Nieuwsbrief 2012 - 03

  1. Transitieproces Binnenvaart
  2. CBRB Themabijeenkomst - Coöperatief Ondernemen
  3. Publicatie wijziging Binnenvaartwet in Staatsblad
  4. Input op TEN-T guidelines
  5. Verslag van ADN WP (Working Package) AC.2
  6. Teken bij een duiker te water
  7. Milieulijst 2012 voor de binnenvaart
  8. Klein bedrijf doet na ongeval te weinig aan veiligheid
  9. Overzicht directieteams IL&T
  10. Barge to Business
  11. De Binnenvaart, van onderbelicht imago naar vol in de schijnwerpers!
  12. Richtlijnen voor social media
  13. SAB-vaardocumenten gaat digitaal
  14. Netwerkbijeenkomst Groen Ondernemen
  15. Promotiereis Noord-Frankrijk 15 mei 2012
  16. Collision Course: Inland Shipping - The Fuel Market - Transport Policy?
  17. Het Haven Coördinatie Centrum bereiken wordt eenvoudiger dan ooit
  18. Rotterdam Marketing Port Event
  19. Smart Port ontbijtsessies
  20. Defecte draadstang oorzaak sluisongeluk Eefde
  21. Nieuwe leden
  22. CBRB Agenda

Transitieproces Binnenvaart

Transitieproces Binnenvaart.

Het Transitie Comité is nu een jaar actief. De hele binnenvaart vraagt zich af wat de stand van zaken is. Waarom gaat het niet sneller? Is er wel enige voortgang geboekt? De werkgroep heeft donderdag 22 maart 2012 het document "Samen voor de toekomst van de binnenvaart" aan het Transitie Comité aangeboden en toegelicht. In dit stuk wordt een nieuwe branche brede binnenvaartorganisatie beschreven met een ledengroep organisatiestructuur en een bureau dat daaraan gekoppeld is. Directeur Robert Tieman van het CBRB gaat in op een aantal voor het CBRB essentiële bouwstenen in het proces.

Naar boven


CBRB Themabijeenkomst - Coöperatief Ondernemen

cooperativesDe Verenigde Naties hebben het jaar 2012 wereldwijd uitgeroepen tot het jaar van de coöperatie vanwege de bijzondere bijdrage van coöperaties aan sociaal-economische ontwikkelingen wereldwijd.

De betekenis van coöperatie is samenwerking of vereniging, gericht op samenwerking. Samenwerking lijkt vandaag de dag een toverspreuk en oplossing te zijn voor zowel diverse maatschappelijke als economische problemen. Actueel is het bij de binnenvaart een vaak gebruikt woord. Samenwerking en coöperatief werken zou interessant kunnen zijn voor de gehele vervoersketen. Klanten zouden kunnen profiteren van vervoerszekerheid en een gevarieerde vloot in combinatie met een professionele organisatie.

Doelstelling van de themabijeenkomst van het CBRB op 8 mei 2012 met de titel "Coöperatie Ondernemen" is op een professionele wijze informatie te geven over de mogelijkheden en de praktijk. Hiertoe wordt eerst een juridisch kader geschetst waarna een gebruiker en klant van de binnenvaart en een ervaringsdeskundige vanuit de praktijk aan het woord komen.

Het belooft een interessante bijeenkomst te worden waarbij u van harte uitgenodigd bent. Deelname is voor CBRB leden kosteloos, niet leden betalen € 25,00 excl. BTW, inclusief lunch.

 

Alle deelnemers krijgen een exemplaar van de publicatie "op weg naar slimmer samenwerken – een leidraad voor MKB ondernemers"

Aanmelden is vereist. U kunt zich hier alvast registreren.

Inclusief aansluitend een lunch voordat de beurs wordt geopend. Aanvang 10:00 – 13:00 uur


Programma

10.00 – 10.30 uur Ontvangst met koffie en thee
10.30 – 10:55 uur Juridisch kader en mogelijkheden
- door de heer Jan Vogelaar van het CBRB
10:55 – 11.20 uur Coöperaties, visie vanuit de klant
- door de heer Jaap Jonker van TATA Steel
11.20 – 11:45 uur De praktijk
- door de heer Ko Francke van CZAV
11:45 – 12.15 uur Paneldiscussie
  • De heer Jaap Jonker van TATA Steel
  • De heer Ko Francke van CZAV
  • De heer Laurie D’Hont van EVO
  • De heer Stefan Meeusen van NPRC
12.15 – 13.15 uur Lunchbuffet
13.00 uur Opening beurs Construction and Shipping Industry
(De beurs is een extern evenement, hier dient u zich dan óók voor te registreren om toegang te krijgen)
Locatie: Evenementenhal Gorinchem
Franklinweg 2, 4207 HZ Gorinchem

Verenigde Naties: 2012 - het jaar van de coöperatie


Op dit moment wordt druk nagedacht of dit evenement of een ander nog nader in te vullen evenement rondom de beurs in Gorinchem door alle drie de brancheorganisaties gezamenlijk georganiseerd kan worden. Wij houden u op de hoogte.

Naar boven


Publicatie wijziging Binnenvaartwet in Staatsblad

Het besluit van 22 februari 2012 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele onderdelen van de Binnenvaartwet in het Staatsblad gepubliceerd.

Dit besluit betekent dat de bestuurlijke boete (Paragraaf 2 van hoofdstuk 5 van de Binnenvaartwet) toegepast kan worden met ingang van dag na uitgifte van het Staatsblad.

Het betreft de handhaving van de artikelen 25 vierde lid en vijfde lid, 28 zevende lid, 31 vierde lid, 33 tweede lid, van de Binnenvaartwet. De Minister van Infrastructuur en Milieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Input op TEN-T guidelines

Zoals bekend is het CBRB lid van Deltalinqs en geeft het CBRB invulling aan de voorzittersfunctie van het domein infrastructuur. Zo is er ook naast de reactie via de Europese Binnenvaart Unie (BDB, CBRB, UcV, SVS, etc.) op TEN-T ook input gegeven aan het gezamenlijke standpunt van Deltalinqs en het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) op het gebied van TEN-T. De Europese Commissie is in 2008 gestart met een brede consultatie voor een gereviseerde TEN-T aanpak die bestendig is voor de toekomst. Dat proces heeft eind vorig jaar geleid tot twee nieuwe voorstellen voor verordeningen van de Europese Commissie - de nieuwe TEN-T Guidelines en de Connecting Europe Facility (CEF) tot 2020. Met deze voorstellen wil de Europese Commissie het huidige Europese "patchwork" aan wegen, spoorwegen, luchthavens en kanalen omvormen tot één geïntegreerd vervoersnetwerk (TEN-T). Het HbR en Deltalinqs onderschrijven van harte de ambities in de voorstellen gericht op het ontwikkelen van een Europees multimodaal kernnetwerk voor goederenvervoer én het organiseren van slagvaardige governance voor de realisatie van dit netwerk.

 

Voor de binnenvaart

Tot Corridor 9 behoort de Rijn-Schelde-Seine verbinding. Naast de sluizen bij Terneuzen wordt naar verluidt ook de binnenvaartverbinding tussen Rotterdam en Antwerpen bedoeld. Deze wordt in het voorstel echter niet expliciet genoemd, hetgeen wel de nadrukkelijke wens is van HbR en Deltalinqs gezien de (toekomstige) congestieproblemen op de verbindende vaarwegen tussen Europa's belangrijkste zeehavens (zie studie Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse Vaarwegen, juni 2011). HbR en Deltalinqs pleiten daarom voor opname van de volgende projecten in het kernnetwerk:

Volkeraksluis en

Kreekraksluis

Voor de versterking en het toekomstbestendig maken van het energie- en petrochemisch complex Rotterdam-Antwerpen.

 

Voor de containervaart tussen Antwerpen en Rotterdam. De Volkeraksluis is daarin nu al een bottleneck.

 

Tevens moeten alle bruggen op de Schelde-Rijnverbinding voldoen aan de 9,1 meter Rijnvaarthoogte voor 4-laags containervaart.

Krammersluis en

Sluis Hansweert

Dit is de logische route om aan te sluiten op het Seine-Schelde tracé en is tevens de alternatieve route voor Rotterdam- Antwerpen

Prinses Beatrixsluis

Op corridor 9 is dit één van de knelpunten voor de binnenvaart (container en bulk) op het Amsterdam-Rijnkanaal.

Het gehele gezamenlijke position statement van Deltalinqs en het HbR is hier te lezen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Verslag van ADN WP (Working Package) AC.2

Tijdens de 20ste vergadering van WP 15.AC.2 die in de derde week van januari plaatsvond in Genève, zijn een 50-tal wijzigingsvoorstellen behandeld waarvan 16 formeel ingediende voorstellen. Het was een buitengewoon volle agenda en dat had ermee te maken dat deze bijeenkomst de laatste mogelijkheid bood om nog wijzigingen in het ADN 2013 te krijgen. Vertegenwoordigers uit Oostenrijk, België, Bulgarije, Kroatië, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Rusland, Servië, Slowakije, Zwitserland en de Oekraïne waren aanwezig evenals vertegenwoordigers van de EU, Donau-Commissie, EBU, CCR, ERSTU, EUROPIA, CEFIC, IACS, FETSA en CIPA. Een aantal behandelde onderwerpen:

 

Heavy Crude Oil ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2012/5 (Stoffenwerkgroep)

Tijdens de vorige bijeenkomst werd deze discussie al gevoerd. Een en ander heeft geleid tot een gescheiden indeling van UN3082. Zoals wellicht bekend heeft Nederland op maandag 5 september 2011 formeel de multilaterale overeenkomst ADN/M002 ondertekend. Deze overeenkomst, conform ADN 1.5.1, betreft de indelingscriteria van stookolie. Eerder hadden Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk deze Multilaterale overeenkomst al ondertekent. Inmiddels heeft ook België zich aangesloten.

