Nieuwsfeeds - Binnenvaart

Nieuwsfeeds - Binnenvaart

Vaart maken met Green Deal Binnenvaart

Brancheorganisaties Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB), Koninklijke BLN-Schuttevaer inclusief de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) en het Expertise- en Innovatie Centrum Binnenvaart (EICB)hebben bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat gepleit om snel duidelijkheid te krijgen over de milieu- en klimaateisen en doelstellingen voor de Binnenvaart.
 
Op initiatief van minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) vond afgelopen maandag 15 oktober een bijeenkomst plaats in Den Haag waarbij verschillende partijen waren uitgenodigd om de stand van zaken van een concept Green Deal te bespreken. Het CBRB en BLN hebben benadrukt dat een Green Deal met commitment van alle partijen snel gewenst is.  
 

Vergroeningsdoelstellingen

De vergroeningsdoelstellingen voor de binnenvaart zullen voor een belangrijk deel behaald moet worden met bestaande motoren. Reductie van NOx en fijnstof waar mogelijk door het gebruik van alternatieve brandstoffen en met behulp van nageschakelde technieken. Voorwaarde daarbij is dat die aangepaste schepen voor de toegang tot milieuzones op een zelfde manier worden beoordeeld als fabriek-gecertificeerde motoren. Het CBRB en BLN willen in de Green Deal opgenomen hebben dat dit gelijkwaardigheidsprincipe wordt aangetekend in de scheepscertificaten.
 
Vervoer over water is per tonkilometer sowieso al gunstig voor het klimaat, maar door snel te starten met het bijmengen van biobrandstoffen aan de gasolie kan nog minder CO2 uitgestoten worden. Het CBRB heeft zeer nadrukkelijk aangegeven dat op korte termijn veel winst valt te behalen door het bijmengen van biobrandstof. Als de binnenvaart volgend jaar een zelfde bijmengpercentage als voor het wegverkeer gaat gebruiken, kan in 2019 al 0,150 mio Mton CO2 extra worden bespaard. En tot 2030 is de ambitie 0,7 mio Mton. Om dit te realiseren is politieke besluitvorming nodig over de beschikbaarheid van deze biobrandstof. Ook daar ziet het CBRB graag snel maatregelen komen om dit Europa breed te regelen.
 

Stimuleringsmaatregelen en faciliteiten

Naast het bijmengen van biobrandstoffen zijn er ook door de NVB ambities uitgesproken voor het stimuleren van de duurzame binnenvaart: om te streven naar uniformiteit wat betreft de gedifferentieerde haventarieven, meer havens die een incentive aanbieden voor schepen met een Green Award en dat havens (in lijn met het Havenbedrijf Rotterdam) zero emissieschepen met een platina award een korting van 100% op de havengeld geven.
 
Naast stimuleringsmaatregelen pleiten de organisaties ook voor meer uniforme faciliteiten op gebied van vergroening, zoals uitbreiding van walstroomvoorzieningen, locaties voor het uitwisselen van accupakketten, infrastructuur voor nieuwe brandstoffen en voorkomen van leegvaren door inzicht in ligplaatsen (uitrol BLIS)
 

Multimodaliteit

Het CBRB, BLN en de NVB hebben het belang van multimodaliteit onderstreept. Efficiënte inzet van spoor en binnenvaart draagt bij aan zowel de klimaatdoelen als aan de oplossing van de problemen bij bereikbaarheid. Dit dient concreet te worden uitgevoerd door het opzetten van een gezamenlijke modal shift programma door binnenvaartorganisaties, spoorgoederenvervoerders, achterlandterminals, (zee)havens en overheden.
 
De vergroening kost geld. Een Green Deal zonder financiële stimuleringsmaatregelen is voor de branche geen optie. Het CBRB en BLN hebben benadrukt dat de toezeggingen van het ministerie om hiervoor Europese en nationale fondsen beschikbaar te krijgen ook in de Green Deal moeten worden nagekomen.
 
De wens is om de inhoud van de Green Deal nog dit jaar af te ronden.



