SCR-katalysator,
  2. bestaande uit: een gesloten roetfilter en een actief of passief regeneratiesysteem.
Toelichting: Roetfilters kunnen geplaatst worden in combinatie met SCR-katalysatoren (retrofitinstallaties) zoals genoemd in F 2133. De roetfilterlijsten van VERT en BAFU zijn te vinden op www.vert-certification.eu en www.bafu.admin.ch.
Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie www.greenaward.org voor de voorwaarden.


A 6063 - Halogeenvrij gekoeld bulktransport van LPG en toxische gassen per binnenvaartschip
  1. bestemd voor: het bij calamiteiten verminderen van de uitstroom van LPG of toxische gassen uit bulktransporttanks van een binnenvaartschip door omschakeling van drukopslag naar gekoelde opslag met een passend halogeenvrij koelsysteem,
  2. bestaande uit: een (verdampings-) koelsysteem.

A 6067 - Warmtebestendige tankondersteuning voor lading met hoge temperatuur (ombouw)
  1. bestemd voor: het ondersteunen van tanks met een vloeibare lading met een temperatuur van ten hoogste 250 ºC op een bestaand binnenvaartschip waarbij de niet-warmtebestendige ondersteuning van de tanks wordt vervangen door een gelaagde en drukvaste tankondersteuning waarmee temperatuurverschillen tussen de lading en het water wordt opgevangen conform de eisen van de ADNR en die is gecertificeerd door een erkend classificatiebureau,
  2. bestaande uit: een gelaagde en drukvaste ondersteuningsconstructie.

A 6068 - Automatisch noodbesturingssysteem voor een binnenvaartschip
  1. bestemd voor: het voorkomen van aanvaringen van binnenvaartschepen, doordat bij uitval van het primaire besturingssysteem binnen 5 seconden automatisch, zonder handmatige handelingen, een noodbesturingssysteem wordt ingeschakeld,
  2. bestaande uit: een automatisch noodbesturingssysteem.

A 6070 - Aanvaringsbestendige binnenvaarttanker voor ammoniak of LPG
  1. bestemd voor: het uitsluitend vervoeren van LPG of ammoniak over binnenwateren in een dubbelwandig binnenvaartschip, dat voorzien is van een waarschuwingssysteem bij het manoeuvreren van het schip,
  2. bestaande uit: dubbelwandige (roestvrij) stalen wanden en tanks en een waarschuwingssysteem bij het manoeuvreren.

A 6073 - Laad- en losapparatuur voor modaliteitsverschuiving vervoer gevaarlijke stoffen
  1. bestemd voor: het verminderen van het risico van een zwaar ongeval door het omschakelen van bestaand transport van gevaarlijke stoffen over weg of spoor naar transport per binnenvaartschip,
  2. bestaande uit: laad- en losvoorzieningen en (eventueel) kadefaciliteiten die noodzakelijk zijn om vervoer via een binnenvaartschip mogelijk te maken.

B 7094 - Opslagtank voor huishoudelijk afvalwater van schepen
  1. bestemd voor: de opslag van huishoudelijk afvalwater aan boord van een binnenvaart-, een passagiers- of een hotelschip, met minder dan 50 passagiers of hotelgasten,
  2. bestaande uit: een opslagtank en een koppeling voor walafgifte, waarbij een opslagtank aan boord van een recreatievaartuig, als bedoeld in de Wet op de pleziervaartuigen, niet in aanmerking komt voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving.

A 7096 - Sedimentatie-installatie
  1. bestemd voor: het door bezinking verwijderen van verontreinigingen uit water dat vrijkomt bij het reinigen van schepen en waarbij de reststromen worden hergebruikt of anderszins nuttig toegepast,
  2. bestaande uit: een sedimentatiebak, een pomp, (eventueel) een slibruimer en (eventueel) een drijflaagafscheider.

A 7100 - Hennegat- of schroefaskokerafdichtingsinstallatie
  1. bestemd voor: het afdichten van de hennegat- of de schroefaskoker van een schip door:
    • een watergesmeerde afdichtingsinstallatie, of
    • een met biologisch afbreekbare olie of vet gevulde afdichtingsinstallatie, waarbij de druk op de afdichtingen constant blijft en niet meer bedraagt dan 0,4 bar,
  2. bestaande uit: lagerbussen en afdichtingsinstallatie, exclusief de schroef en het roeras.
Toelichting: Voor informatie over bio-olie en -vet zie punt 6 van de puntenlijst (paragraaf 1 van de Milieulijst). Meer informatie over bio-olie en -vet vindt u ook op www.biosmeermiddelen.nl. Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie www.greenaward.org voor de voorwaarden.

E 7103 - Stalen of kunststof buikdenning (aanpassing bestaand binnenvaartschip)
  1. bestemd voor: het voorkomen van het ontstaan van afval bij het transport van goederen met een binnenvaartschip, door het aanbrengen van een stalen of kunststof buikdenning met afdichting tussen vloer en wand, in de bestaande laadruimte van een bestaand binnenvaartschip, waarin nog geen stalen of kunststof buikdenning is aangebracht,
  2. bestaande uit: een gesloten stalen of kunststof buikdenning.
Toelichting: Een buikdenning komt bij verlenging van een bestaand schip alleen in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, voor zover de buikdenning wordt aangebracht in het bestaande deel van het schip.

F 3056 - Ontgassingsinstallatie voor scheepstanks
  1. bestemd voor: het ontgassen van scheepstanks die gebruikt zijn voor het vervoer van vluchtige koolwaterstoffen, waarbij de afgevangen gassen worden gereinigd en de koolwaterstoffen worden teruggewonnen of vernietigd,
  2. bestaande uit: een ontgassingsinstallatie en een luchtreinigingsinstallatie.
Toelichting: Onder deze code valt ook een ontgassingsinstallatie aan boord van een schip of op een ponton.

Fiscale informatie
Voor informatie over de meldingstermijn of over de fiscale toepassing van MIA en Vamil kunt u contact opnemen met de Belastingdienst, telefoonnummer 0800 - 0543 of u kunt de website van de Belastingdienst bezoeken.

Voor meer informatie over de regeling op de website van AgentschapNL.nl en/of neem contact op met de heer Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Energie InvesteringsAftrek (EIA) 2011 gepubliceerd

Het CBRB is zeer te spreken over het feit dat ook in 2012 de EIA-regeling gecontinueerd zal blijven en op bepaalde zaken aantrekkelijker is gemaakt voor de binnenvaartondernemer. De officiële publicatie hiervan is eind december in de Staatscourant verschenen. De Energie-investeringsaftrek (EIA) is een fiscale regeling waarmee de overheid u ondersteund bij investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen en in duurzame energie. Wanneer u gebruik maakt van de EIA heeft u als ondernemer dubbel voordeel: uw energiekosten gaan omlaag én u betaalt minder belasting.
  • Naast de gebruikelijke afschrijving kunt u 41,5% van de investeringskosten van energiebesparende bedrijfsmiddelen aftrekken van de fiscale winst.
  • Over één of meer jaren betaalt u minder inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.
Waarom energiebesparing en duurzame energie?
Door het gebruik van fossiele brandstoffen ontstaan emissies die bijdragen aan het klimaatprobleem. Bovendien zijn we voor de levering van deze fossiele brandstoffen afhankelijk van een klein aantal landen. Daarom bevordert de overheid een duurzame energiehuishouding met ook op de lange termijn schone, beschikbare en betaalbare energie. Investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen is een verantwoorde keuze. De EIA helpt u daarbij door u belastingvoordeel te geven.

