| Nieuwsbrief 2011 - 12 | Terug |
|
| dinsdag 20 december 2011 15:44 | |||
In dit nummer:
Beroep op crisishardheidsclausule tot eind 2012
Wat was besloten in 2009? De eigenaar van het schip moet samen met de aanvraag een (eigen) verklaring overleggen dat de kosten van de noodzakelijke maatregelen voor hem vanwege de actuele economische crisis onevenredig hoog zijn. De kosten voor uit te voeren maatregelen kunnen door de scheepseigenaar worden aangegeven. Voor elk afwijkingen van de desbetreffende overgangsbepalingen en de redenen daarvoor in het certificaat van onderzoek onder nummer 52 worden genoemd. De toepassing van de desbetreffende eis wordt niet opgeheven, maar tot de volgende verlenging van het certificaat van onderzoek verschoven. Voor meer informatie zie http://bit.ly/p79teT
Einde crisishardheidsclausule? Zowel de Nederlandse delegatie als het Europese binnenvaartbedrijfsleven hebben gevraagd om verlenging van de crisishardheidsclausule. Het Nederlandse binnenvaartbedrijfsleven heeft, bij de bespreking met het Ministerie van Infrastructuur & Milieu van de onderzoeksresultaten van de consequenties van het aflopen van overgangsbepalingen in het ROSR (zie het artikel elders in deze Nieuwsbrief), het belang van een verlenging van de crisishardheidsclausule onderstreept. Voor een verlenging is internationale overeenstemming en binnen de CCR unanieme instemming nodig.
Nieuw besluit verlenging crisishardheidsclausule
Wat te doen? Voor een overzicht om welke eisen het gaat, zie Overgangsbepalingen en dan de overzichten:
"Oude radarinstallaties" Voor nadere informatie kunt u terecht bij Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Rapport Onderzoek en beleidsadvies overgangsbepalingen ROSREerst nog wat korte achtergrondinformatie Het Ministerie heeft dit jaar een onderzoek uitgevoerd naar de door de binnenvaartbranche ervaren knelpunten ten aanzien van de overgangsbepalingen ROSR. Het CBRB heeft deelgenomen aan alle verdiepingsstudies van het onderzoek. In eerdere Nieuwsbrieven bent u hierover geïnformeerd. Het onderzoek is recent afgerond.
Tijdens een themabijeenkomst bij het ministerie van I&M op 10 oktober jl. zijn het "Rapport onderzoek en beleidsadvies overgangsbepalingen binnenvaart", de bijlagen, en de "Notitie overgangsbepalingen passagiersschepen" gepresenteerd en de aanbevelingen van de onderzoekers besproken. Doel van de bijeenkomst voor het Ministerie was inzicht te verkrijgen in de standpunten van de binnenvaartsector over het onderzoeksrapport, de bijbehorende notitie en de aanbevelingen en aan de hand van de uitkomsten van de bijeenkomst een standpunt bepalen. In aanvulling op het verslag van de bijeenkomst, heeft het binnenvaartbedrijfsleven een gezamenlijk reactie op het rapport gestuurd aan het ministerie.
Reacties binnenvaartsector Verder beperken de in het rapport genoemde consequenties – het verdwijnen van (een deel van) de kleine vloot schepen - zich tot de impact op de Nederlandse vervoersmarkt en in het bijzonder voor het Nederlandse binnenvaartvervoer. Behalve dat genoemde percentages ons inziens onjuist zijn, wordt ook op geen enkele wijze duidelijk gemaakt wat de gevolgen zijn voor de "BV Nederland", de benutting van de haarvaten in de toekomst en het milieu. Ook constateerden wij dat er verwarring is van verschillende feiten, namelijk die van het bereiken van de pensioenleeftijd van binnenvaartondernemers en het wel of niet meer in de vaart hebben van de schepen van deze ondernemers ten gevolge hiervan. Door te stellen dat de schepen verdwijnen door de vergrijzing, wat niet zo behoeft te zijn, wordt de consequentie van het aflopen van overgangsbepalingen in het ROSR voor deze schepen onterecht verzwakt. Verder is er in sommige gekozen oplossingsrichtingen een koppeling tussen toepassing hardheidsclausule (ROSR, artikel 24.04, lid 4) en eis van gelijkwaardigheid. Dit is een onjuiste interpretatie van de regelgeving. In het ROSR is geen koppeling gemaakt tussen de eis van gelijkwaardigheid en de toepassing van de hardheidsclausule. De eis van gelijkwaardigheid staat elders in de regelgeving. Niet alle analyses v.w.b. het hoge en/of lage risico worden door ons gedeeld. Tenslotte is er het belang van duidelijkheid van verlenging van de "crisishardheidsclausule". Dit geeft tijd voor de internationale discussie die in 2012 over dit onderwerp gevoerd zal gaan worden.
