Presentaties Themabijeenkomst Arbeidstijd


15 februari 2017

CBRB-Themabijeenkomst Arbeidstijdenrichtlijn

Op woensdagochtend 15 februari 2017 was een 50-tal deelnemers aanwezig bij de CBRB-Themabijeenkomst Arbeidstijdenrichtlijn. De ochtend werd voorgezeten door Kees de Graaff, Managing Director bij ZwaansDelta Barging B.V. en tevens bestuurslid van het CBRB. Hij trapte af met de mededeling dat het exact 5 jaar geleden was dat de sociale partners EBU, ESO en ETF een overeenkomst hadden ondertekend die de organisatie van de arbeidstijd in de binnenvaart regelt. In 2014 is deze overeenkomst vervat in een Europese richtlijn (2014/112/EU). Die richtlijn verplicht de lidstaten uiterlijk 31 december 2016 de nodige veranderingen in hun nationale wetgeving door te voeren. Nederland heeft de nodige wijzigingen gepubliceerd in Staatsblad 515 van 2016. 

Toelichting op de Arbeidstijdenrichtlijn voor de binnenvaart

Michiel Koning, secretaris Sociale Zaken bij het CBRB, gaf een toelichting op de geschiedenis en de inhoud van de overeenkomst die gesloten is voor de organisatie van de arbeidstijd in de binnenvaart.
 

Toelichting op de invoering in de Nederlandse wet en handhaving

Vervolgens gaf Jaap Kwakernaat, senior beleidsmedewerker bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu een toelichting op de invoering van de richtlijn in de Nederlandse wet en hoe er op gehandhaafd zal worden.


Volop vragen en discussie

Na de twee presentaties, was er gelegenheid om vragen te stellen aan beide heren. Ook Karel Stoker van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf antwoord op een aantal vragen. Er was volop discussie over de interpretatie van de overeenkomst, de richtlijn en de nationale wetgeving. Hieronder is een aantal van die vragen en de antwoorden daarop kort weergegeven.
 
 
  • De referentieperiode bedraagt 52 weken. Gaat het hier om een kalenderjaar van 1 januari tot en met 31 december? Of om een kalenderjaar van de dag van controle tot een jaar geleden?

De controle vindt plaats over een willekeurige periode van 12 maanden; gekeken wordt dus naar het voortschrijdende gemiddelde.
 
 
  • Wanneer een werknemer 31 achtereenvolgende dagen heeft gewerkt, heeft hij recht op 9,4 rustdagen. Mag hierbij worden afgerond?

In de overeenkomst staat dat de rustdagen in hele dagen worden vereffend. Dat wil dus zeggen, dat 0,4 rustdag op dat moment niet direct hoeft te worden toegekend, maar dat deze ‘op de lat’ blijft staan tot er voldoende is opgebouwd om één volle dag toe te kennen.
 
 
  • Alle werknemers hebben recht op een jaarlijkse kosteloze medische keuring. Moet deze keuring door een in de binnenvaart gespecialiseerde keuringsarts plaatsvinden, of mag dit door elke arts gedaan worden?

Het is vrij om te kiezen welke arts de werknemer keurt. Toch is het wel aan te bevelen om dit door een keuringsarts voor de binnenvaart te laten doen omdat bij de keuring gelet moet worden op symptomen of beperkingen die samenhangen met het werk aan boord.
 

 

  • Is er een modelformulier voor de registratie van de arbeidstijd?

Er is met opzet gekozen voor vrijheid van de manier van registreren. De overeenkomst bevat de minimale vereisten waar de registratie aan moet voldoen. De registratie moet tenminste de volgende informatie bevatten:
  1. naam van het vaartuig;
  2. naam van de medewerker;
  3. naam van de verantwoordelijke kapitein;
  4. datum;
  5. arbeids- of rustdag;
  6. begin en einde van de dagelijkse arbeids- of rusttijden.
Hoe de registratie plaatsvindt, maakt niet uit, dit mag op elke manier en in elk systeem. Michiel Koning adviseert overigens de arbeidstijd te registreren, niet de rusttijd. Dat voorkomt verwarring die kan ontstaan doordat de bemanningswetgeving en de arbeidstijdenwetgeving verschillende rusttijdbegrippen kennen, namelijk verplichte rusttijd die in acht genomen moet worden in verband met de veiligheid van de vaart en rusttijd die de werknemer beschermt tegen overbelasting.
 
