Rijkswaterstaat handhaaft intensief in de week van 21 tot en met 25 mei
In de week van 21-25 mei houdt Rijkswaterstaat samen met de handhavingspartners in de binnenvaart opnieuw een actieweek voor de handhaving van het Scheepsafvalstoffenbesluit (SB). De nadruk ligt op het lozingsverbod voor hotel- en passagiersschepen. Daarnaast wordt extra gecontroleerd op de aanwezigheid van (buitenlandse) losverklaringen bij alle beroepsschepen.
Lozingsverbod
Op 1 januari 2012 is deel C van het SB in werking getreden. Het lozingsverbod dat hierin is opgenomen houdt in dat hotel- en passagiersschepen geen huishoudelijk afvalwater meer mogen lozen op het oppervlaktewater. Dit mag alleen nog via een goedgekeurde boordzuiveringsinstallatie. Het achterblijvende zuiveringsslib moeten ze afgeven bij een ontvangstvoorziening. Als het schip geen zuiveringsinstallatie aan boord heeft, moet het zijn afvalwater verzamelen in een opslagtank. Het afvalwater kan worden afgeven bij een (vuilwater)ontvangstvoorziening.
Tijdens de actieweek wordt vooral gecontroleerd op de aanwezigheid van een boordzuiveringsinstallatie of opslagtank, illegale lozingen en de afgifte van zuiveringsslib.
Buitenlandse losverklaringen
De handhavingpartners zijn zich ervan bewust dat het verkrijgen van een losverklaring met name in het buitenland nog niet vlekkeloos verloopt. Schippers die problemen ondervinden bij het krijgen van een (buitenlandse) losverklaring, kunnen dit melden bij het Meld- en Informatiepunt (M&I) van Havenbedrijf Rotterdam, tel 010- 252 10 00.
Indien een schipper melding heeft gemaakt, wordt hier rekening mee gehouden bij de controles. Wanneer een schipper géén melding heeft gedaan bij het M&I zullen de handhavingspartners proces verbaal opmaken.
Actieweek
Rijkswaterstaat voert het hele jaar scheepsmilieucontroles uit. De actieweek is bedoeld om extra aandacht te vestigen op het lozingsverbod en de losverklaringen en zo te zorgen voor schonere vaarwegen. De handhavingspartners krijgen door de actieweek een duidelijker beeld van de naleving van de milieuregels van het SB dat inmiddels helemaal is geïmplementeerd.
Als schepen de milieuvoorschriften overtreden, maken de handhavers procesverbaal op of delen ze een bestuurlijke boete uit. Het blijft dus niet bij informeren en waarschuwen.
Rijkswaterstaat coördineert de handhavingsweek in nauwe samenwerking met de Havenbedrijven Rotterdam en Amsterdam. De Zeehavenpolitie en de KLPD zijn zo nodig op afroep beschikbaar.
Achtergrond en meer informatie
Doel van het SB is de bescherming van het milieu. Daarbij is het uitgangspunt dat de vervuiler de kosten draagt die verbonden zijn aan het inzamelen, bewerken en verwerken van afval.
Het SB is op 1 november 2009 in werking getreden; op 1 januari 2012 is ook het laatste deel, deel C, van toepassing geworden.
Het Scheepsafvalstoffenbesluit (SB) stond voorheen bekend als het Scheepsafvalstoffenverdrag (SAV); internationaal wordt de afkorting CDNI gebruikt.
Met vragen kunt u terecht bij de Stichting Afvalstoffen en Vaardocumenten Binnenvaart (SAB), telefoonnummer 010-412 95 44 of www.sabni.nl.
Alleen met vragen over deel B (losverklaringen) kun u terecht bij het Meld- en Informatiepunt (M&I) van Havenbedrijf Rotterdam, tel 010-252 10 00.
Bestuur en leden van Scheepvaartgilde hebben in de afgelopen periode vastgesteld dat de behartiging van de belangen van binnenvaartondernemers in het algemeen en van het vervoer van (ophoog)zand en grind in het bijzonder meer dan ooit gebaat is bij een eensluidend en gezamenlijk geluid.
De huidige politieke, maatschappelijke en economische ontwikkelingen maken eens te meer duidelijk dat verdeeldheid bij het behartigen van belangen geen verbeteringen brengt, maar leidt tot het uitblijven van gehoor voor de problemen en wensen van de sector.