Hoe nu verder? Het ROSR is een internationale regelgeving, wat betekent dat de discussie zich niet beperkt tot Nederland. De Nederlandse delegatie heeft bij de CCR al verzocht om dit onderwerp op te nemen in het werkprogramma en gevraagd om discussie over dit onderwerp
Voor nadere informatie kunt u terecht bij Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Dienstinstructie vervangingsmotoren vervalt eind 2011Bij de vaststelling van de emissie-eisen voor de motoren van binnenvaartschepen is een bijzondere overgangsmaatregel vastgesteld voor vervangingsmotoren. Dit betekent dat wanneer een motor vervangen wordt de vervangingsmotor niet aan de laatste emissie-eisen behoeft te voldoen, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Deze staan in Dienstinstructie 19 voor de Commissie van Deskundigen, ingevolge artikel 1.07 ROSR 1995. Daarin is vastgesteld dat onder een vervangingsmotor wordt verstaan een gebruikte, gereviseerde motor, die voor wat betreft vermogen, toerental en installatievoorwaarden vergelijkbaar is met de motor die deze vervangt. Verder is er sprake van een vervangingsmotor, indien
Wij informeren u dat deze regeling op 31 december 2011 afloopt.
Voor nadere informatie kunt u terecht bij Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Uitkomst onderzoek Walstroom versus Generator voor de binnenvaart
Om de rekenmodellen te zien en het rapport verder te bekijken, klikt u hier. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. Voorstellen inert gas IMO mogelijk consequenties binnentankvaart
Momenteel is inert gas alleen verplicht op schepen die:
Het voorstel van de Fire Protection Committee van de IMO is om de grens van DWT voor de betreffende schepen naar beneden bij te stellen; waar de grens echter komt te liggen is vooralsnog onduidelijk: dat kan bij 500 GT, bij 4.000 - 5.000 DWT en bij 8.000 DWT liggen. Dit gaat voorlopig alleen voor nieuwe schepen gelden. Voor bestaande schepen zal dat pas na de inwerkingtreding van de aangepaste SOLAS zijn. De verwachting is dat dit pas op zijn vroegst in 2015 het geval zal zijn. Gebruikelijk is dat voor bestaande schepen de wetgeving 5 jaar later inwerking treedt. Het inert gas (N2) wordt geleverd door een eigen installatie aan boord van de schepen.
Uit onderzoek blijkt dat tussen 1984 en 2000 circa 50 explosies hebben plaatsgevonden aan boord van zeeschepen welke allen te wijten waren aan menselijk falen. Indien de schepen zich aan de voorschriften en aanbevelingen hadden gehouden, waren ze niet gebeurd (op een enkele uitzondering na). Er zijn dus kennelijk aanvullende regels nodig, waarbij het verplicht stellen voor het gebruik van inert gas een oplossing is.
Er spelen nog een aantal zaken waarover duidelijkheid moet komen:
Er zijn wel impact assesments gedaan (door OCIMF en ICS – (International Chambe of Shipping), maar deze hadden wel betrekking op de schepen en terminals qua technische voorzieningen. De havens en de impact op de Turn-Around-Time zijn daarbij niet meegenomen.
Het varende (CBRB) en verladende bedrijfsleven hebben duidelijk aangegeven dat dit alles een behoorlijk impact kan hebben op de totale ligtijd van een schip in de haven. Nu hebben de terminals al moeite met de ligplaatsen (een bezettingsgraad van ca. 70%) en dat wordt met deze aanpassing nog hoger. Schepen moeten immers langer blijven liggen om te inertiseren. Daarnaast moet bij boord/boord overslagen beide schepen inert zijn (het zeeschip wil immers geen zuurstof in de tanks ontvangen). Te voorzien valt dat de terminals geen ligplaats zullen geven aan schepen die nog moeten inertiseren.
Op de vraag of de IG (N2)-installaties ook de lossnelheden aankunnen, stelt de ICS dat het een eis in de SOLAS is dat de installaties een capaciteit van 125% dienen te hebben ten opzichte van de lossnelheden en dat de huidige N2-installaties at eenvoudig aankunnen. Ook de omvang van zulke installaties is het probleem niet.
Vergadering Londen 25 juli - 29 juli 2011 Londen IMO Fire Protection Committee Verder werd besloten om de regel in de IBC met betrekking tot producten die worden beschermd door een zuurstof afhankelijke inhibitor, bijvoorbeeld PTBC in Styreen uit te breiden. Omdat nu de tankgrootte (maar alleen scheepsgrootte) geen rol meer speelt, gaat dit ook voor andere stoffen gelden.