Wanneer komt u in aanmerking voor EIA?
U kunt profiteren van EIA als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
  • U hebt een onderneming voor eigen rekening en bent belastingplichtig voor inkomsten- of vennootschapsbelasting in Nederland.
  • U investeert in een bedrijfsmiddel dat voldoet aan de eisen van de Energielijst en dat minimaal 450 euro kost.

Hoe werkt EIA?
U meldt uw investering digitaal via het loket van Agentschap NL, meer informatie hierover staat in hoofdstuk 5. Als uw investering voor EIA in aanmerking komt, ontvangt u een verklaring. Op deze verklaring staat het bedrag dat voldoet aan de EIA. U mag 41,5% van dit investeringsbedrag van de fiscale winst aftrekken. Het totale bedrag aan energie-investeringen dat per onderneming aan EIA kan worden verleend per kalenderjaar is minimaal 2.300 en maximaal 118 miljoen euro.

Rekenvoorbeeld
De fiscale winst in 2012 bedraagt 500.000 euro. De vennootschapsbelasting is 20% voor de eerste schijf tot 200.000 euro en 25% boven 200.000 euro. U doet voor 300.000 euro nieuwe energie-investeringen. EIA bedraagt 41,5% van 300.000 euro, dat is 124.500 euro. De fiscale winst wordt nu 375.500 euro (500.000 - 124.500 euro). Zonder EIA betaalt u 115.000 euro vennootschapsbelasting. Met EIA betaalt u slechts 83.875 euro vennootschapsbelasting. Uw directe fiscale voordeel bedraagt 31.125 euro. Het netto EIA-voordeel is ongeveer 10%.

Bereken uw fiscaal voordeel hier

Een aantal relevante onderdelen uit de lijst 2012
231101 [w] - Brandstofcelsysteem
Bestemd voor: het gelijktijdig opwekken van warmte en elektrische energie, waarbij een brandstof rechtstreeks wordt omgezet in elektrische energie, en bestaande uit: brandstofcel, (eventueel) brandstofreformer.

240601 [w] - HR-elektromotor
Bestaande uit: elektromotor met een nominaal vermogen kleiner dan of gelijk aan 375 kW, die voldoet aan de IE3 of IE4 efficiency-klasse gemeten conform IEC.
Alleen de elektromotor zelf komt voor Energie-investeringsaftrek in aanmerking.

240609 - Schroefasgedreven generator voor schepen

  1. Bestemd voor: het opwekken van elektriciteit bij schepen door een koppeling met hydropomp op de schroefas, waarbij een hydromotor de generator aandrijft, en bestaande uit: koppeling, hydraulische pomp, hydraulische motor, generator, of
  2. Bestemd voor: het opwekken van elektriciteit bij schepen door een koppeling op de schroefas waarbij de generator direct aangedreven wordt, en bestaande uit: koppeling, generator, frequentieomvormer.

240611 - Energiebesparend roerensysteem
Bestemd voor: weerstandsvermindering van binnenvaartschepen, en bestaande uit: 3-roerensysteem per schroef waarbij het kleine middenroer is geplaatst op de hartlijn van de schroefas, (eventueel) mechanisme voor roerverdraaiing, (eventueel) hydraulische cilinders. Toelichting: Van de hydraulische installatie van de roeren komen alleen de hydraulische cilinders in aanmerking.

240612 [w] - Energiezuinige scheepsmotor

  1. Bestemd voor: de hoofdvoortstuwing van een bestaand binnenvaartschip, met een nominaal motorvermogen van ten minste 250 kW, en bestaande uit: scheepsdieselmotor, waarvan het brandstofverbruik minder bedraagt dan 198 g/kWh, gemeten volgens norm NEN-ISO 3046-1:2002.
    Het maximum investeringsbedrag dat voor Energie-investeringsaftrek in aanmerking komt is €125/kW nominaal vermogen, of
  2. Bestemd voor: de voortstuwing van een bestaand binnenvaartschip, met een nominaal motorvermogen van ten minste 250 kW, waarbij meerdere scheepsdieselmotoren op één schroefas zijn gekoppeld en waarbij afhankelijk van het gevraagde vermogen één of meer scheepsdieselmotoren uitgeschakeld kunnen worden, en bestaande uit: scheepsdieselmotoren waarvan het brandstofverbruik per scheepsdieselmotor minder bedraagt dan 198 g/kWh, gemeten volgens norm NEN-ISO 3046-1:2002, koppeling waarbij de kracht van meerdere scheepsdieselmotoren op één schroefas wordt overgebracht.

Het maximum investeringsbedrag dat voor Energie-investeringsaftrek in aanmerking komt is €175/kW nominaal vermogen.
Toelichting:
De energiezuinige scheepsmotor komt alleen in aanmerking bij vervanging van een scheepsmotor in een bestaand binnenvaartschip. Scheepsmotoren in nieuwe binnenvaartschepen zijn uitgesloten.
Alleen de hoofdmotor voor de voortstuwing van het binnenvaartschip komt in aanmerking en niet de motoren voor boegschroeven en andere toepassingen. Aanwijzing voor het invullen van het aanvraagformulier: bij het aantal bedrijfsmiddelen vult u het aantal kW in. Bij aanschaffingskosten per bedrijfsmiddel vult u het bedrag per kW in. Indien dit hoger is dan het maximale bedrag, dan vult u het maximum bedrag van respectievelijk € 125/kW of € 175/kW in.


Klik hier voor een lijst van de Vereniging van Importeurs Verbrandingsmotoren met de energiezuinige motoren.

240613 [nieuw] - Stoomexpansie-installatie op scheepsmotoren
Bestemd voor: rendementsverbetering van scheepsmotoren van binnenvaartschepen, en bestaande uit: stoomgenerator, stoomexpansie-installatie, condensor, koppeling aan de krukas.

240801 - Warmteterugwinning op een binnenvaartschip
Bestemd voor: het terugwinnen van warmte van de motor van een binnenvaartschip, en bestaande uit: warmtewisselaar, (eventueel) warmtetransportleiding, (eventueel) buffervat, exclusief verwarmingsnet.

240910 - Geautomatiseerd routeplanningssyteem voor binnenvaartschepen
Bestemd voor: het minimaliseren van het brandstofverbruik van een binnenvaartschip, en bestaande uit: een geautomatiseerd routeplanningssysteem dat de snelheid van het schip aanpast aan de vaaromstandigheden en aan het gewenste aankomsttijdstip.