De Vereniging Zand- en Grindschippers (VZ&G) laat al langere tijd, als overleggroep binnen de ledengroep Varende Ondernemers, haar sociaaleconomische belangen behartigen door het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB). VZ&G en Scheepvaartgilde, zijn verheugd mee te delen dat zij intensiever zullen gaan samenwerken bij de behartiging van de, vaak gedeelde, belangen.
De leden van Scheepvaartgilde hebben daartoe in hun speciale ledenvergaderingen van januari en februari besloten om, naast hun lidmaatschap van Scheepvaartgilde, toe te treden tot de overleggroep VZ&G van het CBRB. De naar verwachting succesvolle samenwerking binnen de overleggroep VZ&G moet er in de loop van 2013 toe kunnen leiden dat Scheepvaartgilde samen kan gaan binnen de overleggroep en het sociaaleconomische geluid van de zand- en grindvaart (inclusief ophoogzand), meer dan ooit te voren sterker naar voren kan komen.
Scheepvaartgilde en VZ&G zijn ervan overtuigd dat de intensievere samenwerking zal leiden tot blijvende en constructieve aandacht voor de problematieken bij het vervoer over water van alle (ophoog)zand en grind en verwachten dat deze samenwerking zal leiden tot nog betere constructieve dialoog in de sector tussen vervoerders, verladers en overheid.
In de komende ledenvergadering van Scheepvaartgilde op 12 mei 2012 zullen de leden van Scheepvaartgilde worden geïnformeerd over de wijze waarop de samenwerking gedurende het komende jaar concreet ingevuld zal worden. Bestuurders van VZ&G en Scheepvaartgilde hebben hierover in de afgelopen periode goed overleg gevoerd.
Op weg naar een landelijk dekkend AIS-monitoringsysteem voor de scheepvaart
Persbericht Rijkswaterstaat
Vandaag, 26 april 2012, installeert Rijkswaterstaat het eerste base station voor Inland-AIS (Automatic Identification System). Dit base station ontvangt gegevens die door schepen met een AIS- transponder worden uitgezonden.
Het base station is de eerste mijlpaal op weg naar een landelijk dekkend netwerk voor AIS. Rijkswaterstaat krijgt hiermee een beter overzicht van het verkeer op de vaarwegen en gebruikt de gegevens voor een vlotte en veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer.
Met de gegevens die door deze AIS-walinfrastructuur beschikbaar komen (scheepsnaam en positiegegevens) kan Rijkswaterstaat op termijn verkeersprognoses afgeven voor bijvoorbeeld sluisplanningen. Daarmee kan Rijkswaterstaat de dienstverlening aan de scheepvaart verbeteren.
Ook hoeven schepen zich op termijn nog maar een keer aan te melden bij de verkeersposten van Rijkswaterstaat en andere overheden als deze automatisch over de AIS-gegevens beschikken.
Vervolg werkzaamheden
In totaal plaatst Rijkswaterstaat circa veertig base stations over heel Nederland, waarmee een landelijk dekkend AIS-monitoringsysteem wordt gerealiseerd. De aannemers Saab-Tein V.O.F. en VolkerWessels Telecom Netwerk Solutions voeren de werkzaamheden uit. Zij voeren het werk uit in drie fasen: als eerste wordt het traject Rotterdam-Duitsland voorzien van base stations, vervolgens het traject Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen en tot slot het overige deel van Nederland. Eind 2013 wordt het werk afgerond.
Gegevens van andere vaarwegbeheerders
Om voor verkeersmanagementtaken tot een actueel landelijk beeld van het scheepvaartverkeer te komen, heeft Rijkswaterstaat in november 2011 een overeenkomst getekend met andere vaarwegbeheerders. Met Havenbedrijf Rotterdam, de Schelde Radar Keten en de Kustwacht is afgesproken dat zij gegevens uit AIS over de scheepsnaam en positie van schepen in hun beheergebied delen met Rijkswaterstaat waardoor Rijkswaterstaat een landelijk beeld krijgt van alle schepen met AIS-transponders.
Rijkswaterstaat wil hiermee de veiligheid en de doorstroming van het verkeer op de vaarwegen verbeteren. Met een betrouwbare reistijd kan de binnenvaart beter aansluiten op de wensen in de logistieke keten.
In a unique plea European transport organisations, representing European maritime and inland port authorities, airport operators, inland waterway, maritime, rail, road, air transport companies, infrastructure managers, operators, port and logistic service providers, shippers, cyclists, chambers of commerce and transport worker, urge EU Member States and the European Parliament to safeguard the 32 billion EUR budget that has been allocated to EU transport infrastructure within the Connecting Europe Facility (CEF) in the 2014-2020 budget. Achieving a complete and integrated resource-efficient and sustainable transport network, covering and interconnecting all modes, Member States and Regions must be seen as an essential investment to create growth and jobs in the European Union.
