Nieuwsfeeds - Binnenvaart

Nieuwsfeeds - Binnenvaart

Goedkeuring nieuwe Hygiënecode binnenvaart Levensmiddelen en Diervoeders

De herziene Hygiënecode binnenvaart Levensmiddelen en Diervoeders, zoals door het Centraal Bureau voor Rijn- en Binnenvaart (CBRB) is voorgelegd aan de minister voor Medische Zorg, is goedgekeurd.[1] Dit besluit is gepubliceerd in deze Staatscourant.

Een product vervoeren zonder de voeder- en voedselveiligheid in gevaar te brengen

Vanaf 1 januari 2006 zijn een aantal Europese Verordeningen van kracht.[2] In deze Verordeningen zijn onder meer de eisen opgenomen waaraan bedrijven moeten voldoen bij het vervoer van levensmiddelen en diervoeders. De genoemde verordeningen bepalen dat vertegenwoordigers van levensmiddelen- en diervoederbedrijven een Hygiënecode mogen opstellen. Het CBRB is beheerder van de ‘Hygiënecode Binnenvaart’. Het doel van Hygiënecode binnenvaart Levensmiddelen en Diervoeders is: ‘Een product vervoeren zonder de voeder- en voedselveiligheid in gevaar te brengen'.

Voldoen aan Europese eisen bij vervoer door binnenvaart van levensmiddelen én diervoeders

Door de Hygiënecode toe te passen laten bedrijven zien dat zij voldoen aan de eisen van Europese Verordeningen.[3] In de herziening van de Hygiënecode binnenvaart zijn de eisen van de betrokken verordeningen volledig geïntegreerd. Hiermee is de werkingssfeer van de Hygiënecode uitgebreid van levensmiddelen naar levensmiddelen én diervoeders. De in deze Hygiënecode omschreven procedures zijn een uitwerking van de HACCP-beginselen. Deze beginselen zijn van toepassing op alle stadia van de productie, verwerking en distributie van levensmiddelen. Het handelen in strijd met deze beginselen is verboden.[4]

Deze Hygiënecode binnenvaart is opgesteld door het CBRB en afgestemd met het International Expert Committee (GMP+). Hierin zijn alle relevante geledingen van de diervoeder- en levensmiddelenkolom vertegenwoordigd. Daarnaast is de Hygiënecode binnenvaart afgestemd met de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) en in het Regulier Overleg Warenwet (ROW).

De Hygiënecode binnenvaart bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat de uitgewerkte wettelijke voorwaarden. Het tweede deel is een werkboek dat de vervrachter in praktijk kan gebruiken bij het toepassen van de voorwaarden uit de Hygiënecode. Hier vindt u de twee delen van de herziene Hygiënecode binnenvaart Levensmiddelen en Diervoeders:
Als service bieden we het u aan in Word, zodat u het desgewenst kunt invullen op een computer en vervolgens afdrukken.

Herziene Hygiënecode binnenvaart is geldig vanaf 1 juni 2020

Met de publicatie van de herziene Hygiënecode binnenvaart, vervalt de oude versie. Om de grote groep gebruikers de kans te geven kennis te nemen van deze herziene versie en deze te implementeren, zullen beide versies gedurende een overgangstermijn naast elkaar gebruikt mogen worden. De herziene Hygiënecode binnenvaart is geldig vanaf 1 juli 2020. De bestaande versie van de Hygiënecode binnenvaart vervalt per 1 januari 2021.
 
 


[1] Hygiënecode zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen.
[2] De Levensmiddelen Hygiëne Verordening (Verordening (EG) no. 852/2004,) en de Diervoeder Hygiëne Verordening van kracht (Verordening (EG) no. 183/2005).
[4] op grond van artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen.

Noodfonds noodzakelijk voor zwaar getroffen passagiersvaart

Op 7 mei jl. hebben het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) en Koninklijke BLN-Schuttevaer (BLN) het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in een brief gevraagd om een noodfonds voor de passagiersvaart, die zeer zwaar is getroffen door de coronacrisis. Helaas zijn de eerste faillissementen al te melden in deze sector en er zullen nog meer meldingen volgen.

