| Tussenrapportage crisisberaad juni 2009 | Terug |
|
|
Vanwege de uitzonderlijke situatie rond de crisis heeft het Brancheoverleg Binnenvaart begin mei 2009 aan de heer W. Van Sluis (registeraccountant en oud havenwethouder van Rotterdam) verzocht om het voorzitterschap van een crisisberaad binnenvaart en twee werkgroepen (Staatsgarantie en Capaciteit) op zich te nemen. De twee werkgroepen, bestaande uit vertegenwoordigers van banken, binnenvaartbranche, rijksoverheid en makelaars, hebben zich over de situatie gebogen en komen in deze tussenrapportage tot overwegingen en conclusies. Deze tussenrapportage dient ertoe om de binnenvaartondernemers te informeren over de mogelijkheden en om te peilen of, indien de crisis tot na de zomer zou duren er voldoende draagvlak is voor het maken van afspraken tussen partijen. Aansluitend op deze publicatie wordt op woensdag 17 juni a.s. voor alle binnenvaartondernemers een grote voorlichtingsbijeenkomst in de Maassilo aan de Maashaven in Rotterdam georganiseerd (van 16.00 tot 18.30 uur).
Analyse van de situatie De binnenvaart, in het bijzonder de droge bulk- en de containersector, verkeert medio juni 2009 in een moeilijke situatie. Het transport is met 20 tot 25% gedaald (in sommige deelmarkten zelfs met meer dan 50%). In een groot aantal deelmarkten is de vrachtprijs tot ver beneden de kostprijs gedaald. Het ligt voor de hand dat de crisis in het transport, door seizoensinvloeden, in de zomermaanden z’n dieptepunt kent. Wanneer in september de markt zou aantrekken kan de binnenvaart dit wel doorstaan. Veel ondernemers pleiten er daarom voor om de crisis te laten uitrazen en de markt haar werk te laten doen. Beide werkgroepen erkennen dat dit de beste oplossing is bij een kortstondige crisis (dus: wanneer na de zomer de markt weer opleeft).
Wanneer in de binnenvaart echter bij een langdurige crisis op grote schaal faillissementen gaan vallen en schepen geveild gaan worden, betekent dit een forse waardedaling van alle schepen. Dit terwijl na het faillissement de ondernemers verdwijnen maar de schepen in de markt blijven en tegen nog lagere vrachtprijzen kunnen worden geëxploiteerd. Anno mei 2009 is al sprake van een forse waardedaling van schepen en wordt er vrijwel geen schip meer verkocht. Uiteindelijk zou dit grote gevolgen kunnen hebben voor de positie van de binnenvaart met name op het gebied van het imago en de veiligheid, waardoor een slecht toekomstperspectief zal gaan overheersen.
Eind mei was door 5 tot 10% van de binnenvaartondernemers uitstel van betaling van schulden bij de banken aangevraagd. Indien de malaise aanhoudt zal naar verwachting in september 50% en eind dit jaar 70 tot 80% van de binnenvaartondernemers niet aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. Een aanhoudende crisis zal daardoor vrijwel alle binnenvaartondernemers raken. Faillissementen op grote schaal zijn dan onontkoombaar. De werkgroepen menen dat in zo’n situatie de schepen niets meer waard zullen zijn en de bodem onder de binnenvaartmarkt uitvalt. Geen der partijen heeft hier belang bij. Vanuit de werkgroepen wordt daarom geadviseerd tussen alle partijen afspraken te maken om bij een langdurige crisis voorbereid te zijn.
Voorstellen Het overleg in de werkgroepen heeft ertoe geleid dat het mogelijk is tussen partijen (banken –Rabo,ABN/Amro,ING-, binnenvaartbranche, makelaars en rijksoverheid) in ieder geval de navolgende afspraken te maken:
Alle binnenvaartbedrijven met een voldoende continuïteitsperspectief kunnen erop rekenen dat de bank zich zal inzetten om het bedrijf door de crisis heen te loodsen. In de praktijk betekent dit dat de banken bij bedrijven die na de crisis een perspectief hebben of een normale bedrijfsuitoefening betrachten uitstel van betaling van in ieder geval de aflossing zullen verstrekken. Deze afweging blijft wel steeds een individuele beoordeling door de bank.
Voor binnenvaartbedrijven die gedurende de crisis niet in staat zijn door technische oorzaken hun bedrijf te kunnen voortzetten (voor het verrichten van noodzakelijke investeringen) geldt de hoofdlijn dat deze bedrijven in beginsel worden hergefinancierd om de continuïteit te waarborgen.
Het uitgangspunt van de afspraken tussen banken en binnenvaartbranche is het failleren en daarna veilen van binnenschepen zoveel mogelijk te voorkomen, omdat dit tot een ernstige neerwaartse spiraal van de waarde van de schepen zou leiden, waarbij geen der partijen belang heeft. In extreme situaties kunnen faillissementen echter niet worden uitgesloten.
Alle eigenaren van binnenschepen die bij een van de bovengenoemde binnenvaartbanken een hypotheekovereenkomst hebben gesloten kunnen aanspraak maken op bovengenoemde afspraken (ook voor schepen zonder Staatsgarantie). De rijksoverheid bevordert dat de regels rond de Staatsgarantie geen belemmering zijn bij het uitvoeren van de bovenstaande afspraken.
De eigenaren van schepen dienen er rekening mee te houden dat wanneer zij aanspraak maken op deze afspraken, als tegenprestatie kan worden verwacht dat zij gaan deelnemen aan “schepenpools”, met het oogmerk in crisistijd tot kostenreductie te komen en/of tijdelijk vraag en aanbod van scheepsruimte en lading beter op elkaar af te stemmen.
Gedurende de voorlichtingsbijeenkomst wordt nagegaan of deze afspraken op draagvlak in de binnenvaart zouden kunnen rekenen.
Crisisberaad Binnenvaart Wim van Sluis, voorzitter
|










Op 8 mei jl. heeft de jaarlijkse CBRB themabijeenkomst, voorafgaand aan de C&SI beurs, in het teken gestaan van: Coöperatief Ondernemen. Slimmer samenwerken, de mogelijkheden en het juridisch kader, de visie vanuit de klant en een paneldiscussie komen aan bod. 