Eerdere onderzoeksresultaten hebben aangetoond dat stookolie in feite nagenoeg altijd in een type C-tanker ingedeeld zou moeten worden, wanneer men het huidige beslissingsdiagram van deel 3 van het ADN 2011 zou volgen. Dit komt door de carcinogene eigenschappen van de stof en de opbouw van het huidige beslissingsdiagram. De multilaterale overeenkomst biedt het bedrijfsleven nu de ruimte om hiervan af te wijken tot eind 2012.

 

Voor diverse producten vallende onder de verzamelnaam 'UN 3082 milieugevaarlijke vloeistof, n.e.g.' is een type C-tanker uitstekend in te delen, maar andere producten vallende onder deze verzamelnaam geven wel operationele problemen. Bijvoorbeeld het dichtslippen van vlamkerende roosters, verwarmde dampretourleiding en over- onderdrukventielen. De overheid heeft ook gekeken naar de capaciteit van het type, dat scheepsbrandstoffen leveren aan de zeevaart in de diverse havens. Met deze overeenkomst is in feite tijd gecreëerd om met een definitieve oplossing te komen, want de overeenkomst is geldig tot eind 2012. Vanaf 2013 zal ook de UN-nummer indeling prioriteit hebben boven een stofnaamindeling.

Het nieuwe voorstel dat per 2013 van kracht zal worden houdt in dat het product minimaal in een tanker van het type N gesloten vervoerd zal moeten worden tenzij de afzender het product classificeert als zijnde een niet CRM houdende stookolie, een en ander in twijfel kan worden getrokken maar dat terzijde. De overheid heeft gekozen om het voorstel van het bedrijfsleven te volgen door niet het stroomdiagram aan te passen maar een gescheiden ´entry´ te maken. Een aanpassing van het diagram zou betekend hebben dat ook andere stoffen een andere indeling zouden krijgen.

 

In kolom 20 maakt het officiële voorstel melding van opmerking 39 dit is echter niet correct want dit nummer is al in gebruik. Een nieuw nummer, logischerwijs 40 zal soortgelijke tekst kennen als het huidige nummer 7 dat we van UN 3256 Verwarmbare vloeistof brandbaar n.e.g. kennen.

Het gesloten tankschip is toegelaten indien dit tankschip

  • conform 9.3.2.22.5 a) i) of d) of 9.3.3.22.5 a) i) of d) is uitgevoerd het zijn voorzien van verwarmbare over- en onderdrukventielen; of
  • conform 9.3.2.22.5 a) ii), v), b) of c) is uitgevoerd, het zijn voorzien van verwarmbare gasverzamelleidingen evenals verwarmbare over- en onder drukventielen, of
  • conform 9.3.2.22.5 a) iii) of iv) of 9.3.3.22.5 a) iii) of iv) is uitgevoerd, het zijn voorzien van verwarmbare gasverzamelleidingen evenals verwarmbare over- en onderdrukventielen en verwarmbare vlamkerende inrichtingen.

Voorafgaande aan de vergadering had het CBRB een korte enquête uitgezet om na te gaan in hoeverre de terminals en de schepen reeds nu al aan deze verplichting zouden voldoen. Een en ander heeft geleid tot het feit dat gasverzamelleidingen niet verwarmbaar behoeven te zijn (cursief gedeelte). Uit de enquête bleek dat zeer veel terminals aanpassingen zullen moeten doorvoeren wanneer de afzenders het zullen classificeren als een CRM houdende stof. Dit heeft te maken met de wettelijke bepalingen vermeld in het VBG (Nationale Besluit).

Ten tijde van dit schrijven blijkt er onduidelijkheid te zijn rondom het aangenomen besluit van de verwarmbare bovengenoemde elementen aan boord van het schip. In een volgende nieuwbrief hopen wij duidelijkheid te hebben gekregen van de overheid en zullen we u van de ontwikkelingen op de hoogte houden!

Taal ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2012/1(Oostenrijk)

In het ADN wordt sinds het begin een verplichting gesteld ten aanzien van de taal van verschillende documenten aan boord (In ieder geval in het Engels of Duits of Frans). Met het wegvallen van het ADNR was ook de mogelijkheid voor de Nederlandse taal niet langer aanwezig. Het bedrijfsleven en de Nederlandse overheid, wellicht enigszins verrast door deze discrepantie, hebben zich sterk gemaakt voor M001. De eerste Multilaterale overeenkomst tussen Duitsland en Nederland om nog een jaar van deze verplichting af te zien. Inmiddels is er een jaar verstreken en is de overeenkomst met nog een jaar verlengd.

Een en ander is duidelijk geworden in de vorm van de onlangs gepubliceerde overeenkomst M003. Nu hopen dat ook andere landen dit meetekenen gelet op het internationale karakter van de sector. Inmiddels sijpelen de signalen wel binnen dat deze verlenging wel eens de laatste keer kan zijn geweest. De documentatie welke in een van de drie bovengenoemde talen moet zijn:

(Voor onderstaande vetgedrukte onderdelen van de randnummers zouden wij als vervoerend bedrijfsleven ook na 2013 de mogelijkheid willen blijven houden om de Nederlandse taal te handhaven of zien dat de taalverplichting van Engels, Duits of Frans alleen van toepassing te laten zijn voor nieuwe schepen. Reden is omdat de administratieve kosten en in veel gevallen onmogelijkheid (elektrische tekeningen) in onze optiek te zwaar wegen ten aanzien van het verhogen van de veiligheid.)

Tankvaart:

8.1.2.1 Behalve de op basis van andere voorschriften vereiste documenten moeten de volgende documenten aan boord zijn

  1. het in 8.1.8 voorgeschreven Certificaat van Goedkeuring van het schip;
  2. de in 5.4.1 voorgeschreven vervoerdocumenten voor alle vervoerde gevaarlijke goederen en zo nodig het Containerbeladingscertificaat
  3. de in 5.4.3 vereiste schriftelijke instructies voor de zich aan boord bevindende gevaarlijke goederen;
  4. een bijgewerkt exemplaar van het ADN. Dit mag ook in elektronische vorm zijn mits deze te allen tijde leesbaar is (Aangenomen Oostenrijks voorstel);
  5. de in 8.1.7 vereiste verklaring met betrekking tot de isolatieweerstand van de elektrische inrichtingen;
  6. de in 8.1.6.1 vereiste verklaring met betrekking tot de beproeving van de brandblusapparaten en de brandblusslangen;
  7. een beproevingsboek, waarin alle resultaten van de vereiste metingen worden opgetekend;
  8. een kopie van de essentiële tekst van de speciale regeling(en) conform 1.5, indien het transport op basis van deze speciale regeling(en) wordt uitgevoerd.
  9. de in 1.8.1.2 genoemde Controlelijst of de door de bevoegde autoriteit, die de controle heeft verricht, opgestelde verklaring met betrekking tot de uitgevoerde controle moet aan boord worden bewaard;
  10. het in 1.10.1.4 voorgeschreven identiteitsbewijs met foto voor ieder lid van de bemanning.

 

8.1.2.3 Behalve de in 8.1.2.1 vereiste documenten moeten aan boord van tankschepen de volgende documenten ook aan boord zijn:

  1. het in 7.2.4.11 voorgeschreven stuwplan;
  2. de in 7.2.3.15 vereiste verklaring met betrekking tot de bijzondere kennis van het ADN;
  3. bij schepen, die aan de eisen met betrekking tot de lekveiligheid moeten voldoen,
    • een lekveiligheidsplan;
    • de bescheiden met betrekking tot de intactstabiliteit, evenals de aan de lekberekening ten grondslag liggende intactstabiliteitssituaties, in de voor de schipper begrijpelijke vorm;
  4. de in 9.3.1.50, 9.3.2.50 of 9.3.3.50 voorgeschreven documenten betreffende de elektrische installaties;
  5. het in 9.3.1.8, 9.3.2.8 of 9.3.3.8 voorgeschreven certificaat van het classificatiebureau;
  6. de in 9.3.1.8.3, 9.3.2.8.3 of 9.3.3.8.3 vereiste verklaring met betrekking tot gasdetectie-installaties;
  7. de in 7.2.2.8.3 voorgeschreven verklaring met betrekking tot de toegelaten stoffen;
  8. de in 8.1.6.2 vereiste verklaring met betrekking tot de beproeving van de laad- en losslangen;
  9. de in 9.3.2.25.9 of 9.3.3.25.9 voorgeschreven instructie met betrekking tot de laad- en lossnelheden;
  10. -
  11. bij het vervoer van stoffen met een smeltpunt ³ 0 °C, de verwarmingsinstructies;
  12. de in 8.1.6.5 voorgeschreven verklaring met betrekking tot de beproeving van de over- en onderdrukventielen.
  13. de reisregistratie conform 8.1.11
  14. bij het vervoer van gekoelde stoffen de in 7.2.3.28 vereiste instructie;
  15. de in 9.3.1.27.10 voorgeschreven verklaring m.b.t. de koelinstallatie voor tankschepen Type G.