Het is wel mogelijk gebruik te maken van de rusttijdregistratie in het vaartijdenboek, zoals door de verantwoordelijke ministeries wordt voorgesteld. Omdat voor de arbeidsrechtelijke rusttijd andere regels gelden is dit echter af te raden. Zo moet de registratie bijvoorbeeld door de werkgever en de werknemer bekrachtigd worden. Daarnaast is registratie van de arbeidstijd te prefereren omdat ook de tijd waarin laad- en loswerkzaamheden plaatsvinden meetelt. Het gaat namelijk om de arbeid die op, aan en voor het vaartuig wordt verricht, daarbij gaat het dus niet alleen om werkzaamheden tijdens de vaart.
 
De deelnemers maken zich zorgen om de complexiteit van het registreren van de arbeidstijd. Opgemerkt wordt dat de controle hierop eenvoudiger en effectiever zou kunnen plaatsvinden, wanneer er een standaardformulier beschikbaar is. Controleurs zullen anders te maken krijgen met veel verschillende manieren van registreren.
 
Wanneer zogenoemde systeemvaart gebaseerd wordt op een 1:1-dienstrooster wordt bij een dagelijkse arbeidstijd van 12 uur voldaan aan het maximaal toegestane gemiddelde van 48 uur per week. Indien er meer arbeidsdagen dan rustdagen worden ingeroosterd mag dit gemiddelde vanzelfsprekend niet worden overschreden.
 
Een belangrijke conclusie van de themabijeenkomst was, dat de registratie nog een aandachtspunt is: hoe de arbeidstijd in de praktijk adequaat geregistreerd en gehandhaafd kan worden is nog onduidelijk.
 
 
  • De Nederlandse wetgeving heeft geen extraterritoriale werking. Wat betekent dit nu precies?

De EU-lidstaten passen hun wetgeving aan de Europese richtlijn aan. Dit betekent dat de nationale wetgeving nog steeds per lidstaat kan verschillen, met dien verstande dat het minimale beschermingsniveau van de richtlijn moet worden aangehouden. De extraterritoriale werking van de Arbeidstijdenwet is vastgelegd in artikel 2 lid 8 van de Arbeidstijdenwet, maar de binnenvaart valt hier niet onder. Een schip dat internationaal vaart, kan dus mogelijk met afwijkende regelgeving per land te maken krijgen. Er moet echter wel rekening gehouden worden met de arbeid die is verricht in de 48 uur voorafgaande aan het tijdstip dat het schip de Nederlandse wateren is binnengevaren.
 
Vooralsnog is onduidelijk hoe Zwitserland (immers geen EU-lid) met deze richtlijn om zal gaan.

  • Mogen veerdiensten zich beroepen op Clausule 6 Seizoensarbeid in de passagiersscheepvaart? Hierbij gaat het dan specifiek om veerdiensten die te maken hebben met toerisme en seizoengebonden activiteiten.

Volgens de ministeries is deze bijzondere bepaling hiervoor niet bedoeld.
 
 
  • Aan boord van passagiersschepen wordt ‘s nachts wacht gehouden. In de overeenkomst is bepaald dat de nachttijd van 23.00 uur ’s avonds tot 6.00 uur de volgende ochtend duurt, dat betekent 7 uren aan nachtarbeid. Verder is bepaald dat de maximale arbeidstijd die per week in de nachttijd mag worden gewerkt 42 uren is. Dat betekent dat er elke dag 1 uur tekort wordt gekomen om één nachtwacht te laten werken. Waarom is hiervoor gekozen?

De werkbelasting van een werknemer gedurende de nachttijd is beperkt om de werknemer te beschermen.
 
 
  • Wie moet de arbeidstijdregistratie invullen?

De werkgever of zijn vertegenwoordiger moet de arbeidstijdregistratie invullen. De kapitein kan dus gemachtigd worden om dit te doen.
 
 
  • Valt een zelfstandige nu wèl of niet onder deze wetgeving?

Volgens het Europese recht valt een zelfstandige niet onder de overeenkomst en daarmee dus ook niet onder de richtlijn. Maar in de Nederlandse wetgeving kennen met name de Arbowet en de Arbeidstijdenwet een uitgebreid werknemersbegrip. Deze wetten beschouwen ook zelfstandigen als werknemers wanneer zij hun arbeid feitelijk onder gezag verrichten. Daarom moet de arbeidstijd van zelfstandigen in Nederland in die gevallen wèl geregistreerd worden. Mogelijk is dit in andere landen niet het geval.





Arbeidstijdregistratie en dienstroosters
Lijdia Pater - de Groot

Michiel Koning
Secretaris

Contact:

Dossiers in beheer:
Takenpakket:


Ga naar boven