Wederzijds goedvinden Werkgever en werknemer kunnen een arbeidsovereenkomst 'met wederzijds goedvinden' beëindigen. Zij moeten het dan met elkaar eens worden over de beëindiging. In dat geval is er geen toestemming van het UWV of uitspraak van de rechter nodig. Daarom wordt aan deze wijze van beëindiging altijd de voorkeur gegeven. Het is wel verstandig de bereikte overeenstemming schriftelijk vast te leggen.
Bepaalde of onbepaalde tijd Als een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd is aangegaan is de duur - en daarmee ook de einddatum - in de overeenkomst vastgelegd. Op de einddatum eindigt de overeenkomst van rechtswege (automatisch). Indien er na de einddatum toch wordt doorgewerkt (zonder dat werkgever en werknemer daarover iets afspreken) gaat de wet ervan uit dat aansluitend een nieuwe arbeidsovereenkomst is aangegaan voor dezelfde duur. Ook die nieuwe arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op de einddatum, mits aan twee voorwaarden is voldaan:
de totale duur van de aansluitende overeenkomsten mag niet langer zijn dan 36 maanden,
er mogen niet meer dan 3 aansluitende overeenkomsten gesloten zijn.
Wanneer niet aan deze voorwaarden voldaan is wordt de arbeidsovereenkomst geacht te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd. Het is van belang de beoogde beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zo vroeg mogelijk kenbaar te maken, zodat de werknemer weet waar hij aan toe is en op zoek kan gaan naar ander werk.
Ontbinding Om tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te komen kan de werkgever bij de kantonrechter een verzoek indienen om de overeenkomst te ontbinden. In het algemeen verdient het aanbeveling daarvoor een (gespecialiseerde) advocaat in te schakelen. Bij honorering van het verzoek zal de rechter doorgaans aan de werknemer een ontbindingsvergoeding toekennen volgens de zogenoemde 'kantonrechtersformule'. Dit betekent dat met ontbinding veelal aanzienlijke kosten gemoeid zijn.
Opzegging Een andere mogelijkheid is de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Als de werknemer niet met opzegging akkoord gaat dient de werkgever bij het UWV WERKbedrijf (voorheen: CWI) toestemming aan te vragen in de vorm van een zogenoemde 'ontslagvergunning'. Aan een dergelijke ontslagaanvraag zijn geen kosten verbonden. In de ontslagvergunning wordt het tijdvak aangegeven waarbinnen de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig kan worden opgezegd. Bij de opzegging moet de wettelijke opzegtermijn in acht genomen worden; de opzegtermijn begint dus pas te lopen op het moment van de opzegging.
Opzegtermijn Opzegging van een arbeidsovereenkomst is gebonden aan strikte wettelijke regels, met name ten aanzien van de opzegtermijn. De wettelijke opzegtermijn voor de werkgever is afhankelijk van de duur van het dienstverband:
dienstverband < 5 jaar 5 - 10 jaar 10 - 15 jaar > 15 jaar
Als het UWV WERKbedrijf een ontslagvergunning heeft verleend mag een maand van de wettelijke opzegtermijn worden afgetrokken, mits er ten minste een opzegtermijn van een maand overblijft.
Verder is het van belang na te gaan per welke datum de arbeidsovereenkomst moet worden opgezegd. De wet zegt dat tegen de laatste dag van de maand moet worden opgezegd, tenzij schriftelijk een andere datum is afgesproken of als het gebruikelijk is om van een andere datum uit te gaan.
Aanvraag ontslagvergunning Voor het aanvragen van een ontslagvergunning moet de werkgever zich wenden tot de afdeling Arbeidsjuridische Dienstverlening (AJD) van het UWV WERKbedrijf. De aanvraag moet worden ingediend in het werkgebied waarin de werkgever gevestigd is. Het UWV WERKbedrijf werkt met 'hoor en wederhoor': de aanvraag wordt schriftelijk voorgelegd aan de werknemer; op diens reactie mag de werkgever commentaar geven; tenslotte mag de werknemers nogmaals reageren. Daarna worden de stukken voorgelegd aan een ontslagadviescommissie die beoordeelt of het ontslag redelijk is en adviseert de vergunning te verlenen of te weigeren. Naast de redenen voor het ontslag worden daarbij ook de inspanningen van de werkgever voor herplaatsing in ogenschouw genomen.
Alle informatie over de aanvraagprocedure en de behandeling is te vinden op de website van het UWV WERKbedrijf
Normaal gesproken neemt de behandeling enkele maanden (ten minste 6 weken) in beslag. In het algemeen is het raadzaam eerst een afspraak te maken met de afdeling AJD. Zodoende kunnen vragen of onduidelijkheden met betrekking tot de onderbouwing van de aanvraag vooraf worden opgehelderd. Verder kunnen vertragingen van de behandeling worden voorkomen door de aanvraag compleet, met alle benodigde gegevens, in te dienen. Het UWV WERKbedrijf (de naam zegt het al!) bemiddelt ook bij het vinden van ander werk voor de betrokken werknemer; als dat lukt kan de arbeidsovereenkomst alsnog met wederzijds goedvinden eindigen.