 

Droge lading schepen

8.1.2.2 Behalve de in 8.1.2.1 vereiste documenten moeten aan boord van droge lading schepen de volgende documenten ook aan boord zijn:

  1. het in 7.1.4.11 voorgeschreven stuwplan;
  2. de in 8.2.1.2 vereiste verklaring met betrekking tot de bijzondere kennis van het ADN;
  3. bij schepen, die aan de eisen met betrekking tot de lekveiligheid moeten voldoen,
    • een lekveiligheidsplan;
    • de bescheiden met betrekking tot de intactstabiliteit, evenals de aan de lekberekening ten grondslag liggende intactstabiliteitssituaties, in de voor de schipper begrijpelijke vorm;
    • de verklaring van het classificatiebureau (zie 9.1.0.88 of 9.2.0.88).

 

Het voorstel van Oostenrijk om het ADN aan boord van bovengenoemde eis uit te zonderen werd aanvaard.

 

Ventilatie bepalingen ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2012/13 (EBU)

Containers met gevaarlijke stoffen op binnenschepen zijn voor een groot gedeelte vrijgesteld van meet en ventilatie-eisen. Dat heeft een meerderheid van de nationale delegaties in de expertcommissie van de UNECE eind januari in Genève besloten.

Het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) hield zich sinds 2006 bezig met vragen van bedrijven in de containerbinnenvaart over de controles van de nationale en later ook internationale toezichthoudende diensten op randnummer 7.1.6.12 van het ADN(R). Dit randnummer bevat de specifieke meet- en ventilatie-eisen. Volgens de controleurs moest de vervoerder nagaan of stoffen aan boord zijn, die in kolom 10 van tabel A van het ADN(R) melding maken van deze extra stofspecifieke eisen ofwel VE-bepalingen.

VE02 schrijft voor, dat laadruimen ‘met het volle vermogen van de ventilatoren moeten worden geventileerd als na meting is vastgesteld dat ze niet vrij zijn van vanuit de lading komende gassen. Deze meting moet direct na het laden worden uitgevoerd. Een herhalingsmeting moet na een uur worden uitgevoerd. Deze meetresultaten moeten schriftelijk worden vastgelegd.’

 

Meetbuisjes

De aan boord veel gebruikte gasdetectiebuisjes voor met name giftige stoffen stuiten in de praktijk op problemen, zoals de maximale bewaartemperatuur, levensduur, luchtvochtigheidscorrecties om maar niet te spreken over de doelmatigheid van het meten. Hoewel een multitestbuisje zeer geschikt is om een indicatie te geven, zijn er ook een aanzienlijke groep giftige stoffen die dit proefbuisje niet kan meten. Daarnaast bleek dat meetbuisjes voor specifieke stoffen een significante kostenpost vertegenwoordigden.

 

Kostenvoordeel

In 2007 bleek uit onderzoek door Berenschot dat afschaffing van de meet- en ventileerverplichting de vervoerder 4546 euro per schip per jaar aan kosten zou schelen. Voor alleen al de Nederlandse vloot werd een kostendaling van ruim zes miljoen euro per jaar becijferd.

Na jaren van gesprekken kreeg een door de Europese Binnenvaart Unie (EBU) ingediend voorstel een kleine meerderheid van stemmen. Dat voorstel voorziet erin, dat de eis in voorschrift VE02 niet langer geldt voor stoffen in containers. De Duitse delegatie was tegen het schrappen van de VE-bepalingen en stelde voor de ruimen continu te meten óf te ventileren.

 

Ventileren helpt niet

Een door de Nederlandse overheid bekostigd onderzoek wees in 2011 onder meer uit dat het effectief ventileren zoals omschreven in het ADN in de praktijk vrijwel onmogelijk is. Verder bleken er nagenoeg geen incidenten te zijn geweest met uit containers tredende lading.

 

Stabiliteit ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2012/14 (Duitsland)

Na het ongeval met de Waldhof zijn er diverse onderzoeken in gang gezet. De onmiddellijk te nemen maatregelen zoals beschreven in artikel 5 van Richtlijn 2008/68 zijn niet noodzakelijk gebleken. Vooruitlopend op de conclusies van nog lopende onderzoeken naar de oorzaak zijn diverse werkbijeenkomsten in Bonn gehouden om op korte termijn in het ADN een en ander aan te scherpen ten aanzien van het ADN 2013 (al dan niet met een overgangsmaatregel) op het gebied van:

  1. Opleiding
  2. Stoffenlijst
  3. Inhoud van stabiliteitsgegevens

 

Wanneer gevaarlijke stoffen vervoerd worden, zal de verantwoordelijke certificaathoudende schipper een specifieke opleiding voor stabiliteit genoten moeten hebben. Per 2015 zullen alle ADN deskundigen conform ADN 8.2 een erkende opleiding moeten hebben gevolgd waarin circa 8 uur stabiliteit is opgenomen. De ADN basiscursus wordt dus veranderd en zal bestaan uit 24 lessen van 45 minuten waarvan 8 in het teken staan van het onderwerp stabiliteit. Na 2020, dus wanneer iedereen dit gevolgd heeft, wordt dit gereduceerd tot 2 uur. Deze verplichting geldt ook voor de herhalingscursus. Tussen 2013 en 2015 zal er voldoende examenmateriaal ontwikkeld moeten worden.

 

Toevoeging van een nieuw randnummer 8.2.2.3.3.3:

De opleiding behelst in ieder geval de basisbeginselen van stabiliteit, berekeningen, kennis over lekstabiliteit, invloeden van vrije vloeistof oppervlakten, gebruik van stabiliteitscomputers.

 

8.2.2.7.3.4 Het examen zal schriftelijk zijn waar de kandidaten een 10-tal meerkeuze vragen en een open vraag krijgen. Het examen duurt 30 minuten.

8.2.2.7.3.5 Het examen bestaat uit 11 vragen. 10 meerkeuze en 1 open vraag. De open vraag wordt gewaardeerd met 5 punten en de meerkeuzevragen met elk 1. De kandidaat slaagt wanneer ten minste 7 punten voor de meerkeuzevragen zijn gehaald alsmede 3 voor de open vraag.

 

Wanneer een stoffenlijst elektronisch beschikbaar is dient te worden voldaan aan 5.4.0.2. Een aantal partijen in de binnenvaart werkt al met een digitale stoffenlijst.

 

Wanneer er vaste niveau indicatoren aanwezig zijn mogen de ballast tanks gedeeltelijk gevuld zijn anders geldt geheel vol of leeg.

In de overgangsbepalingen in hoofdstuk 1.6 komt een verwijzing naar de verplichting van randnummer 7.2.3.20.1 waardoor ballast tanks mogelijk uitgevoerd dienen te worden met niveau indicatoren. Dit is het geval bij vernieuwing van het certificaat vanaf 1 januari 2013.

 

9.3.X.13.3

Voor de intacte stabiliteit moet voor alle stadia van belading en lossing en voor de eindtoestand van de belading worden aangetoond dat deze voldoende is voor alle relatieve dichtheden die opgenoemd zijn in 1.16.1.2.5. In dit randnummer staat ook een stabiliteitscomputer als optie genoemd welke door een erkend classificatiebureau toegelaten moet zijn.

 

Nieuwe definitie 1.2: ‘Loading Instrument’:

A loading instrument consists of a computer (hardware) and a programme (software) and offers the possibility of ensuring that in every ballast or loading operation:

  • the permissible values concerning longitudinal strength as well as the maximum permissible draught are not exceeded; and
  • the stability of the vessel complies with the requirements applicable to the vessel. For this purpose intact stability and damage stability shall be calculated.

 

Liquefied Natural Gas ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2012/15 (Nederland)

Tijdens de vergadering werd de langverwachte goedkeuring van de Argonon gegeven. Hiermee is een groen licht gegeven voor andere schepen die eenzelfde procedure moeten afleggen. De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) had al een goedkeuring afgegeven en dus nu ook het ADN.

1.5.3.2 Afwijkingen ten behoeve van testdoeleinden

De bevoegde autoriteit kan op grond van een aanbeveling door de Ambtelijke Commissie een proefcertificaat van goedkeuring afgeven voor een beperkte tijd voor een specifiek schip dat is voorzien van nieuwe technische kenmerken, welke van deze voorschriften afwijken, op voorwaarde dat deze kenmerken voldoende veilig zijn.

 

Verschillende aspecten zijn in de diverse diepgaande studies nader belicht, zoals maatregelen rondom de ventilatie in de machinekamer waardoor de lucht boven de apparaten en kleppen waar het gasmengsel zich in bevindt vervangen wordt. Zo ook de hoeveelheid water voor het koelen van de opslagtank conform circulaire 285(86) van het Maritime Safety Committee (MSC) van de IMO: daarin wordt een capaciteit van 10 l/min/m2 en 4 l/min/m2 vermeld. In het ADN maakt men op dit moment melding van 50 l/uur/m2 (9.3.2.28). Op het gebied van opleiding staat beschreven dat de bemanning additionele training heeft genoten op het gebied van bunkeren en calamiteiten. De motorfabrikanten, fabrikanten van de opslagtanks en het LNG-systeem zullen hierbij betrokken zijn. Verder gaan de HAZID-studies in op preventieve maatregelen, potentiële effecten, gevaren, methoden om de effecten te minimaliseren op het gebied van brand, explosie, corrosie, lekkage, scheuring, etc.