241210 [w] - Spudpaal
Bestemd voor: het stilleggen van bestaande binnenvaartschepen, en bestaande uit: spudpaal.
Het maximum investeringsbedrag dat voor Energie-investeringsaftrek in aanmerking komt bedraagt 20.000 euro per spudpaal.
Toelichting: Een spudpaal komt alleen in aanmerking bij een bestaand binnenvaartschip. Spudpalen bij nieuwe binnenvaartschepen zijn uitgesloten.
Aanwijzing voor het invullen van het aanvraagformulier:

  • bij het aantal bedrijfsmiddelen vult u het aantal spudpalen in
  • bij aanschaffingskosten per bedrijfsmiddel vult u het bedrag per spudpaal in. Indien dit hoger is dan het maximale bedrag, dan vult u het maximum bedrag van 20.000 euro per spudpaal in.

241211 [w] - Hydrodynamische ankerkluizen en ankers
Bestemd voor: het verlagen van de vaarweerstand van een binnenvaartschip, en bestaande uit: anker, ankerkluis
Het maximumbedrag dat voor Energie-investeringsaftrek in aanmerking komt, bedraagt 20.000 euro per combinatie van anker en ankerkluis.
Toelichting:
Het betreft een anker dat in ingetrokken toestand het kluisgat volledig afdicht en één geheel vormt met de huid van het schip.


241212 - Verlenging van een bestaand binnenvaartschip
Bestemd voor: het efficiënter vervoeren van lading met een bestaand binnenvaartschip, en bestaande uit: een constructie die tussen delen van de romp wordt gevoegd waardoor het laadvermogen van het schip wordt vergroot.

240202 [w] - Cryogene transportkoeling
Bestemd voor: het koelen van goederen tijdens transport, en bestaande uit: cryogene koelinstallatie met CO2 als koelmiddel, opslagtank voor vloeibare CO2. Andere cryogene transportkoeling komt niet in aanmerking voor Energie-investeringsaftrek.
Voor aanvragen met betrekking op de energielijst 2012 geldt dat er alleen digitaal aangevraagd kan worden. Dus als u investeert in januari 2012 of later dan kunt u geen schriftelijke aanvraag meer doen.

Voor meer informatie:
Helpdesk Agentschap NL EIA
Postadres: Postbus 10073, 8000 GB Zwolle
Telefoon: (088) 602 34 30, Telefax: (088) 602 90 22, e-mail: E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
De helpdesk is geopend op werkdagen van 9.00 uur tot 12.30 uur.

Voor fiscale vragen
BelastingTelefoon voor ondernemers
Telefoon: 0800 – 0543, website: www.belastingdienst.nl/zakelijk/investeringsregelingen

Spreekuur EIA
Een persoonlijk gesprek over uw investering met een EIA-adviseur. Via dit formulier kunt u zich opgeven.

In 2012 zijn de volgende data gepland:

  • Donderdagmiddag 9 februari Agentschap NL Zwolle
  • Donderdagmiddag 15 maart Agentschap NL Zwolle
  • Dinsdagmiddag 17 april Agentschap NL Utrecht

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer N. (Nick) Lurkin.

Naar boven


LNG – internationaal veel ontwikkelingen

Met o.a. het vorig jaar verschenen witboek van de Europese Commissie, strategiebeleid ontwerp structuurvisie infrastructuur en ruimte alsmede de modal split afspraken rondom Maasvlakte 2, staat de binnenvaart volop in de schijnwerpers. De Nederlandse overheid schrijft nu voor het eerst dat vervoerders, verladers en ontvangers er zorg voor dragen dat gevaarlijke stoffen waar mogelijk via de veiligste en voor de samenleving minst belastende modaliteit en route worden vervoerd.

Op dit moment wordt het overgrote deel van de energie opgewekt middels conventionele fossiele brandstoffen. Onlangs hebben internationale rapporten van o.a. Exxon Mobil ons inzicht gegeven in wat we in feite al wisten. Volgens deze rapporten wordt de huidige oliereserve geschat op 1.000 miljard vaten en dit zou binnen afzienbare tijd uitgeput zijn. Wanneer we dit spiegelen naar de levensduur van de duurzame binnenvaartmotoren en dat de schepen van 2025 nu in de vaart zijn moeten we als sector serieus omgaan met de discussie welke alternatieven er zijn om de sector van het 100% dieselinfuus te krijgen. Alternatieve brandstoffen krijgen de laatste decennia veel aandacht als (deel) oplossingen voor het terugdringen van emissies. Een van de problemen waar vaak tegenaan wordt gelopen bij de introductie van deze brandstoffen is het ontbreken van een brandstofinfrastructuur. LNG wordt echter al wel wereldwijd in bulk per schip vervoerd en in 2010 was er een succesvolle proef met LNG ten behoeve van de voorstuwing op een Chinees binnenvaartschip. Dit maakt dat er al de nodige regels en standaarden aanwezig zijn voor veilige opslag en een veilig verbruik.

Bovenstaande punten waren voor het CBRB aanleiding om, met ondersteuning van het EICB (Expertise Innovatie Centrum Binnenvaart) de subsidieaanvraag voor een eerste initiatief met LNG te ondertekenen in de vorm van mts. Argonon welke eind 2011 in de vaart is genomen en ten tijde van dit schrijven vooralsnog alleen nog maar middels een nationale bijzondere machtiging in Nederland operationeel ingezet mag worden. Internationaal is het CBRB nauw met de initiatiefnemers en de overheden betrokken om het gebruik van LNG in de relevante wet- en regelwerken te loodsen. Het is aan de ervaringen die opgedaan zullen worden met koplopers op het gebied van alternatieve voortstuwingsmethodes om aan te tonen hoe snel een en ander zal plaatsvinden. Ook andere zaken beïnvloeden dit zoals de door de tsunami in Japan veel snellere transitie naar o.a. LNG waardoor de slottijden van zeegaande LNG-tankers bij de Gate Terminal in Rotterdam afgekocht worden omdat het product tegen een veel gunstiger tarief in het Verre Oosten afgenomen wordt.
Begin december 2011 is bij de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) een belangrijke stap gezet om schepen op 'testbasis' toe te laten. Eind januari zal de Economische Raad voor Europa van de Verenigde Naties (UNECE) zich wederom over deze technologie gaan buigen om ook voor ADN-schepen een definitief groen licht te krijgen zodat de sector ook op buiten de grenzen van Nederland deze technologie kan gaan gebruiken.

Circuit
De afgelopen twee jaren zijn er veel bijeenkomsten geweest waar het CBRB en de EBU (Europese Binnenvaart Unie) bij betrokken is geweest. Zo ook in december bij het internationale seminar Small Scale LNG in Amsterdam. U kunt een aantal mogelijk interessante presentaties van dit seminar hier downloaden.

Naar boven


Multilaterale overeenkomst M001 taal documentatie wordt nog met één jaar verlengd tot eind 2012

De eerste officiële multilaterale overeenkomst op het gebied van het ADN tussen Duitsland en Nederland zal vooralsnog met maximaal 1 jaar verlengd worden tot eind 2012. Duitsland en Nederland hebben eind 2010 M001 ondertekend. Door deze multilaterale overeenkomst was er uitstel gecreëerd om aan de verplichtingen, genoemd in onderstaande randnummers, te voldoen tot 31 december 2011. Specifiek gaat het om de verplichting om vanaf 1 januari 2011 de documentatie zoals vermeld in randnummers (vervoersdocumentatie, opleidingsdocumentatie, Certificaten van Goedkeuring en Onderzoek, Stoffenlijst van het klassebureau etc.) 5.4.1.4.1 en 8.1.2.8 in meerdere talen te hebben. Waarom randnummer 7.2.2.5 niet genoemd wordt is niet duidelijk.
De 'oude versie' M001 is hier te bekijken.

