Nieuwsbrief 2011 - 14

  1. Economische situatie in de Rijnvaart
  2. Eerste handhavingsconvenanten met tankvaartrederijen
  3. Fusie Inspectie Verkeer en waterstaat en VROM-Inspectie
  4. Modernisering waarschuwingssysteem gebergte Rijn
  5. Incident Management, Economie versus Veiligheid
  6. Transitie naar één binnenvaart blijft op koers
  7. CCR maakt balans op van de periode 2010-2011
  8. IVW presenteert Veiligheidsbalans 2010
  9. Wanneer is het slecht zicht?
  10. Wijziging RPR in Staatsblad gepubliceerd
  11. Wijzigingen aanbrengen dubbelplaten op de scheepshuid
  12. Oplossing watertappunt Amsterdam
  13. Overleg WBR HBR
  14. Testen walstroomapp
  15. 10-jarig bestaan Europese Binnenvaartunie (EBU)
  16. Masterclasses Binnenhavens
  17. NVB blij met publicatie 'Decentralisatie Uitkering Binnenhavens' en benadrukt belang Blue Ports
  18. Het prijsgeven van informatie, onbewust of bewust, kan tot schadelijke gevolgen leiden.
  19. Digitaal EIA, MIA en Vamil aanvragen per 2012
  20. Scheepsafvalstoffenverdrag: veranderingen vanaf 2012
  21. BV Nederland verdient jaarlijks bijna 1 miljard als alle werknemers sporten
  22. Verslag workshop "Emissions from the legacy fleet"
  23. Wijziging binnenvaartregel Staatscourant
  24. Is uw boordinstallatie al geschikt voor walstroom? Vraag een gratis 'quick scan' aan!
  25. Havengelden blijven Rotterdam blijven grosso modo op hetzelfde niveau
  26. CBRB gaat strategische samenwerking met Graydon aan
  27. Contributie 2012
  28. Nieuwe leden
  29. CBRB Agenda

Economische situatie in de Rijnvaart

In de eerste helft van 2011 zijn de over de Rijn getransporteerde hoeveelheden in vergelijking met de eerste helft van 2010 met meer dan 3% gedaald. Ondanks de krachtige economische activiteit heeft het vervoer over de Rijn geleden onder sterk schommelende waterstanden, die een nadelige invloed op de scheepvaart hebben. Bovendien heeft in de loop van januari en februari 2011 de blokkade van de Rijn door de averij van de Waldhof de scheepvaart op dit gedeelte van de rivier 30 dagen belemmerd. Meer in detail kan worden vastgesteld dat de getransporteerde hoeveelheden in de droge ladingvaart met 2% zijn gedaald en de hoeveelheden in de tankvaart met 7,6% krompen.

In deze context blijft de situatie van de binnenvaartondernemingen in de droge ladingsector echter zorgwekkend, omdat de getransporteerde hoeveelheden nog steeds achterblijven bij die van voor de crisis (2008), waardoor er nog steeds geen sprake is van een tevredenstellende exploitatie van de vloot.

In de tankvaart vormt de overcapaciteit een hindernis om de economische situatie van de ondernemingen op korte termijn te saneren. Als men bedenkt dat de vraag lichtelijk krimpt en de capaciteit van de vloot door de toevoeging van dubbelwandige schepen sterk is toegenomen, ligt het voor de hand dat de situatie van de ondernemingen uitsluitend kan verbeteren indien de enkelwandige schepen van de markt verwijderd moeten worden.

Hoewel de economische activiteiten en de vraag naar vervoer over de Rijn vooralsnog levendig zijn, zien de groeiprognoses voor het jaar 2012 er voor West-Europa niet al te florissant uit. Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van de vervoersvraag in de Rijnvaart, die daar nauw mee samenhangt. De vooruitzichten voor een opleving van de economische situatie op de markt in 2012 lijken tegen deze achtergrond enigszins getemperd.

iconMarktobservatie CCR

Naar boven


Eerste handhavingsconvenanten met tankvaartrederijen

De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW), Rijkswaterstaat, het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) en Haven Amsterdam hebben handhavingsconvenanten afgesloten met de tankvaartrederijen Verenigde Tankrederij, Wijgula en Interstream Barging. Het zijn de eerste convenanten met tankvaartrederijen in de binnenvaart. Met de ondertekening streven de organisaties naar optimale naleving van wet- en regelgeving en daarmee naar optimale veiligheid en duurzaamheid in ruil voor een vermindering van de toezichtlast.

De convenanten zijn gebaseerd op het vertrouwen dat de Verenigde Tankrederij, Wijgula en Interstream Barging werken aan het onderhoud en de constante verbetering van de veiligheidsmanagementsystemen voor de eigen schepen. Met de convenanten nemen de tankvaartrederijen meer eigen verantwoordelijkheid voor naleving, veiligheid en duurzaamheid, brengen zij de risico's in kaart en streven zij er aantoonbaar naar deze te beheersen. De Inspectie zal het toezicht efficiënter en effectiever inrichten met een minimale toezichtlast. Tevens wisselen de partijen vrijwillig informatie uit.

Om voor een convenant in aanmerking te komen moet een bedrijf voldoen aan verschillende criteria. Het belangrijkste is dat het bedrijf aantoonbaar gemotiveerd is om de risico's te beheersen en dit uitstraalt naar de medewerkers. Verder moeten de beheersmaatregelen voor veiligheid, kwaliteit en interne controle goed zijn en de resultaten bij eerdere inspecties op orde. Als een organisatie aan die voorwaarden voldoet, maken de inspectiediensten afspraken over hoe zij toezicht houden. In de nieuwe vorm van toezicht beoordelen de diensten de kwaliteit van de beheersingsmaatregelen, de borging om de wet- en regelgeving na te leven en de minimalisering van de risico's.

Deze convenanten maken het mogelijk dat de IVW, Rijkswaterstaat als beheerder van de Rijkswateren en de havenbedrijven van Amsterdam en Rotterdam als havenmeesters, hun toezicht effectiever en efficiënter kunnen inrichten. De convenanten moeten zodoende een kwalitatief hoogwaardige bedrijfsvoering stimuleren en het terugdringen van risico's bevorderen, terwijl de inspectiediensten zich meer kunnen richten op de grootste risico's in de sector. De meerwaarde van een convenant voor de bedrijven is dat de inspectiediensten expliciet vertrouwen tonen in deze bedrijven en tegelijkertijd de toezichtrelatie serieus neemt met wederzijdse afspraken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Fusie Inspectie Verkeer en waterstaat en VROM-Inspectie

De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) en de VROM-Inspectie (VI) fuseren. Vanaf 1 januari 2012 vormen zij samen de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De fusie komt voort uit de herschikking van de ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en Verkeer en Waterstaat (VenW). Dat heeft geleid tot het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). De ILT is onderdeel van IenM.

De ILT staat onder leiding van de inspecteur-generaal Jenny Thunnissen en omvat zes inspectiedomeinen en twee directies:

  • Risicovolle Stoffen en Producten
  • Risicovolle Bedrijven
  • Water, Bodem en Bouwen
  • Luchtvaart
  • Rail en Wegvervoer
  • Scheepvaart
  • Bedrijfsvoering
  • Handhavingsbeleid

De binnenvaart valt in het domein scheepvaart waar de heer Michael Beltman verantwoordelijk voor is.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Modernisering waarschuwingssysteem gebergte Rijn

De Wasser- und Schifffahrtsdirektion Südwest heeft via de Nautisch Technische Kommission van EBU en ESO per brief aandacht gevraagd voor een aantal voorgestelde wijzigingen. Het gaat om een modernisering van de waarschuwingssystemen in het gebergte op de Rijn.

Naast een optimalisering van het waarschuwingssysteem zou ook een regulering van de scheepvaart plaats gaan vinden op de genoemde riviergedeelten. Er wordt een ontmoetingsverbod voor koppelverbanden, gekoppelde vaartuigen en vaartuigen langer dan 135 meter voorgesteld aan de Betteck, Bankeck en Tauberwerth. Dit betekent nog al wat!

 

De documenten zijn voorgelegd aan de Werkgroep Nautiek en Techniek van het CBRB. De ontvangen reacties worden meegegeven aan de collega's van de Internationale Afdeling van Koninklijke Schuttevaer die, mede namens het CBRB, deel zullen nemen aan een bijzonder bijeenkomst over dit onderwerp op 20 december aanstaande in Duisburg.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Incident Management, Economie versus Veiligheid

Symposiumverslag 9 november 2011, Cruise terminal Rotterdam

Transportongevallen kunnen een forse maatschappelijke impact hebben en grote economische schade veroorzaken. Hoe deze effecten op het raakvlak van veiligheid en economie te beheersen? Publiek-private samenwerking bij Incident Management is de sleutel. In die samenwerking worden belangrijke stappen voorwaarts gezet, zo bleek tijdens het symposium Incident Management in Rotterdam op 9 november. De ondersteunende rol van de industrie wordt vergroot en publieke en private partners bundelen hun krachten voor een effectievere aanpak van incidenten. De kernboodschap van het symposium: in de transportsector gaan de belangen van economie en veiligheid hand in hand.

Conclusies en afspraken

De economische schade door transportincidenten overstijgt de materiële schadelast aanzienlijk.