 

Tweede vluchtweg ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2012/16 (werkgroep vluchtwegen)

Het varende bedrijfsleven heeft de bezwaren die ze had kenbaar gemaakt door een informeel document in te sturen als reactie op bovengenoemd voorstel. Dit ondanks het feit dat de EBU vanaf het begin constructief meegewerkt heeft aan dit proces. Een proces dat een drietal jaren geleden begon door een wijzigingsvoorstel van CEFIC dat erop gericht was om een omissie aan te passen. Deze omissie bleek te zitten in een toelichting op vraag vier van de controlelijst van hoofdstuk 8 en de bijboot als voorbeeld was neergezet als zijnde een tweede vluchtweg. In het ADNR was dit bewust verwijderd. In de nabijheid van voor- en achterschip diende een vluchtweg aanwezig te zijn.

Het tweede vluchtweg dossier kent in Nederland een voorgeschiedenis. Met een brief in november 2001 heeft de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, mw. T. Netelenbos, de kamer geïnformeerd over de rapportage welke was uitgevoerd door de toenmalige RVI, nu de IVW, waaruit onder andere naar voren was gekomen dat er bij overslagplaatsen voor binnenvaartschepen met gevaarlijke stoffen onvoldoende veilige vluchtwegen waren. Naar aanleiding van het ongeval met het Nederlandse tankschip Avanti in mei 1999 is in het jaar 2000 door de Inspectie Verkeer en Waterstaat een onderzoek ingesteld naar de aanwezigheid en veiligheid van vluchtwegen bij de overslagpunten in Nederland. Daarbij werd geconstateerd dat bij 81% van de overslagpunten voor tankschepen onvoldoende veilige vluchtwegen aanwezig waren.

De angst met het voorstel is, dat er nu een omvangrijke mogelijkheid gecreëerd is waar het varende bedrijfsleven aan zou moeten voldoen. Iedere terminal kan een andere situatie betekenen. In feite komt het neer waar we vijf jaar geleden ook al voor pleite. Wanneer er twee werkgevers op een arbeidsplek zijn, moeten ze afspraken met elkaar maken. Andere punten van zorg is het niet afgehamerd hebben van definities zoals ‘Safe Haven’, ‘Safe Area’ en ‘Water Spray System’.

Kort samengevat is de EBU van mening dat het huidige voorstel onduidelijk geformuleerd is en dat er teveel opties worden weergegeven. Daarnaast is de EBU van mening dat belangrijke nieuwe definities nog niet voldoende uitgewerkt zijn en dat het voorstel grote economische consequenties voor het vervoerende bedrijfsleven tot gevolg kan hebben.


Een onduidelijke definitie welke nog verder uitgewerkt moet worden is:

"Safe haven: Is a module (fixed or floating) that must be capable of protecting people from all identified hazards of the cargo for a predetermined period of time. A safe haven on land must be constructed according to local law. A safe haven on board must be certified by a recognised classification society. A safe haven on board is not acceptable when the identified danger is fire or explosion."

 

Een uitstel van deze regelgeving tot 2015 en het schrappen van boord-boord overslag is in ieder geval een feit echter zal reeds wel worden opgenomen in het ADN 2013.

 

Aanpassingen tabel C ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2012/10 (CEFIC)

CEFIC bracht diverse wijzigingsvoorstellen naar voren waaronder een om tabel C als volgt aan te passen:

  • Vervang: "HEPTANES (n-HEPTANE)" door "HEPTANES" in kolom (2) van UN 1206;
  • Vervang: "HEXANES (n-HEXANE)" door "HEXANES" in kolom (2) van UN 1208;
  • Vervang: "OCTANES (n-OCTANE)" door "OCTANES" in kolom (2) van UN 1262;
  • Erving "PENTANES, liquid (n-PENTANE)" by "PENTANES, liquid" in kolom (2) van UN 1265;

 

Overige

Verder is er een toevoeging gekomen t.b.v. het CMNI-verdrag (naast de mogelijkheid van CMR en CIM) en is de BC Code (Code of Safe Practice for Solid Bulk Cargoes) vervangen door de IMSBC Code (International Maritime Solid Bulk Cargoes Code) in o.a. 7.1.4.14.6

 

Oostenrijk het classificatiebureau Bureau Veritas erkent en Slowakije het Russian Maritime Register of Shipping alsmede het Shipping Register of Ukraine. Met de komst van diverse ‘nieuwe’ klassebureau’s zie www.unece.org/.../adnclassifications zijn de regels omtrent uniformiteit aangescherpt mede naar aanleiding van de resultaten van een internationaal onderzoek naar de onderlinge kwaliteitscriteria van de klassebureau’s. Een aanscherping is o.a. de tijdslimiet van 6 maanden in randnummer 1.15.2.7. voor noodzakelijke stappen om in overeenstemming te blijven met de voorschriften van de Overeenkomst. Hierin staat ook de mogelijkheid voor de Ambtelijke commissie om een classificatiebureau te verwijderen van de lijst van voor erkenning aanbevolen bureaus.

 

Een formeel verslag is te zijner tijd op website van de UNECE terug te vinden.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Teken bij een duiker te water

Onlangs heeft er zich op het Kanaal van Gent naar Terneuzen een incident plaatsgevonden met een duiker, die voor onderhoud aan een steiger bezig was. De betreffende steiger was echter wel voorzien van de internationale seinvlag "A" (die aangeeft dat er een duiker ter plaatse aan het werk is). Bij het zien van deze duikvlag wordt de aandacht gevraagd om er vrij en langzaam omheen te varen.

Internationale seinvlag "A"

Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) schrijft verder in artikel 3.38:

  1. Een schip dat gebruikt wordt bij het duiken moet, behalve de bij artikel 3.08, respectievelijk artikel 3.20 voorgeschreven tekens, als bijkomend teken voeren: de internationale seinvlag «A» dan wel een replica daarvan vervaardigd van niet buigzaam materiaal, op een zodanige hoogte en op een zodanige wijze dat deze van alle zijden zichtbaar is. 's Nachts moet dit teken zodanig zijn verlicht, dat het duidelijk zichtbaar is.
  2. Het bijkomende teken, bedoeld in het eerste lid, mag ook worden getoond bij duikwerkzaamheden die vanaf de wal worden uitgevoerd.
De komende weken kunnen er nog meer (duik)werkzaamheden plaatsvinden in het Kanaal van Gent naar Terneuzen. Houdt u de eventuele duikvlag goed in de gaten.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Milieulijst 2012 voor de binnenvaart

Diverse maatregelen die op de Milieulijst staan dragen ook bij aan het behalen van een Green Award Certificaat voor de binnenvaart.

Bedrijfsmiddelen op de Milieulijst 2012 die betrekking hebben op vaartuigen zijn een duurzaam vaartuig (B 1030) en een duurzame romp voor een binnenvaartschip (B 1032).

Ter voorkoming van overlast is op de Milieulijst 2012 een gesloten roetfilter voor een binnenvaartschip opgenomen (A 4086).

 

Duurzame productiemiddelen op de Milieulijst 2012 zijn, naast de eerder genoemde bedrijfsmiddelen, een werf voor het uitsluitend milieuvriendelijk demonteren van zeeschepen en –platforms (B 1050) en duurzame energieopwekking en aandrijving voor een binnenvaartschip (B 1031).

In het kader van klimaatverandering zijn bijvoorbeeld een NOx-reductiesysteem (selectieve katalytische reductie-installatie of SCR) voor het verwijderen van NOx uit afgassen (F 2133), een walstroomaansluiting aan boord (F 2211) en een openbaar oplaadpunt voor elektrische vaartuigen (F 2041) opgenomen.

 

Voor het reinigen van dampen uit scheepstanks zijn reinigingsinstallaties opgenomen (F 3056 en A 3057)

Bedrijfsmiddelen op het gebied van voorstuwing op de Milieulijst 2012 zijn vaartuigen die zijn voorzien van een elektromotor, een lpg- of aardgasmotor of een hybridemotor (F 5060).

Milieuvriendelijke installaties op de Milieulijst 2012 zijn waterbesparende bedrijfsmiddelen, zoals een gesloten grijswatersysteem (A 7090), een waterzuiveringsinstallatie (B 7091), een ballastwatermanagementsysteem (F 7092), een havenontvangstinstallatie bij jachthavens (B 7093) en een opslagtank voor huishoudelijk afvalwater (B 7094).

 

Ten slotte komen duurzame bedrijfsmiddelen op het gebied van veiligheid en preventieve voorzieningen in aanmerking, zoals halogeenvrij gekoeld bulktransport van LPG of toxische gassen, automatisch noodbesturingssysteem, gladde ankers en kluizen en aanvaringsbestendige binnenvaarttanker voor ammoniak of LPG.

Raadpleegt u voor de meest recente milieueisen per bedrijfsmiddel de Milieulijst 2012. Deze kunt u downloaden van www.agentschapnl.nl/miavamil.

 

Denk ook aan de Energie-investeringsaftrek

Via de Energie-investeringsaftrek (EIA) kunnen bedrijven fiscaal voordelig investeren in energiezuinige systemen en -technieken en duurzame energie. Het gaat bij de EIA vooral om het realiseren van energiebesparing in bedrijfsgebouwen, processen en transportmiddelen. In 2012 is 41,5% van de investeringskosten aftrekbaar van de fiscale winst. Op de Energielijst 2012 staan alle investeringen die in aanmerking komen voor EIA en ook een aantal zogenoemde generieke codes. Deze maken fiscale aftrek mogelijk voor (maatwerk) investeringen die een forse energiebesparing opleveren. Meer informatie kunt u vinden op www.agentschapnl.nl/eia.

