| Plenaire vergadering van de CCR | Terug |
|
| dinsdag 08 juni 2010 15:51 | |||
|
Richtsnoer voor het laden en lossen van tankschepen De Centrale Commissie verheugt zich over het feit dat de door haar gecoördineerde werkzaamheden voor het opstellen van de International Safety Guide for Inland Navigation Tank-barges and Terminals (ISGINTT), waaraan vele organisaties hebben deelgenomen, zijn voltooid. Deze richtsnoer draagt op significante wijze bij aan een verdere verbetering van de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke goederen bij de interface schip/wal. De ISGINNT wordt op 8 juni 2010 te Brussel officieel aan de vakwereld gepresenteerd.
Naar algemeen wordt erkend, werd het dieptepunt in de transportvraag halverwege 2009 bereikt. Vanaf het derde kwartaal 2009 kon in de meeste voor de binnenvaart belangrijke sectoren weer een stijging van de transportvraag worden waargenomen. Dit herstel heeft zich in de eerste zes maanden van 2010 voortgezet. In de aardoliesector, die goed is voor ongeveer 75 % van het over de Rijn vervoerde volume aan vloeibare producten, heeft de transportvraag zich geheel los van de overige sectoren ontwikkeld. In de loop van 2009 is een ongekend groot aantal nieuwe schepen in de vaart genomen: bijna 335.000 t nieuwe laadruimte in de drogeladingvaart en 230.000 t in de tankvaart. Het gaat hier om schepen die nog voor de crisis besteld zijn en waar gedeeltelijk al de kiel voor gelegd was. In 2010 zal het aantal nieuwe schepen dat op de markt komt, in het bijzonder in de drogeladingvaart, duidelijk lager uitvallen. Hoewel door het herstel van de vervoersvraag in de meeste sectoren het evenwicht tussen vraag en aanbod op de transportmarkt voor het Rijn geleidelijk aan beter zal worden, blijft de financiële situatie van de binnenvaartondernemingen over de gehele linie gezien nog steeds zorgwekkend. De omvangrijke investeringen die in de afgelopen jaren met behulp van externe kredieten werden gedaan, hebben het bedrijfsleven zeer afhankelijk gemaakt van de houding van de kredietinstellingen.
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart heeft een nieuw reglement aangenomen dat op 1 juli 2011 van kracht zal worden. In het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn (« RSP »)*) zijn alle bestaande Rijnvoorschriften met betrekking tot de bemanning bijeengebracht. Deze stonden tot nu toe in drie verschillen reglementen, namelijk :
De voorschriften in bovengenoemde reglementen worden vervangen door het RSP. De inhoud van de voorschriften blijft daarbij in wezen ongewijzigd, omdat de hergroepering binnen de regelgeving tot doel heeft, deze toegankelijker te maken.
Invoering van Inland AIS op de Rijn De Centrale Commissie overweegt de inbouw en het gebruik van Inland AIS-apparatuur, een aan de binnenvaart aangepast automatisch identificatiesysteem, op zijn vroegst vanaf 2013 verplicht te stellen voor schepen op de Rijn om het verkeersmanagement op de Rijn verder te verbeteren. De aanschaf en de inbouw van deze uitrustingen worden door nationale programma’s gesubsidieerd. Met het oog op de in het bedrijfsleven te nemen beslissingen ten aanzien het gebruik van deze programma’s en de volledige uitrusting van alle schepen met deze technologie, heeft de CCR het wenselijk geacht vroegtijdig informatie over de geplande verdere ontwikkeling van haar voorschriften op dit gebied te verstrekken.
90e verjaardag van de eerste plenaire vergadering van de CCR in Straatsburg De Centrale Commissie heeft de eerste vergadering van de CCR in het Palais du Rhin in Straatsburg op 21 juni 1920 feestelijk herdacht. Ter gelegenheid hiervan heeft de dhr. Jean-Marie WOEHRLING, Secretaris-Generaal, een toespraak gehouden waarin hij ingaat op dit belangrijke moment in de lange geschiedenis van de CCR (tekst beschikbaar op de website van de CCR).