Conclusie
De haven van Rotterdam zal een impact-assesment laten maken door een extern bureau van de voorgestelde maatregelen. Daarbij zullen de volgende vragen worden gesteld:
Bewerkte samenvatting besprekingsnotitie HbR en CTGG.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Nederland heeft de beste haveninfrastructuur van Europa
Miljardeninvesteringen 2 miljard voor snelwegcorridor 3 miljard voor Maasvlakte 2
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Verslag van ADN WP (Working Party) AC.2 – Europese Binnenvaart Unie (EBU)
Een aantal behandelde onderwerpen. ID-nummer of UN-nummer ECE/TRANS/WP.15.AC.2/2011/20
Eisen gesteld aan inert gas ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2011/22
Indeling van zware stookolie ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2011/39
Duitsland en Oostenrijk hebben een multilaterale overeenkomst voor ADN voorgesteld om volgens bestaande voorschriften te vervoeren waardoor er vooralsnog tot eind 2012 geen verplichting is voor een type C-indeling. Deze overeenkomst is later ondertekend door Frankrijk.
Onder de werkgroep WP 15.AC.2, die twee keer per jaar bijeenkomt, zijn een aantal vaste sub-werkgroepen zoals een werkgroep die verantwoordelijkheid is voor het actualiseren van de examenvragen en een werkgroep die verantwoordelijk is voor het indelen van nieuwe stoffen. Deze laatste groep, onder voorzitterschap van Duitsland, heeft een aantal mogelijkheden bediscussieerd hoe men om zou kunnen gaan met de ontwikkeling rondom de indeling van stookolie. Een discussie dat ook een economisch aspect omhelst. De volgende opties kwamen naar voren:
Aangenomen is dat het voorstel van de stoffenwerkgroep dusdanig wordt uitgewerkt, dat een aanpassing van het stroomdiagram niet te vermijden zal zijn ondanks bezwaren van het varende bedrijfsleven en een poging van de Duitse delegatie mee te gaan met een aparte "entry". Inmiddels heeft ook Nederland de multilaterale overeenkomst getekend.
Ventilatie bepalingen INF.7
Brandblusslangen ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2011/28 7.2.4.40 Fire-extinguishing arrangements
Verplichting herhalingstoets ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2011/29
Liquefied Natural Gas ECE/TRANS/WP.15/AC.2/2011/38
Met deze cijfers komen de emissies nagenoeg op het niveau van de huidige € 6,00, die men in het wegtransport kent. Eind dit jaar komen de resultaten naar buiten van een andere studie genaamd LESAS. Deze studie, welke in combinatie met partners als VOPAK, Rolls-Royce, Caterpillar, TNO, DNV en NEN uitgevoerd wordt, zal meer ingaan op onderwerpen als veiligheid, bunkerprocedures, externe veiligheid, normeringen, Loss of Containment scenario’s, etc. Ten behoeve van de implementatie van LNG in de binnenvaart wordt er gesproken in Brussel (gelet op de EU-Richtlijn 2006/87), bij de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR) en bij de UNECE. Op dit moment hebben een drietal consortia de procedure van art. 1.5.3.1 ADN formeel ingediend. Het betreft op dit moment uitsluitend ADN-schepen en in het ADN wordt, alsmede in bovengenoemde regelwerken, beschreven dat schepen alleen gebruik mogen maken van een brandstof met een vlampunt >550Celcius. Voorafgaande aan het behandelen van de ingediende stukken kon de EBU en de Nederlandse delegatie een uitvoerige presentatie geven.
ADN 1.5.3 luidt als volgt: 1.5.3 Gelijkwaardigheden en afwijkingen 1.5.3.1 Procedure voor gelijkwaardigheden Indien de bepalingen van deze voorschriften voor een schip het gebruik of de aanwezigheid aan boord voorschrijven van bepaalde materialen, inrichtingen of uitrusting of het in acht nemen van bepaalde bouwtechnische maatregelen of bepaalde voorschriften dan kan de bevoegde autoriteit toestaan dat aan boord van dit schip andere materialen, inrichtingen of uitrusting worden gebruikt of aanwezig zijn of dat andere bouwtechnische maatregelen of andere voorschriften in acht worden genomen, indien deze overeenkomstig de aanbevelingen vastgesteld door de Ambtelijke Commissie, als gelijkwaardig zijn erkend.
De aangemelde schepen hebben dus niet de mogelijkheid om voor testen af te wijken ten behoeve van testdoeleinden zoals beschreven is in 1.5.3.2: 1.5.3.2 Afwijkingen ten behoeve van testdoeleinden De bevoegde autoriteit kan op grond van een aanbeveling door de Ambtelijke Commissie een proefcertificaat van goedkeuring afgeven voor een beperkte tijd voor een specifiek schip dat is voorzien van nieuwe technische kenmerken, welke van deze voorschriften afwijken, op voorwaarde dat deze kenmerken voldoende veilig zijn.
