CBRB - Nieuws

Nieuwsfeeds - Binnenvaart

Bijzondere arbeidstijd-richtlijn voor de binnenvaart een feit

Onlangs is de bijzondere Europese richtlijn betreffende de arbeidstijd in de binnenvaart in werking getreden. Daarmee is de overeenkomst tussen EBU, ESO en ETF van 15 februari 2012 over de organisatie van de arbeidstijd omgezet in Europees recht. De richtlijn (2014/112/EU) verplicht de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EER) om hun wetgeving uiterlijk op 31 december 2016 aan te passen.
 
De richtlijn is het resultaat van een lang traject – het heeft al bijna 10 jaar in beslag genomen – waaraan het CBRB intensief heeft deelgenomen. Tot nu toe is hieraan in EBU-verband gewerkt, maar de komende tijd verplaatst het speelveld zich naar het nationale niveau. Ook in Nederland zal immers de arbeidstijdenwetgeving moeten worden aangepast.

Inhoudelijk voorziet de richtlijn in een samenhangend juridisch kader voor de organisatie van de arbeidstijd in de binnenvaart. Dit is alleen van toepassing op werknemers in loondienst; zelfstandigen vallen er niet onder.
Het beschermingsniveau van werknemers in de binnenvaart is tenminste gelijkwaardig aan dat van de algemene arbeidstijdrichtlijn (2003/88/EG), maar de bijzondere richtlijn voor de binnenvaart biedt veel meer flexibiliteit. Net als de algemene richtlijn is het uitgangspunt een 8-urige werkdag waarbij gemiddeld maximaal 48 uur per week gewerkt mag worden. De binnenvaartrichtlijn kent echter  een minimale dagelijkse rusttijd van 10 uur (in plaats van 11 uur) en staat toe dat de arbeidstijd wordt verlengd tot 14 uur per dag en, bij 1:1 werkroosters, tot 84 uur per dienstweek. In de nachttijd (23.00 – 06.00 uur) mag per periode van 7 dagen maximaal 42 uur gewerkt worden.
De rechtvaardiging van deze versoepelingen ten opzichte van de algemene richtlijn is met name gelegen in het ambulante karakter van het werk aan boord en in het feit dat de arbeidstijd in de binnenvaart voor een belangrijk deel bestaat uit zogenoemde aanwezigheidsdienst. Daar komt bij dat de richtlijn werknemers aanspraak geeft op tenminste vier weken jaarlijks doorbetaalde vakantie en door de werkgever betaalde jaarlijkse gezondheidschecks.
 
In tegenstelling tot de algemene richtlijn houdt de specifieke richtlijn voor de binnenvaart rekening met de bijzondere werkroosters die in onze bedrijfstak gebruikelijk zijn. Ook hierbij gaat het in wezen om flexibilisering. Zo kent de binnenvaartrichtlijn een referentieperiode (de periode waarover de gemiddelde arbeidstijd mag worden berekend) van een jaar in plaats van vier maanden. Belangrijker is echter dat de verhouding tussen werkdagen en rustdagen is geregeld op een wijze die in de sector goed toepasbaar is. Uitgangspunt daarvoor zijn zogenoemde 1:1-roosters, d.w.z. roosters die evenveel werkdagen als rustdagen bevatten. Maar ook voor werkroosters  waarbij het aantal werkdagen groter is dan het aantal rustdagen is een duidelijke regeling getroffen. Maximaal mag gedurende 31 opeenvolgende dagen worden gewerkt; daarna moeten rustdagen worden opgenomen.
 
Mede op instigatie van het CBRB is voor de seizoensarbeid in de passagiersvaart een versoepeling opgenomen die in feite nog een stapje verder gaat. Onder voorwaarde dat de arbeidstijd niet langer is dan 12 uur per dag en 72 uur per week mag het aantal rustdagen gedurende het seizoen beperkt worden tot 2 per periode van 31 dagen.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de heer Mr Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Ga naar boven