Tweejaarlijks verslag 2008/2009 Het door het CCR-secretariaat opgestelde tweejaarlijks verslag 2008/2009 over de werkzaamheden van de CCR is vanaf 2 juni 2010 beschikbaar op de CCR-website (
Voor meer informatie kunt u zich wenden tot: Centrale Commissie voor de Rijnvaart Palais du Rhin 2, Place de la République 67082 Straatsburg Tél : 00 33 (0)3 88 52 20 10 Fax : 00 33 (0) 3 88 32 10 72 E-mail : Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. Internet : http://www.ccr-zkr.org *) In het Duits „Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein“ (Rheinschiffspersonalverordnung, RheinSchPersV); in het Frans „Règlement relatif au personnel de la navigation sur le Rhin“ (RPN).
BIJLAGE (bestemd voor de vakpers)
Economische situatie in de Rijnvaart
I. Algemene situatie binnen de context van de economische crisis De vraag naar vervoer over de Rijn is in de loop van 2009 over de gehele linie gezien met 17,8 % gedaald. De sectoren die het meeste onder de crisis te lijden hebben gekregen, zijn de staalsector met -33,8 % in vergelijking met 2008, de sector bouwmaterialen met -17,2 %, de kolensector met -18,7 % en de sector van de gerede producten met minus 22,4 %, telkens gemeten in getransporteerd volume. Het dieptepunt van de vraag naar vervoer werd bereikt tegen het einde van het eerste semester van 2009. Vanaf het vierde kwartaal 2009 kon weer een stijging van de transportvraag in de meeste sectoren die klant zijn van de drogeladingvaart en in de chemische sector worden waargenomen. Dit herstel heeft zich in de eerste zes maanden van 2010 voortgezet. In de aardoliesector, die goed is voor ongeveer 75 % van het over de Rijn vervoerde volume aan vloeibare producten, heeft de transportvraag zich autonoom van de overige sectoren ontwikkeld en in de herfst van 2009 dankzij de seizoensgebonden inkoop van voorraden een levendig beeld getoond.
II. vervoerde volumes Op de markt voor droge lading, zijn de op de Rijn vervoerde volumes in de loop van 2009 met meer dan 21 % teruggelopen. In de meeste sectoren kan er vanuit worden gegaan dat het herstel van de transportvraag, dat begin 2009 inzette, in de eerste zes maanden van 2010 verder zal toenemen. De activiteiten komen echter niet in alle sectoren met hetzelfde tempo weer op gang. De transporten van landbouwproducten op de Rijn zijn dankzij de goede oogst in 2009 met 14,4 % gestegen. Het vervoer van levensmiddelen en veevoeders is daarentegen in vergelijking met 2008 met 9,3 % gedaald, net als dat van meststoffen, dat zelfs met 25 % terugliep. De landbouwers hebben vanwege de zeer hoge prijzen van de meststoffen het gebruik ervan teruggeschroefd. Inmiddels zijn de prijzen weer gedaald, hetgeen een positief effect zou kunnen hebben voor de vraag naar vervoer van dit soort producten. De staalsector is hard getroffen door de economische crisis. Voor de Rijn leidde dit tot een daling van 32,5 % van het vervoer van grondstoffen en van 37,3 % van het vervoer van staalproducten. De staalproductie bereikte zijn dieptepunt in april 2009 en laat sindsdien weer een geleidelijk herstel zien. Met name bij het vervoer van grondstoffen kon in de tweede helft van 2009 worden vastgesteld dat de vervoersvraag aantrok, ofschoon de volumes nog steeds 20 % onder die van het tweede semester van 2008 liggen. Deze tendens zette goed door vanaf december 2009 en ook in de eerste maanden