  • Economie en veiligheid zijn in de transportsector geen tegengestelde belangen.
  • Publiek-private samenwerking kan de effectiviteit van Incident Management aanzienlijk verbeteren.
  • Als de wettelijke ladinggegevens bij het vervoer van gevaarlijke stoffen op orde zijn, kunnen incidenten sneller met de juiste kennis en technische middelen worden aangepakt.
  • De bij producenten, verladers en vervoerders aanwezige kennis en know-how kan door de hulpverleningsketen beter worden benut.
  • De rol van het Landelijk Informatiepunt Gevaarlijke Stoffen (LIOGS) als toegangsloket voor het industriële kennisnetwerk, wordt versterkt.
  • Eind 2011 hebben de ketenpartners in Incident Management via een landelijke database inzicht in wat de industrie te bieden heeft ter ondersteuning van incidentbestrijding bij chemische ongevallen.
  • Incident Management op het water is nog een zorg, vooral ten aanzien van varende blus- en hulpverleningscapaciteit. Platform Transportveiligheid zal zich beraden hoe dit op te pakken.
  • In november 2012 komt er een vervolg op dit Symposium: waar staan we dan?!

Stremmingskosten en Incident Management

Hoe groot de schadelast van transportongevallen is, werd aan het begin van het symposiumprogramma becijferd door Nils Rosmuller, lector transportveiligheid. Hij verrichtte in opdracht van het Platform Transportveiligheid een verkennende studie naar de stremmingskosten van transportongevallen en naar de effecten van Incident Management daarop. Zijn conclusies in een notendop: - de jaarlijkse economische schadelast van transportongevallen is met 300 tot 400 miljoen euro vele malen groter dan de directe materiële schade van het incident. - intensievere samenwerking en coördinatie, met een grotere rol voor het bedrijfsleven, is cruciaal voor de mobiliteit en de economie.

 

Multimodale oplossingen

Het mobiliteitsbelang wordt het best gediend met het voorkómen van ongevallen, maar transportincidenten reduceren tot nul is een utopie. Toch kan een verlaging van de verkeersdruk en een betere spreiding van goederenstromen wel bijdragen aan een lagere ongevalskans en beperking van de effecten. Alexander Sakkers, voorzitter van Transport en Logistiek Nederland, hield in dit verband een opmerkelijk pleidooi tijdens het symposium: "Haal van de weg af wat er niet thuis hoort. Maak onderscheid in goederenstromen die het van snelheid moeten hebben en producten waarbij het niet op een dag aankomt. Dan blijkt dat een deel van het goederenverkeer dat nu via vrachtwagens over de weg gaat, net zo goed kan worden vervoerd over het spoor of via de binnenvaart. Het multimodaal benutten van alternatieven, zeker bij incidenten, is belangrijk om de vitale logistieke stromen draaiende te houden." Sakkers ziet een belangrijke rol voor het strategisch platform Logistiek. Daarin werken TLN, EVO, CBRB en de railsector nauw samen om gezamenlijke mobiliteitsvraagstukken op te lossen. Het Platform Transportveiligheid is voor de sector een natuurlijk aanspreekpunt voor alle aspecten rond veilig vervoer en incidentbeheersing. Het operationeel oplossen van incidenten, met gebundelde kennis en expertise, is in zijn ogen cruciaal voor een vlotte afhandeling van transportongevallen en gevolgbeperking.

 

LIOGS, het Nederlandse ICE-netwerk

Nederland heeft een publiek-private samenwerkingsstructuur volgens de Europese ICE-systematiek. De spil in het Nederlandse industriële kennisnetwerk is het LIOGS. Het LIOGS is namens het ministerie van Veiligheid en Justitie gevestigd bij DCMR Milieudienst Rijnmond. Brandweerkorpsen doen al decennia lang een beroep op de via het LIOGS-loket beschikbare kennis en expertise. Vooralsnog bestaat de door het LIOGS geleverde ondersteuning vooral uit telefonisch advies. Via het project Versterking LIOGS worden nu ook de andere twee ondersteuningsniveaus, experts ter plaatse en specialistische technische hulpverleningsteams, krachtiger georganiseerd. Dick Amesz, hoofd Operationele taken van DCMR, maakte duidelijk wat de ambities van de Nederlandse ICE-koepel zijn. Nog dit jaar is er voor het hulpverleningsdomein een database beschikbaar, met informatie over alle specialistische ondersteuning die de industrie bij incidenten kan bieden. Ook worden procedures herijkt en komt er een toelichting op de ondersteuningsproducten die de bedrijven kunnen leveren. Ook via andere sporen wordt de rol van de industrie in de ondersteuning bij industriële incidenten en transportongevallen krachtiger georganiseerd. Ben Janssen, directeur van de Gezamenlijke Brandweer Rotterdam-Rijnmond, schetste het initiatief voor de oprichting van het Platform Industriële Incidentbestrijding. Dertien partijen participeren in dat samenwerkingsverband, waaronder de chemische industrie en de brandweer in de regio's Rotterdam-Rijnmond en Amsterdam- Amstelland. Ook dit initiatief moet leiden tot een betere ondersteuning en bundeling van operationele slagkracht bij industriële ongevallen en transportincidenten.

 

Zorgen over water

Er is een goede mindset en draagvlak voor meer samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven. Maar niet alle vraagstukken rond vervoer, veiligheid en Incident management konden worden opgelost. Zo bleek uit een bijdrage van Robert Tieman van het CBRB dat Incident Management op het water nog een zorgenkindje is. Weliswaar zijn onder de vlag van het project Waterrand landelijke afspraken gemaakt over de incidentbestrijding op het water, maar onduidelijk is of die afspraken al op alle hoofdvaarwegen zijn geïmplementeerd en of de zorgnormen voor redding en hulpverlening overal worden gehaald. Met name het gebrek aan specialistische blusvaartuigen ziet Tieman als een punt van zorg. Winst is ook op dit terrein te boeken door intensievere samenwerking. Bijvoorbeeld door bij de vernieuwing van de vloot patrouillevaartuigen van Rijkswaterstaat rekening te houden met de inbouw van een brandbluspomp en bluskanonnen. De incidentbestrijding op het water behoeft kortom meer aandacht. Dagvoorzitter Elie van Strien zei afsluitend dat de kamer 'Water' van het Platform Transportveiligheid zich wellicht nader over dat thema zal buigen. Inmiddels heeft het platform zich bij het CBRB gemeld voor nadere gesprekken.

 

Bekijk hier de presentaties van de bijeenkomst.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Transitie naar één binnenvaart blijft op koers

De twee binnenvaartbrancheorganisaties CBRB en KB hebben besloten de rijen met kracht te sluiten. Ze zullen gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen voor het welslagen van het transitieproces naar uiteindelijk één belangenvertegenwoordiging voor de Nederlandse binnenvaart. Binnen dit proces zal ook Koninklijke Schuttevaer haar volwaardige rol blijven behouden.

 

Het proces naar één gezamenlijke belangenbehartiging in de binnenvaart leek te worden vertraagd door de wil van het CBRB om over te gaan naar besluitvorming in het langdurige proces van nieuwe huisvesting voor de gezamenlijke organisaties. Door het besluit van het CBRB over hun voorkeurslocatie Port City ontstond er spanning met andere organisaties. Daarop anticiperend is er een gezamenlijk overleg geweest tussen CBRB en KB en bij dit overleg zijn veto's weggenomen en besloten de keuze over een locatie terug te leggen in het transitiecomité. Dit comité, ingesteld door Minister Schultz, vormt het kernteam dat werkt naar een gezamenlijke binnenvaartorganisatie. Ook Koninklijke Schuttevaer maakt deel uit van het transitiecomité.

 

De gezamenlijke werkgroep van CBRB-VO en KB, "Werkgroep Varende Ondernemers" onder leiding van Rinus de Korte, doet binnenkort voorstellen aan het transitiecomité over hoe die nieuwe organisatie er uit kan zien. De voorstellen vanuit het transitiecomité gaan naar beide besturen waar uiteindelijk beslist wordt, de volgorde zoals de minister het wenst.

 

CBRB en KB waren het snel eens over een mogelijke naam voor de uiteindelijke binnenvaartorganisatie: BLN, Binnenvaart Logistiek Nederland. Een ieder die vindt dat hij onderdeel is van de binnenvaart moet zich hierin vertegenwoordigd voelen.

Ondertussen bereiden de verschillende organisaties zich intensief voor op deze route naar één binnenvaartvertegenwoordiging. Zo werkt KB aan de totstandkoming van een Unie waarin al haar aangesloten bonden verenigd zullen zijn en daardoor als een sterk verband het finale proces van de transitie in kan gaan.

Naar boven


CCR maakt balans op van de periode 2010-2011

De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) heeft op 30 november 2011 in Straatsburg de plenaire najaarszitting gehouden. Zij heeft de balans opgemaakt van de periode 2010-2011. In deze twee jaar werden verschillende activiteiten met succes afgerond, zoals de goedkeuring van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn, de totstandkoming van een multilaterale administratieve overeenstemming voor de wederzijdse erkenning van dienstboekjes, de voorzetting van de werkzaamheden voor de erkenning van vaarbewijzen van landen die geen lid zijn van de CCR, de afronding van de werkzaamheden over de gevolgen van de klimaatverandering voor de binnenvaart en de vermindering van emissies in de binnenvaart alsmede de publicatie van de internationale richtsnoeren voor de veiligheid van tankschepen in de binnenvaart en terminals (ISGINTT).

 

In deze persmededeling van de CCR link kunt u meer lezen over een aantal zaken, zoals de economische situatie in de Rijnvaart, de instelling van een werkgroep voor de wederzijdse erkenning en modernisering van bekwaamheden in de binnenvaart, CLNI en beperking aansprakelijkheid in de binnenvaart, klimaatverandering en de veiligheid en betrouwbaarheid van de Rijn als waterweg.

 

Nieuwsbulletin: icon CC/CP (11) 20

Naar boven


IVW presenteert Veiligheidsbalans 2010

Recent heeft de Inspectie Verkeer en Waterstaat de Veiligheidsbalans 2010 gepubliceerd.