The transport industry directly employs around 10 million people in the EU and counts for about 5% of GDP. When related industries (manufacturing, servicing, maintenance, etc.) are included, these figures can be doubled. Besides, transport is one of the sectors where European companies are world leaders in infrastructure, logistics, traffic management systems and manufacturing of transport equipment.
The 2011 EU Transport White Paper confirms the importance of transport and its contribution to Europe’s economy. By 2050, the demand for freight transport activity is expected to raise by 80% and for passenger activity by 51%.
If the EU wants a transport infrastructure network that can meet traffic demand and support economic activity, it will need at least 250 billion EUR by 2020 according to European Commission estimates. This sum will remove bottlenecks and complete missing links in the Core Network. A further 250 billion EUR will be needed to improve the Comprehensive Network to provide accessibility to the Core Network. >> read full text
The plea was initiated by the European Federation of Inland Ports (EFIP) and is supported by EBU.
Het Transitie Comité is nu een jaar actief. De hele binnenvaart vraagt zich af wat de stand van zaken is. Waarom gaat het niet sneller? Is er wel enige voortgang geboekt? De werkgroep heeft donderdag 22 maart 2012 het document ‘Samen voor de toekomst van de binnenvaart’ aan het Transitie Comité aangeboden en toegelicht. In dit stuk wordt een nieuwe branche brede binnenvaartorganisatie beschreven met een ledengroep organisatiestructuur en een bureau dat daaraan gekoppeld is. Directeur Robert Tieman van het CBRB gaat in op een aantal voor het CBRB essentiële bouwstenen in het proces.
Er is onduidelijkheid over aanstaande Duitse regelgeving waardoor aanscherpingen op het gebied van ontgassen van ladingtanks voor een grote groep producten van kracht zullen kunnen worden.
In een vergevorderd concept wetsontwerp van de 21ste editie van Bundes-Immissionsschutz-verordnungen van het Duitse Bundesministerium für Umwelt, Naturschutz und Reaktorsicherheit staan de diverse maatregelen genoemd. De groep van UN 1268 (Aardoliedestillaten of Aardolie-producten) betreft een significante hoeveelheid producten die door de binnentankvaart vervoerd worden. Door het ontbreken van een goede infrastructuur voor het verwerken van dergelijke ladingdampen bestaat de mogelijkheid dat er met deze regelgeving veel scheepsbewegingen naar de Nederlandse grens gegenereerd zullen worden om vervolgens in het grensgebied de ladingtanks te ventileren ten behoeve van een vervolglading. Het is reëel te vooronderstellen dat de internationaal georiënteerde binnentankvaart door dergelijke significante inkrimping van het gebied waar in West- Europa geventileerd mag worden, in een verder negatief daglicht zal komen te staan. Om aan de kwaliteitseisen te voldoen, moeten de resten in de tanks veelvuldig geventileerd worden bij een bepaalde combinatie van na elkaar vervoerde producten en als het schip naar de werf moet of er reparaties moeten worden verricht. Deze laatste mogelijkheid wordt ook in het voorstel benoemd en er zal strenger op gecontroleerd worden of de reparaties van zulke aard zijn dat een ventilatie wel überhaupt noodzakelijk is.
Het CBRB staat zeer positief tegenover het terugdringen van het ontgassen van ladingtanks, maar ziet, net als bij de benzinerichtlijn (EU richtlijn 94/63/EG) waardoor op Europees niveau een verbod sinds 2006 geldt op het ontgassen van benzinedampen, een gezamenlijke Europese aanpak als de enige weg. Met een dergelijke aanpak zijn wellicht ook kansen en mogelijkheden te benoemen voor de binnentankvaart. Mede door regionale maatschappelijke en politieke druk is de wens van het vervoerend bedrijfsleven, welke reeds in 2004 aan de overheid gecommuniceerd is, om dit onderwerp te benoemen in deel B van het inmiddels van kracht zijnde Scheepsafvalstoffenverdrag de laatste jaren in een stroomversnelling gekomen. De ventilatie van de ladingtanks is uitdrukkelijk in de wet voorzien om de vereiste veiligheid in de ladingtanks te waarborgen. Het bedrijfsleven zet zich in om het ventileren te reduceren en op korte termijn zullen er technische innovaties in een testfase komen. In het Duitse voorstel wordt niet gesproken over enige overgangsmaatregel waardoor, wanneer het besluitvormingsproces gevolgd wordt, dit op korte termijn van kracht zal worden op Duits grondgebied met logistieke gevolgen in de gehele logistieke keten. Het CBRB heeft de Nederlandse overheid gevraagd aandacht te hebben voor het Duitse voornemen en te pleiten voor een gezamenlijk Europees optreden in het terugdringen van de ladingemissies voor de gehele petrochemische logistieke keten op korte termijn.