van het jaar 2010 ging het opwaarts, zodat verwacht wordt dat dit beeld in de komende maanden zo zal blijven. Wat het vervoer van staalproducten aangaat, werd er pas vanaf januari 2010 een groei waargenomen. De verschuiving in de tijd in vergelijking met het vervoer van grondstoffen kan gedeeltelijk worden verklaard door het geleidelijk opstarten van bepaalde hoogovens, die een jaar ervoor vanwege de crisis waren stilgelegd. De onderbreking van bouwprojecten en openbare werken tot aan maart als gevolg van de strenge winter zal hier eveneens aan hebben bijgedragen. In de lente zullen ook in deze sector de werkzaamheden weer worden hervat, terwijl ook de automobielindustrie weer opleeft, zodat verwacht kan worden dat in de komende maanden de vraag naar vervoer verder zal toenemen. Het vervoer van vaste minerale brandstoffen op de Rijn nam in 2009 over het gehele jaar gezien met 18,7 % af. In de tweede helft van het jaar bedroeg de afname 14 %. Deze ontwikkelingen wekken de indruk dat het vervoer van kolen minder door de crisis getroffen werd dan bijvoorbeeld de staalsector. Het kolenvervoer lag dan ook tegen het einde van 2009 al weer op het niveau van de jaren ervoor. Dit hangt samen met het gebruik van kolen in de elektriciteitscentrales, met name in Duitsland en Nederland. De productie van elektriciteit heeft minder te lijden gehad onder de crisis, omdat er behalve aan de industrie ook stroom aan particulieren en voor openbare doeleinden wordt geleverd. Nu men van plan is langs de Rijn een aantal nieuwe, kolengestookte thermische centrales te bouwen, terwijl tegelijkertijd de laatste kolenmijnen in Duitsland zullen worden gesloten, valt te verwachten dat de invoer verder zal toenemen, waar ook het Rijnvervoer op middellange termijn van zal kunnen profiteren. Het transport van bouwmaterialen over de Rijn is in 2009 met 17,2 % gedaald. De gevolgen van de economische crisis zijn dus beperkt gebleven, als men dit cijfer vergelijkt met de gevolgen voor het vervoer in andere sectoren. Daar staat tegenover dat de opleving van de vraag pas beetje bij beetje in het eerste semester merkbaar werd. Vanwege het slechte weer lagen veel bouwplaatsen tot maart 2010 stil. Een herstel van de activiteiten in de bouwsector wordt in de loop van 2010 verwacht, met name nu een aantal grote bouwwerkzaamheden die de regeringen in het licht van de economische crisis gelanceerd hebben, op gang komen. Te verwachten valt dat dit ook de vraag naar vervoer positief zal beïnvloeden.
In 2009 is het vervoer van containers over de Rijn, uitgedrukt in TEU, met 9,6 % gedaald. In dezelfde periode nam de containeroverslag van de zeevaart in de ARA-havens beduidend meer af (-11,8 % in Rotterdam en -15,6 % in Antwerpen). Hoewel de markt voor het vervoer van containers al in een zeer vroeg stadium door de gevolgen van de crisis onder druk kwam te staan (al halverwege 2008), is het ook één van de eerste markten die al in de tweede helft van 2009 weer groei ging vertonen. Tegen het einde van 2009 en aan het begin van 2010 is de stijgende tendens zelfs fors toegenomen. De activiteit in de zeehavens Antwerpen en Rotterdam toonde in de eerste twee kwartalen van 2010 een stijging die zo groot was, dat de overslag op een niveau kwam te liggen dat vergelijkbaar is met dat van 2008. Deze ontwikkeling zal een gunstige invloed op het vervoer over de Rijn hebben.