Achter deze groep schepen zit een tweede, groeiende groep die de wetswijziging met de nodige belangstelling tegemoetziet. De klassebureaus Bureau Veritas en Lloyd’s Register hebben allerlei HAZID-studies uitgevoerd, ook studies die men al gebruikt in de zeevaart. Verschillende aspecten worden in de diverse diepgaande studies nader belicht, zoals de ventilatie in de machinekamer van 30 cycli per uur, waardoor de lucht boven de apparaten en kleppen waar het gasmengsel zich in bevindt vervangen wordt. Zo ook de hoeveelheid water voor het koelen van de opslagtank conform circulaire 285(86) van het Maritime Safety Committee (MSC) van de IMO: daarin wordt een capaciteit van 10 l/min/m2 en 4 l/min/m2 vermeld. In het ADN maakt men op dit moment melding van 50 l/uur/m2 (9.3.2.28). Op het gebied van opleiding staat beschreven dat de bemanning additionele training heeft genoten op het gebied van bunkeren en calamiteiten. De motorfabrikanten, fabrikanten van de opslagtanks en het LNG-systeem zullen hierbij betrokken zijn. Verder gaan de HAZID-studies in op preventieve maatregelen, potentiële effecten, gevaren, methoden om de effecten te minimaliseren op het gebied van brand, explosie, corrosie, lekkage, scheuring, etc. Wellicht dat verschillende landen nog aan- en opmerkingen hebben op de voorgestelde HAZID-studies. Naar verwachting zal de ADN-wetgeving op korte termijn geen belemmering meer vormen voor het gebruik van LNG voor de motoren aan boord van ADN-schepen. Op 10 en 11 oktober zullen de delegaties bijeenkomen in Amsterdam om de technische eisen nader te beschrijven.
Vertalingen INF.14
Documentatie INF.18
De volgende vergadering zal eind januari 2012 plaatsvinden. Dit is in principe ook de laatste vergadering dat er nog voorstellen aangenomen kunnen worden voor het ADN 2013. Het formele verslag zal te zijner tijd op de website van de UNECE terug te vinden zijn. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Ruim € 50 Miljoen schade door kapseizen Waldhof op de Rijn
14 februari 2011 was de Rijn ter plekke weer geheel beschikbaar voor scheepvaart. De Rijn was toen 33 dagen gestremd, de ernstigste stremming van de Rijn in de naoorlogse geschiedenis.
Het onderzoek- en adviesbureau NEA heeft de economische schade onderzocht die is ontstaan door de langdurige stremming van de binnenvaart op de Rijn bij St. Goarshausen eerder dit jaar. Het onderzoek richtte zich op de omvang van de schade en de verdeling van de schade over betrokken partijen. De ontstane schade door de stremming was voor de binnenvaartsector aanzienlijk. NEA heeft berekend dat schippers een schade leden van circa € 14 miljoen. Echter, de schade is niet beperkt tot de binnenvaartondernemers alleen. Door de stremming vielen transporten uit, moesten vervoersalternatieven worden geregeld, of alternatieve - duurdere - leveranciers van goederen gezocht worden. Verladers, bevrachters en brokers leden daardoor een schade van ongeveer € 26 miljoen. Ook verzekeraars hadden een schadepost van zo’n 2 miljoen. Daarnaast zorgde de stremming ook voor een verlies van omzet of hogere kosten voor de getroffen productie-industrie, terwijl de voorraden aan de andere kant van de vervoersketen juist opliepen. Schattingen voor de schade hierdoor lopen uiteen van enige miljoenen tot enige tientallen miljoenen. Dan was er uiteraard ook de directe schade door het ongeval. Die bedraagt mogelijk meer dan tien miljoen. Een voorzichtige schatting levert dan al gauw een totaalbedrag voor de schade op van 50-60 miljoen. Dit schadebedrag is sterk afhankelijk van de geldende vrachtprijzen, die op zichzelf weer sterk afhankelijk zijn van de waterstanden. Tot slot dreigt bij dergelijke langdurige stremmingen de mogelijkheid van imagoschade voor de sector.
De onderzoeksresultaten geven een beter inzicht in de economische gevolgen van soortgelijke ongevallen. De studie van NEA is daarom belangrijk voor beslissingen over maatregelen die zulke stremmingen en de gevolgen daarvan in de toekomst moeten helpen beheersen. Opdrachtgevers voor het onderzoek zijn:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Vertraging van invoering VIHB-regeling
Omdat de wijzigingen van deze VIHB-regeling nog niet gepubliceerd zijn in de Staatscourant, is de aangepaste regeling, met daarin verlichting van de administratieve lasten voor vervoer van afval, nog niet van kracht. Tijdens het laatste overleg van verschillende brancheorganisaties in de vervoer- en afvalsector is er medegedeeld dat de invoering van de aangepaste regeling vertraging op zal lopen door een tekort aan mankracht bij het ministerie van Infrastructuur & Milieu. Het is tot nu toe nog onduidelijk wanneer de vernieuwde VIHB-regels wettelijk van kracht worden; mogelijk gaat de regeling pas op z’n vroegst in per 1 juli 2012. Vanwege deze onduidelijkheid zullen Kantoor Binnenvaart en het CBRB gezamenlijk bij het Ministerie blijven aandringen op een snelle invoering en een tijdelijke ontheffing om de vernieuwde regeling met terugwerkende kracht in te laten gaan.