7.2.2.5 Gebruiksaanwijzingen voor apparaten en installaties
Indien voor het gebruik van één of ander apparaat of van één of andere installatie bijzondere veiligheidsvoorschriften zijn vereist, moet de gebruiksaanwijzing van dit apparaat of deze installatie in de Duitse, Franse of Nederlandse taal en, indien noodzakelijk, in aanvulling hierop in de aan boord gebruikelijke taal, op een geschikte plaats aan boord zijn neergelegd en kunnen worden ingezien.

Het CBRB heeft de Nederlandse overheid gevraagd om ook mee te gaan in een reeds gecommuniceerd informeel document van de EBU om bepaalde documenten ook na 2013 uit te zonderen. Hieronder vallen documenten bijvoorbeeld een lekveiligheidsplan, verwarmingsinstructies etc.

Multilaterale overeenkomsten zijn een mogelijkheid onder artikel 7 van het ADN – Het CBRB heeft de Nederlandse overheid ook gevraagd om de nieuwe multilaterale overeenkomst voor te stellen aan de andere ADN-landen zodat ook zij dit kunnen ondertekenen.
According to article 7, paragraph (1) of ADN, the Contracting Parties shall retain the right to arrange, for a limited period established in the annexed Regulations, by special bilateral or multilateral agreements, and provided safety is not impaired:
........................... According to paragraphs 1.5.1.2 and 1.5.1.3 of the annexed Regulations, the period of validity of the temporary derogation shall not be more than five years from the date of its entry into force.


Voorstel Oostenrijk ADN 2013
Oostenrijk heeft ook de wens aangekondigd via een wijzigingsvoorstel om het ADN-naslagwerk (ook digitaal is toegestaan) in een taal beschikbaar te hebben die de schipper kan lezen en begrijpen.
8.1.2.8 All documents shall be drawn up on board in a language the master is able to read and understand. and if If that language is not English, French or German, all documents, with the exception of the copy of ADN with its annexed Regulations and those for which the Regulations include special provisions concerning languages, shall be available be on board also and in English, French or German, unless agreements concluded between the countries concerned in the transport operation provide otherwise.

Naar boven


Voorstel vervanging multilaterale overeenkomst M002 stookolie UN 3082 vanaf 2013 kan impact hebben

– input leden gevraagd –
Zoals bekend heeft Nederland op maandag 5 september 2011 formeel de multilaterale overeenkomst ADN/M002 ondertekend. Deze is hier te bekijken. Deze overeenkomst, conform ADN 1.5.1, betreft de indelingscriteria van stookolie. Eerder hadden Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk deze Multilaterale overeenkomst al ondertekend. Inmiddels heeft ook België zich aangesloten.

Eerdere onderzoeksresultaten hebben aangetoond dat stookolie in feite nagenoeg altijd in een type C-tanker ingedeeld zou moeten worden, wanneer men het huidige beslissingsdiagram van deel 3 van het ADN 2011 zou volgen. Dit komt door de carcinogene eigenschappen van de stof en de opbouw van het huidige beslissingsdiagram. De multilaterale overeenkomst biedt het bedrijfsleven nu de ruimte om hiervan af te wijken tot eind 2012.

Voor diverse producten vallende onder de verzamelnaam 'UN 3082 milieugevaarlijke vloeistof, n.e.g.' is een type C-tanker uitstekend in te delen, maar andere producten vallende onder deze verzamelnaam geven wel operationele problemen. Bijvoorbeeld het dichtslippen van vlamkerende roosters, verwarmde dampretourleiding en over- onderdrukventielen. Het CBRB heeft echter ook gekeken naar de capaciteit van het type tankschepen die scheepsbrandstoffen leveren aan de zeevaart in de diverse havens. Met deze overeenkomst is in feite tijd gecreëerd om met een definitieve oplossing te komen, want de overeenkomst is geldig tot eind 2012. Vanaf 2013 zal ook de UN-nummer indeling prioriteit hebben boven een stofnaamindeling.

Nieuw voorstel stoffenwerkgroep UNECE
De CBRB werkgroep ADN/Transportveiligheid heeft zich gebogen over het nieuwe voorstel dat per 2013 van kracht zou kunnen worden en dit betekent dat het product minimaal in een N gesloten vervoerd zal moeten worden. De overheid heeft gekozen om het voorstel van het bedrijfsleven te volgen door niet het stroomdiagram aan te passen maar een separate ´entry´ te maken. Een aanpassing van het diagram zou betekend hebben dat ook andere stoffen een andere indeling zouden krijgen.



In kolom 20 maakt het voorstel melding van opmerking 39 dit is echter niet correct want dit nr. is reeds in gebruik. Een nieuw nummer / 40 zal soortgelijke tekst kennen als het huidige nr. 7. dat we van UN 3256 ´Verwarmbare vloeistof brandbaar n.e.g. kennen.

Het gesloten tankschip is toegelaten indien dit tankschip
  • conform 9.3.2.22.5 a) i) of d) of 9.3.3.22.5 a) i) of d) is uitgevoerd het zijn voorzien van verwarmbare over- en onderdrukventielen; of
  • conform 9.3.2.22.5 a) ii), v), b) of c) is uitgevoerd, het zijn voorzien van verwarmbare gasverzamelleidingen evenals verwarmbare over- en onder drukventielen, of
  • conform 9.3.2.22.5 a) iii) of iv) of 9.3.3.22.5 a) iii) of iv) is uitgevoerd, het zijn voorzien van verwambare gasverzamelleidingen evenals verwarmbare over- en onderdrukventielen en verwarmbare vlamkerene inrichtingen.

Het CBRB wil nagaan in hoeverre de terminals en schepen gereed zijn voor de eisen gesteld, weliswaar per medio 2013, in de nieuwe opmerking 40 en zou relevante tankvaartvervoerder en bevrachters willen vragen onderstaande anonieme enquête in te vullen. De overheden hebben immers geen kosten-batenanalyse uitgevoerd. Een alternatief is om die stoffen te identificeren die paraffine-stollende eigenschappen hebben aangezien deze de bovenstaande apparatuur kunnen doen dichtslippen.