Werkgevers- en werknemersorganisaties introduceren Model Arbeidsvoorwaarden voor de Binnenscheepvaart

Sociale partners in de Binnenscheepvaart (Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart en Koninklijke BLN-Schuttevaer namens de werkgevers en Nautilus International en CNV Vakmensen namens de werknemers) hebben gezamenlijk Model Arbeidsvoorwaarden voor de Binnenscheepvaart opgesteld. Aanleiding daartoe is het feit dat partijen niet meer met elkaar kunnen onderhandelen over een algemeen verbindend verklaarde bedrijfstak-cao nu de daarvoor vereiste representativiteit niet meer kan worden aangetoond. Het doel van de Model Arbeidsvoorwaarden is dan ook om het arbeidsrechtelijke raamwerk, dat is opgebouwd in het kader van de voormalige bedrijfstak-cao, in stand te houden, zodat het kan blijven dienen als uitgangspunt voor individuele arbeidsovereenkomsten en ondernemings-cao’s.
 
Instandhouding van een begrijpelijk en consistent juridisch raamwerk wordt met name van belang geacht om twee redenen. In de eerste plaats hebben de werkzaamheden van bemanningsleden aan boord van binnenschepen bijzondere kenmerken die om specifieke afspraken vragen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de dienstroosters en de toeslagen voor onregelmatige werkuren. Daarnaast is een model van belang om aan zowel nieuwe als bestaande werknemers duidelijkheid te verschaffen over de arbeidsvoorwaarden die in onze bedrijfstak gebruikelijk zijn.
 
De werkgevers- en werknemersorganisaties hebben afgesproken de modelbepalingen aan te bevelen als minimumafspraken. Individuele werkgevers en werknemers zijn echter vrij om aanvullingen en afwijkingen overeen te komen. Naast de Model Arbeidsvoorwaarden is ook een modeltekst voor een Ondernemings-cao opgesteld, die door de werknemersorganisaties wordt gehanteerd als uitgangspunt voor ondernemings-cao’s met werkgevers in de binnenscheepvaart.
 
De Model Arbeidsvoorwaarden en de Model Ondernemings-cao worden gepubliceerd op de websites van de werkgevers- en werknemersorganisaties. Zij zullen jaarlijks door de organisaties in overleg worden geëvalueerd en geactualiseerd. Indien dit leidt tot aanpassingen wordt een nieuwe versie gepubliceerd. Bij de modellen behoort ook een loontabel, die halfjaarlijks wordt aangepast aan de prijsstijging en als apart document wordt gepubliceerd. Tenslotte is in de modellen een korte toelichting op het daarin verwerkte beloningsstelsel opgenomen.
 

Centraal Overleg Vaarwegen luidt noodklok diepgang Waal

Lage waterstand scheelt binnenvaartschepen 500 ton lading per reis

De scheepvaarsector wordt al geruime tijd geconfronteerd met lage waterstanden op de Waal. Internationaal zijn er afspraken gemaakt over een streefdiepte bij een lage afvoer. Inmiddels is duidelijk dat deze overeengekomen streefdiepte van 2,80 meter op de Waal niet wordt gehaald. Het gemis aan waterdiepte ten opzichte van de streefdiepte is opgelopen tot 50 centimeter. Concreet betekent dit dat een groot rijnschip per reis tot 500 ton lading minder kan vervoeren. Hiermee kunnen per schip, per reis 15 vrachtwagens minder van de weg worden gehaald. Het Centraal Overleg Vaarwegen (COV) heeft hierover haar zorgen geuit bij minister Cora van Nieuwenhuizen.

Op basis van de bijgevoegde analyse meent het COV dat Nederland een juridische inspanningsverplichting heeft om een streefdiepte van 2,80 m op de Waal te bewerkstelligen. Het COV vraagt de Minister op basis van internationale afspraken, de scheepvaartverkeerswet, het BPRW en het Rivierkundig Beoordelingskader te zorgen dat de Waal blijft voldoen aan de internationale eisen die de functie scheepvaart stelt.
 
In het verleden lag voor het internationale scheepvaartverkeer het kritische diepgangspunt tot Keulen op de Rijn in Duitsland. Nu de vaardiepte op de Waal sterk afneemt ligt de minst diepe locatie in Nederland. Het COV constateert dat de streefdiepte op de Waal van 2,80 meter bij een overeengekomen lage rivierstand (OLR*) niet langer gehaald wordt. Dientengevolge blijft de bevaarbaarheid van de Waal gedurende laagwaterperiodes achter bij die van de Rijn in Duitsland.
 