In het kort de vernieuwde VIHB-regeling De eis van kredietwaardigheid van € 18.000 zal in zijn geheel worden afgeschaft en de eis van vakbekwaamheid zal niet meer voor vervoerders (niet zijnde inzamelaars en handelaren) gelden. De Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die nu elke 5 jaar opgevraagd moet worden bij de gemeente van inschrijving, zal bij de aangepaste regeling enkel nog aangevraagd moeten worden bij de eerste (en eenmalige) aanvraag van de vergunning voor het vervoer van afvalstoffen. Let wel: de besluiten zijn onder voorbehoud, totdat de aangepaste regeling vermeld staat in de Staatscourant. Het is nog niet bekend wanneer deze regeling in de Staatscourant vermeld wordt en wanneer de regeling ingaat! De criteria voor de VIHB-lijst (situatie nu):
Vanuit het ministerie van I&M is er een brief gestuurd naar de Europese Commissie om actie te ondernemen op wederzijdse erkenning van de afvalregels tussen de lidstaten. Kantoor Binnenvaart en het CBRB ondersteunen ook dit voorstel en zullen samen met de andere vervoersorganisaties zoals EVO en Transport en Logistiek Nederland (TLN) nog een brief sturen naar de Europese Commissie uit naam van het (Nederlandse) bedrijfsleven.
Het CBRB is blij dat de VIHB-regeling versoepeld wordt en dat daar goedkeuring voor gegeven is door Staatssecretaris Atsma. Het CBRB en KB betreuren echter wel de vertraging die nu wordt opgelopen door een tekort aan mankracht bij het Ministerie om deze regeling wettelijk vast te leggen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Congres NVB 'Blueports in Europees perspectief'
Zowel de benodigde verduurzaming van de logistieke keten, als de noodzakelijke optimale benutting van de logistiek potentie, vragen om een professioneel netwerk van binnenhavens. De Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) ontwikkelt, als expertisecentrum voor Blueports, een visie op duurzame en goed georganiseerde binnenhavens.
Op 7 oktober heeft de NVB in Middelburg haar jaarcongres gehouden met de titel 'Blueports in Europees perspectief'. De sprekers waren Karla Peijs (Commissaris van de Koningin in Zeeland en Europese TEN-T coördinator), Marijke van Haaren (voorzitter NVB), Menno Menist (directeur NEA) en Rob Huyser (directeur Maritieme zaken ministerie I&M). Allen hebben het belang van binnenhavens en de groeiende "sense of urgency" benoemd. De speeches en persberichten kunt u lezen op http://havens.binnenvaart.nl/jaarcongres-2011
Voor nadere informatie kunt u terecht bij Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Een nieuw perspectief voor FlexfleetInleiding
Uitvoering project Na onderzoek zijn er 9 aanbevelingen geformuleerd:
Bij het congres 'Een goede toekomst voor het kleine schip?' op 23 september jl. werden de onderzoeksbevindingen besproken. Hier zijn de presentatie en aanbevelingen.
Het rapport wordt binnenkort gepubliceerd en zal samen met een pakket van maatregelen medio november aan het ministerie van I&M worden uitgereikt.
Voor nadere informatie kunt u terecht bij Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. Organiseren en communiceren
Het CBRB en Kantoor Binnenvaart willen een groter draagvlak en hogere organisatiegraad creëren. Daarom is opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de organisatiegraad. Er zijn twee enquêtes gehouden. In totaal namen ruim 1.000 binnenvaartondernemers deel aan het onderzoek met een totale respons van 33%. Deze hoge respons is gunstig voor de representativiteit. De onderzoeksresultaten zijn recent overhandigd aan de voorzitter van het Transitiecomité, de heer Arie Kraaijeveld.U kunt deze vinden op: Voor nadere informatie kunt u terecht bij Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of de heer mr. Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Zelfstandigenaftrek wordt vaste basisaftrekAls ondernemer kunt u in aanmerking komen voor de zelfstandigenaftrek. U betaalt dan minder belasting. De huidige aftrek hangt af van de hoogte van de winst. Hoe hoger de winst, hoe lager de aftrek.