Meer informatie over MIA\Vamil-regeling 2012 voor de binnenvaart vindt u hier in de speciale folder van Agentschap NL.

De milieulijst 2012 is te vinden op onze website (onder publicaties milieu).

U kunt ook contact opnemen met de heer Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Klein bedrijf doet na ongeval te weinig aan veiligheid

Veel kleine bedrijven nemen na een arbeidsongeval te weinig maatregelen om de veiligheid en gezondheid van hun medewerkers te verbeteren. Dat blijkt uit controles bij kleine bedrijven in verschillende sectoren door de Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie).

 

De Inspectie bezocht vorig jaar 438 bedrijven met minder dan 50 werknemers waar in de periode daarvoor één of meer arbeidsongevallen plaatsvonden. Ongeveer 190 van deze bedrijven, zo’n 45 procent, hielden zich ook nu nog niet aan de regels voor gezond en veilig werken. Vaak was de veiligheid op de plek van het ongeluk wel verbeterd, maar was de situatie op andere locaties in het bedrijf nog niet op orde. De controles vonden plaats in verschillende bedrijfstakken binnen de industrie, bouw, handel en dienstverlening.

 

Een kwart van de ruim 400 overtredingen had te maken met de veiligheid van machines. Ook hadden veel bedrijven, hoewel ze eerder met een ongeval te maken hadden, verzuimd de risico’s voor medewerkers goed in kaart te brengen.

Verder werden medewerkers te weinig voorgelicht over veilig werken en bleek ook het toezicht vaak niet goed geregeld Dit speelt met name als jongeren of tijdelijke invalkrachten in een bedrijf werken. Zij krijgen dan ook vaker met een ongeval te maken. Veel kleine bedrijven zeggen verder te weinig kennis te hebben van de regels. Ook denken ze vaak dat goede veiligheidsmaatregelen duur zijn en dat een arbeidsongeval een kwestie is van eenmalige pech.

 

De Inspectie bespreekt de resultaten van deze controles met sociale partners en vertegenwoordigers van kleine bedrijven. In de sectoren waar veel ongevallen plaatsvinden, zoals de metaal, de op- en overslag en de bouw, blijft de Inspectie de komende jaren, ook bij kleine bedrijven, controleren.

 

In de Inspectie SZW zijn begin dit jaar drie diensten opgegaan: de Arbeidsinspectie, de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en de Inspectie Werk en Inkomen. De nieuwe organisatie streeft naar veilige en gezonde werkplekken voor werknemers. Ook spoort zij uitbuiting, mensensmokkel en illegale arbeid op. Door de bundeling van de drie organisaties worden misstanden op het gebied van sociale zaken en werkgelegenheid slimmer en beter aangepakt. Via een brede risicoanalyse zijn mensen in te zetten waar ze het hardst nodig zijn.

 

Voor meer informatie kunt u kijken op de website van de Rijksoverheid

www.rijksoverheid.nl/.../inspectierapport-ongevallen-kleine-bedrijven

Naar boven


Overzicht directieteams IL&T

Met dit artikel informeren we u over het overzicht van de directieteams van de Inspectie Leefomgeving & Transport.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Barge to Business

Op 14 en 15 maart vond in Wenen het congres Barge to Business plaats. Dit congres werd georganiseerd door het PLATINA-consortium, als onderdeel van het Europese programma PLATINA. In december 2010 werd de eerste versie van Barge to Business georganiseerd in Brussel; de tweede versie van dit evenement vond nu dus in Wenen plaats.

Het congres werd bezocht door zo’n 250 deelnemers uit zowel de Rijnvaart- als de Donaulanden, variërend van vaarweg- en andere autoriteiten op nationaal en internationaal niveau, binnenhavens, rederijvertegenwoordigers, varende ondernemers, tot wetenschappers en verladers.

De focus van de presentaties en paneldiscussies lag vooral op duurzaamheid en op logistieke innovatie. Thema’s die aan de orde kwamen waren onder meer:

  • Het vergroenen van de vloot
  • Verdient duurzaamheid zichzelf terug?
  • Marktontwikkelingen
  • De markt voor lege containers
  • Innovatieve agrologistiek
  • Ontwikkeling van binnenhavens
  • Regionale strategie voor de Donau

De belangstelling voor dit congres toont aan, dat de binnenvaart zich ook op internationaal niveau in steeds grotere (beleidsmatige) belangstelling mag verheugen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


De Binnenvaart, van onderbelicht imago naar vol in de schijnwerpers!

De problematiek van gekwalificeerd personeel in de binnenvaart

 

Zwijndrecht – Tijdens een gesprek met; René Overveld (Fleetmanager, Interstream Barging), Alexander Wanders (QHSSE Manager, UNIBARGE) Michiel Koning (Manager Social Affairs CBRB) en Peter Brandt (Crewing Officer, Interstream Barging) komt naar voren dat de jeugd, welke geen binding heeft met de binnenvaart juist nu veel meer op de hoogte gebracht zou moet worden van wat de binnenvaartbranche precies inhoudt. Dit om het tekort van gekwalificeerd personeel in de binnenvaartbranche vanaf de wortel aan te pakken. Campagnes en informatie omtrent opleidingen en werken in deze branche hunkeren naar een breder bereik.

 

Wanneer een leerling op de drempel van beroepskeuze staat en alle aspecten in zich heeft, dan dient deze persoon dusdanig op de hoogte zijn om een dynamische en veelzijdige bedrijfstak als de binnenvaart zeker te overwegen. Alexander Wanders geeft aan dat door middel van bezoeken aan boord van moderne schepen en treffende campagnes de scholieren meer op de hoogte gesteld dienen te worden. Michiel Koning vindt dat het imagoproces van de scholen het begin is van personeelswerving.

 

René Overveld laat weten dat de wijze van opleiden op een veel hedendaagse manier gebracht kan worden bijvoorbeeld door middel van E-Learning en simulatoren. Het imago van de opleiding dient een veel hoger "cool" gehalte te bereiken zoals dat bijvoorbeeld bij een pilotenopleiding het geval is.

Een betere toestroom naar de binnenvaartopleidingen zorgt voor een betere instroom bij binnenvaartbedrijven.

 

De kern van het probleem is het geringe aanbod van gekwalificeerd personeel op de hoeveelheid schepen van nu. Zo ziet René Overveld een probleem op korte termijn door de vergrijzing van Nederlands personeel. Alexander Wanders verwacht een barrière voor de "arbeidsvreugde" met betrekking tot het varen. Welke onder andere wordt veroorzaakt door de bureaucratische regelgeving in de tankvaart.

 

Tegenwoordig worden er veel Oost-Europeanen in dienst genomen. Prima vaklui geeft René Overveld aan en Alexander Wanders benadrukt zijn langdurige samenwerking met zijn Slowaaks personeel, maar puur op technisch onderhoud gebied. Deze mensen ambiëren het doorgaans niet om kapitein te worden. Ze stappen aan boord, voeren de taken uit waar ze voor worden aangenomen en dat doen ze goed. Er is geen behoefte om hogerop te komen. Ze doen wat ze moeten doen en zijn daar content mee. Hiermee blijft de vraag bestaan; door wie wordt de volleerde schipper in de toekomst opgevolgd?

 

De praktijk wijst uit dat de voorkeur van René Overveld en collega Peter Brandt eerder uitgaat naar iemand die de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) volgt dan een zij-instromer. Om dit te onderbouwen geeft R. Overveld weer, dat een kok uit een sterrenrestaurant, die binnen twee jaar zijn papieren haalde, een enorme stimulans bleek te zijn voor andere stagiaires en leerlingen binnen Interstream. Met name door een korte onderlinge communicatie en het begeleidingstraject op basis van coaching vanuit het leerbedrijf zorgen ervoor dat de leerling gefocust blijft op de opleiding.

Volgens Alexander Wanders is de communicatie omtrent het leertraject van een zij-instromer complex en de daadkracht gering.

 

Op eigen initiatief organiseren bedrijven veel interne opleidingen en cursussen maar de heren zijn het er over eens dat scholen hier veel meer in kunnen betekenen. Michiel Koning is van mening dat er veel meer praktijkmensen voor de klas moeten. De ondernemers beamen deze stelling en brengen naar voren dat er veel meer initiatieven moeten komen en subsidie vrijgegeven moet worden voor algemene landelijke trainingen op bijvoorbeeld het gebied van veiligheid aan boord.

 

Het CBRB komt binnenkort met een nieuw jongereninitiatief met als doelstelling zoveel mogelijk jongeren in en rond de binnenvaart actief te betrekken bij het reilen en zeilen van deze sector. Een actief jongerennetwerk waar samenwerking en kennisdeling voorop staan. Hieruit zal een kennisuitwisseling en –ontwikkeling ontstaan voor studerend en jong werkend Nederland. Dit initiatief wordt onder andere opgezet om Nederland als Binnenvaartland beter te presenteren.

Op innovatief gebied gebeurt er een hoop in Nederland Binnenvaartland. Het is dan ook zaak om hier media technisch gezien, verantwoord mee om te gaan. De varende ondernemer treedt steeds meer op en is bereid om vol trots ingewijden te enthousiasmeren maar zaak is juist nù ook de niet-ingewijden te bereiken voor de branche. Dit om nieuw gekwalificeerd personeel aan te trekken en het imago van de binnenvaart op te schroeven. De Binnenvaart moet meer in de schijnwerpers.