Met de Veiligheidsbalans maakt de Inspectie Verkeer en Waterstaat de balans op van de staat van veiligheid op het werkterrein van het ministerie van Verkeer en Waterstaat: het verkeer, het beroepsvervoer van mensen en goederen en het waterbeheer. De stand van zaken binnen de verschillende domeinen komt aan de orde, zoals zeevaart, binnenvaart, luchtvaart, spoor en weg. Er wordt een vergelijking gemaakt tussen de situaties binnen de verschillende domeinen en er worden internationale vergelijkingen gemaakt. Het uiteindelijke oordeel over de staat van veiligheid kan een stimulans zijn voor de betrokken partijen om accenten te zetten of om accenten te verleggen.

 

Voor meer informatie www.ivw.nl/contact en/of mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Wanneer is het slecht zicht?

Recent kregen we vragen van veerpontexploitanten over de definitie slecht zicht. Verschillende veerschippers hadden waarschuwingen gehad, waarbij er geklaagd werd dat er verschillende criteria voor slecht zicht zouden worden gebruikt.

Wat staat er in de regelgeving?
Afdeling VI van het Binnenvaart Politiereglement (BPR) gaat over slecht zicht.
In het artikel 6.29 lid 3 van het BPR staat dat op de in bijlage 9 vermelde vaarwegen een schip bij slecht zicht op radar moet varen. Een schip zonder radar mag niet varen.
Artikel 6.33 van het BPR geeft aan wat niet op radar varende schepen moeten doen.
Bij niet naleving zal op grond van artikel 1.19 van het BPR een vaarverbod worden opgelegd en een proces-verbaal worden opgemaakt.

 

Wanneer is het slecht zicht?
Rijkswaterstaat, het KLPD en Openbaar Ministerie hebben een aantal jaren geleden een 'Leidraad slecht zicht' link opgesteld. Voor hoofdtransportassen is het slecht zicht wanneer er < 1000 meter zicht is. Voor overige vaarwegen is dit bij < 400 meter. Deze leidraad is een aanscherping van eerdere richtlijnen en is in 2009 in een nautisch technisch overleg aan het binnenvaartbedrijfsleven voorgelegd. De behoefte aan duidelijke regels werd en wordt gedeeld. Destijds was echter ook discussie over de consequenties hiervan voor schepen zonder radar. Desondanks zijn de zichtafstanden zoals genoemd opgenomen in de 'Leidraad slecht zicht'.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Wijziging RPR in Staatsblad gepubliceerd

Recent is een wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement (RPR) in het Staatsblad gepubliceerd.

De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) heeft eind 2010 het RPR gewijzigd bij resolutie. Het onderhavige besluit strekt er toe om deze wijzigingen met ingang van 1 december 2011 in de Nederlandse versie van het RPR te implementeren.

De bovengenoemde resolutie betreft in de eerste plaats de aanpassing van bepalingen in het RPR, in verband met de bescherming van het water tegen verontreiniging en verwijdering van scheepsafvalstoffen, aan het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart van 9 september 1996 (CDNI). Voor de scheepsexploitanten blijft de aanpassing van het RPR aan het CDNI in principe zonder gevolgen, aangezien de bepalingen van het RPR overeenkomen met de bepalingen van het CDNI.

 

De bovengenoemde resolutie betreft verder de verplichting voor scheepsexploitanten om binnen uiterlijk vier jaar de tekens van het verbod van toegang aan boord en van het verbod te roken, onbeschermd licht of vuur te gebruiken door nieuwe modellen te vervangen, aangezien de huidige tekens afwijken van de desbetreffende Europese richtlijnen en de genoemde verboden onvoldoende duidelijk weergeven. De nieuwe borden moeten uiterlijk 1 december 2015 aan boord staan.

De schetsen 60 en 61, komen te luiden:

Artikel 3.31 - Verboden toegang aan boord (afb 60). Artikel 3.32 - Verboden te roken, onbeschermd licht of vuur te gebruiken (afb 61).

Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal tekstuele verschillen met de Duitse en Franse taalversies van het RPR weg te nemen. Deze verschillen kwamen naar voren bij vertaalwerkzaamheden van het secretariaat van de CCR.

 

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Wijzigingen aanbrengen dubbelplaten op de scheepshuid

In Nederland wordt voor het aanbrengen van dubbelplaten op de scheepshuid sinds jaar en dag gebruik gemaakt van een beleidsregel. Deze 'Beleidsregel minimale dikte van de bodem-, kim- en zijbeplating van de scheepshuid van schepen voor de binnenvaart' is komen te vervallen. Zie de toelichting. In deze publicatie staat dat de materie thans geregeld is in bijlage 3.1 van de Binnenvaartregeling. Dit is niet juist. Wel zijn er de afgelopen jaren internationale ontwikkelingen over hoe om te gaan met verdubbelingen. Vooruitlopend op een nieuwe 'Dienstinstructie voor de Commissies van Deskundigen voor het aanbrengen van dubbelplaten op de scheepshuid' is de Nederlandse beleidsregel komen te vervallen.

 

De Franse delegatie heeft in de hiervoor bedoelde internationale werkgroep (RV/G en JWG) in 2008 een wijzigingsvoorstel voor verdubbelingen ingediend. Doelstelling was en is om in Europa uniforme regels te laten gelden. De Nederlandse delegatie heeft hierop gereageerd door te wijzen op de in Nederland gehanteerde beleidsregel. Aanvankelijk leek deze internationaal overgenomen te worden. Helaas weken de wijzigingsvoorstellen voor een dienstinstructie sterk af van de Nederlandse beleidsregel. Het CBRB heeft, na afstemming met leden en andere relevante partijen, commentaar geleverd op het voorstel van destijds. Zoals het voorstel geformuleerd was, waren er grote consequenties voor de bestaande vloot.

Het nu voorliggende voorstel is weliswaar verbeterd ten opzichte van eerdere voorstellen, maar geeft nog voldoende reden voor discussie. Met collega-brancheorganisaties en relevante overheden is intensief overlegd over dit onderwerp. Het lijkt er op dat er weinig onderhandelingsruimte meer is bij delegaties van andere landen.

 

De verzwaring ten opzichte van de oude regeling is, dat de waarde van 85% van minimum dikte, waarover nog gedubbeld mocht worden, opgehoogd is naar 100%. Nu staat er dat er op een plaat van de minimale dikte (100%) niet gedubbeld mag worden.

Belangrijk is ook op te merken dat in de regelgeving staat dat voor plaatselijke kleine plekken een tolerantie van 10% in plaatdikte is toegestaan.

 

Problemen voorzien wij als oude verdubbelingen nu te dun blijken te zijn en vervangen moeten worden. In vrijwel alle gevallen zal dan blijken dat de onderliggende plaat te dun is om nog gedubbeld te worden en dus vervangen moet worden.

Belangrijk is dat er een goede overgangsregeling komt zodat men het onderhoudsprogramma er op kan afstemmen. Mogelijk dat er afspraken gemaakt worden waardoor het mogelijk blijft om bij de eerstvolgende vernieuwing van het certificaat van onderzoek de huidige werkinstructies met kleine aanpassingen te gebruiken.

 

De verwachting is dat er in 2012 zowel in de CCR als in EU besluiten zullen worden genomen. We houden u hiervan op de hoogte.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Oplossing watertappunt Amsterdam

In Amsterdam heeft de Havendienst een prima oplossing gevonden voor problemen met de verloopmaten van koppelstukken van het watertappunt Happarandadam. Er is een extra koppelstuk aangebracht waarmee de 2-duims aansluiting gereduceerd kan worden naar een 1,5-duims.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Overleg WBR HBR

Op 9 september 2011 heeft er een overleg plaats gevonden tussen de Werkgroep Binnenvaartbelangen Rotterdam (WBR) en het Havenbedrijf Rotterdam (HbR). Hier volgen enkele besproken punten.

 

Overlegstructuur Havenbedrijf (HbR) - Werkgroep Binnenvaartbelangen Rotterdam (WBR)

De frequentie van het overleg wordt aangepast. Voorlopig worden twee overleggen per jaar gehouden. Belangrijkste constatering is dat er geen zaken blijven liggen tussen twee overleggen in. Voorstel van de havenmeester is om tot het volgende overleg in april 2012 te kijken hoe de zaken lopen.

 

Binnenhavengeld Dordrecht

De samenwerking tussen Havenbedrijf Rotterdam N.V. en Dordrecht die per 1 jul 2011 van start is gegaan behelsd voorlopig alleen de nautische beheerstaken. Het heffen en innen van Binnenhavengeld hoort niet bij deze eerste fase. In de tweede fase van de samenwerking, volgens de huidige planning uiterlijk vanaf 1 juli 2013, zal dat wel het geval zijn. Nadere informatie volgt.

 

Nieuw binnenhavengeld beleid

Ingangsdatum staat voor nu gepland op 1 januari 2013. Doelstelling is in het nieuwe beleid te factureren over de daadwerkelijk geladen en geloste tonnen. Daarnaast wordt in Portbase een opgave gebouwd om een en ander soepel te laten verlopen. Over beide zaken bestaat overleg met de havens van Amsterdam, Moerdijk, Vlissingen en Terneuzen, met als doelstelling op termijn gebruik te maken van dezelfde systemen. Medio december 2011 of medio januari 2012 wordt de Klankbordgroep binnenhavengeld, waar het CBRB ook deel van uit maakt, bijeen geroepen.

 

AIS-pilot / binnenhavengeld beleid

De pilot is uitgesteld en wordt in aangepaste vorm uitgevoerd in het voorjaar van 2012. In de pilot worden overgeslagen volumes betrokken, verificatie van aanwezigheid in de haven en gebundelde facturatie. Een en ander heeft als doel de uitgangspunten van het nieuwe beleid in de praktijk te testen, om onvoorziene (en ongewenste) consequenties vroegtijdig te signaleren.