Het CBRB is lid van VNO-NCW. VNO-NCW is de grootste ondernemingsorganisatie van Nederland. VNO-NCW behartigt zowel op nationaal als op internationaal niveau de gemeenschappelijke belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. De bij VNO-NCW aangesloten bedrijven en (bedrijfstak) organisaties vertegenwoordigen 90 procent van de werkgelegenheid in de Nederlandse marktsector.
Van: Aan: Verzonden: Onderwerp:
VNO-NCW CBRB 21 april 2009 Aanbeveling STAR deeltijd WW
Geachte leden,
Bijgaand zenden wij u de aanbeveling van de Stichting van de Arbeid over het Besluit deeltijd WW tot behoud van vakkrachten, dat met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2009 geldt.
Per 1 april jl. kunnen werkgevers deeltijd-WW voor maximaal 50 % aanvragen voor vakkrachten die zij willen behouden en waarvoor tijdelijk minder werk beschikbaar is. Sociale partners moeten op decentraal niveau afspraken maken over de aanvraag tot deeltijd-WW. Afspraken over het geheel of gedeeltelijk aanvullen van de WW-uitkering kunnen hier deel van uitmaken. De vakbonden of werknemersvertegenwoordiging kunnen kun goedkeuring van deeltijd-WW echter niet laten afhangen van loonaanvulling.
Nieuwe regels voor ontslag wegens bedrijfs-economische redenen Last in-first out maakt plaats voor afspiegeling van personeelsbestand.
Vanaf 1 maart 2006 gelden andere regels bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen. Vanaf die datum is het Ontslagbesluit gewijzigd en dus de regels waaraan het CWI toetst of het ontslag correct is aangevraagd.
Het CWI toetst de ontslagaanvraag voortaan op drie punten:
Is er echt noodzaak voor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen?
Zijn de mogelijkheden om mensen te herplaatsen wel volledig benut?
Als de vorige vragen met ja zijn beantwoord, bekijkt het CWI of de juiste mensen voor ontslag zijn voorgedragen en of daarbij de juiste ontslagvolgorde is gehanteerd.
Afspiegelingsbeginsel Het CWI bekijkt bij de ontslagvolgorde vanaf 1 maart 2006 of bij de ontslagen recht is gedaan aan het afspiegelingsbeginsel. Dat houdt in grote lijnen in, dat na de ontslagronde personeel van alle leeftijdsgroepen binnen een functie over moet blijven. Het is dus niet (meer) toegestaan om de alléén de nieuwste medewerkers of juist alleen ouderen te ontslaan.
De belangrijkste wijzigingen in de regelgeving zijn:
Voor de afspiegelingsregel worden de werknemers in ‘uitwisselbare functies’ eerst in leeftijdsgroepen verdeeld. Binnen die groepen moeten de werknemers met het kortste dienstverband er wel als eerste uit. Het ontslagbesluit geeft vijf leeftijdsgroepen aan waarbinnen de verdeling moet worden gemaakt: 15-24 jaar; 25-34 jaar; 35-44 jaar; 45-54 jaar en 55 jaar en ouder.
Deze regel geldt alleen werknemers in dezelfde, uitwisselbare, functies worden ontslagen. Als een bepaalde functie helemaal vervalt, hoeft er geen ontslagvolgorde te worden bepaald.
Afspiegeling is voortaan de hoofdregel, dus werkgevers mogen bij een bedrijfseconomisch ontslag niet meer kiezen tussen afspiegeling en anciënniteit. De regel geldt altijd, ook bij ontslagrondes waarbij minder dan 10 werknemers het bedrijf moeten verlaten.
Soms geen bedrijfseconomische toets Bij een collectief ontslag (van 20 of meer werknemers) hoeft het CWI soms niet meer te toetsen of er sprake is van een bedrijfseconomische reden. Dat kan als de werkgever een verklaring heeft van de belanghebbende vakbonden dat er sprake is van bedrijfseconomische redenen die tot ontslag moeten leiden.
Op 8 mei jl. heeft de jaarlijkse CBRB themabijeenkomst, voorafgaand aan de C&SI beurs, in het teken gestaan van: Coöperatief Ondernemen. Slimmer samenwerken, de mogelijkheden en het juridisch kader, de visie vanuit de klant en een paneldiscussie komen aan bod. Voor de presentaties en meer informatie kijkt u hier.
Hoe word ik MultiModaal?
Veel ondernemers in de transportsector overwegen om hun dienstenpakket uit te breiden met meer modaliteiten. Maar ze aarzelen. Want het lijkt ingewikkeld. Spoor en binnenvaart zijn compleet andere werelden dan het wegvervoer. Nu is er een handzaam hulpmiddel dat helpt om de eerste stappen te zetten. Als lid van CBRB kunt u dit handboek aanschaffen met 25 procent korting.