 

Heike Elbert i.o.v. CBRB

Naar boven


Richtlijnen voor social media

 

Gebruik je gezonde verstand

Veel bedrijven vinden het maar wat spannend dat al hun medewerkers zomaar, in het wilde weg, uitspraken doen over het bedrijf. Dat gebeurde natuurlijk altijd al. Maar tot een aantal jaren geleden was dat in een relatief veilige omgeving; op verjaardagsfeestjes en tijdens familieweekenden. Sinds de komst van sociale media echter, zijn meningen en uitlatingen voor de hele wereld zichtbaar. Om grip te houden op het twittergedrag van medewerkers, of in ieder geval de illusie van controle te wekken, stelt het bedrijf regels op. Maar is dat nu wel nodig? En wat staat er dan in dat social media beleid?

 

Gij zult niet……

Het is opvallend dat veel gedragscodes en regels van bedrijven met name waarschuwen voor de "gevaren van sociale media". Houd je aan deze regels, of anders…is de boodschap. In de introductie van de richtlijnen voor sociale media van het bedrijf Intel staat bijvoorbeeld: "wij gaan ervan uit dat al wie namens Intel betrokken is in sociale media, de vereiste trainingen heeft voltooid en deze richtlijnen begrijpt en volgt. Niet naleving van deze voorwaarden kan uw deelname in de toekomst in het gedrang brengen", Helder, maar of het medewerkers stimuleert om te twitteren of te Facebook en over het bedrijf is de vraag. Aan de ene kant is het begrijpelijk. Bedrijven willen zich beschermen tegen ongewilde tweets, updates, blogs en foto’s op Facebook. Aan de andere kant zou het bedrijf medewerkers met name moeten stimuleren actief aanwezig te zijn op sociale media. Het biedt volop kansen. Een bedrijf kan zich profileren aan de hand van de kennis die zijn medewerkers in huis hebben en tentoonspreiden via sociale media. Door medewerkers in staat te stellen kennis op te doen van sociale media, bijvoorbeeld door trainingen aan te bieden, stimuleert de werkgever het gebruik ervan. Tegelijkertijd maakt hij daarmee medewerkers bewust van de gevolgen van hun activiteiten op sociale media.

 

Inspiratiebronnen

Ben jij betrokken bij het opstellen van richtlijnen voor het gebruik van sociale media binnen jouw bedrijf? Laat je vooral inspireren door bedrijven die je voorgingen.

TNT: Mooi vormgegeven, enthousiasmerend, positief en een goed voorbeeld van de do’s and don’t op sociale media: TNT Social Media Guidelines - Dutch.pdf

INTEL: Kreten als "wees transparant en verstandig", "schrijf wat u weet" en "voegt u waarde toe?" zijn waardevolle adviezen. www.intel.com/.../social-media

 

Eerst tot vijf tellen

Mensen bewust maken van hun activiteiten op sociale media, kan relatief eenvoudig door ze eerst tot vijf te laten tellen. Voordat je een tweet de wereld in stuurt, een update op LinkedIn plaatst, of een ander bericht op internet plaatst, stel jezelf dan de volgende vragen:

  1. Zou ik dit ook vertellen voor een zaal met 500 mensen?
  2. Is de informatie die ik zo met mijn netwerk ga delen, vertrouwelijk?
  3. Ben ik er zeker van dat deze informatie waar is, of is het een gerucht?
  4. Kan ik met dit bericht iets of iemand ernstig schaden of beledigen?
  5. Krijg ik later spijt als ik het bericht plaats?

 

Het is natuurlijk mogelijk dat je een van deze vragen met ja beantwoordt, maar toch het bericht wilt plaatsen. Het is aan jou. Het gaat er vooral om dat je je bewust bent van wat je op internet plaatst en eventuele consequenties die het heeft. Bovenal is het een kwestie van gezond verstand.

 

Stimuleren vs. beteren

In hoeverre kan een bedrijf socialmedia-regels opleggen aan het personeel? En in hoeverre heeft het zin dat te doen? Het draait om bewustwording. En stimuleren werkt ongetwijfeld beter dan beleren. Om grote blunders op sociale media te ontdekken, moet je goed zoeken. Om enthousiaste, trotse berichten van medewerkers te vinden over hun bedrijf, hoef je slechts je timeline op Twitter te openen.

 

Richtlijnen, wat zet je erin?

Een aantal suggesties

  • Google onthoudt alles (Maak mensen bewust)
  • Wees alert op vertrouwelijke gegevens.
  • Bedenk dat je op persoonlijke titel schrijft en maak dit ook duidelijk
  • Respecteer beeld, auteurs- en citaatrecht

Artikel C. Postma Management Support december 2011

Naar boven


SAB-vaardocumenten gaat digitaal

Na de komst van het digitale tijdperk biedt ook de SAB haar klanten snelheid en gemak door middel van haar digitale loket.

Voor de aanvraag van diverse vaardocumenten kon u altijd al persoonlijk terecht aan de SAB-balie of u deed uw aanvraag per post, waarna uw document onder rembours aan u werd geretourneerd.

 

Vanaf heden kunt u diverse vaardocumenten c.q. handelingen digitaal aanvragen via het digitale loket op de SAB-website. Klik op de homepage op het logo van ‘SAB Afvalstoffen & Vaardocumenten Binnenvaart’ en kies in het menu voor het gewenste document. Nu kunt u kiezen voor ‘digitaal loket’. De benodigde bijlagen, zoals een kopie van het paspoort of een medische verklaring binnenvaart, moeten digitaal worden toegevoegd. Betreft het bijvoorbeeld de afstempeling van vaartijd in een dienstboekje, dan dient het boekje na de digitale aanvraag nog wel per post te worden nagestuurd.

 

Na de aanvraag wordt u gevraagd een automatische incasso af te geven, zodat uw aangevraagde document na betaling zo snel mogelijk aan u kan worden verstuurd. De verwachting is dat medio dit jaar ook betaalt kan worden via iDeal.

 

De digitaal aangevraagde documenten worden aangetekend verzonden. Dit levert u ten opzichte van de rembourszendingen een besparing op van € 11,00.

Wilt u wel digitaal aanvragen, maar de documenten persoonlijk afhalen aan de balie, dan levert dat een totale besparing op van € 18,00.

Een ander groot voordeel van digitaal aanvragen is dat deze voorrang verkrijgen en daarmee sneller worden verwerkt ten opzichte van de post- en balie-aanvragen. Kortom, het digitaal aanvragen is sneller en bespaart geld.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de SAB Stichting Afvalstoffen & Vaardocumenten Binnenvaart, heer C. (Cees) Kleiberg of mevrouw R. (Rianne) van Heemst

Telefoon: (+31)-(0)10 - 7 98 98 98, Website: www.sabni.nl

Naar boven


Netwerkbijeenkomst Groen Ondernemen

Veel ondernemers zien volop kansen om hun processen en producten te verduurzamen, of hun klanten daarmee te helpen. Niet alleen omdat dit beter is voor milieu, grondstoffen, energieverbruik, maar ook omdat er gezonde marktkansen liggen.

VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO-Nederland, gezamenlijk initiatiefnemers van het platform Ondernemend Groen, nodigen u daarom graag uit voor een regionale netwerkbijeenkomst voor ondernemers die groene kansen willen benutten.

 

Er zijn drie bijeenkomsten, te weten op 12 april te Bergen op Zoom, op 17 april te Utrecht en op 24 april te Amsterdam. De bijeenkomsten vinden plaats van 15.30 tot 18.00 uur.

 

Programma

De bijeenkomst is voor en door ondernemers. Volg de link in de rechterkolom voor de specifieke programma’s van de bijeenkomsten. In elk geval krijgt u alle informatie over de Green Deals tussen bedrijfsleven en Rijksoverheid: wat zijn de afspraken, hoe worden belemmeringen weggenomen en hoe profiteert u daarvan. Deze Green Deals krijgen grote belangstelling. Zo’n 70 bedrijven, koepels en samenwerkingsverbanden hebben al een overeenkomst afgesloten. En er volgen er nog meer dit jaar.

 

In een paneldiscussie met de sprekers is er volop gelegenheid voor uw vragen. Dat kan ook tijdens de informele borrel na afloop.

 

Programma/aanmelden:

Aanmelden

Aan deelname zijn geen kosten verbonden. U kunt zich opgeven via de link in de rechterkolom. Uiterlijk een week voorafgaand aan de bijeenkomst ontvangt u een bevestiging met een uitgebreid programma en een routebeschrijving.

 

Wij nodigen u van harte uit om aan deze netwerkbijeenkomst deel te nemen.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw P. van Ameijden Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., telefoon: 015 - 219 12 41 of via de website www.ondernemendgroen.nl

Naar boven


Promotiereis Noord-Frankrijk 15 mei 2012

Op 15 mei vindt in het Mercure Lille Métropole Hotel een promotiebijeenkomst gericht op de regio Noord Frankrijk plaats. Oorspronkelijk stond een promotiereis naar Lyon op het jaarprogramma van RPPC. Echter, bleek uit gesprekken met donateurs dat de voorkeur uitgaat naar een andere regio in Frankrijk. Daartoe is besloten dat Lille een betere, kansrijkere bestemming is. Dit evenement komt tot stand in nauwe samenwerking met het Netherlands Business Support Office (NBSO) Lille en bevat twee componenten: een op de regio gerichte presentatie en de Rotterdam Logistieke Marktplaats.