 

VTS-kanalen

Het WBR geeft aan dat er overbelasting is op de VTS-kanalen in de sector Eemhaven en sector Botlek. De havenmeester geeft aan dat opnieuw naar de communicatieprocedures gekeken zou moeten worden. Door het gebruik van AIS zijn bepaalde meldingen wellicht niet meer noodzakelijk. Het aanpassen van de sectorgrens lijkt in ieder geval geen afdoende oplossing.

 

Aanpassing Breeddiep

Het Breeddiep wordt mogelijk verbreed. Er loopt op dit moment een intern onderzoek in verband met effecten op de stroming. In de loop van 2012 worden de vervolgstappen bepaald. De stakeholders worden betrokken bij zowel het onderzoek als de eventuele vervolgstappen.

 

Spudpalengebruik

Over het algemeen moeten de havengebruikers wennen aan het fenomeen spudpaal.

Op basis van artikel 3.9 van de Havenbeheersverordening Rotterdam 2010 mag nu reeds de spudpaal worden gebruikt op de volgende locaties:

  • Amazonehaven zuidzijde (havennummers 8037-8053)
  • Seinehaven, zuidzijde (havennummers 5085-5090)
  • Calandkanaal, noordzijde (havennummers 5361-5369)
  • Hartelkanaal, omgeving vm. KPE-steigers (havennummers 6060-6070)

 

Er zijn nu zeven extra spudpalenplaatsen aangewezen. Hiervoor wordt binnenkort een bericht aan de Scheepvaart (BAS) uitgebracht en zullen de borden worden geplaatst.

  • Europahaven ter hoogte van Overbeek (havennummers 8207-8208)
  • Remming Hartelsluis Oostzijde. (havennummers 5108-5010)
  • Welplaathavensteiger 1, 2 (havennummers 4134-4135)
  • 2e Petroleumhaven (havennummers 3004-3009)
  • Vulcaanhaven (havennummers 605-610)
  • Steenplaats (havennummers 1090-1100)
  • Steenplaats (havennummers 1000-1020)

De branche spreekt de wens uit om meer plaatsen te kunnen gebruiken. Het HbR wil een onderzoek doen naar effecten spudpalengebruik en wil de branche hierbij betrekken. Het CBRB heeft hiervoor Koninklijke Schuttevaer gemandateerd. Na het onderzoek kan eventueel uitbreiding spudpalenlocaties overwogen worden.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Testen walstroomapp

Utiliq, die in Rotterdam verantwoordelijk is voor werkende walstroom voorziening, zoekt een aantal schippers die de nieuwe walstroom smartphone app willen testen.

Het gaat om schippers met een iPhone en ook schippers met een Android telefoon. Zij mogen dan als eerste gebruik maken van de walstroom app.

Met de walstroom app kan men zonder belkosten op een gebruikersvriendelijke manier een walstroom aansluiting aan- en uitzetten en is het verbruik te zien op de smartphone. De walstroom-app komt gratis ter beschikking voor alle schippers die ingeschreven staan bij walstroom. Testen door een beperkt aantal schippers zal medio januari plaatsvinden. Begin februari zal de app voor de overige walstroom gebruikers ter beschikking komen.

 

Mocht bovenstaande gelden en er is bereidheid om mee te werken aan deze test kunt u zich melden bij ons. Deze vraag is eerder ook uitgezet bij de Werkgroep Nautiek en Techniek van het CBRB en door de collega's van Koninklijke Schuttevaer en Kantoor Binnenvaart. Mogelijk zijn er inmiddels voldoende testpersonen.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


10-jarig bestaan Europese Binnenvaartunie (EBU)

Op 14 december 2001 werd de Europese Binnenvaartunie opgericht om de belangen te behartigen van de binnenvaart richting de Europese Unie, CCR, Europese Economische Commissie van de Verenigde Naties (UNECE) en andere internationale instituten.

Op 17 januari 2012 zal het 10-jarig bestaan van de EBU worden gevierd tijdens het jaarlijkse seminar. Het seminar, met als titel: EBU - Sailing Ahead, zal worden gehouden in Palais du Rhin in Straatsburg.

Om 16:00 uur begint het seminar waarbij bekende sprekers aanwezig zullen zijn:

  • Siim Kallas, vice-voorzitter van de Europese Commissie en Europees Transportcommissaris
  • Jean-Eric Paquet, directeur verantwoordelijk voor het Europees Mobiliteitsnetwerk (TEN-T) bij de Europese Commissie
  • Jean-Marie Woehrling, secretaris-generaal van de CCR

De dag zal worden afgesloten met een dinerbuffet.

Aanmelden is mogelijk via de website van de EBU: www.ebu-uenf.org.

Naar boven


Masterclasses Binnenhavens

De Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB), waarvan het secretariaat door het CBRB wordt verzorgd, heeft een rol gespeeld bij een aantal masterclasses over binnenhavens.

 

Masterclass Binnenhavens en Natte Bedrijventerreinen PZH

Binnenhavens en natte bedrijventerreinen zijn van toenemend belang in Zuid-Holland gezien de te verwachten groei van de aanvoer in de Rotterdamse haven. Centrale thema's van de masterclass zijn de rol, kansen en vooral inzicht in de waarde van binnenhavens, kansen en consequenties als gevolg van Maasvlakte 2 en professioneel havenbeheer.

Het doel is om kennis te vergroten en delen over het adequaat managen van binnenhavens en natte bedrijventerreinen en het identificeren van kennisbehoeften bij gemeenten voor verdere verdieping over binnenhavens en natte bedrijventerreinen.

 

Regionale Workshop Binnenhavens Limburg

Op initiatief van het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) is in nauwe samenwerking met de provincie Limburg en gemeente Venray de Regionale Workshop Binnenhavens Limburg georganiseerd in Venray. Aanleiding hiervoor is dat het HbR in de Ontwerp Havenvisie 2030 de ambities en visie op de toekomst geeft van de Rotterdamse haven en het achterlandnetwerk. Om de verwachte groei van het containervervoer via meer vervoer per binnenvaart en spoor te kunnen faciliteren en realiseren, is versterking van het achterlandnetwerk en verbetering van de efficiëntie van logistieke ketens nodig. De Nederlandse vereniging van Binnenhavens was betrokken bij de totstandkoming.

Voor de interessante presentaties die zijn gegeven bij de beide bijeenkomsten, zie havens.binnenvaart.nl/masterclasses

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


NVB blij met publicatie 'Decentralisatie Uitkering Binnenhavens' en benadrukt belang Blue Ports

De Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) heeft enkele jaren geleden met het rapport 'Blue Ports, knooppunten voor de regionale economie' mede mogelijk gemaakt dat er 50 miljoen euro ter beschikking werd gesteld voor de benodigde versterking van binnenhavens met de zogenaamde Quick Wins-regelingen. De eerste twee tranches van de Quick Wins hebben de Blue Ports mede ontwikkeld.

 

De NVB heeft onlangs, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur & Milieu, advies uitgebracht over besteding van de derde en laatste tranche van de Quick Wins. Hierbij is samengewerkt met het Expertise- en Innovatie Centrum Binnenvaart (EICB). De NVB is verheugd dat het Ministerie een groot deel van de adviezen van de NVB heeft meegenomen in de tekst van de Decentralisatie Uitkering Binnenhavens (DUB), die inmiddels is gepubliceerd, zie http://havens.binnenvaart.nl/publicaties.

 

Er wordt bij toekenning van middelen uit deze DUB veel belang toegekend aan een versterking van het landelijke netwerk van binnenhavens met overslagfaciliteiten langs hoofdvaarwegen. Hieraan wordt invulling gegeven door, op basis van cofinanciering, middelen beschikbaar te stellen voor decentralisatie uitkeringen aan gemeenten voor een beperkt aantal havengerelateerde gebiedsontwikkelingen. Het gaat om ontwikkelingen die èn op nationaal niveau als kansrijk worden gezien om een bijdrage te leveren aan de realisatie van deze beleidsopgave èn passen binnen de gebiedsagenda van de betreffende regio. Daarnaast dienen de gebiedsontwikkelingen een bijdrage te leveren aan de versterking van het duurzaam en professioneel binnenhavenbeheer en aan samenwerking in regionaal verband.

 

De NVB heeft met haar advies bijgedragen aan het belang van de Nederlandse binnenhavens. De Blue Ports zijn een essentiële schakel in de logistieke keten en vormen, als economisch belangrijke knooppunten, een wezenlijk onderdeel van de achterlandverbindingen. De groeiende containeroverslag en het toenemende aandeel van de binnenvaart zorgen voor nieuwe uitdagingen in het achterlandtransport. De Blue Ports worden uitgedaagd om deze groei in de toekomst op te vangen. De nu gepubliceerde Decentralisatie Uitkering Binnenhavens kan hiertoe bijdragen.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Het prijsgeven van informatie, onbewust of bewust, kan tot schadelijke gevolgen leiden. Voor bedrijven, instanties of individuen. Zowel zakelijk als persoonlijk.

Een landelijk onderzoek naar informatielekken, begin dit jaar uitgevoerd door het Rotterdamse adviesbureau Intelink en Tilburg University, wijst uit dat ongeveer vijftig procent van de werknemers weleens onbewust bedrijfsgevoelige informatie heeft gelekt!

Leden van de Deltalinqs Contactgroep Securityzaken hebben dan ook enthousiast gereageerd op de vraag om een aanvullend onderzoek uit te voeren naar deze vorm van informatielekken, dat meer specifiek gericht is op de situatie in het Rotterdamse havengebied.

Intelink voert de komende weken onderzoek uit naar deze vorm van onbewust informatielekken. Dit vervolgonderzoek richt zich volledig op het Rotterdamse haven- en industriegebied. Specifieke thema's, zoals het internationale karakter, kunnen hier een rol spelen.