Graag horen we uw reactie via deze korte vragenlijst

Naar boven


Voorstel internationale werkgroep tweede vluchtweg roepen veel vraagtekens op

- Eind januari 2012 laatste mogelijkheid voor besluitvorming wijzigingsvoorstellen ADN 2013 -

Zoals u in de digitale nieuwsbrief 2011-09 al kon lezen is er op internationaal niveau een grote discussie gaande rondom een verduidelijking van de tweede vluchtweg voor schepen en walinstallaties tijdens de overslag van gevaarlijke stoffen.
Twee jaar geleden heeft CEFIC een wijzigingsvoorstel bij het ADN-overleg ingebracht waarin het gebruik van een bijboot als tweede vluchtweg prominenter in de tekst van het ADN opgenomen zou moeten worden. In het ADNR was een bijboot eerder uit de tekst gehaald gelet op het feit dat het varende bedrijfsleven en overheden de mening waren toebedeeld dat een bijboot niet als tweede vluchtweg kan fungeren. In het ADN was echter bij de toelichting op een vraag van de controlelijst het voorbeeld van een tweede vluchtweg zijnde een bijboot blijven staan. Nu het ADN sinds vorig jaar van toepassing is en het ADNR is komen te vervallen is de tekst van het ADN leidend.
In het ADN 2011 staat over vluchtwegen dat de belader moet waarborgen dat, zowel in de omgeving van het voor- als van het achterschip, geschikte "middelen" aanwezig zijn om het schip, in noodgevallen te verlaten. Omdat de huidige tekst om een vluchtweg te hebben enigszins vaag is (in de nabijheid van voor- en achterschip) hebben de diverse delegaties, naar aanleiding van het voorstel van CEFIC en de ontstane patstelling, besloten een werkgroep naar de materie te laten kijken. Inmiddels heeft de werkgroep een voorstel geformuleerd dat hier te raadplegen is.


Onderdeel van de tabel met de verschillende opties van een tweede vluchtweg etc.

De Europese Binnenvaart Unie (EBU), waar het CBRB lid van is, is nauw betrokken geweest middels actieve deskundige leden van de CBRB-werkgroep ADN/Transportveiligheid. Helaas is het een dermate politiek dossier en zijn de walinstallaties vertegenwoordigd via maar liefst drie internationale NGO's (Non-Governmental Organisations) zoals EUROPIA, CEFIC en FETSA waardoor het een zeer lastige en energierovende discussie is geworden. Het bovengenoemde voorstel is in de optiek van het CBRB niet acceptabel en het voorstel zal voor de nodige discussies op de steigers als gevolg hebben.
De bezwaren van het varend bedrijfsleven zijn middels een formeel standpunt ingediend bij de Economische Raad voor Europa van de VN in Geneve. Kort samengevat is de EBU van mening dat het huidige voorstel onduidelijk geformuleerd is en dat er teveel opties worden weergegeven voor het realiseren van een tweede vluchtweg voor tank-, droge ladingschepen en situaties bij boord-boord overslag. Daarnaast is de EBU van mening dat belangrijke nieuwe definities nog niet voldoende uitgewerkt zijn en dat het voorstel grote financiële consequenties voor het vervoerende bedrijfsleven tot gevolg kan hebben. Voor droge ladingschepen, waaronder containerschepen, zijn maar liefst 19 opties en voor de tankvaart 21. Wanneer dit voorstel een meerderheid van stem zou krijgen is er een overgangsbepaling tot medio 2013 van kracht.
De EBU pleit tevens om het besluitvormingstraject op te schorten aangezien de ADN verdragstaten tot uiterlijk eind januari kunnen besluiten voor die wijzigingen die in het ADN 2013 komen.

Safe Haven' is vooralsnog als volgt gedefinieerd:


Is a module (fixed or floating) that must be capable of protecting people from all identified hazards of the cargo for a predetermined period of time. A safe haven on land must be constructed according to local law. A safe haven on board must be certified by a recognised classification society. A safe haven on board is not acceptable when the identified danger is fire or explosion."


Het onderwerp zal in 2012 ook door het CBRB bij de reguliere overleggen bij o.a. Deltalinqs, VOW (Verladers Overleg Water) en CTGG (Commissie Transport Gevaarlijke Goederen Projectgroep Binnenvaart) geagendeerd worden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Werkzaamheden door de bemanning van het schip bij laden en lossen

De laatste tijd komen er veel vragen over risico's en aansprakelijkheden als bemanningsleden van het schip behulpzaam zijn bij het laden en/of lossen.

De vragen komen ongeveer neer op het volgende:
Wat is normaal? Wat ben ik verplicht te doen? Hoe groot is het risico als ik op de een of andere wijze behulpzaam ben bij het laden en lossen?

Deze vragen komen voort uit de praktijk. Men weet niet hoe het juridisch geregeld is als er gevraagd wordt om een container aan te hoeken, deze vast te zetten, het ruim schoon te maken waarbij men een door de ontvanger verstrekte bobcat moet bedienen, het ruim te vegen of bij te scheppen terwijl er gelost wordt etc. Dat zijn allemaal praktische vragen waarbij de toepassing van de wet voor de schipper vaak onduidelijk is.

In dit stuk wordt ervan uitgegaan dat er niets bijzonders afgesproken is en Nederlands recht van toepassing is. De vervoerder moet zijn schip ter beschikking stellen voor het laden en stuwen. Hij kan aanwijzingen geven en de afzender is verplicht deze aanwijzingen op te volgen. De afzender moet de goederen laden, stuwen en vastzetten. De ontvanger moet de goederen lossen. Ook hier kan de schipper aanwijzingen geven die de ontvanger verplicht is op te volgen.

Tot zover is alles duidelijk. De afzender moet laden en de ontvanger lossen en de schipper kan aanwijzingen met betrekking tot het laden en lossen geven.
Wat als er, om welke reden dan ook, toch iets aan het laden of lossen wordt gedaan door de bemanning, of de schipper/eigenaar zelf?

Zoals boven aangegeven gaat de wet ervan uit dat het laden en/of lossen niet door 'het schip' wordt gedaan. Als het toch door de bemanning wordt uitgevoerd en er ontstaat schade dan ligt er ergens een rekening. Die kan betrekking hebben op letselschade bij schipper of personeel of aan anderen. Andere schade is ook mogelijk. Wie is dan aansprakelijk? Met andere woorden, wie betaalt die rekening?
Als het een werknemer betreft is de werkgever in ieder geval verantwoordelijk en aansprakelijk voor de schade. De kans dat deze schade kan worden verhaald is aanwezig maar de kans dat deze voor rekening van de werkgever blijft is veel groter. De werkgever is degene die de opdracht aan de werknemer geeft en is verantwoordelijk voor de werknemer.
Voor de schade die de schipper/eigenaar zelf leidt geldt hetzelfde. Ook hier is het niet uitgesloten dat de schade verhaald kan worden maar de kans dat de schade voor eigen rekening blijft is groot.

In de binnenvaart wordt regelmatig iets gedaan dat met laden en lossen te maken heeft. Ook wordt er commercieel ingespeeld op behoeften van klanten. Zo is het bij sommige bedrijven in de zand- en grindvaart gebruikelijk dat de schipper of de bemanning bijschept. In de containervaart wordt door de bemanning de containers met twistlocks gestackerd. Wat normaal is hangt van veel factoren af en verandert ook met de tijd. Of men iets aan het laden en lossen doet dat uitgaat boven wat de wet veronderstelt, is dus iets waar bedrijven zelf beslissingen over nemen. Zowel in de Nederlandse wetgeving als in het Scheepsafvalstoffenverdrag is de mogelijkheid om afspraken te maken over wie wat doet open gelaten.