 

Tot de uit te nodigen doelgroepen behoren verladers en logistieke dienstverleners uit de regio Noord Frankrijk, waaronder Lille, Arras, Amiens, Compiègne en Valenciennes. De bijeenkomst is vooral gericht op de containersector met als belangrijke modaliteit spoor. Tevens zal er aandacht zijn voor het voor de binnenvaart interessante project Seine-Nord.

 

Het globale programma ziet er als volgt uit:

 

Dinsdag 15 mei 2012

Locatie: Mercure Lille Métropole Hotel
157 Avenue de la Marne, 59 700 Marcq En Baroeul, Frankrijk

  • 18.00 - 18.45 uur Inloop en mogelijkheid tot netwerken
  • 18.45 - 19.15 uur Presentaties
  • 19.15 - 19.45 uur Aperitief
  • 19.45 - 21.30 uur Cocktail dînatoire en mogelijkheid tot netwerken

Deelnamekosten

De deelnamekosten bedragen € 225,00 per persoon (exclusief reis- en verblijfskosten).

Let op: uw aanmelding is bindend!

 

Hotelarrangement

RPPC heeft een aantal kamers geboekt in het Mercure Lille Métropole Hotel
(157 Avenue de la Marne, 59 700 Marcq En Baroeul, Frankrijk)

 

De kosten voor de hotelovernachting zullen rond de € 125,00 p.p.p.n. bedragen, exclusief ontbijt en BTW.

Let op: aangezien RPPC gebonden is aan strikte annuleringsregels is het niet mogelijk om op het laatste moment uw kamer te annuleren. Mocht u desondanks toch af willen zien van de kamer, zullen wij wel ons uiterste best doen om kosteloos te annuleren.

 

Marktplaats

Aan de bijeenkomsten hebben wij voor de deelnemende donateurs het element de Rotterdam Logistieke Marktplaats toegevoegd. Zowel voorafgaand tijdens de inloop, als na de presentatie tijdens het buffet zullen de Franse gasten deze Rotterdam Logistieke Marktplaats, die zal bestaan uit een verzameling van ‘presentatiestations’, kunnen bezoeken. Iedere deelnemende donateur kan desgewenst over een eigen station beschikken, waar het bedrijf op een aantrekkelijke manier kan worden geprofileerd.

 

Onderstaand treft u de werkwijze ten aanzien van de Rotterdam Marktplaats aan:

  1. RPPC stelt de deelnemende donateur een uniforme display balie ter beschikking tegen een vergoeding van € 50,00. Alle balies dragen de naam Port of Rotterdam.
  2. RPPC zorgt voor vervoer en plaatsing van de balies.
  3. De display balie kan worden gebruikt om met uw laptop uw bedrijfspresentatie te laten zien en uw brochures op te leggen; voor het gebruik van uw laptop zal RPPC voor de stroomvoorziening zorg dragen.
  4. De donateur dient achter de display balie één ‘bedrijfsbanner’ te plaatsen met een formaat van circa 200 cm hoog en 80 tot 100 cm breed. Vanuit het oogpunt van uniformiteit wordt de voorkeur gegeven aan de drie vergelijkbare systemen van Laarhoven Design. Laarhoven Design biedt donateurs van RPPC deze systemen tegen een gereduceerde prijs aan. Wij wijzen u erop dat u wel rekening dient te houden met een levertijd van circa tien werkdagen, vanaf aanlevering van het werkmateriaal in de studio van Laarhoven Design.
    Voor alle duidelijkheid vermelden wij, dat deelnemende donateurs aan de Rotterdam Marktplaats zich verplichten aan de hierboven beschreven uniformiteit. Alleen dan kan er sprake zijn van de gewenste professionalisering en uniforme uitstraling.
  5. Uw display unit met banner en eventuele documentatie e.d. dienen een half uur voor aanvang, dus in dit geval om 17.30 uur, gereed te staan.

Company profiles

Indien wij uw Franse of Engelse company profile niet in ons bezit hebben, verzoeken wij u de tekst (van maximaal één A4) te sturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of op cd-rom aan te leveren in Microsoft Word. Indien wij niet in het bezit zijn van een kleurenpasfoto van degene die zich heeft opgegeven voor deze reis, verzoeken wij u deze (bij voorkeur digitaal) eveneens te sturen naar ons e-mailadres, of op te sturen naar ons postadres. Graag ontvangen wij het company profile en/of kleurenpasfoto uiterlijk 1 mei 2012.

 

Uitnodiging

Van de gasten, die u door ons uitgenodigd wilt zien, ontvangen wij graag de volledige namen, functies en adressen, welke wij uiteraard vertrouwelijk zullen behandelen. Aan het uitnodigen van gasten zijn geen kosten verbonden. De gegevens ontvangen wij graag per omgaande per e-mail (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) of per fax (010 - 487 34 10).

 

Gezien het feit dat wij graag willen weten op hoeveel mensen wij kunnen rekenen, zien wij uw antwoordformulier bij voorkeur per omgaande, maar uiterlijk 13 april aanstaande per e-mail (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) of per fax (010 - 487 34 10) retour.

 

Mocht u vragen hebben, dan staan wij u uiteraard graag te woord.

Voor meer informatie omtrent deze promotiereis kunt u contact opnemen met mevrouw Hannie van Dijk (Project Manager), e-mail: vandijk@rppc.n, telefoon: 010 - 487 34 04 of met mevrouw Ellen Hamelink (Assistent Project Manager), e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., telefoon: 010 - 487 34 07.

Naar boven


Collision Course: Inland Shipping - The Fuel Market - Transport Policy?

The economics of Energy is changing. As an industry dependent on Fuel, is Inland Shipping positioned to maintain competiveness? Are we positioned to gain advantage?

 

Fuel, Environmental and Transport Policy as well as Market forces are having increasing impacts as these related sectors move toward a major intersection around 2020. CO2 and Green House Gas limits on Refineries are driving up production costs for the entire fuel and petrochemical portfolio, along with major pressure on fuel quality -including Fuel Oil.

 

Emission Control Areas are steadily impacting the operation of Marine and Short Sea Vessels, as well as the price for their Bunkers. Inland has not escaped, as Diesel becomes an increasing proportion of Marine & Short Sea's fuel -especially for ECA and Harbour Operations- anticipated shortages are projected to raise costs significantly.

 

So what will fuel the inland fleet that is needed to help transform European Transport & Logistics by 2030? Will the challenges in the Refining have impacts beyond fuel prices, for example hitting the business of liquid cargos as well? How much further can Diesel be developed in light of concerns over fuel cost? Will LNG come in time? Can the Black Sea (for now an ECA free zone) and Danube build capacity to better match the proposed Pan-European transport & logistics strategy.

 

The diverse speakers at Inland and Short Sea Fuel Forum, Amsterdam, June 6-7, will discuss how Europe's Fuel & Transport sectors are being recast. How best to take on the challenge of Fueling the Fleet, and the Logistic & Market strategies needed to developed a sustainable transport market.

 

REGISTER and meet your partners in Amsterdam, because as John D. Rockefeller said:

'A friendship founded on business is a good deal better than a business founded on friendship.'

 

Mention EBU when requesting the Agenda as a Special Rate has been set up for members who may also attend Ports, Terminals and Intermodal Transport 2012, co-located in Amsterdam, June 6-7.

 

Ada Tobias
Fleming Europe
Bratislava, Slovak Republic
T: +421 257 272 116 , F: +421 255 644 490, website: http://www.flemingeurope.com

Naar boven


Het Haven Coördinatie Centrum bereiken wordt eenvoudiger dan ooit

Het HbR is er op de eerste plaats voor alle bedrijven en organisaties die de nautische keten vormen. Om deze dienstverlening te verbeteren gaat het HbR het makkelijker maken om hen te bereiken.

 

Of u nu belt, mailt, faxt, de marifoon pakt of op het internet zoekt, u hoeft niet langer te kiezen wie u precies wilt bereiken. Voor zowel de meldkamer, verkeerszaken, inspectie of bijvoorbeeld de bestelling van een schip, kan men vanaf 1 maart 2012 terecht bij één centrale ingang: Het Haven Coördinatie Centrum.

 

Pas contactgegevens aan

Het terugbrengen van de lijst met contactgegevens tot het kortst mogelijke overzicht, werkt natuurlijk alleen als u het meteen overneemt.

 

Het nieuwe contactoverzicht van het Haven Coördinatie Centrum per 1 maart 2012

Telefoonnummer:
Algemeen: 010 – 252 10 00
Hierna volgt een keuzemenu met:
  1. Voor bestelling schip en tij-afspraken, kies 1;
  2. Voor overige meldingen en voor vragen, kies 2.

E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Rotterdam Marketing Port Event

Op 9 mei 2012 vindt er bij het HbR een "Rotterdam Marketing Port Event" plaats. Dit is mede georganiseerd door SmartPort (Erasmus Universiteit Rotterdam) waarbij ook Deltalinqs en het HbR nauw betrokken zijn.

 

De deelname is gratis.

U kunt zich rechtstreeks, voor 30 maart 2012, opgeven bij Marketing Associatie Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Smart Port ontbijtsessies

Deltalinqs organiseert samen met de kennisinitiatieven Erasmus Smart Port Rotterdam en Dinalog, het Nederlandse instituut voor "advanced logistics", een serie ontbijtsessies. In deze sessies zullen de havenhoogleraren die aan Erasmus Smart Port Rotterdam zijn verbonden u bijpraten over enkele thema’s waarmee u dagelijks te maken heeft en waarover deze hoogleraren hun visie met u willen delen.

