| Havenliggelden grosso modo niet omhoog in 2012 | Terug |
|
| vrijdag 02 december 2011 12:23 | |||
|
De havengelden blijven in Rotterdam volgend jaar grosso modo op hetzelfde niveau als dit jaar. Dat zijn Deltalinqs (de Rotterdamse ondernemersorganisatie voor haven en industrie), het Havenbedrijf Rotterdam en de VRC (de Vereniging van Rotterdamse Cargadoors) na constructief overleg overeengekomen. Startpunt van de marktconsultatie over de tarieven is altijd de inflatie. Deze stijging wordt in 2012 eenmalig gecompenseerd en bovendien wordt vanwege het onzekere economische tij net als vorig jaar een korting van 3% gehanteerd. Opvallend aan de afspraken is voorts dat transhipment van containers (zee-zeeoverslag), met name feeders, financieel wordt gestimuleerd met een forse korting en dat schone binnenvaartschepen korting krijgen.
Hans Smits, president-directeur van het Havenbedrijf: “Naast forse investeringen door het Havenbedrijf in het gebied continueren we de korting om de overslag te stimuleren. De crisiskorting in 2010 en de herstelkorting in 2011 hebben goed uitgepakt voor Rotterdam. Ik verwacht dat deze korting in 2012 eenzelfde effect heeft.”
Transhipment korting Uitgangspunt van de marktconsultatie is dat de tarieven gelijke tred houden met de inflatie. Daardoor stijgen de tarieven in 2012 met 1,3%. Deze tariefstijging wordt nu gecompenseerd door een eenmalige korting in 2012 van 1,3% voor alle sectoren. Daar bovenop wordt de eenmalige korting die in 2011 geldt van 3% voor alle goederensoorten gecontinueerd. Voor containers komt deze korting tot uiting in een optimalisatie van de tariefstructuur door de introductie van een transhipment korting. Deze vervangt tevens de bestaande regeling die een maximum kent aan te betalen zeehavengeld per call (bezoek) voor deepsea containerschepen. Voor de overslag van een transhipment container ontvangt de deepsea rederij een korting van € 1 per TEU en de feeder rederij een korting van € 1,50 per TEU. Dit komt neer op een gemiddelde korting van 12% van het netto zeehavengeld op transhipment containers voor deepsea en 32% van het netto zeehavengeld op transhipment containers voor feeders. Daarmee wordt de ontwikkeling van Rotterdam als doorvoerhaven voor containerlading over zee van of naar gebieden in Noordwest-Europa en het Oostzeegebied gestimuleerd.
Voor overig stukgoed (2% van de totale overslag) zijn enkele specifieke afspraken gemaakt. Zo wordt ook de tariefstructuur voor overig stukgoed geoptimaliseerd. Deze optimalisatie gaat om administratieve redenen overigens pas per 1 juli 2012 in. Daarnaast hebben partijen afgesproken om de Administration Charges, die nu door reders aan de VRC betaald worden, te verwerken in het zeehavengeld door een opslag van 0,35% te hanteren. Het Havenbedrijf zal deze inkomsten afdragen aan Deltalinqs. Dit vermindert de administratieve lasten voor het bedrijfsleven. VRC en Deltalinqs gebruiken deze inkomsten voor hun belangenbehartiging en maatschappelijke doelen voor zeevarenden in de haven.
Markconsultatie De tariefaanpassing is tot stand gekomen na intensief overleg met de marktpartijen, gecoördineerd door Deltalinqs en geldt voor de zeehavens van Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Dordrecht en Moerdijk. Het Havenbedrijf en Deltalinqs hebben een convenant over de manier waarop jaarlijks de hoogte van het zeehavengeld wordt vastgesteld. Door gestructureerde marktconsultatie komt de sector tegemoet aan de wens van de overheid voor zelfregulering van de tarieven.
Vanaf 1 januari krijgen binnenvaartschepen met een Green Award certificaat in Rotterdam 15 procent korting op het binnenhavengeld. Schepen die heel weinig NOx en fijn stof uitstoten kunnen zelfs een korting tegemoet zien van 30 procent. Green Award is een stichting die schepen certificeert die extra hebben geïnvesteerd in de kwaliteit en duurzaamheid van schip en bemanning. Het Havenbedrijf hielp vorig jaar een Green Award certificaat specifiek voor de binnenvaart te ontwikkelen. Inmiddels varen al meer dan 50 schepen rond met dit certificaat. Schepen met voortstuwingsmotoren die 60% schoner zijn dan de CCR fase II voorschrijft, komen in aanmerking voor de 30% korting.. Dit zijn schepen die LNG (Liquified Natural Gas) als brandstof gebruiken of een combinatie van roetfilter/katalysator gebruiken.
Erkenning voor de situatie Het CBRB, lid van Deltalinqs en gemandateerd door Kantoor Binnenvaart in dit dossier, is tevreden met het behaalde resultaat. Het is voor het derde jaar op rij dat de binnenvaart meegenomen is bij de tariefonderhandelingen en we hebben de situatie in de sector goed kunnen benadrukken. Dat er vastgehouden wordt aan de nul is hiervan een erkenning alsmede het feit dat er een mogelijkheid bestaat om gedurende het jaar weer aan tafel te zitten indien de economische situatie hierom vraagt. ‘Het onaangetaste tarief kan doorslaggevend zijn waardoor toch voor Rotterdam wordt gekozen en waarvan de binnenvaart profijt van kan hebben’ aldus Robert Tieman. De 10% toeslag op de binnenhavengelden voor hoofdmotoren die niet voldoen aan het emissieniveau van CCRII was, na het weten uit te stellen van deze toeslag voor een periode van 2 jaar, onvermijdelijk. De laatste twee jaren heeft het HbR 2x 250.000 EUR geïnvesteerd in een commerciële subsidieregeling ten behoeve van emissie gerelateerde binnenvaartprojecten via het door de binnenvaart organisaties opgezette EICB (Expertise en Innovatie Centrum Binnenvaart). De opbrengsten van de toeslag zullen deze regeling doen continueren.
Havengeld Havengeld is één van de inkomstenposten van het Havenbedrijf en wordt in rekening gebracht aan de rederijen die Rotterdam aandoen. In 2010 ontving het Havenbedrijf € 275 miljoen aan zeehavengeld en € 13 miljoen aan binnenhavengeld. De andere grote inkomstenbron van het Havenbedrijf is met € 250 miljoen de contractopbrengsten (verhuur en erfpacht van terreinen).
Bewerkt persbericht Port of Rotterdam 1 – 12 - 2011
|










Op 8 mei jl. heeft de jaarlijkse CBRB themabijeenkomst, voorafgaand aan de C&SI beurs, in het teken gestaan van: Coöperatief Ondernemen. Slimmer samenwerken, de mogelijkheden en het juridisch kader, de visie vanuit de klant en een paneldiscussie komen aan bod. 