Buitengewoon belangrijk is dan ook de afspraken duidelijk te hebben zodra het anders wordt als in de wet wordt aangenomen. Wie doet wat en welke verplichtingen hebben partijen? Als men iets anders doet dan wat de wet veronderstelt en waar men normaal gesproken voor verzekerd is komt de belangrijke vraag of men voor die schade verzekerd is vanzelf. Zonder verzekering laad- of loswerkzaamheden verrichten is risicovol. Als er iets gebeurt, is de kans dat de schipper en/of eigenaar voor de gevolgen opdraait groot.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer mr. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Pilot "intermodaal sinaasappelsapvervoer per binnenvaartschip" is succesvol!

Het transport van sinaasappelsap van importeurs in het havengebied naar verpakkingsbedrijven in het achterland gaat nu per vrachtwagen. Om verschillende redenen (milieu, betrouwbaarheid, transportkosten, opslag) zijn partijen geïnteresseerd in de mogelijkheden van 'modal shift'.

In opdracht van Platform Agrologistiek startte NEA samen met Elgro Consultancy een project gericht op de haalbaarheid van intermodaal transport van sinaasappelsap per binnenvaart vanaf Rotterdam naar bestemmingen aan de Rijn in Duitsland en Frankrijk.
Op korte termijn gaat het om circa 2.500 vrachtwagenladingen die vervoerd kunnen worden via binnenschepen. Op middellange termijn zal het jaarlijkse volume oplopen naar ongeveer 15.000 truckladingen per jaar. De belangrijkste vraag was of de langere vervoertijd problemen zou opleveren voor de kwaliteit van het sinaasappelsap. Dit was van groot belang voor de betrokken 'sapverpakkers'. Door verscheidene deur-tot-deur intermodale proeftransporten, uitgevoerd in mei 2011, is het logistieke proces als ook de kwaliteit van het vervoerde sap tot in detail onderzocht. Hieruit bleek dat er technisch gezien geen enkel probleem is op het sap per binnenvaart te transporteren. Zelfs voor vers sap bleek dat het niet nodig was om gekoelde tankcontainers (reefers) te gebruiken, daar de (veel goedkopere) super geïsoleerde tankcontainers ook goede resultaten gaven. Voor geconcentreerd sap voldeed de standaard tankcontainer.

Uit de evaluatie van de pilot kwam naar voren dat de integrale transportkosten te hoog opliepen.
Dit kwam mede door de opzet van de proeftransporten die volledig gericht was op kwaliteit en zekerheid. Verdere optimalisatie is nodig om een haalbare business case te realiseren voor vervoer per binnenschip. De volgende stappen zijn daarom gericht op de optimalisatie van het transportsysteem, het vinden van retourlading en onderzoek naar mogelijkheden om het voortransport in Rotterdam te verkorten. Dit kan door de overslag naar het binnenschip dichter bij de sapverwerker te laten plaatsvinden en ook het schoonmaken van de tanks dichterbij te organiseren. Ook is het de bedoeling de aandacht te richten op consolidatie van de vervoerstromen door de in de fruithaven van Rotterdam meer partijen hierin te betrekken alsook sapverwerkers in Gent en Antwerpen. Een dergelijke schaalvergroting zal lagere kosten tegen een betere dienstverlening opleveren.
Bron: NEA Nieuws december 2011

Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met de heer Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Vaarbewijzer

De eisen voor een bemanning zijn afhankelijk van het vaargebied, schip en de functie van het schip. De nieuwe informatieve website www.vaarbewijzer.nl wijst geïnteresseerden op een eenvoudige manier de weg door de regels en toont op welke binnenschepen men kan varen met de behaalde diploma's of aan welke eisen men moet voldoen voor de verschillende functies aan boord.

De Vaarbewijzer is een initiatief van het Onderwijs Centrum Binnenvaart en Bureau Voorlichting Binnenvaart. De website is ontwikkeld om meer duidelijkheid en inzicht te geven in de regelgeving en mogelijkheden van vaarbewijzen en andere benodigde certificaten om in de binnenvaart aan de slag te kunnen. Hiermee hopen de partijen de drempel te verlagen en zodoende meer potentiele werknemers voor de binnenvaart aan te trekken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Meer ligplaatsen Hartelkanaal

Weer een positieve stap om twee extra steigers voor de binnenvaart beschikbaar te krijgen. Men is met de bouw van twee steigers in het Hartelkanaal is aangevangen. De werkzaamheden duren tot 31 mei.

Overig nieuws uit de Rotterdamse haven:
Geulhaven
In de Geulhaven zijn de wachtsteigers weer op hun plaatsen, het onderhoud aan de steigers heeft plaatsgevonden. De ondiepten die geconstateerd werden zijn nog niet gebaggerd omdat er op die plaats vervuilde grond zit moet er een milieu vergunning afgegeven worden, waardoor het baggeren is vertraagd. Op een enkele plaats was minder dan 3,75 M. gepeild.

Botlekbrug
De Botlekbrug heeft een openingsregime in de spitstijden, tot dusver zijn er geen klachten van schipper die hier grote problemen hebben. Indien de veiligheid het niet toelaat dat een schip moet wachten, kan er om een opening worden gevraagd en deze wordt dan gehonoreerd. Ook is gebleken dat er een behoorlijk aantal schippers mogelijkheden zagen om toch onder de brug door te kunnen. Ook werd er via Rotterdam omvaren. Er zal in het voorjaar een evaluatie plaatsvinden over de resultaten van deze pilot.
De bouw van de nieuwe brug is begonnen, waardoor de westelijk overspanning is gesloten, de betonning is d.m.v. een poortje geregeld.
Overigens waren de recente aanvaringen van schepen met de brug buiten het spitsregime.

VTS kanalen
Er zal een onderzoek gedaan worden over de soms zeer drukke VTS kanalen bij de Eemhaven en Botlek.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Aankondiging Barge to Business

Het tweede Barge to Business evenement (Barge to Business 2012) zal op 14 en 15 maart 2012 in de “Aula der Wissenschaften” in Wenen plaatsvinden. Deze stad aan de Donau staat dan in het middelpunt van aandacht van alle geïnteresseerden in binnenvaarttransport in Europa.

Barge to Business is de perfecte gelegenheid voor bedrijven om meer te weten te komen over transport over de binnenwateren, de kosten van deze modaliteit en de milieukundige voordelen die eraan verbonden zijn. Zij kunnen te weten komen hoe technologie en recente innovaties oplossingen bieden voor transportvraagstukken. Experts uit de sector zijn aanwezig om beschikbare specialistische services toe te lichten. Daarnaast zijn succesverhalen over watertransport in Europa uit eerste hand te beluisteren.

Het evenement zal een ontmoetingsplaats zijn voor logistieke en transportmanagers, operators, rederijen en andere dienstverleners op het gebied van transport over water. Beleidsmakers en politici completeren deze stimulerende mix.

Tijdens Barge to Business 2012 zal tevens een service worden aangeboden, waardoor transportorganisatoren en hun (potentiële) klanten in geplande afspraken samen worden gebracht. Dit zal een goed platform bieden om te netwerken en 'new business' te genereren.
De conferentie wordt georganiseerd door PLATINA. PLATINA wordt gesubsidieerd vanuit het zevende Kaderprogramma door de Europese Commissie (DG-MOVE).