Het vervoer van aardolieproducten op de Rijn is in 2009 in vergelijking met het voorgaande jaar met 7,4 % gedaald. Er moet echter op gewezen worden dat 2008 door deze branche zelf als een “buitengewoon” jaar wordt beschouwd, met name vanwege het activiteitenniveau en de opbrengsten in de tweede helft van het jaar. Hoewel in de eerste zes maanden van 2009 nog geprofiteerd kon worden van de inkoop voor het aanvullen van de voorraden, gesteund door de bijkomstigheid dat de prijzen voor aardolie op de wereldmarkt laag waren, is het vervoer op de Rijn in de tweede helft van 2009 met 14 % teruggelopen, ondanks de seizoensfenomenen, en juist omdat de voorraden al grotendeels waren aangevuld. Het conjuncturele herstel en de lange, koude winter zijn factoren die de consumptie ten goede kwamen. De hoge aardolieprijzen die nu op de wereldmarkt heersen, leiden er daarentegen toe dat men de inkoop uitstelt. Gezien deze context verbaast het niet dat in het eerste kwartaal van 2010 een daling van het vervoer kon worden waargenomen. Voor het gehele jaar 2010 kan daarom alleen een lichte toename van het vervoer worden verwacht als de aardolieprijzen, ook al is het tijdelijk, zouden dalen.
Het vervoer van chemische producten op de Rijn is in 2009 als gevolg van de economische crisis met bijna 6 % gedaald. De chemische industrie toont een cyclische ontwikkeling, die qua ritme min of meer gelijkloopt met de algemene economische tendens. In de tweede helft van 2009 kon dan ook opnieuw een toename van de productie worden waargenomen. Deze ontwikkeling vertaalt zich naar het niveau van de vervoersvraag op de Rijn in een stijging van 4,1 % in de tweede helft van het jaar in vergelijking met dezelfde periode in 2008. Begin 2010 is de groei duidelijk verder toegenomen. De huidige context wordt gekenmerkt door een toenemende vraag naar chemische producten, en dan vooral vanuit Azië. In de komende maanden mag er dan ook vanuit worden gegaan dat de vraag naar vervoer van de kant van deze sector verder zal aantrekken.
III. Waterstanden De waterstanden van de Rijn hebben in 2009 door de bank genomen geen extreme ontwikkelingen laten zien. In de tweede helft van 2009 ontstond aan het einde van de zomer tot aan de herfst een situatie van laagwater. De waterstanden werden tot oktober niet veel beter, maar schommelden toch nog rond een niveau waarbij de diepgang regelmatig optimaal was voor de belading van de schepen. Deze situatie hield aan tot het voorjaar van 2010. Rekening houdend met de omvang van de transportvraag, hebben de lage waterstanden in de herfst slechts in beperkte mate gevolgen gehad voor het getransporteerde volume. IV. Exploitatieomstandigheden in 2009 De exploitatiekosten zijn in 2009 als gevolg van de lage brandstofprijzen eerder afgenomen. Ook de prijzen voor onderhoudswerkzaamheden tendeerden naar beneden, voornamelijk als gevolg van de dalende staalprijzen en de prijsverlaging door de werven. De exploitatiekosten verminderden tevens omdat exploitatiewijze werd aangepast aan de verminderde activiteit.
De opbrengsten bleven in 2009 ver achter bij die in 2008, en dit speelde vooral de drogeladingvaart parten. De oorzaak ligt in de zeer sterk teruggelopen vervoersvolumes tegen vrachtprijzen die op een uitzonderlijk laag niveau lagen. Deze situatie, die een lage bezettingsgraad van de beschikbare laadruimte ten gevolge had, in het bijzonder van de grote eenheden, hield praktisch het hele jaar aan en pas tegen het einde van 2009 waren er eerste tekenen van een opleving.
De financiële situatie van de binnenvaartondernemingen is in het algemeen nog steeds zeer zorgwekkend, ondanks de toegenomen bedrijvigheid. De omvangrijke investeringen die in de afgelopen jaren met behulp van externe kredieten werden gedaan, hebben het bedrijfsleven zeer afhankelijk gemaakt van de houding van de kredietinstellingen.