Het COV wijdt de huidige situatie mede aan versterkte bodemerosie en een verzuild rivierbeleid, waarin waterveiligheid, waterkwaliteit en scheepvaart onvoldoende integraal worden benaderd.
 

Waal economische slagader

Jaarlijks passeren ruim 100.000 vrachtschepen de Waal, die gezamenlijk 130 miljoen ton lading transporteren. De Waal is daarmee een essentiële transportas die de zeehavens van Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen verbindt met het Europese achterland. Gezien de grote belangen voor de vervoerssector en de Nederlandse economie pleit het COV voor een samenhangend, boven regionaal en internationaal rivierbeleid voor de Nederlandse Rijntakken. Daarnaast roept de organisatie de minister op om met concrete maatregelen te komen die de bevaarbaarheid van de rivier op peil brengen.



OLR = De Overeengekomen Lage Rivierstand is een peil voor de ongestuwde delen van de Rijntakken. Het vormt een referentievlak ten opzichte waarvan diepten worden aangegeven t.b.v. de scheepvaart. Het OLR is gebaseerd op een afvoer van 1020m3/sec in Lobith.

Het COV is een samenwerkingsverband tussen ondernemersorganisatie evofenedex, de Vereniging Van Waterbouwers (VVW) en binnenvaartorganisaties het Centraal Bureau Rijn- en Binnenvaart (CBRB) en Koninklijke BLN-Schuttevaer. De Nederlandse vereniging van binnenhavens (NVB) is nauw betrokken. In COV- verband worden in totaal ruim 18.000 bedrijven vertegenwoordigd uit de binnenvaart & logistiek, waterbouw en handel & industrie.




 

De totstandkoming van een Europees Inland Waterway Transport Platform

EBU en ESO, de twee organisaties die het vervoer over de binnenwateren op Europees niveau vertegenwoordigen, hebben op 1 januari 2018 het Europees IWT Platform opgericht. Beide organisaties vertegenwoordigen een breed scala aan nationale organisaties die lid zijn van een van deze twee verenigingen.

Met dit nieuwe platform willen EBU en ESO de hele sector versterken en verbeteren. Dit platform zal worden gecoördineerd en gestuurd door de twee organisaties. De gebundelde expertise in dit platform kan worden beschouwd als een katalysator om de strategieën uit te werken op de belangrijkste onderwerpen, zoals vergroening en innovatie, duurzaamheid, onderwijs en opleiding, technische normen en infrastructuur.


Werkcommissies

Om dit platform te realiseren, hebben de organisaties gezamenlijke werkcommissies ingesteld (sociaal & onderwijs; innovatie & vergroening; veiligheid & milieu; nautisch-technisch en infrastructuur). De commissies brengen de expertise samen op de verschillende gebieden en dragen bij aan de besluitvorming van instanties op een gezamenlijke en samenhangende manier. Concrete voorbeelden zijn bijdragen van deskundigen in de CESNI-werkgroepen, UNECE werkgroepen en CDNI, etc.


Gemeenschappelijke aanpak van projecten

De verbetering en versterking van de sector moet worden gerealiseerd via een gemeenschappelijke aanpak van projecten op het gebied van:
  1. Vergroening en innovatie, inclusief de digitale agenda
  2. Duurzaamheid op het gebied van veiligheid en milieubescherming
  3. Menselijk kapitaal, zoals onderwijs, opleiding en arbeidsomstandigheden
  4. Nautisch technische aspecten van navigatie
  5. Juridische en economische gevolgen van alle relevante maatregelen
  6. Infrastructuur

Hoewel de twee organisaties EBU en ESO onafhankelijk blijven, gefinancierd door hun eigen leden en hun individuele lobbyactiviteiten zullen voortzetten, is het gezamenlijke platform bedoeld om een nieuwe expertise dimensie toe te voegen. Niet alleen ten voordele van leden van EBU en ESO, maar voor de hele binnenvaartgemeenschap en de institutionele instanties die zich bezighouden met de binnenvaart.



Meer artikelen...

Ga naar boven