Meer informatie kunt u vinden op: www.bargetobusiness.eu, hier kunt u zich ook aanmelden voor dit evenement. De kosten zijn gratis, maar deelnemers zijn wel verplicht zich te registreren.
(De voertaal tijdens de conferentie zal Engels zijn)

Naar boven


Jong CBRB

Jong CBRB is in 2011 opgericht. Doelstelling is zoveel mogelijk jongeren in en rond de binnenvaart actief te betrekken bij het reilen en zeilen in de sector. Een actief jongerennetwerk dus waar samenwerking en kennisdeling voorop staan. Jong CBRB is een platform gericht op ondernemers in de binnenvaart, logistiek en transport georiënteerde mbo-/hbo-studenten en afgestudeerden tot 35 jaar en heeft als voornaamste doelen:
  • kennisuitwisseling en -ontwikkeling voor studerend en jong werkend Nederland
  • samenwerking om gezamenlijk Nederland als binnenvaartland verder te ontwikkelen
  • ontwikkeling van studenten en pas afgestudeerden richting de sector
  • als onderdeel van het CBRB wordt hiermee een ketenbrede samenwerking ondersteund tussen jonge ambitie en ervaren succes.
  • verdere verankering van de binnenvaart in de logistieke keten
  • uitbreiden van het netwerk: kennismaken met studie- en vakgenoten uit het hele land
Jong CBRB maakt onderdeel uit van het CBRB. Dat betekent dat je als lid van het CBRB ook kunt deelnemen aan alle activiteiten die Jong CBRB organiseert. Andersom kunnen ook leden van de Jong CBRB meedoen aan de activiteiten van het CBRB.
Jong CBRB organiseert een aantal malen per jaar eigen bijeenkomsten. Hierbij wordt gedacht aan bijvoorbeeld gastcolleges van bedrijven en bedrijfsbezoeken en streeft een samenwerking na met o.a. Jong Havenvereniging en Jong Logistiek en Transport Nederland.

Voor de jaren 2012 en 2013 zal de heer Y.(Yuri) Ouweneel, Hoofd Business Development bij Verenigde Tankrederij, voorzitter zijn van Jong CBRB en zal de heer N. (Nick) Lurkin, secretaris bij het CBRB, het platform begeleiden.
Deel uitmaken van Jong CBRB kan wanneer je jonger bent dan 35 jaar. Deelname voor CBRB-leden (incl. geassocieerde leden) is kosteloos. Studenten kunnen lid worden voor 35 euro per jaar.
Bij een lidmaatschap van Jong CBRB profiteer je van vele voordelen:
  • toegang tot activiteiten van het CBRB
  • contacten opdoen binnen een groot netwerk van logistici
  • kennis maken met verschillende bedrijven
  • Maandelijks de digitale versie van het CBRB e-nieuws
De communicatie zal geschieden via social media als Linkedin en Twitter.

Het CBRB heeft in 2011 werkgeversorganisatie Kantoor Binnenvaart gevraagd gezamenlijk Binnenvaart Logistiek Nederland te vormen in de nabije toekomst. Wanneer dit gerealiseerd is kan Jong CBRB omgevormd worden naar Jong Binnenvaart Logistiek Nederland

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Georg Hötte voorzitter Bundesverband der Deutschen Binnenschiffahrt e.V. (BDB)

Per 11 januari 2012 is Georg Hötte (Rhenus PartnerShip) de nieuwe voorzitter van het Bundesverband der Deutschen Binnenschiffahrt e.V. (BDB).
Georg Hötte is al sinds hij in 1986 als directeur van het BDB aantrad, verbonden aan het BDB.

Hij volgt hiermee dr. Gunther Jaegers (Reederei Jaegers GmbH) op.
Dr. Gunther Jaegers is gekozen tot vice-voorzitter.

Naar boven


Wederzijdse erkenning vaarbevoegdheidsbewijzen

Met enige regelmaat worden vragen gesteld of bepaalde vaarbevoegdheidsbewijzen in een bepaald gebied geldig zijn. Om de toegang tot de Rijnvaartmarkt voor vakkrachten te vereenvoudigen, heeft de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) de afgelopen jaren een aantal nationale vaarbewijzen op de Rijn erkend. Informatie hierover treft u aan op de websites van het Expertise en InnovatieCentrum Binnenvaart en de CCR.
Voor nadere informatie kunt u terecht bij Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Update activiteiten werkgroep De Korte in het transitieproces

Het CBRB zal geregeld updates in de digitale nieuwsbrief plaatsen van de activiteiten van de werkgroep welke onder leiding van CBRB erelid Rinus de Korte diverse punten tussen de verschillende binnenvaartorganisaties bespreekbaar maakt. Onlangs heeft het Dagelijks Bestuur dhr. Dirk Van der Plas (ledengroep Droge Lading) gevraagd om naast de al in de werkgroep betrokken leden Ronald Versloot, Jacco Theunisse en Henk Wanders (ledengroep Varende Ondernemers) plaats te nemen. Klik hier voor het verslag van de 6e vergadering van de werkgroep.

icon Verslag van 6e vergadering van WG - VO van het CBRB en BBU (202.97 kB)

Naar boven


Procedure Zeeland Refinery & vervoersdocumentatie

In augustus heeft de EBU (Europese Binnenvaart Unie waar het CBRB onderdeel vanuit maakt) op verzoek van leden het onderwerp inzake ladingdocumentatie wederom internationaal aanhangig gemaakt bij de UNECE. Eerst via de werkgroep ADN/Transportveiligheid van het CBRB en vervolgens via de EBU Gefahrgutkommission. Dit heeft geresulteerd in een wijzigingsvoorstel van de EBU welke hier te lezen is. Het kwam erin het kort op neer dat er een discrepantie in de ADN teksten zat zoals we dit meer tegenkomen in relatie tot randnummer: 8.1.2.4. Zowel EUROPIA (vertegenwoordiging van de oliemaatschappijen als het overgrote deel van de overheden waaronder NL) konden zich niet vinden in het voorstel waarmee het woordje 'direct' na beladen in relatie tot de vervoersdocumentatie terug zou komen in de Engelse tekst (Nederlandse tekst is hierop gebaseerd). Zowel de officiële Franse en Engelse teksten kenden het woordje 'direct' niet. Hierdoor was de Duitse tekst de tekst die aangepast zou moeten worden want hier stond het woord nog wel. Dit heeft ertoe geleid dat verhalen zonder vervoersdocumentatie toegelaten is. De toezichthoudende diensten kunnen de vervoerders geen boete geven wanneer men verhaald zonder vervoersdocumentatie echter wij hadden uiteraard een andere resultaat voor ogen. De officiële ADN 2013 teksten zijn nog niet beschikbaar maar u krijgt deze via een toekomstige digitale nieuwsbrief voor het ADN 2013 zodra deze beschikbaar zijn.