 

Wij denken dat juist de combinatie van havenpraktijk en havenwetenschap het mogelijk maakt om een stap verder te zetten bij enkele issues waar u ongetwijfeld in uw praktijk mee te maken heeft. Het bijwonen van deze ontbijtsessies heeft voor u een aantal voordelen:

  • U wordt bijgepraat over de state-of-the-art over een bepaald issue vanuit de wetenschap door een erkende topexpert op het desbetreffende vakgebied.
  • U krijgt de mogelijkheid om in discussie te gaan met de havenhoogleraar over enkele praktische aangrijpingspunten samenhangend met uw eigen ondernemingspraktijk.
  • Er bestaat altijd de mogelijkheid om contacten te leggen met de havenhoogleraar en vervolgens een student een afstudeeronderzoek of een stage te laten uitvoeren naar problemen waar u mee zit en zo mogelijk om enkele van de suggesties die in de presentatie naar voren te komen in uw bedrijf toe te passen.
  • U komt in contact met een aantal medewerkers van Erasmus Smart Port Rotterdam en Dinalog en kunt verkennen wat nog meer mogelijk is bij beide instituten voor uw bedrijf. Dat kan gaan van een her- of bijscholingstraject voor uw medewerkers tot het opzetten van een gemeenschappelijk onderzoeksproject.
  • U start uw dag met een verfrissende inhoudelijke ervaring, waarin u niet alleen in contact komt met de eerder genoemde partijen, maar samen met enkele concullega’s van gedachten wisselt over problemen die vaak een structureel karakter hebben. En dit alles in de vertrouwde omgeving bij Deltalinqs.

 

18 april 2012: Prof.dr. Harry Geerlings & drs. Ron van Duin (TU Delft): Strategieën voor de reductie van de carbon footprint van (container) terminals

Met de aanleg van Maasvlakte 2 gaat het aantal containers dat wordt behandeld in Rotterdam toenemen van 11 miljoen TEU - en nog steeds zijn de eerder voorspelde 33 miljoen TEU per jaar in beeld bij het meest positieve lange termijnscenario van het Havenbedrijf Rotterdam. Om dat mogelijk te kunnen maken wordt veel nieuwe materiaal ingezet, dat vanzelfsprekend de nodige energie vraagt - ondanks het feit dat inmiddels heel wat energiezuinige nieuwe techniek op de markt is. De vraag naar energie zal zelfs zoveel toenemen, dat momenteel zelfs een extra energiecentrale op de Maasvlakte wordt gebouwd om in die groeiende behoefte te voorzien. Het moge duidelijk zijn dat dit veel extra CO2-emissies zal veroorzaken.

Erasmus Smart Port heeft, in samenwerking met de TU-Delft, een methode ontwikkeld hoe de CO2-uitstoot van een terminal kan worden berekend en welke oplossingsmogelijkheden er zijn om de CO2-uitstoot te verminderen. En dit is noodzakelijk. Want het is niet alleen zo dat het Rotterdamse bedrijfsleven zich heeft gecommitteerd aan de doelstellingen van het RCI (50% CO2-reductie in 2025 ten opzichte van 1990), maar ook klanten van de Rotterdamse haven, zoals verladers, willen steeds vaker weten hoeveel CO2 er is gemoeid met de afhandeling van hun containers op de terminals die zij aandoen. Dit gebruiken zij bij het vaststellen van de carbon footprint van hun keten.

 

Prof.dr. Harry Geerlings en Drs. Ron van Duin gaan naast hun presentatie met u in debat over de mogelijkheden om concreet CO2 te reduceren. In een tijd dat het ‘lean and green’ zijn steeds meer als noodzakelijke voorwaarde wordt gesteld door uw klanten, is het een must om van de oplossingen die door beide onderzoekers worden aangedragen kennis te nemen en om samen te komen tot kansrijke aangrijpingspunten. Is kiezen voor ‘groen’ steeds meer synoniem met kiezen voor Rotterdam?

 

23 mei 2012: Prof.dr. Rene de Koster: Hoe voorkomt u onnodige ongelukken in de logistiek en bent u tegelijkertijd in staat effectiever en efficiënter te worden?

Sommige logistieke managers leggen zich er makkelijk bij neer: "ongelukken gebeuren nu eenmaal" en: "een ongeluk zit in een klein hoekje". Maar is dat echt zo? Het ongeluk in het magazijn van Chemie-Pack heeft aangetoond dat er toch wel meer factoren aan te wijzen waren die verklaren waarom dat ongeval heeft kunnen ontstaan, en ook waarom het zulke rampzalige gevolgen had. In onderzoek dat de laatste twee jaar is uitgevoerd aan de Erasmus Universiteit hebben we gekeken welke factoren nu echt helpen in bedrijven (in het bijzonder magazijnen) om ongelukken te verminderen. Ongelukken reduceren kan echt. Het blijkt dat "systemen" een grote invloed hebben (denk aan training, procedures, verkeersregels en dergelijke). Maar er is meer. In deze sessie gaan we in op de verklarende factoren van ongelukken. Tevens op wat eraan te doen is in uw eigen organisatie. Het blijkt dat de belangrijkste verklarende factor niet alleen ongelukken verklaart, maar (indirect) ook logistieke prestatie in het algemeen. Bijvoorbeeld binnen de winkels van Hema. Deze factor is bovendien in vrijwel elk bedrijf te implementeren. Het ei van Columbus?

Kortom; professor De Koster doet u enkele waardevolle suggesties aan de hand hoe ongelukken te voorkomen en hoe daardoor tegelijkertijd effectiever en efficiënter te worden. Te mooi om waar te zijn? Oordeelt u 23 mei zelf.

  • 18 april - Prof.dr. Harry Geerlings (EUR Faculteit Sociale Wetenschappen) en drs. Ron van Duin (TU Delft) ‘Strategieën voor de reductie van de carbon footprint van (container) terminals’
  • 23 mei - Prof.dr. Rene de Koster (Rotterdam School of Management) ‘Hoe voorkomt u onnodige ongelukken in de logistiek en bent u tegelijkertijd in staat effectiever en efficiënter te worden?’

Via het lidmaatschap van het CBRB bij Deltalinqs zijn er een zeer beperkt aantal plaatsen beschikbaar voor CBRB leden. Wanneer u interesse heeft bij één van de sessies aanwezig te zijn, dan vernemen wij dat graag via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Defecte draadstang oorzaak sluisongeluk Eefde

EEFDE - Het ongeluk met de sluis in Eefde op 3 januari, waar een 90 ton zware sluisdeur naar beneden viel, is veroorzaakt doordat een draadstang het begaf.

Dat concludeert TNO in een onderzoeksrapport dat dinsdag bekend werd gemaakt.

Maandag is de gerepareerde sluis in het Twentekanaal weer in gebruik genomen door het scheepvaartverkeer. Bij het herstel van de sluisdeur is de falende constructie verstevigd, meldde Rijkswaterstaat dinsdag.

De draadstang zat onder spanning vast op een moer en dat was volgens een woordvoerder van Rijkswaterstaat het zwakke punt.

Er zijn nu nieuwe, sterkere verbindingspunten aangebracht. Bij de reparatie zijn ook de kettingen vernieuwd. Kabels en kettingen zijn bovendien beter uitgelijnd waardoor de krachten beter zijn verdeeld.

Vergelijkbare problemen

De constructie van de sluis is aangepast om inspectie gemakkelijker te maken. Bij andere sluizen is gekeken of zich vergelijkbare problemen konden voordoen. Maar de ophanging van de sluisdeuren in Eefde is nergens anders toegepast, wees het onderzoek uit.

(bron: nu.nl)

Naar boven


Nieuwe leden

Groep Varende Ondernemers
  1. A. Goudriaan
  2. Ad Mijnster V.o.f.
  3. Binnenscheepvaartbedrijf T. Busker
  4. Droog-Steehouwer Scheepvaart V.o.f.
  5. Firma M. Heuvelman en Zoon
  6. Hofstra
  7. Honkoop
  8. Internationale Sleepdienst Broekmeulen B.V.
  9. Kruis jr.
  10. Ms Marinus Sr.
  11. Scheepvaartbedrijf W. & M. de Jong
  12. Scheepvaartbedrijf Zandico
  13. Scheepvaartbedrijf Zuiderdiep V.o.f.
  14. Scheepvaartonderneming Sayonara B.V.
  15. Scheepvaartonderneming Christe / Schouten V.o.f.
  16. Scheepvaartonderneming Hoeksche Waard
  17. Tancar B.V
  18. V.o.f. A.M. Verschoor
  19. V.o.f. Adriaanse-Nobel & Zoon
  20. V.o.f. Heuvelman – Grem
  21. V.o.f. J. Bakker
  22. V.o.f. J. van der Vlist jr.
  23. V.o.f. J.C.G. van der Vlist
  24. V.o.f. Knot & Budding
  25. V.o.f. Kuup-Kieboom
  26. V.o.f. Linsi
  27. V.o.f. M. & J. Trouwborst
  28. V.o.f. Steenbergen Brusse
  29. Van der Vlist-Ooms
  30. Verschoor
  31. Waardt
  32. Witjes
  33. Zand- en grinthandel J. Spaans

Naar boven


CBRB agenda

Voor vergaderingen, bijeenkomsten of bijzondere sluitingstijden van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart kunt u de agenda op onze website raadplegen.

Naar boven

Ga naar boven