 

Meedoen aan het Onderzoek?

Wat zijn uw ervaringen met het bewust of onbewust prijsgeven van informatie? Welke oorzaken en gevolgen zijn wat u betreft belangrijk?

Iedereen die op de een of andere manier betrokken is bij het werken in het Rotterdamse haven- en industriegebied wordt uitgenodigd mee te doen aan dit onderzoek.

Geef u op als panellid door online het profiel in te vullen. Na ontvangst van dit profiel ontvangt u van ons een link naar de onderzoeksvragen. Deelname aan het onderzoek gebeurt anoniem.

Voor meer informatie en het invullen van het deelnameformulier kunt u via de onderstaande link naar het online onderzoeksforum dat speciaal voor dit project is opengesteld.

www.infoleakage.com/panels/panelleden-deltalinqs-havenonderzoek-2011/

Naar boven


Digitaal EIA, MIA en Vamil aanvragen per 2012

Vanaf 1 januari 2012 kunt u digitaal EIA en MIA\Vamil aanvragen bij het eLoket van Agentschap NL. Let op: alleen voor investeringen die u in 2012 doet, kunt u digitaal EIA en MIA\Vamil aanvragen. Investeringen die u in 2011 heeft gedaan kunt u melden met het huidige papieren meldingsformulier van 2011.

 

Nieuw: Investeringen 2012 digitaal melden

Investeringen waarvoor u vanaf 1 januari 2012 een aanschafverplichting aangaat, kunt u digitaal melden. U heeft vanaf de datum van investeren drie maanden de tijd om uw digitale aanvraag te doen. Alle concrete informatie daarover kunt u per 2012 vinden op www.agentschapnl.nl/eia en www.agentschapnl.nl/miavamil. Op de websites komt dan een link naar het eLoket van Agentschap NL te staan. Een melding op papier wordt voor die investeringen niet meer geaccepteerd. Investeert u op bijvoorbeeld 18 januari 2012 dan kunt u nog tot 18 april 2012 een digitaal meldingsformulier insturen.

 

eHerkenning

U heeft eHerkenning nodig om een aanvraag te doen in het eLoket van Agentschap NL. U kunt volstaan met een eHerkenning op betrouwbaarheidsniveau 1. U kunt dit nu al gratis aanvragen. Op www.agentschapnl.nl/eLoket vindt u daar meer informatie over.

 

Investeringen uit 2011 nog met papieren meldingsformulier

Investeringen waarvoor de opdracht al in 2011 is gegeven kunt u alleen nog op de oude manier, dus met het papieren meldingsformulier aanvragen bij Bureau IRWA (onderdeel van de Belastingdienst). Vanaf de datum waarop u de investeringsverplichting aangaat, heeft u drie maanden de tijd om uw aanvraag te doen. Investeert u bijvoorbeeld op 15 december 2011 dan zal uw aanvraag voor 15 maart bij Bureau IRWA binnen moeten zijn. De werkwijze vindt u tot 31 maart 2012 op de websites van de EIA en de MIA\Vamil: www.agentschapnl.nl/eia en www.agentschapnl.nl/miavamil.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Scheepsafvalstoffenverdrag: veranderingen vanaf 2012

Vanaf 1 januari 2012 treden een aantal wijzigingen op in de bedrijven die inzamelen en in de gebieden waar wordt ingezameld. De SAB onderzoekt tevens de mogelijkheden voor het verlagen van de kosten inzake de afgifte van vaardocumenten en een vereenvoudiging van de aanvraag, de betaling en de verzending hiervan.

 

Wisseling van afvalontvangstvoorzieningen

Vanaf de inwerkingtreding van deel A van het Scheepsafvalstoffenverdrag op 1 januari 2011 is er een hoop veranderd. Inmiddels betaalt u een afvalbeheerbijdrage bij het bunkeren van gasolie, waardoor u uw afval – met uitzondering van ladingresten – gratis mag afgeven bij de afvalontvangstvoorzieningen in de Verdragslanden. Deze betaling geschiedt via de aangevraagde ecorekening waarvan het verschuldigde bedrag wordt geïnd.

Bijna alle schepen die vallen onder het Scheepsafvalstoffenverdrag zijn in het bezit van een internationale ecorekening en daarmee ook de (groene) ecokaart.

Om gratis af te kunnen geven dient u zowel de ecokaart als een olieafgifteboekje te overleggen aan de ontvangstvoorziening. Kunt u dit niet dan kunt u niet gratis afgeven. De ecokaart dient te allen tijde aan boord te zijn van het schip. Kunt u deze bij controle aan boord niet overleggen, dan volgt een bestuurlijke boete.

 

Om de binnenvaart een zo voordelig en goed mogelijk netwerk aan inzamelplaatsten in Nederland te kunnen bieden, zijn de percelen met aflopende contracten dit jaar opnieuw Europees Aanbesteed. Vanaf 1 januari 2012 zullen de inzamelpercelen worden bediend door de volgende ontvangstvoorzieningen:

Perceel Inzamelaar
Perceel 1 - Noord Nederland MAIN BV
Perceel 2 - Amsterdam en IJmuiden Zeeland Maritime Cleaning B.V.
Perceel 3 - Havengebied Rotterdam International Slob Disposal
Perceel 4 – Zeeland Van Gansewinkel
Perceel 5 - Regio Dordrecht BCD
Perceel 6 - Nijmegen en Lobith Stroom & Visser
Perceel 7 - Regio Maasbracht Tullemans BV
Vaste depots
Volkeraksluizen Van Gansewinkel
Nieuwegein Van Vliet

Wijzigingen inzamelpunten

De milieuboot op het Amsterdam-Rijnkanaal komt te vervallen vanwege het geringe aanbod van scheepsafvalstoffen. U kunt nog steeds alle vaste afvalstoffen afgeven op het afvaldepot Nieuwegein.

Voor het afgeven van bilgewater verwijst de SAB u naar de omliggende percelen. Tevens zijn er kleine wijzigingen toegepast in perceel Noord-Nederland. Op deze wijze wordt tevens een onnodige verhoging van de afvalbeheerbijdrage voorkomen. Er zijn ook een aantal uitbreidingen gekomen zoals in de percelen IJmuiden, Limburg en Drechtsteden.

 

Deel C afvalstoffen

Onder deze categorie vallen bijvoorbeeld niet-oliehoudend klein gevaarlijk afval, huishoudelijk afvalwater van hotel- en passagiersschepen, slob en zuiveringsslib. De SAB neemt naast alle deel A-afvalstoffen (olie- en vethoudend) al jaren deze afvalstoffen in, in opdracht en op kosten van Rijkswaterstaat, enkele provincies, gemeenten en diverse havenbedrijven. Een aantal opdrachtgevers heeft laten weten dat voor het ontdoen van deze afvalstoffen, de ontdoener zelf moet gaan betalen. Dit gaat inhouden dat in de haven van Amsterdam en in het gebied van Brabant voor bepaalde afvalstromen betaald moet gaan worden.

Via de laatste Europese Aanbesteding heeft de SAB getracht om ook voor de deel C-afvalstoffen, voor de binnenvaart, zo gunstig mogelijke prijs te bedingen. In 2012 zal er voor bepaalde gebieden een regeling c.q. abonnement afgesloten kunnen worden voor de afgifte van deze afvalstoffen. Door middel van een speciale chip zal er toestemming worden verleend voor de afgifte. Voor houders van een ecorekening zal de chip bevestigd kunnen worden op de ecokaart. Voor schepen die buiten het Verdrag vallen geeft de SAB een speciale SAB-kaart uit. De precieze invulling kunt u terug vinden op onze website www.sabni.nl.

 

Met betrekking tot deel C afvalstoffen heeft de SAB ook het doel om een sluitend netwerk te verzorgen, de kosten zo laag mogelijk te houden, en te zorgen voor een één loketfunctie voor de binnenvaart waardoor niet in elke haven, gemeente of op elke vaarweg weer andere regelingen van kracht zijn.

 

Vaardocumenten

Vanaf 2005 kan men bij de SAB ook terecht voor een aantal vaardocumenten zoals dienstboekje, vaartijdenboeken, vaartijdverklaringen en olieafgifteboekjes. Veel van uitgiftes en behandeling van vaardocumenten vindt plaats aan de SAB-balie. De overheid is van mening dat ook de SAB kostendekkend moet gaan werken per 2013. Derhalve vindt er vanaf 2012 een tariefverhoging plaats. Voor de exacte prijzen verwijst de SAB u door naar haar website (www.sabni.nl).

De SAB onderzoekt momenteel de mogelijkheden hoe ze de kosten voor de klant zo laag mogelijk kan houden. Daarom is de SAB voornemens om in 2012 een webwinkel te starten waar digitaal vaardocumenten aangevraagd kunnen worden. Dat betekent dat uw aanvraag sneller bij de SAB binnen is, een besparing van reis- en wachttijd, de parkeerkosten en een verlichting op frankeerkosten.

 

Nadere informatie zal bekend worden gemaakt via onder meer de SAB-website.