Voor de zelfstandigenaftrek moet u ten minste aan de onderstaande voorwaarden voldoen:
Per 1 januari 2012 is er een wetswijziging. De zelfstandigenaftrek wordt een vaste basisaftrek. Iedere onderneming mag voor de zelfstandigenaftrek een vast bedrag van € 7.280 fiscaal aftrekken ongeacht de hoogte van de winst. Deze maatregel uit het Belastingplan 2012 is bedoeld om winstgevend ondernemerschap te stimuleren.
Voor nadere informatie Tweede tender Innovatie Prestatie Contracten Binnenkort wordt de tweede tender van de Innovatie Prestatie Contracten (IPC) geopend. IPC is een subsidie voor samenwerkende MKB-bedrijven in bijvoorbeeld dezelfde keten of branche die – onder begeleiding van een brancheorganisatie – meerjarige innovatieprojecten uitvoeren. Een evaluatie van eerdere IPC-projecten heeft aangetoond dat deze hebben bijgedragen aan structureel meer innovatie en samenwerking bij de betrokken MKB’ers.
Regeling IPC
De IPC-regeling biedt 3 mogelijkheden: IPC-Project, verkenning van samenwerking en verkenning van internationale samenwerking.
IPC-project
In een IPC-project werken 10 - 20 MKB-ondernemers, over een periode van maximaal 2 jaar aan collectieve en eigen innovaties. Ze worden hierbij begeleid door een brancheorganisatie die de subsidie namens hen aanvraagt. De aanvragen worden gerangschikt en de subsidie wordt toegekend aan de hoogst scorende IPC-projecten.
Verkenning van samenwerking
Bij verkenning van samenwerking wordt door een brancheorganisatie – samen met brancheorganisatie in andere branches – onderzocht wat de mogelijkheden voor samenwerking van MKB’ers uit verschillende branches in Nederland zijn.
Verkenning van internationale samenwerking
Bij verkenning van internationale samenwerking onderzoeken een Nederlandse en minstens één buitenlandse brancheorganisatie de mogelijkheden om te komen tot een collectief onderzoek dat ten goede komt aan de gehele branche, eventueel resulterend in internationaal collectief onderzoek.
Tweede tender
De eerste tender is in april opengesteld en de publicatie van de tweede tender wordt binnenkort verwacht. De sluitingsdatum van deze tender is gepland voor medio januari. Het budget voor deze tweede tender is naar verwachting tussen € 15.000.000 en € 20.000.000.
Voor de binnenvaart zou u kunnen denken aan het gebruik van LNG of de toepassing van waterstof als katalysator, maar andere ideeën zijn meer dan welkom.
Heeft u interesse hiervoor of wilt u meer informatie over de IPC-regeling, dan kunt u contact opnemen met het EICB, per e-mail:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
of telefonisch 010 - 798 98 30.
Marco Polo II call 2011 geopend
In het Marco Polo programma kunnen verschillende soorten activiteiten worden voorgesteld:
Indien u een activiteit of voorstel heeft die aan de eisen, die door het programma worden gesteld, voldoet, kunt u vanaf heden uw project aanmelden via de website van het Marco Polo programma. De inschrijving loopt tot en met 12 januari 2012. Aangezien het een Europees programma betreft, is de informatie/inschrijving voornamelijk beschikbaar in het Engels. Voor meer informatie kunt u terecht bij Agentschap NL of kijkt u op de website van het Marco Polo programma.Ben Maelissa neemt CBRB bestuurszetel Rotterdam Port Promotion Council (RPPC) over
Het CBRB hecht groot belang aan de vertegenwoordiging van de Rotterdamse haven in het buitenland en maakt onderdeel uit van het bestuur. Pieter Struijs bekleedde een zetel in het bestuur naast vertegenwoordigers van het Havenbedrijf Rotterdam N.V., Deltalinqs, Kamer van Koophandel Rotterdam, FENEX en de Vereniging van Rotterdamse Cargadoors (VRC). Inmiddels is deze zetel overgedragen aan Ben Maelissa van de Danser Group. De RPPC en de directie van het CBRB waarderen de inzet van de CBRB voorzitter Pieter Struijs in de RPPC de afgelopen jaren. Wervingsactie gezamenlijk met Kantoor Binnenvaart
Bedrijfstakpensioenfonds Voortbestaan bedreigd Indien wij bij de volgende toetsing (peildatum 31 december 2011) opnieuw niet het vereiste percentage kunnen aantonen kan de verplichtstelling door het ministerie worden ingetrokken. Dit vormt een grote bedreiging voor ons eigen bedrijfstakfonds. Het kan leiden tot zogenoemde antiselectie, een ontwikkeling waarbij de gunstige risico’s elders verzekerd worden en de ongunstige in het fonds achterblijven. Daardoor wordt het fonds genoodzaakt de premie steeds verder te verhogen en kan het uiteindelijk niet meer zelfstandig voortbestaan. CAO Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer mr. Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Contributie 2012