V. Ontwikkeling van de laadruimte In de drogeladingvaart zijn in 2009 72 motorvrachtschepen in de vaart genomen, die samen een extra laadcapaciteit van 240.000 t opleverden. Daar komen nog eens 44 duwbakken bij met een capaciteit van rond de 98.000 t. In de loop van 2009 werden wat de toevoeging van nieuwe laadruimte op de markt betreft, alle records gebroken. De eerste beschikbare indicaties lijken erop te wijzen dat deze tendens in 2010 sterk afneemt. De nieuwe laadruimte die in 2010 op de markt komt is waarschijnlijk niet meer dan een kwart van die van 2009.
In de tankvaartsector is in 2009 een recordaantal van 87 motortankschepen met een capaciteit van meer dan 335.000 t in de vaart genomen, tegen 47 eenheden in 2008. De sector bevindt zich midden in een herstructurering en sinds 2002 zijn er 352 motortankschepen met een capaciteit van ongeveer 830.000 t op de markt gekomen. Deze capaciteit is toegevoegd aan de in 2002 al bestaande capaciteit van 1.600.000 t. De capaciteit van de vloot van tankmotorschepen op de markt, lag eind 2009 rond de 2.400.000 t. Een aantal enkelwandige schepen is omgebouwd tot dubbelwandig schip of tot motorvrachtschip. Hoewel er ook eenheden verkocht werden naar de Donaulanden of naar Afrika, lijkt de omvang van de laadruimte die van de markt verdwenen is eerder beperkt. Ten aanzien van de nieuwe schepen wordt voor 2010 naar verwachting slechts de helft van het volume dat in 2009 nieuw op de markt werd gebracht verwacht.
Goedkeuring van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart heeft een nieuw reglement aangenomen dat op 1 juli 2011 van kracht zal worden.
In het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn (« RSP »)*) zijn alle bestaande Rijnvoorschriften met betrekking tot de bemanning bijeengebracht. Deze stonden tot nu toe in drie verschillen reglementen, namelijk: - het Patentreglement Rijn, dat werd aangenomen in juni 2007, - hoofdstuk 23 van het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn, - het Reglement betreffende Veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen, dat werd aangenomen in december 2004. De voorschriften in bovengenoemde reglementen worden vervangen door het RSP. De inhoud van de voorschriften blijft daarbij in wezen ongewijzigd, omdat de hergroepering binnen de regelgeving tot doel heeft, deze toegankelijker te maken.
Het nieuwe reglement is als volgt opgebouwd:
Deel I: Algemene bepalingen die op het gehele reglement van toepassing zijn In dit gedeelte staan de definities en de algemene voorschriften die samenhangen met de goedkeuring van voorschriften van tijdelijke aard en dienstinstructies.
Deel II: Bemanningsvoorschriften In dit hoofdstuk staan de voorschriften voor de bemanning (bekwaamheden, rusttijden en vereiste minimumbemanning aan boord) die tot nu toe in hoofdstuk 23 van het ROSR stonden. Hier staan ook de aanvullende voorschriften die gelden voor het vereiste veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen, die tot nu toe in een afzonderlijk reglement waren ondergebracht.
Deel III: Voorschriften betreffende de vaarbevoegdheidsbewijzen Dit gedeelte bevat alle voorschriften van het Patentreglement Rijn, dat in juni 2007 werd aangenomen en zonder wijziging zijn overgenomen.
Daarna volgt een aantal bijlagen waarin voornamelijk de modellen staan van de diverse verklaringen en een overzicht van de documenten die door de CCR als geldig op de Rijn worden erkend, maar door staten worden afgegeven die geen lid zijn van de CCR. De bijlagen zijn onderverdeeld in vier groepen:
A: bijlagen met betrekking tot de bemanning Hier vindt men bijvoorbeeld het model voor het vaartijdenboek (zoals vroeger in bijlage E van het ROSR) en het model van het dienstboekje (vroeger in bijlage F van het ROSR). Deze twee modellen zijn licht gewijzigd. Bijlage A5 is nieuw en bevat een overzicht van de dienstboekjes die opgesteld zijn door niet-lidstaten van de CCR en door de CCR als geldig op de Rijn zijn erkend.