Voor meer informatie kunt u zich wenden tot SAB Stichting Afvalstoffen & Vaardocumenten Binnenvaart, de heer C. Kleiberg of mevrouw R.F. van Heemst, tel. 010 - 798 98 98 (optie 4) of
mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


BV Nederland verdient jaarlijks bijna 1 miljard als alle werknemers sporten

De BV Nederland kan 380 tot 930 miljoen euro per jaar verdienen als meer medewerkers gaan sporten en bewegen. Als alle werknemers de fitnorm halen, dus drie keer per week 20 minuten sporten, levert dat bijna 1 miljard op. Het tegenovergestelde is ook het geval: te weinig bewegen is een concreet arbeidsrisico en levert meer verzuim op. Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen en het Diabetes Fonds hebben samen opdracht gegeven voor het onderzoek, dat is uitgevoerd door TNO. Bedrijven zijn niet verantwoordelijk voor het gewicht van hun werknemers, maar hebben wel mogelijkheden om gezond gedrag te stimuleren. Van de werkenden rapporteerde ruim een kwart dat hun bedrijf activiteiten aanbiedt om werknemers te stimuleren om (meer) te bewegen Bijna vijftig procent van de werkenden die rapporteerden dat hun bedrijf activiteiten aanbiedt, gaf aan dat het ging om een (gedeeltelijke) tegemoetkoming in kosten van fitness buiten het bedrijf. In 1/3 van de gevallen betrof het acties rond fietsen naar het werk, in ruim een kwart van de gevallen werd er fitness op het bedrijf aangeboden of betrof het deelname aan sporttoernooien en sportevenementen. In één op de vijf gevallen ging het om deelname aan bedrijfscompetities. Andere benoemde activiteiten werden door minder dan 20% van de werknemers die aangaven dat hun bedrijf activiteiten aanbiedt, gerapporteerd. In bedrijven waar activiteiten werden aangeboden, rapporteerde ruim de helft van de werknemers hier geen gebruik van te maken. Activiteiten waaraan relatief gezien het meeste werd deelgenomen zijn: acties rond fietsen naar het werk, (gedeeltelijke) tegemoetkoming in kosten van fitness buiten het bedrijf, deelname aan sporttoernooien en sportevenementen en bedrijfsfitness. Werknemers die voldoende bewegen, lopen minder risico op chronische ziekten en ze zullen zich minder vaak ziek melden. Een zittend bestaan is daarentegen een 'sluipmoordenaar': wie weinig beweegt, verzuimt meer en vergroot zijn kans om diabetes of hart- en vaatziekten te krijgen. Niet voor niets heeft het ministerie van SZW momenteel een 'vitaliteitspakket' in voorbereiding, om dit onderwerp op de agenda te krijgen van werkgevers en werknemers. Ook minister Schippers van VWS heeft al in een nota opgenomen dat sport- en beweegmogelijkheden op en rond het werk moeten worden geïntensiveerd.

 

Gezondheid is in de eerste plaats natuurlijk een individuele zaak. Hoe fit iemand is, hangt in grote mate af van zijn persoonlijk eet- en leefgedrag. Veranderingen zijn alleen maar mogelijk als gevolg van eigen keuzes. Iemand moet echt zelf besluiten wat vaker de fiets te pakken of minder vet en zoet te eten. Maar individuele problemen worden vanzelf een collectief probleem als voldoende mensen er last van hebben. Met obesitas dreigt dat ook te gebeuren met grote gevolgen voor de samenleving als geheel. Mensen met een fors overgewicht zijn doorgaans minder fit, vaker ziek en produceren minder. Nog lang niet iedereen is zich bewust van de problemen die hierdoor op ons afkomen. Om daar wat aan te doen, ondertekende VNO-NCW, waar het CBRB onderdeel van uitmaakt, het Convenant Gezond Gewicht, samen met 26 andere maatschappelijke organisaties en verschillende overheden. Gezamenlijk willen ze bijdragen aan het ombuigen van de trend.

 

Successen in de praktijk

Het Nederlands Instituut Sport en Beweging (NISB) heeft de afgelopen jaren al diverse bedrijven in hun actieve gezondheidsbeleid in beeld gebracht, variërend van papierfabrikant Georgia Pacific en aardappelverwerker Aviko tot farmaceutisch bedrijf Novo Nordisk, autobedrijf Pon en de Dienst Wegverkeer RDW. Deze organisaties werken actief aan de vitaliteit van hun medewerkers. De een kiest voor gezamenlijke sportbeloftes als de Nijmeegse Vierdaagse of een businessloop, de ander zoekt het in geïntegreerde aandacht voor voeding en bewegen, of combineert het met een stoppen-met-roken-methode.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Verslag workshop "Emissions from the legacy fleet"

Op woensdag 16 november j.l. vond in de Beurs van Berlage in Amsterdam een workshop over de emissies van de bestaande vloot plaats, dat georganiseerd werd door het Duitse Bundesverkehrsministerium en het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Doel van deze bijeenkomst was om te kijken naar mogelijkheden om de motor-emissies van de huidige vloot te reduceren.
De nieuwe generaties motoren hebben een beduidend lagere uitstoot van SOx (zwaveloxiden), NOx (stikstofoxiden), CO2 (koolstofdioxiden) en PM10 (fijnstof) dan de "oudere" motoren. De nieuwste generatie motoren werd bij deze workshop dan ook buiten beschouwing gelaten.
De overheden wezen erop dat de binnenvaart nog steeds wel per ton/kilometer de schoonste modaliteit is, maar dat de vooraanstaande positie van de binnenvaart bijna wordt ingehaald door andere vormen van vervoer via weg en spoor.

Verschillende instanties (zoals CE Delft, EUROMOT en de EBU) presenteerden mogelijkheden om de emissies van de binnenvaartvloot te reduceren. De binnenvaartsector begrijpt dat haar eerste positie als milieuvriendelijke vorm van vervoer in het geding is en ziet ook graag dat de vloot schoner wordt door de emissies van schadelijke stoffen te reduceren. De Europese Binnenvaart Unie (EBU), waar het CBRB namens Nederland deel van uitmaakt, was dan ook van mening dat dit zal moeten gebeuren, door middel van een duurzaamheidscertificaat (zoals Green Award, die 60 binnenvaartschepen reeds ontvangen hebben in 2011). Verladers zouden verleid moeten worden om hun orders te laten vervoeren door gebruik te maken van duurzame binnenvaartschepen.
De EBU was wel van mening dat er geen verplichte wetgeving moet komen om emissie-eisen op te leggen aan de binnenvaartondernemers, maar dat bepaalde incentives zouden kunnen helpen de bestaande binnenvaartvloot te verschonen en daarmee de uitstoot van koolwaterstoffen te verminderen.

De presentaties van deze workshop:

Naar boven


Wijziging binnenvaartregel Staatscourant

Met dit artikel informeren we u over wijzigingen in de Binnenvaartregeling die ook in de Staatscourant gepubliceerd is: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-21826.html Deze wijziging is om een aantal besluiten van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) te implementeren. De regels zijn per 1 december 2011 van kracht geworden.

In onze Nieuwsbrief hebben we u recent ook geïnformeerd over andere wijzigingen van de Binnenvaartregeling, zie https://nieuwsbrief.binnenvaart.nl/cbrb/nieuwsbrief1113.php#03

Zoek de verschillen

Bij publicaties kunt u als ondernemer de verschillen zoeken tussen bestaande en nieuwe regelgeving. In dit geval zijn het zelfs verschillen tussen deze en een eerder publicatie. Als brancheorganisatie zijn we al in een eerder stadium geïnformeerd en soms betrokken bij wijzigingsvoorstellen. Onderliggend bij sommige besluiten zijn er soms dikke dossiers en uitgebreide discussies.

In dit artikel zullen een aantal aandachtspunten van deze publicatie voor uitgelicht worden. Er zal niet in gegaan worden op de eisen van de boordzuiveringsinstallaties (personenvervoer), waar een groot deel van deze wijziging over gaat. Hierover zult u door de collega(’s) separaat geïnformeerd worden.

 

Deskundige en erkend deskundige

Wanneer iemand zich een deskundige of een erkend deskundige mag noemen was al wettelijk geregeld dienstinstructie 26 voor de commissie van deskundigen volgens artikel 1.07 van het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn (ROSR).

In het ROSR zijn bij de betekenis van enige uitdrukkingen toegevoegd:

erkende deskundige

Een persoon die door een bevoegde autoriteit of door een geautoriseerde instantie van één der Rijnoeverstaten of van België is erkend, op grond van zijn vakkundige opleiding en ervaring bijzondere kennis op het te beproeven gebied heeft, met de ter zake dienende voorschriften en algemeen erkende technische regels (bijvoorbeeld EN-normen, specifieke reglementen, technische regels van andere EU-lidstaten) volkomen vertrouwd is en de betrokken installaties of inrichtingen kan keuren en met kennis van zaken kan beoordelen.

deskundige

Een persoon die op grond van zijn vakkundige opleiding en ervaring voldoende kennis op het te beproeven gebied heeft en met de ter zake dienende voorschriften en algemeen erkende technische regels (bijvoorbeeld EN-normen, specifieke reglementen, technische regels van andere EU-lidstaten) zover vertrouwd is, dat hij de bedrijfszekerheid van de betrokken installaties en inrichtingen kan beoordele.

 

Als voorbeeld van het belang: de keuring van een kraan http://wetten.overheid.nl/BWBR0025973/DeelII/Hoofdstuk11/Artikel1112/geldigheidsdatum_25-11-2011 iedere 10 jaar moet door een erkend deskundige gebeuren, de jaarlijkse keuring door een deskundige. De laatste kan de schipper zijn.

 

Nederlands vaartuig

Nieuw is de toevoeging bij de begrippen van een Nederlands vaartuig. Een bijzondere en ongebruikelijke constructie omdat de Richtlijn 2006/87/EG (Europese bouwvoorschriften) niet tegelijkertijd gewijzigd kon worden met het ROSR (Rijnregels). Afgesproken was dat de technische eisen voor binnenschepen op de Rijn en de overige binnenwateren in Europa gelijkluidend zijn.

In de toelichting staat:

(…)

Aangezien door omstandigheden een gelijktijdige wijziging van het RosR 1995 en richtlijn 2006/87/EG met betrekking tot de bovengenoemde resoluties niet mogelijk was heeft de Europese Commissie bij schrijven van 11 oktober 2011 de lidstaten toegestaan de onderhavige wijziging van het RosR 1995 alvast te implementeren, vooruitlopend op de invoering van de gelijkluidende wijziging van richtlijn 2006/87/EG, met dien verstande dat deze wijziging van technische eisen niet kan worden opgelegd aan schepen van andere lidstaten totdat richtlijn 2006/87/EG is aangepast.