Voor het vaststellen van de contributie voor het nieuwe kalenderjaar wordt u jaarlijks gevraagd gegevens te verstrekken. Een belangrijke wijziging voor 2012 is de verandering van het peilmoment. Bij de Algemene Ledenvergadering van donderdag 27 oktober jl. is besloten de peildatum te vervroegen van 1 januari naar 1 juli van het voorafgaande jaar. Dit betekent dat de gegevens waarop de contributie wordt vastgesteld zoals de samenstelling van de vloot worden vervroegd. De komende tijd zullen wij regelmatig aandacht besteden aan deze verandering. Indien u hierover vragen heeft, kunt u hierover contact met ons opnemen. Voor 2012 wordt het verzoek u medio november toegestuurd. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Europort 2011 Binnenvaartorganisaties samen op EuroportNet als twee jaar geleden bundelen ook dit jaar zes binnenvaartorganisaties uit het Binnenvaarthuis in Rotterdam de krachten tijdens de beurs EUROPORT 2011. Ze zullen daar gezamenlijk een binnenvaartstand bemannen en zo één aanspreekpunt vormen. Voor al uw binnenvaartvragen op het gebied van telematica, voorlichting, logistiek, onderwijs, nautisch-technische zaken, innovatie en sociaal-economische vraagstukken kunt u in stand nummer 4505 terecht (hal 4). Het CBRB is ook op de stand vertegenwoordigd. EUROPORT vindt plaats van dinsdag 8 november t/m vrijdag 11 november as. De beurs begint om 10.00 uur en duurt tot 18.00 uur. Op donderdag is de beursvloer langer geopend nl. tot 22.00 uur. De stand is dit jaar geheel in het kader van the Blue Road en ook als zodanig goed herkenbaar. De binnenvaartorganisaties onderschrijven waar het branchelogo voor staat en hebben dan ook het branchelogo geïntegreerd in hun eigen huisstijl. Bezoek Europort 2011, Gratis registreren, (Kennis-)Programma, Plattegrond Ahoy. Nieuwe leden
CBRB agenda
|








Eind 2009 hebben we u geïnformeerd over het destijds door de CCR genomen besluit van een bijzondere toepassing van overgangsbepalingen van het ROSR, de zogenaamde crisishardheidsclausule. Aanleiding voor dit besluit was de economische en financiële crisis.
Het World Economic Forum heeft de Nederlandse haveninfrastructuur opnieuw aangewezen als de beste van Europa. Dit valt te lezen in "
Tijdens de 19e vergadering van WP 15.AC.2 die tussen 22 en 25 augustus in Genève plaatsgevonden heeft, hebben circa een 25-tal wijzigingsvoorstellen de revue gepasseerd. Overheidsvertegenwoordigers uit Oostenrijk, Bulgarije, Kroatië, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Rusland, Servië, Slowakije, Zwitserland en de Oekraïne waren aanwezig alsmede vertegenwoordigers van de EU, Donau Commissie, EBU, EUROPIA, CEFIC, IACS en CIPA.
Na het ongeval met de Stolt-Rom is de binnentankvaartsector geconfronteerd met een interpretatie van de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) wat erop neerkwam dat de verplichting "voor gebruik gereed" betekende dat brandslangen tijdens het laden en lossen uitgerold aan dek moeten liggen en de sproeistukken aangekoppeld. Het bedrijfsleven heeft de interpretatie geaccepteerd, echter met de kanttekening dat, wanneer er in de toekomst alternatieven zouden komen, de interpretatie geëvalueerd zou worden. De IVW stelde wel wanneer duidelijk werd dat als er een innovatie kwam dat zonder stuk slang zou werken, dit uiteraard internationaal aangepast zou moeten worden in de wet- en regelgeving. 9.3: "brandslangen van voldoende lengte moeten aanwezig zijn en moeten alle hoeken van de ladingzone bereiken". Nu het voorstel van de EBU om deze mini-monitoren in de wet te verankeren tijdens de vergadering aangenomen is, is inmiddels ook bekend geworden dat de interpretatie aangepast gaat worden. Uitgerolde brandslangen in de ladingzone leveren struikelgevaar op voor de bemanning, wat een conflict opleverde met de Arbowet. Daarnaast is het materiaal van de slangen niet geschikt om bij weer en wind onbeschermd buiten te liggen. En soms komen brandslangen met de stoomleiding of een warme productleiding in contact wat de kwaliteit van de slang niet ten goede komt. Daarbij komt dat een brandslang in de ladingzone moeilijk te bereiken is als daar een brand woedt en als de slang doorbrandt dit de werking van de brandblusinstallatie beïnvloedt.