Eind vorig jaar is er een nieuwe procedure aangekondigd bij de Zeeland Refinery terminal. Klik op icon Zeeland Refinery (133.21 kB) voor deze procedure. Het CBRB is met een delegatie vanuit de overleggroep particuliere tankvaartondernemers en groep tankvaart alsmede de regiovertegenwoordiger van KSV Zeeland dhr. Jan de Vries eind november langsgegaan voor een gesprek met een vertegenwoordiger van Zeeland Refinery, de KLPD en Zeeland Seaports om over de nieuwe situatie te praten. Aan de procedure is op dit moment weinig te veranderen en het vooroverleg inzake de communicatie wordt door partijen betreurd. De controlelijst van hoofdstuk 8 ADN wordt door de steigerman ingevuld zodat de bemanning niet meer naar het kantoor hoeft. De afhandelingssteiger mag niet gebruikt worden voor het afwachten van de analyse, behoudens deze steiger niet voor andere schepen benut wordt. De Douane en KLPD hebben toestemming gegeven voor deze gewijzigde afgifteplaats van de vervoersdocumentatie. Vanuit de sector is o.a. gepleit dat voor schepen welke geen controleur nodig hebben een losverklaring/timesheet op de lossteiger overhandigd wordt. Zeeland Refinery gaat onderzoeken hoe om te gaan wanneer er geen kwaliteitscertificaat/analysecertificaat voorhanden is, schepen niet meer laten tekenen dat zij 'op eigen risico' (en kosten) vertrekken. Verder is door de vertegenwoordiging vanuit het varende bedrijfsleven aangegeven dat in feite de laad/loscapaciteit vergroot zou moeten worden en dat de tankvart tot in lengte van dagen met omslachtige procedures blijft zitten. Op korte termijn wordt een nieuw overleg ingepland om de nieuwe procedures te evalueren.

Zoals u weet verloopt de pilot omtrent de Uniforme Aanmeldprocedure Binnentankvaart (UAB) volgens plan. Diverse terminals nemen hieraan deel. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van Bureau Telematika Binnenvaart en bij het secretariaat. Klik hier. Op dit moment werken 60% van de schepen bij Zeeland Refinery middels dit systeem.

Naar boven


Uitnodiging Bijeenkomst VoortVarend Besparen

VoortVarend de toekomst in
Wij nodigen u van harte uit op 31 januari 2012 voor de jaarlijkse prijsuitreiking van de Binnenvaart BrandstofCO2mpetitie, editie 2011. Dit jaar heeft een vijftigtal schepen meegedaan aan de competitie om te laten zien hoe ze zuiniger kunnen varen. Hiermee dragen ze hun steentje bij aan een duurzame toekomst van de binnenvaart. De uitreiking vindt plaats bij Rijkswaterstaat in Utrecht.

Naast de prijsuitreiking zal de bijeenkomst in het teken staan van de toekomst van het programma VoortVarend Besparen. Hoe kun je als ondernemer in en rond de binnenvaart brandstof besparen, een groen imago opbouwen en toch de kosten reduceren? Het programma VoortVarend Besparen kan u daarbij helpen.
Tijdens de bijeenkomst zal een aantal sprekers vertellen over hoe hun organisatie met duurzaamheid omgaat. Daarnaast zal er aandacht zijn voor het stimuleren van energiezuinig (vaar)gedrag. Ook zal er een aantal duurzame innovaties gedemonstreerd worden.

15.00 - 15.30 uur Inloop en ontvangst met koffie en thee
15.30 - 16.00 uur

Welkomstwoord door dagvoorzitter Annette Augustijn, programma directeur duurzaamheid bij Rijkswaterstaat

Presentaties

  • Pieter Struijs, voorzitter van het EICB
  • Rob Schuitema, directeur van de Rijksrederij
  • Ad Schroot, Wal Kapitein bij Danser containerlines
  • Christine Schwankhuisen, partner bij Tabula Rasa
16.00 uur Prijsuitreiking Binnenvaart Brandstof Co2mpetitie 2011 door Johan Jacobs, HID Noordzee binnen Rijkswaterstaat

 

Samengevat een leuk programma in een mooie setting. Bent u geïnteresseerd in duurzaamheid in de binnenvaart? Meldt u dan voor 27 januari aan bij het EICB via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. o.v.v. prijsuitreiking VVB met uw naam, bedrijfsnaam en telefoonnummer.

 

Locatie

Rijkswaterstaat
Griffioenlaan 2
3526 LA Utrecht

Bereikbaarheid

Het kantoor van Rijkswaterstaat is prima bereikbaar met het openbaar vervoer en ligt naast het transferium Westraven. U krijgt een volledige routebeschrijving na aanmelding.

Naar boven


Herstel schade aan Sluis Eefde duurt naar verwachting acht weken

logo-rijkswaterstaatOver drie weken kunnen er weer schepen door de sluis door inzet tijdelijke hefconstructie

Rijkswaterstaat heeft naar verwachting acht weken nodig om de schade aan Sluis Eefde te herstellen. De benodigde duur van de herstelwerkzaamheden heeft Rijkswaterstaat kunnen bepalen op basis van onderzoek naar de schade aan de sluisdeur, de betonconstructie van muren, vloeren en drempel in de sluiskolk, de tandwielkasten, de kettingen en kabels.

Uit het onderzoek blijkt dat vervanging van de kettingen de meeste tijd gaat kosten. De kettingen kunnen niet meer gerepareerd worden en dienen daarom in hun geheel te worden vervangen. Ze moeten op maat worden gemaakt. De schade aan de andere onderdelen van de sluis is beperkt en kan binnen de vervangingstermijn van de kettingen worden verholpen.

De resultaten van het onderzoek door TNO naar de oorzaak van het incident zijn nog niet beschikbaar. Naar verwachting zullen deze resultaten geen effect hebben op de herstelwerkzaamheden en de duur van de stremming van de sluis.

Alternatieven
Voor het goederenvervoer over het Twentekanaal is geen alternatieve vaarroute beschikbaar. Vooruitlopend op de resultaten van het onderzoek naar de schades is Rijkswaterstaat de afgelopen week gestart met het bekijken of zij bedrijven die afhankelijk zijn van het goederentransport over het kanaal en de schippers alternatieven kan bieden.

Rijkswaterstaat gaat een tijdelijke hefconstructie inzetten waardoor dagelijks zestig tot tachtig procent van de schepen de sluis weer kunnen passeren. Zonodig maakt Rijkswaterstaat een tijdelijke laad- en losvoorziening bij de sluis en neemt maatregelen voor vervoer over de weg en het spoor. Rijkswaterstaat wil samen met de getroffen bedrijven deze week bespreken hoe deze maatregelen het beste ingezet kunnen worden.

Achtergrond
In de nacht van 2 op 3 januari viel bij Sluis Eefde de sluisdeur tussen de sluiskolk en de IJssel naar beneden. De afgelopen week heeft Rijkswaterstaat uitvoerig onderzocht wat de schade aan de verschillende onderdelen van de sluis was. Deze informatie was nodig om een goede indicatie te krijgen van de benodigde herstelwerkzaamheden en de tijd die nodig is voor de uitvoering van deze werkzaamheden.

BRON: persbericht Rijkswaterstaat

Naar boven


Nieuwe leden

  • Groep Droge Lading:
    Swintrans Bevrachting B.V.
  • Geassocieerde leden:
    Green Award Foundation

Naar boven


CBRB agenda

Voor vergaderingen, bijeenkomsten of bijzondere sluitingstijden van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart kunt u de agenda op onze website raadplegen.

Naar boven

Ga naar boven