Derhalve zijn krachtens deze regeling de technische eisen uit de resoluties 2010-II-27 tot en met 2010-II-30 slechts van toepassing op Nederlandse vaartuigen en gelden voor de overige vaartuigen de oude eisen. Hiervoor is tijdelijk een begripsbepaling voor ‘Nederlands vaartuig’ ingevoerd, die overeenkomt met de criteria voor de afgifte van een Rijnverklaring voor een Nederlands schip, en zijn de desbetreffende artikelen telkens gesplitst in een deel dat voor Nederlandse vaartuigen geldt en een deel dat voor overige vaartuigen van toepassing is. Om dezelfde redenen zijn de technische eisen ten aanzien relingen, die al eerder bij de implementatie van resolutie 2011-I-12 waren ingevoerd (Stcrt. 2011, 17433) maar nog in werking moeten treden met ingang van 12 december 2011, op een soortgelijke wijze aangepast.

Hoe nodig en houdbaar deze juridische constructie is wordt nog door ons bekeken.

 

Keuringen

Er zijn een aantal wijzigingen betreffende keuringen. Bijvoorbeeld de stoomketels en andere drukvaten moesten tot dusver gekeurd worden door een aangewezen instantie van de Oeverstaten. Nu iedere 5 jaar door een erkend deskundige.

De draagbare blustoestellen moeten ieder twee jaar door een deskundige, de vast ingebouwde brandblusinstallaties door een erkend deskundige gekeurd worden.

 

Verzamelreservoirs

Let op de wijziging van de verzamelreservoirs:

(…) een als zodanig aangeduid verzamelreservoir van staal of van ander stootvast brandbestendig materiaal met sluitend deksel van voldoende grootte, maar ten minste 10 l inhoud, voor het verzamelen van:

  • oliehoudende poetslappen,
  • vast klein chemisch afval,
  • vloeibaar klein chemisch afval en, voor zover dit geproduceerd kan worden, voor het verzamelen van
  • slops,
  • Overig vethoudend scheepsbedrijfsafval

In de regels tot nu toe was geen eis van inhoud van het verzamelreservoir. De nieuwe eis van 10 liter vloeit voort uit een controle waarbij weckflessen als verzamelreservoir werden aangedragen (!). Dit zorgde voor uitgebreide discussie in de betreffende werkgroep van de CCR en nu dus regelgeving.

 

Draagbare blustoestellen

Artikel 10.03 van het ROSR veranderd, de nieuwe regels zijn:

(…)

  1. Op de volgende plaatsen moet telkens één draagbaar blustoestel, voor Nederlandse vaartuigen overeenkomstig de Europese de Europese normen EN 3-7 : 2007 en EN 3-8 : 2007 en voor overige vaartuigen overeenkomstig de Europese norm EN 3 : 1996, aanwezig zijn:
    1. in het stuurhuis,
    2. in de nabijheid van iedere toegang van het dek naar de verblijven,
    3. in de nabijheid van iedere toegang tot niet van de verblijven uit toegankelijke bedrijfsruimten waarin zich verwarmings-, kook-, of koelinstallaties bevinden, die op vaste of vloeibare brandstoffen werken dan wel op vloeibaar gas,
    4. bij iedere toegang tot machinekamers of ketelruimen,
    5. op een geschikte plaats benedendeks in de machinekamers, wanneer het motorvermogen in totaal meer dan 100 kW bedraagt.
  2. Als draagbare blustoestellen, voorgeschreven in het eerste lid, mogen slechts poederblussers worden gebruikt met een inhoud van ten minste 6 kg dan wel andere draagbare blustoestellen met eenzelfde bluscapaciteit. Zij moeten geschikt zijn voor de brandklassen A, B en C alsmede voor het blussen van branden in elektrische installaties tot 1000 V.

 

Op Nederlandse vaartuigen zijn afwijkend daarvan, op schepen waarop geen vloeibaargasinstallaties zijn geïnstalleerd, sproeischuimbrandblussers met tot – 20 °C vorstvrije blusmiddelen bestaande uit water met AFFF-AR-schuim (Aqua Film Forming Foam) toegestaan, ook wanneer deze niet voor de brandklasse C geschikt zijn. De minimuminhoud van deze brandblussers moet 9 liter bedragen. Alle brandblussers op Nederlandse Vaartuigen moeten voor het blussen van branden in elektrische installaties tot 1000 V geschikt zijn.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Is uw boordinstallatie al geschikt voor walstroom? Vraag een gratis 'quick scan' aan!

Zo'n 20% van de schepen ervaart elektrotechnische problemen bij het willen aansluiten op de nieuwe generatie walstroomkasten. In het afgelopen jaar heeft de binnenvaartbranche daar samen met de walstroomaanbieders onderzoek naar gedaan. Het ging onder andere om een blokkade via de aardlekbeveiliging zodra de stekker in de walstroomkast werd gestoken.

Om probleemloos walstroom af te kunnen nemen is bij sommige binnenvaartschepen een aanpassing aan boord nodig is. De gezamenlijke walstroomaanbieders bieden daarom een gratis 'quick scan' aan om de boordinstallatie van uw binnenvaartschip te laten doorlichten.

Voor deze gratis 'quick scan' meldt u zich aan bij Utiliq via nummer 0900-1492 (in het keuzemenu optie 3 en daarna 4). Binnen 24 uur wordt u dan door een deskundig installatiebureau gebeld voor een afspraak.

 

DORDRECHT START IN 2012 MET HANDHAVING GENERATORVERBOD

In de regio Drechtsteden zijn het afgelopen jaar op diverse plekken walstroomvoorzieningen aangelegd. Walstroom is milieuvriendelijker dan dieselgeneratoren: het vermindert de uitstoot van CO2 en fijnstof en maakt minder lawaai. Inmiddels zijn, na enige vertraging, ook de walstroominstallaties voor de riviercruise in Dordrecht klaar.

 

Voor de overige binnenvaart waren de walstroomkasten al in het voorjaar operationeel. Ze zijn een vertrouwd beeld geworden op de kades van Dordrecht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht. Schippers hebben uitgebreid kennis kunnen maken met walstroom en zich in kunnen schrijven bij www.walstroom.nl om zich te registreren voor het gebruiken van walstroom.

 

Met name in Dordrecht staat de luchtkwaliteit het meest onder spanning. Het gebruik van walstroom in plaats van dieselgeneratoren draagt bij aan een schonere lucht. Daarom worden dieselgeneratoren verboden op plaatsen waar walstroom beschikbaar is. De gemeente Dordrecht gaat als eerste van de Drechtsteden-gemeentes in 2012 werk maken van het generatorverbod en hierop handhaven. De andere gemeentes zullen daarna volgen.

 

De nautische handhaving is in Dordrecht, net als in Zwijndrecht en Papendrecht, in handen van Havenbedrijf Rotterdam. Eind januari wordt in de Staatscourant gepubliceerd aan welke Dordtse kades een generatorverbod geldt.

Er worden uiteraard niet onmiddellijk proces-verbalen uitgeschreven bij gebruik van dieselgeneratoren. De handhaving gebeurt stapsgewijs. Vanaf januari spreken handhavers schippers in Dordrecht informatief aan op het gebruik van de dieselgenerator. Schippers met knelpunten in hun boordinstallatie krijgen zo de kans een 'quick scan' te laten uitvoeren en de benodigde aanpassingen uit te voeren.

Na deze korte informatieperiode wordt de handhaving strenger en volgen er waarschuwingen. Een proces-verbaal wordt echter pas uitgeschreven als een eerdere waarschuwing geen gevolg heeft gehad.

 

Meer informatie kunt u ook vinden in het online walstroomdossier van het CBRB.

Om naar het walstroomdossier te gaan, klikt u hier.

Naar boven


Havengelden blijven Rotterdam blijven grosso modo op hetzelfde niveau

De havengelden blijven in Rotterdam volgend jaar grosso modo op hetzelfde niveau als dit jaar. Dat zijn Deltalinqs (de Rotterdamse ondernemersorganisatie voor haven en industrie), het Havenbedrijf Rotterdam en de VRC (de Vereniging van Rotterdamse Cargadoors) na constructief overleg overeengekomen. Startpunt van de marktconsultatie over de tarieven is altijd de inflatie. Deze stijging wordt in 2012 eenmalig gecompenseerd en bovendien wordt vanwege het onzekere economische tij net als vorig jaar een korting van 3% gehanteerd. Opvallend aan de afspraken is voorts dat transhipment van containers (zee-zeeoverslag), met name feeders, financieel wordt gestimuleerd met een forse korting en dat schone binnenvaartschepen korting krijgen. Hans Smits, president-directeur van het Havenbedrijf: "Naast forse investeringen door het Havenbedrijf in het gebied continueren we de korting om de overslag te stimuleren. De crisiskorting in 2010 en de herstelkorting in 2011 hebben goed uitgepakt voor Rotterdam. Ik verwacht dat deze korting in 2012 eenzelfde effect heeft."

