| Petitie CBRB aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Terug |
|
| donderdag 11 augustus 2011 08:07 | |||
|
Op 9 augustus overhandigde Teun Muller, vice-voorzitter van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart – het CBRB, een petitie aan directeur Maritieme zaken Rob Huyser. Hij deed dit mede namens Kantoor Binnenvaart en de Vereniging van Waterbouwers. Met deze petitie "Betalen voor het Scheepsafvalstoffenverdrag OK, teveel betalen NO WAY” vragen de organisaties aandacht voor de hoogte van de verwijderingsbijdrage in relatie tot werkelijke afvalproductie en de (in)transparantie van de kosten.
Geachte heer Huyser, dames en heren, Ik mag u vandaag de petitie "Betalen voor het Scheepsafvalstoffenverdrag OK, teveel betalen NO WAY" overhandigen. De petitie is ondertekend door 570 binnenvaartondernemers. De handtekeningen voldoen aan de eisen die gesteld zijn aan het ondertekenen van een formele petitie. De ondertekenaars vertegenwoordigen zelfstandige binnenvaartondernemers, bevrachters, verladers, waterbouwers en rederijen met tientallen schepen. De petitie wordt gesteund door het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart , Kantoor Binnenvaart en de Vereniging van Waterbouwers. Jarenlang heeft de Nederlandse overheid 60% van de kosten ten behoeve van de inzameling van de deel A afvalstoffen voor haar rekening genomen. De bijdrage van het varende bedrijfsleven bedroeg 40% in de vorm van 5% opcenten van de havengelden en 2 cent verwijderingsbijdrage per liter bilgewater. We zijn de overheid hier zeer erkentelijk voor. Vanaf 1 januari jl. betalen binnenvaartondernemers alle kosten van inzameling en verwerking van oliehoudend scheepsbedrijfsafval zelf, in de vorm van een verwijderingsbijdrage van € 7,50 per m3 (of kuub) gasolie. Dit is het gevolg van de inwerkingtreding van het Scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI). Uitgangspunt van het verdrag is dat de vervuiler betaalt. Ik durf te stellen dat deze verwijderingsbijdrage gebaseerd op gasolieverbruik niet voldoet aan dit principe. Immers, er is geen verband aangetoond tussen brandstofverbruik en afvalproductie. Na een lange discussie met diverse leden van de binnenvaartorganisaties in de jaren ‘90 hebben betrokken verheden toch gekozen voor de huidige vorm van de verwijderingsbijdrage. Om de inwerkingtreding van het CDNI niet te vertragen, is toentertijd de stilzwijgende afspraak gemaakt om niet aan het Verdrag te sleutelen voordat het in werking getreden was. Nu dat wel het geval is en er voor het eerst goed onderbouwde gegevens binnenkomen over het brandstofverbruik van de West-Europese vloot, hebben de binnenvaartorganisaties en op internationaal niveau de Europese Binnenvaart Unie en de Europese Schippers Organisatie het dossier weer opgepakt. De eerder genoemde organisaties willen met deze petitie twee zaken onder de aandacht brengen:
Onderzoeker Jan Stap heeft in opdracht van het CBRB een rapport opgesteld, waarin verschillende alternatieven voor het huidige systeem zijn vermeld. Dit rapport, dat ik u vandaag zal overhandigen, is inmiddels ook op internationaal besproken. Uit de diverse overleggen en de enquête kwam een aantal zaken naar voren. Doordat scheepseigenaren vrijwillig hun schepen steeds vaker van schonere technieken voorzien, zoals bijvoorbeeld een gesloten schroefassysteem, microfilters voor smeerolie en een watergesmeerde schroefas, neemt de productie van olie- en vethoudend afval significant af. Een voorbeeld: de gemiddelde hoeveelheid bilgewater die per jaar per schip wordt geproduceerd, bedroeg circa 10 m3 in de tijd dat het CDNI tot stand kwam. Nu is deze hoeveelheid minder dan de helft hiervan. Binnenvaartondernemers die hebben geïnvesteerd in milieuvriendelijke technieken, ervaren de huidige verwijderingsbijdrage daarom als onrechtvaardig. De wijze van aanbesteding van de inzameling en verwerking van het afval, verschilt per verdragsstaat. Ook die kosten lopen per land ver uiteen. Alleen Nederland heeft een procedure van openbare Europese aanbesteding. Doordat er op dit moment vooralsnog geen goede kostenspecificaties van de uitgaven in de verschillende CDNI-verdragstaten zijn en de binnenvaartsector als betaler recht heeft op een kosteneffectieve en transparante inzamelstructuur, is er sterke weerstand tegen het zondermeer verhogen van de verwijderingsbijdrage. Op basis van alle gesprekken en enkele brainstormsessies zijn zes alternatieve financieringsmodellen voorgesteld . Deze alternatieven zijn gepresenteerd in een vergadering van de Werkgroep CDNI gehouden op 10 mei in Straatsburg. Het zesde alternatief had de voorkeur van alle vertegenwoordigers. Dit alternatief bestaat uit een combinatie van:
Hierdoor wordt voorkomen dat grote schepen onevenredig zwaar belast worden. Door de toevoeging van een component voor afvalzorg, is er bovendien een link met de werkelijke afvalproductie en wordt afvalpreventie gestimuleerd. Dit alternatief moet echter wel nog verder uitgewerkt worden, om het nog beter aan te laten sluiten op de karakteristieken van verschillende scheepstypen. De eerder genoemde brancheorganisaties hebben het voorwerk gedaan wat heeft geleid tot het op één lijn krijgen van diverse betrokkenen voor een alternatief voor het huidige financieringssysteem. De berekening van de jaarlijkse vaste bijdrage per schip zal nog wat fine-tuning vergen. Hier doe ik een beroep op u! Dat er een stap gemaakt moet worden naar een rechtvaardiger systeem dat afvalpreventie aanmoedigt, is voor het CBRB, Kantoor Binnenvaart en de Vereniging van Waterbouwers absoluut een must. Concluderend willen we de Nederlandse overheid, als trekker/rapporteur van dit onderwerp, vragen om alternatief 6 verder uit te werken en in te brengen op internationaal niveau. En wij vragen u, gezien de gerede twijfels over de kosteneffectiviteit, de huidige verwijderingsbijdrage van € 7,50 niet te verhogen. Wij hopen als CBRB, samen met Kantoor Binnenvaart en de Vereniging van Waterbouwers dat deze petitie en het rapport voldoende aanleiding geeft om te komen tot een betrouwbaarder en eerlijker financieringssysteem voor olie- en vethoudend afval. Dank voor uw aandacht. Teun Muller Vicevoorzitter CBRB
|










Op 8 mei jl. heeft de jaarlijkse CBRB themabijeenkomst, voorafgaand aan de C&SI beurs, in het teken gestaan van: Coöperatief Ondernemen. Slimmer samenwerken, de mogelijkheden en het juridisch kader, de visie vanuit de klant en een paneldiscussie komen aan bod. 