Op 13 januari 2011 kapseisde de Duitse tanker "Waldhof" met 2.400 ton zwavelzuur op de Rijn. Het ongeluk gebeurde vlakbij de Lorelei op de oostelijke oever van de Rijn nabij St. Goarshausen. Door sterke stromingen en een rotsachtige bodem is deze rivierbocht berucht in de binnenvaart. Pas op
Zoals wij u in onze vorige nieuwsbrief vermeld hebben, zou de nota voor de criteria op de lijst voor alle Vervoerders, Inzamelaars, Handelaren en Bemiddelaars, de VIHB-lijst, aangepast worden, met als voornaamste doel het verminderen van de administratieve lasten. Staatssecretaris Atsma van het ministerie Infrastructuur & Milieu (I&M) heeft nu besloten de drie criteria te versoepelen voor het bedrijfsleven.
De binnenvaart staat de laatste jaren hoog op de politieke agenda omdat het een essentiële schakel in de logistieke keten is. De binnenhavens maken daar integraal deel van uit. De Blueports vormen, als economisch belangrijke knooppunten, een wezenlijk onderdeel van de achterlandverbindingen.
Een bekend fenomeen zijn schaalvergroting en overcapaciteit van de binnenvaartvloot. Eveneens kan wordend geconstateerd dat kleinere schepen wanneer ze uit de markt verdwijnen niet of nauwelijks meer vervangen worden. Oorzaken zijn de relatief ongunstige exploitatiemogelijkheden. Er dreigt op middellange termijn een tekort aan schepen te ontstaan op kleine vaarwegen, hetgeen nu al merkbaar wordt voor schepen met een laadcapaciteit van 1.000-1.500 ton.
In de binnenvaart is sprake van een lage organisatiegraad van ondernemers en werkgevers. Circa 1/3e deel van alle ondernemers en de helft van alle werkgevers is aangesloten bij een sociaaleconomische binnenvaartorganisatie.
Binnenkort wordt de tweede tender van de Innovatie Prestatie Contracten (IPC) geopend. IPC is een subsidie voor samenwerkende MKB-bedrijven in bijvoorbeeld dezelfde keten of branche die – onder begeleiding van een brancheorganisatie – meerjarige innovatieprojecten uitvoeren. Een evaluatie van eerdere IPC-projecten heeft aangetoond dat deze hebben bijgedragen aan structureel meer innovatie en samenwerking bij de betrokken MKB’ers.
Marco Polo ondersteunt ondernemers uit de transport en logistieke sector bij het opzetten van nieuwe transportdiensten die de hoeveelheid vrachtvervoer over de weg verminderen. De prioriteiten van dit programma liggen dit jaar vooral bij de binnenvaart.
De RPPC fungeert als intermediair voor haar 250 donateurs, bedrijven die actief zijn in en voor de Rotterdamse haven. Namens het Rotterdams havenbedrijfsleven zorgt de RPPC voor de specifieke en algemene promotie van de haven ter behoud en uitbreiding van zowel goederenoverslag als dienstverlening op het gebied van andere havenactiviteiten en logistiek. De RPPC participeert jaarlijks in een groot aantal activiteiten zoals o.a. De World Coal Conference, Roadshow Duitsland etc. De werkzaamheden van de RPPC zijn gericht op promotionele activiteiten met als doel behoud en uitbreiding van ladingstromen via de Rotterdamse haven en ondersteuning van de plaatselijke maritieme dienstverlening.
Op instigatie van Transitiecomité-voorzitter Arie Kraaijeveld is te elfder ure overeenstemming bereikt Kantoor Binnenvaart (KB) om de wervingsactie, die al door het CBRB-Bestuur was goedgekeurd, gezamenlijk uit te voeren. Alle ongeorganiseerde werkgevers die onder de werkingssfeer van het Bedrijfspensioenfonds (Bpf) vallen ontvangen een door beide bestuursvoorzitters ondertekende brief met het voorstel tot eind 2012 lid te worden van één van beide organisaties voor slechts € 250. Daarmee steunen zij het behoud van een eigen Bedrijfstakpensioenfonds voor de Rijn- en Binnenvaart. Doel van deze actie is om op de peildatum 31 december 2011 de vereiste representativiteit van 60% te kunnen aantonen; dit is nodig om de verplichtstelling van het Bpf in stand te houden.
Binnenvaartorganisaties samen op Europort
Voor vergaderingen, bijeenkomsten of bijzondere sluitingstijden van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart kunt u de 

Op 8 mei jl. heeft de jaarlijkse CBRB themabijeenkomst, voorafgaand aan de C&SI beurs, in het teken gestaan van: Coöperatief Ondernemen. Slimmer samenwerken, de mogelijkheden en het juridisch kader, de visie vanuit de klant en een paneldiscussie komen aan bod. 