Als gevolg van de getroffen maatregelen om de verspreiding van het COVID-19 virus te beperken ligt de passagiersvaart stil sinds 16 maart jl. De COVID-19 uitbraak kwam op het slechts denkbare moment voor de passagiersvaartsector, net na de start van het seizoen voor deze sector. Met de verwachte aanpak en de handhaving van een 1,5m samenleving heeft deze groep ondernemers niet of nauwelijks mogelijkheden tot het exploiteren van hun onderneming. En lijkt dit seizoen als verloren te kunnen worden beschouwd. De ondernemers uit de passagiersvaartsector maken dankbaar gebruik van de generieke maatregelen die geboden worden door de overheid. Deze maatregelen bieden ondersteuning bij de eerste noden maar zullen op de langere termijn helaas niet toereikend zijn.  

Omzetschade en faillissementen tegengaan met noodfonds
De binnenvaartbrancheorganisaties verzoeken de minister daarom om een noodfonds op te richten voor de passagiersvaart. Alleen zo kan de omzetschade opgevangen worden en voorkomen worden dat er dit jaar, maar vanwege het na-ijleffect ook het volgende jaar nog, vele ondernemers in een faillissement terecht zullen komen en mensen hun baan zullen verliezen. De eerste faillissementen in deze sector zijn al een feit. Kenmerkend voor de seizoen gerelateerde bedrijven uit de passagiersvaartsector is dat het overgrote deel van de omzet behaald wordt tijdens het vaarseizoen in de maanden maart tot en met oktober. Tijdens de wintermaanden investeert men in de vloot om deze gereed te maken voor het nieuwe vaarseizoen.
Alleen met een noodfonds kunnen deze ondernemers overleven, zich voorbereiden op het nieuwe vaarseizoen en kunnen schepen behouden blijven. Ook moeten de bestaande generieke maatregelen doorlopen, zolang de maatregel tot het 1,5m afstand houden blijft gelden. Het is niet of nauwelijks haalbaar om de schepen te exploiteren zolang de 1,5m afstandseis gehandhaafd wordt. Daarnaast moeten de bestaande maatregelen, zoals de NOW-regeling, beter bereikbaar worden gemaakt voor kleine ondernemers en seizoen gerelateerde ondernemingen.

Alleen in uitzonderingsgevallen willen banken bijspringen
In de brief aan de minister wordt ook toegelicht dat de kredietverlening van de banken voor veel ondernemers niet werkt. Banken lijken slechts in uitzonderingsgevallen te willen bijspringen. Sinds de vorige financiële crisis lijken veel banken de interesse in de passagiersvloot verloren te hebben (als een te marginale sector). Het ministerie zegt beperkt invloed uit te kunnen oefenen op banken die een eigen beoordelingsvrijheid hebben. De gebrekkige toegang tot krediet maakt een noodfonds noodzakelijk voor de zwaar getroffen passagiersvaart.

Belangenbehartiging passagiersvaart
Het CBRB en BLN behartigen ook de belangen van ondernemers die actief zijn in de dagpassagiersvaart, riviercruiserederijen en veerdiensten. Deze sector vertegenwoordigt een totale vloot van ruim 700 schepen. Naast het CBRB en BLN zijn ondernemers uit de passagiersvaartsector ook aangesloten bij brancheorganisaties zoals de BBZ, Koninklijke Horeca Nederland en Hiswa-Recron. Waar mogelijk zoekt het CBRB en BLN de samenwerking op en zetten zij zich samen in om de passagiersvaart te kunnen behouden.


 

Laagwaterperiode in 2018 heeft forse financiële en economische impact in Nederland en Duitsland

Het belang van de binnenvaart voor het vervoersysteem en de industrie blijkt overduidelijk bij langdurige perioden van laag water. Niet uit te sluiten is dat de perioden met lage waterstanden steeds langer gaan duren en steeds frequenter gaan voorkomen. Het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) en Koninklijke BLN-Schuttevaer (BLN) hebben opdracht gegeven aan de Erasmus universiteit om de economische impact van laagwater in kaart te brengen. Het onderzoek toont het belang aan van broodnodige investeringen in een toekomstbestendige infrastructuur. Erasmus UPT concludeert in het onderzoek “Economische impact laagwater” dat de uitzonderlijke lange periode van laagwater in 2018 een forse financiële en economische impact in Nederland en Duitsland heeft gehad. Gezamenlijk is er een verlies van 2,8 miljard geleden!