 

Transhipment korting

Uitgangspunt van de marktconsultatie is dat de tarieven gelijke tred houden met de inflatie. Daardoor stijgen de tarieven in 2012 met 1,3%. Deze tariefstijging wordt nu na de consultatie gecompenseerd door een eenmalige korting in 2012 van 1,3% voor alle sectoren waaronder de binnenvaart. Daar bovenop wordt de eenmalige korting die in 2011 geldt van 3% voor alle goederensoorten gecontinueerd. Voor containers komt deze korting tot uiting in een optimalisatie van de tariefstructuur door de introductie van een transhipment korting. Deze vervangt tevens de bestaande regeling die een maximum kent aan te betalen zeehavengeld per call (bezoek) voor deepsea containerschepen. Voor de overslag van een transhipment container ontvangt de deepsea rederij een korting van € 1 per TEU en de feeder rederij een korting van € 1,50 per TEU. Dit komt neer op een gemiddelde korting van 12% van het netto zeehavengeld op transhipment containers voor deepsea en 32% van het netto zeehavengeld op transhipment containers voor feeders. Daarmee wordt de ontwikkeling van Rotterdam als doorvoerhaven voor containerlading over zee van of naar gebieden in Noordwest-Europa en het Oostzeegebied gestimuleerd.

Voor overig stukgoed (2% van de totale overslag) zijn enkele specifieke afspraken gemaakt. Zo wordt ook de tariefstructuur voor overig stukgoed geoptimaliseerd. Deze optimalisatie gaat om administratieve redenen overigens pas per 1 juli 2012 in. Daarnaast hebben partijen afgesproken om de Administration Charges, die nu door reders aan de VRC betaald worden, te verwerken in het zeehavengeld door een opslag van 0,35% te hanteren. Het Havenbedrijf zal deze inkomsten afdragen aan Deltalinqs. Dit vermindert de administratieve lasten voor het bedrijfsleven. VRC en Deltalinqs gebruiken deze inkomsten voor hun belangenbehartiging en maatschappelijke doelen voor zeevarenden in de haven.

Markconsultatie

De tariefaanpassing is tot stand gekomen na intensief overleg met de marktpartijen, gecoördineerd door Deltalinqs, waar het CBRB lid van is en geldt voor de zeehavens van Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Dordrecht en Moerdijk. Het Havenbedrijf en Deltalinqs hebben een convenant over de manier waarop jaarlijks de hoogte van het havengeld wordt vastgesteld. Door gestructureerde marktconsultatie komt de sector tegemoet aan de wens van de overheid voor zelfregulering van de tarieven. Vanaf 1 januari krijgen binnenvaartschepen met een Green Award certificaat in Rotterdam 15% korting op het binnenhavengeld. Schepen die heel weinig NOx en fijn stof uitstoten kunnen zelfs een korting tegemoet zien van 30%. Green Award is een stichting die schepen certificeert die extra hebben geïnvesteerd in de kwaliteit en duurzaamheid van schip en bemanning. Het Havenbedrijf hielp vorig jaar een Green Award certificaat specifiek voor de binnenvaart te ontwikkelen. Inmiddels varen al meer dan 50 schepen rond met dit certificaat. Schepen met voortstuwingsmotoren die 60% schoner zijn dan de CCR fase II voorschrijft, komen in aanmerking voor de 30% korting.. Dit zijn schepen die LNG (Liquified Natural Gas) als brandstof gebruiken of een combinatie van roetfilter/katalysator gebruiken.

 

Toeslag op de havengelden

Het is voor het derde jaar op rij dat de binnenvaart meegenomen is bij de tariefonderhandelingen en we hebben de situatie in de sector goed kunnen benadrukken. Dat er vastgehouden wordt aan de nul is hiervan een erkenning alsmede het feit dat er een mogelijkheid bestaat om gedurende het jaar weer aan tafel te zitten indien de economische situatie hierom vraagt. De 10% toeslag op de binnenhavengelden voor hoofdmotoren die niet voldoen aan het emissieniveau van CCRII was, na het weten uit te stellen van deze toeslag voor een periode van 2 jaar in 2010, niet langer mogelijk gelet op de verregaande milieu gerelateerde compensatie verplichtingen voor de sector vervoer inzake Maasvlakte II. De laatste twee jaren heeft het Havenbedrijf Rotterdam per jaar EUR 250.000 geïnvesteerd in een commerciële subsidieregeling ten behoeve van emissie gerelateerde binnenvaartprojecten via het door de binnenvaart organisaties opgezette EICB (Expertise en Innovatie Centrum Binnenvaart). De opbrengsten van de toeslag zullen deze regeling voor het bedrijfsleven doen continueren. Kijk voor meer informatie over deze regeling op: http://www.eicb.nl/content/view/109/1/ Oorspronkelijk zou de 10% toeslag naar het toenmalige ministerie van VROM gaan om de VERS regeling (subsidieregeling motoren) te versterken echter deze regeling is na een vernietigende evaluatie over de effecten van deze regeling nagenoeg verdwenen. Ook in 2012 zullen CCRII motoren voor alleen bestaande binnenschepen in aanmerking komen voor een investeringsaftrek van maximaal €125,- per kW nominaal vermogen. Vereiste is dat motoren in aanmerking komen die een brandstofverbruik van minder dan 198,0 gr/kWh hebben. Een overzicht van motoren die in aanmerking komen voor deze investeringsaftrek staan hier. Kijk voor meer informatie over de EIA in onze eerdere nieuwsbrief.

 

Havengeld

Havengeld is één van de inkomstenposten van het Havenbedrijf en wordt in rekening gebracht aan de rederijen die Rotterdam aandoen. In 2010 ontving het Havenbedrijf € 275 miljoen aan zeehavengeld en € 13 miljoen aan binnenhavengeld. De andere grote inkomstenbron van het Havenbedrijf is met € 250 miljoen de contractopbrengsten (verhuur en erfpacht van terreinen).

Naar boven


CBRB gaat strategische samenwerking met Graydon aan

CBRBHet is slecht gesteld met de huidige betalingsmoraal in Nederland. In het derde kwartaal van 2011 krijgt 40% van de bedrijven in de transport- en logistiekbranche niet op tijd haar rekeningen betaald. Een serieus probleem waar veel bedrijven, vaak onbewust, grote problemen van ondervinden.

Te laat betaald krijgen kost bedrijven handenvol geld. Iedere euro die vastzit in achterstallige facturen, is een gemiste investering en belemmert de groei in de branche. Gemiddeld wordt de gangbare betalingstermijn van 30 dagen met 16 dagen overschreden, waarbij overschrijding van twee maanden of langer geen uitzondering is. In het ergste geval is een ondernemer daardoor niet meer in staat om zijn rekeningen te betalen en moet noodgedwongen faillissement aanvragen.

logo_graydonDaarom is CBRB een samenwerking aangegaan met Graydon, een partner met meer dan 120 jaar ervaring op het gebied van bedrijfsinformatie en incasso. Leden krijgen met Graydon Bedrijfsinformatie, een kredietadvies over (potentiële) relaties. Hier wordt in één oogopslag duidelijk wat de kans op wanbetaling is. Zo kan eenvoudig worden bepaald met wie en onder welke voorwaarden men zaken gaat doen. Dit zorgt voor een verbeterde cashflow, financiële risicobeheersing en het verkorten van de betaaltermijn. Mócht een bedrijf onverwacht toch te maken krijgen met wanbetalers, dan helpt Graydon met het nationale- en internationale incassotraject. Voor CBRB-leden rekent Graydon geen kosten voor het nationale minnelijk incassotraject.76% van de vorderingen int Graydon in het minnelijk traject.

Meer informatie over deze aanbieding.

Naar boven


Contributie 2012

Geacht lid,

In november heeft u van ons het verzoek ontvangen voor het verstrekken van de vlootgegevens ten behoeve van de facturering in 2012. Deze gegevens kunnen reeds worden aangeleverd omdat in tegenstelling tot het verleden het peilmoment is vervroegd naar 1 juli van het voorafgaande (contributie)jaar.

Indien u de opgave nog niet heeft verstuurd, verzoeken wij u zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 6 januari 2012 ons de gegevens te doen toekomen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Nieuwe leden

  • Groep Varende Ondernemers; V.O.F. Jiskoot
  • Wervingsactie 2011; Maelstede B.V.
  • Wervingsactie 2011; Scheepvaartbedrijf A&K Kooren B.V.
  • Wervingsactie 2011; Stavordia B.V.
  • Wervingsactie 2011; Scheepvaartonderneming Bouter B.V.
  • Wervingsactie 2011; V.O.F. Helena
  • Wervingsactie 2011; Cementbouw scheepvaart B.V.
  • Wervingsactie 2011; Star Tankers B.V.
  • Wervingsactie 2011; Mountain Tankers B.V.
  • Wervingsactie 2011; Desert Tankers B.V.
  • Wervingsactie 2011; V.O.F. Marmara Scheepvaart
  • Wervingsactie 2011; V.O.F. Elinic
  • Wervingsactie 2011; V.O.F. SVO Petran
  • Wervingsactie 2011; V.O.F. SVO Anroma
  • Wervingsactie 2011; V.O.F. Vera Inland RoRo
  • Wervingsactie 2011; V.O.F. Patricia Shipping
  • Wervingsactie 2011; Maatschap Veni
  • Wervingsactie 2011; Maatschap Vidi
  • Wervingsactie 2011; K&W Trans Exploitatiemaatschappij B.V.
  • Wervingsactie 2011; Interfluvial Shipping B.V.
  • Wervingsactie 2011; V.O.F. den Herder Hartman
  • Wervingsactie 2011; V.O.F. Comienzo
  • Wervingsactie 2011; Leinenga Shipping bv
  • Wervingsactie 2011; Hatenboer-Neptunus B.V.
  • Wervingsactie 2011; V.O.F. Scheepvaartonderneming Vertias
  • Wervingsactie 2011; Rederij Noordgat B.V.
  • Wervingsactie 2011; Mijnster Personeel B.V. (V/H/ Cornet)

Naar boven


CBRB agenda

Voor vergaderingen, bijeenkomsten of bijzondere sluitingstijden van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart kunt u de agenda op onze website raadplegen.

Naar boven

Ga naar boven