| CCR: Gevolgen van de economische crisis voor de Rijnvaart | Terug |
|
|
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) heeft in het kader van de plenaire voorjaarszitting op 4 juni jongstleden in aanwezigheid van het Europese binnenvaartbedrijfsleven de gevolgen van de economische crisis voor de Rijn- en binnenvaart besproken. De binnenvaart heeft sinds het vierde kwartaal van 2008 gedeeltelijk zwaar te lijden onder de inkrimping van de handelsactiviteiten. De sterke daling van de vraag naar vervoer en van de vrachtprijzen heeft, samen met de beschikbaarheid van omvangrijke laadcapaciteiten op de markt, de economische situatie van de binnenvaart de laatste maanden aanzienlijk verslechterd en talrijke ondernemingen hebben te kampen met ernstige liquiditeitsproblemen. In de discussie is vooral ingegaan op de vraag of de sector door uitstel van bepaalde reglementaire voorschriften financieel kan worden ontlast. BIJLAGE
Het vervoer van aardolieproducten ontwikkelde zich atypisch in vergelijking met het vervoer van andere soorten goederen. Hier profiteerde men in de tweede helft van het jaar van aanzienlijke aankoop door de consumenten na de sterke daling van de aardolieprijzen. Deze uitzonderlijk hoge activiteit duurde echter maar een paar weken en aan het einde van 2008 en het begin van 2009 lagen de activiteiten weer op een vrijwel gebruikelijk peil. Aan het einde van het jaar en in de eerste maanden van 2009 is de vraag naar vervoer opnieuw gedaald, omdat de meest dringende behoefte inmiddels gedekt is. Het grote verbruik tijdens de strenge winter van 2008/2009 heeft tot gevolg gehad dat de transporten aan het begin van het jaar voornamelijk gebruikt zijn om de consumptie op dat moment te dekken. De voorraden zijn dus nog niet zo groot als in het verleden, hetgeen de hoop doet leven dat er in de loop van 2009 op een gegeven moment opnieuw een tijdelijke hausse in de vraag zou kunnen ontstaan, bijvoorbeeld om de voorraden verder aan te vullen als de aardolieprijs zich gunstig ontwikkelt. IV. Exploitatieomstandigheden in 2008 Wat de exploitatiekosten betreft, kan worden vastgesteld dat de kosten voor onderhoud en reparaties, alsmede de loonkosten in 2008 ongeveer even sterk als in 2007 zijn gestegen. Dit hangt vooral samen met de vrij grote bedrijvigheid bij de scheepswerven en het toenemende tekort aan geschoold binnenvaartpersoneel. Daar staat tegenover dat de rentevoet fors is gedaald. De huidige situatie bergt echter het risico in zich dat de ondernemingen zwaarder op bankleningen moeten gaan steunen. De gemiddelde kosten voor bunkerolie lagen in 2008 28 % boven de gemiddelde kosten in 2007. Na de daling van de aardolieprijzen ligt de gemiddelde kostprijs in de eerste vier maanden van 2009 opnieuw 40 % boven de gemiddelde prijs in 2008. Daarbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat het gevolg van deze fluctuaties voor de kostensituatie gedeeltelijk door de gasolieclausules in de vervoerscontracten wordt opgevangen. Wat de inkomsten betreft, lag de vervoersvraag in de loop van de eerste negen maanden van 2008 in de meeste sectoren op een hoog niveau. Gecombineerd met waterstanden die in het algemeen een optimale benutting van de laadruimte mogelijk maakten, leidde dit ertoe dat de vrachtprijzen tot aan de zomer van 2008 eveneens hoog waren. In het derde kwartaal van 2008 kwam er een volledige ommekeer in de situatie, die zich in het vierde kwartaal nog verder toespitste, evenwel met uitzondering van de tankvaart, waar het vervoer van aardolieproducten tijdelijk uitzonderlijk goede exploitatievoorwaarden kende. In de overige segmenten daalde de vervoersvraag fors en in het verlengde daarvan ook de vrachtprijzen. Deze situatie is er in 2009 niet beter op geworden, met gevolg dat de inkomsten in de Rijnvaart op dit moment zo laag zijn geworden dat een aantal ondernemers het hoofd niet meer boven water zal kunnen houden. Om dit te voorkomen, stellen verschillende banken hun klanten voor de aflossing van hun leningen op te schorten. Omgekeerd zijn er echter ook banken die vanwege de dreigende betalingsmoeilijkheden in deze sector, juist zeer terughoudend zijn om investeringen in de Rijnvaart te financieren. V. Ontwikkeling van de laadcapaciteit Het jaar 2008 wordt gekenmerkt door een record aantal nieuwe schepen dat in de vaart genomen is: meer dan 100 eenheden (motorvrachtschepen en duwbakken) voor het vervoer van drogelading en 47 eenheden voor de tankvaart. Het aantal eenheden dat op de markt gekomen is, is daarmee bijna twee keer zo groot als in de voorgaande jaren. Deze nieuwe schepen zijn goed voor een extra laadcapaciteit van bijna 300.000 t voor de drogelading en bijna 120.000 t voor de tankvaart. Het ritme waarmee de nieuwe eenheden te water worden gelaten, is begin 2009 echter iets lager komen te liggen. Op dit moment komen alleen nog schepen op de markt die lang voor de economische crisis besteld zijn. Hoewel er in de komende maanden nog wel wat schepen op de markt zullen komen waarvan de bouw nu al ver gevorderd is, zijn er voor eind 2008 toch veel bestellingen geannuleerd, omdat men onzeker geworden is over de ontwikkeling van de vraag naar vervoer op korte en middellange termijn. Een aantal scheepscasco’s die in Azië zijn besteld, zijn inmiddels onderweg naar Europa. Wanneer deze schepen echter volledig uitgerust zullen worden, zal wellicht in functie van de conjunctuur worden uitgesteld.
|