CBRB maakt zich zorgen over isolering Nederland op het gebied van regelgeving van ventileren ladingtanks
Er is onduidelijkheid over aanstaande Duitse regelgeving waardoor aanscherpingen op het gebied van ontgassen van ladingtanks voor een grote groep producten van kracht zullen kunnen worden.
In een vergevorderd concept wetsontwerp van de 21ste editie van Bundes-Immissionsschutz-verordnungen van het Duitse Bundesministerium für Umwelt, Naturschutz und Reaktorsicherheit staan de diverse maatregelen genoemd. De groep van UN 1268 (Aardoliedestillaten of Aardolie-producten) betreft een significante hoeveelheid producten die door de binnentankvaart vervoerd worden. Door het ontbreken van een goede infrastructuur voor het verwerken van dergelijke ladingdampen bestaat de mogelijkheid dat er met deze regelgeving veel scheepsbewegingen naar de Nederlandse grens gegenereerd zullen worden om vervolgens in het grensgebied de ladingtanks te ventileren ten behoeve van een vervolglading. Het is reëel te vooronderstellen dat de internationaal georiënteerde binnentankvaart door dergelijke significante inkrimping van het gebied waar in West- Europa geventileerd mag worden, in een verder negatief daglicht zal komen te staan. Om aan de kwaliteitseisen te voldoen, moeten de resten in de tanks veelvuldig geventileerd worden bij een bepaalde combinatie van na elkaar vervoerde producten en als het schip naar de werf moet of er reparaties moeten worden verricht. Deze laatste mogelijkheid wordt ook in het voorstel benoemd en er zal strenger op gecontroleerd worden of de reparaties van zulke aard zijn dat een ventilatie wel überhaupt noodzakelijk is.
Het CBRB staat zeer positief tegenover het terugdringen van het ontgassen van ladingtanks, maar ziet, net als bij de benzinerichtlijn (EU richtlijn 94/63/EG) waardoor op Europees niveau een verbod sinds 2006 geldt op het ontgassen van benzinedampen, een gezamenlijke Europese aanpak als de enige weg. Met een dergelijke aanpak zijn wellicht ook kansen en mogelijkheden te benoemen voor de binnentankvaart. Mede door regionale maatschappelijke en politieke druk is de wens van het vervoerend bedrijfsleven, welke reeds in 2004 aan de overheid gecommuniceerd is, om dit onderwerp te benoemen in deel B van het inmiddels van kracht zijnde Scheepsafvalstoffenverdrag de laatste jaren in een stroomversnelling gekomen. De ventilatie van de ladingtanks is uitdrukkelijk in de wet voorzien om de vereiste veiligheid in de ladingtanks te waarborgen. Het bedrijfsleven zet zich in om het ventileren te reduceren en op korte termijn zullen er technische innovaties in een testfase komen. In het Duitse voorstel wordt niet gesproken over enige overgangsmaatregel waardoor, wanneer het besluitvormingsproces gevolgd wordt, dit op korte termijn van kracht zal worden op Duits grondgebied met logistieke gevolgen in de gehele logistieke keten. Het CBRB heeft de Nederlandse overheid gevraagd aandacht te hebben voor het Duitse voornemen en te pleiten voor een gezamenlijk Europees optreden in het terugdringen van de ladingemissies voor de gehele petrochemische logistieke keten op korte termijn.
Op 8 mei jl. heeft de jaarlijkse CBRB themabijeenkomst, voorafgaand aan de C&SI beurs, in het teken gestaan van: Coöperatief Ondernemen. Slimmer samenwerken, de mogelijkheden en het juridisch kader, de visie vanuit de klant en een paneldiscussie komen aan bod. Voor de presentaties en meer informatie kijkt u hier.
Hoe word ik MultiModaal?
Veel ondernemers in de transportsector overwegen om hun dienstenpakket uit te breiden met meer modaliteiten. Maar ze aarzelen. Want het lijkt ingewikkeld. Spoor en binnenvaart zijn compleet andere werelden dan het wegvervoer. Nu is er een handzaam hulpmiddel dat helpt om de eerste stappen te zetten. Als lid van CBRB kunt u dit handboek aanschaffen met 25 procent korting.