In het onderzoek is niet alleen gekeken naar het effect voor de binnenvaartsector, maar ook naar de financiële en economische impact voor verladers en de maatschappij. Een groot deel van het verlies (ca. 2,2 miljard) komt door productievermindering bij bedrijven die grondstoffen over water aangeleverd krijgen. Ook zijn er aanzienlijke kosten gemaakt, omdat er meer schepen ingezet moesten worden om minder lading te vervoeren en omdat er waar mogelijk ook gebruik gemaakt is van andere modaliteiten (ca. 0,5 miljard). Tenslotte zijn er na afloop van de laagwaterperiode nog aanvullende kosten gemaakt om de strategische voorraden weer aan te vullen (c.a. 0,1 miljard). Als de extra marge voor de binnenvaartsector in mindering gebracht wordt (ca. 0,1 miljard) bedraagt de totale pijn voor de Nederlandse en Duitse maatschappij gezamenlijk zo’n 2.7 miljard.

Lading structureel verplaatst naar andere modaliteiten
Verladers geven aan een deel van de lading structureel naar andere modaliteiten te gaan verplaatsen en verder in te gaan zetten op vergroting van de voorraadcapaciteit. De binnenvaart wil haar positie als betrouwbare vervoerspartner behouden. Ondernemers kijken hoe het draagvermogen van schepen tijdens laagwater vergroot kan worden, maar de mogelijkheden hiertoe zijn beperkt omdat specifieke laagwaterschepen bij normale waterstanden veel minder kunnen vervoeren dan normale schepen. 
 

Toekomstbestendige infrastructuur
Laagwaterperioden zullen in de toekomst door klimaatverandering vaker voorkomen en langer duren. Nu, op dit moment, in 2020 zucht de binnenvaart al onder de droogte. Willen Nederland en Duitsland hun koppositie in de logistiek en als doorvoerland behouden, zullen rivieren zoals de Rijn en de Waal beter bestand gemaakt moeten worden tegen laag water en zijn infrastructurele maatregelen hard nodig. Vervoer over water zorgt voor minder files en is een klimaatgunstige vervoersvorm. Investeren in een toekomstbestendige en klimaatbestendige infrastructuur is daarom investeren in duurzaamheid en mobiliteit. Gesteund door het onderzoek “Economische impact laagwater” zetten BLN en CBRB actief in op het toekomstbestendig maken van de infrastructuur bij de overheid.


Bekijk hier de video van Martijn Streng, hoofdonderzoeker van dit onderzoek van het Erasmus UPT



Kabinet maakt € 79 miljoen beschikbaar voor retrofit van de binnenvaart

Op 24 april jl. heeft het kabinet bekend gemaakt € 79 miljoen beschikbaar te stellen voor retrofit van de binnenvaart. Het grootste deel van dit bedrag,  € 63 miljoen, wordt in de periode 2021-2025 beschikbaar gesteld.

Dit bedrag voor de binnenvaart komt uit een groter pakket van € 5,1 miljard, dat wordt vrijgemaakt voor de structurele aanpak van de stikstofproblematiek. Het grootste deel wordt besteedt aan maatregelen voor de landbouw en natuur.

Het CBRB is blij met deze belangrijke financiële stap voorwaarts voor de vergroening van de binnenvaart. Steun die wij in de huidige markt hard nodig hebben. Aan de totstandkoming van de regeling hebben meerdere partijen waaronder het EICB hun medewerking verleend.

De maatregel voor de retrofit gaat uit van het plaatsen van SCR-katalysatoren op bestaande motoren van binnenvaartschepen om de stikstofuitstoot van de motor terug te brengen. Per schip kan hiermee een stikstofreductie van ruim 80% worden bereikt. Hiertoe wordt de subsidieregeling, die wordt opgesteld in het kader van de Green Deal Zeevaart Binnenvaart en Havens, uitgebreid. De verwachte kosten voor de overheid bedragen € 79 miljoen. In 2030 wordt hiermee naar verwachting 4,2 mol/ha/jaar bespaard.

De voorwaarden voor het toekennen van de subsidies zijn nog niet bekend. Zodra de voorwaarden bekend zijn, zal het CBRB dit aan u communiceren. Voor meer informatie zie:

Meer artikelen...

Coronavirus (COVID-19)


Ga naar boven