B: bijlagen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid Hier vindt men het model van de medische verklaring (vroeger opgenomen in bijlage B2 van het Patentreglement Rijn).
C: bijlagen met betrekking tot het veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen In deze bijlagen staan de modellen voor de verklaringen voor het veiligheidspersoneel dat vereist is aan boord van passagiersschepen, die vroeger in de bijlage bij het Reglement betreffende Veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen stonden. Deze modellen zijn niet gewijzigd.
D: bijlagen met betrekking tot de patenten Dit gedeelte bevat de modellen voor de Rijnpatenten (groot patent en radarpatent), het model voor het bewijs van kennis van riviergedeelten, alsmede een overzicht van de buitenlandse bevoegdheidsbewijzen die als gelijkwaardig aan de Rijnpatenten erkend zijn. Ook hier geldt dat de modellen ongewijzigd zijn en identiek zijn aan de modellen die thans in het Patentreglement Rijn staan.
De International Safety Guide for Inland Navigation Tank-barges and Terminals (ISGINTT)
Ter gelegenheid van de voorjaarszitting heeft de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) met grote tevredenheid vastgesteld dat de door de CCR gecoördineerde werkzaamheden voor de opstelling van de International Safety Guide for Inland Navigation Tank-barges and Terminals (ISGINTT) zijn afgerond en het document in het Engels beschikbaar is. De richtsnoer is het resultaat van de gemeenschappelijke werkzaamheden van de CCR en de betrokken organisaties OCIMF, CEFIC, EBU, ESO, ESPO, EUROPIA, FETSA en SIGTTO. De richtsnoer zelf en aanvullende informatie, ook over de organisaties die een bijdrage geleverd hebben, zijn beschikbaar op de website van ISGINTT www.isgintt.org.
Met deze richtsnoer wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de verhoging van de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke goederen op het snijvlak schepen-laad/losplaats. De nieuwe richtsnoer treedt niet in de plaats van de geldende wettelijke bepalingen, maar bevat aanvullende aanbevelingen. ISGINTT geeft de beste praktijken (‘best practices’) en wordt door de betrokken brancheverenigingen aanbevolen. De ISGINTT-richtsnoer is gebaseerd op de dienovereenkomstige internationale richtlijnen voor de zeevaart.
Op dit moment is de ISGINTT alleen in het Engels beschikbaar. De CCR zal bovendien de vertaling naar al haar werktalen financieren. Met ondersteuning van de diverse, belanghebbende economische branches zijn ook vertalingen naar andere talen voorzien. De ISGINTT zal op 8 juni in Brussel aan de vakwereld worden gepresenteerd.
CCR is voornemens op middellange termijn over te gaan tot verplichte inbouw en gebruik van Inland AIS-apparatuur in de Rijnvaart
Ter gelegenheid van de voorjaarszitting heeft de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) formeel haar voornemen ter kennis gebracht op zijn vroegst vanaf 2013 de inbouw en het gebruik van Inland AIS-apparatuur verplicht te stellen voor schepen op de Rijn. Inland AIS is het automatische identificatiesysteem dat uitgaande van het systeem dat al in 2004 in de zeevaart werd ingevoerd, voor gebruik in de binnenvaart verder ontwikkeld is. Gebleken is dat het een efficiënt instrument is ter verbetering van het verkeersmanagement in de binnenvaart. Inland AIS kan echter pas volledig operationeel worden ingezet als alle schepen op een waterweg ermee zijn uitgerust. De verplichte invoering is dus een consequente stap in het licht van de subsidieprogramma’s van de Duitse en Nederlandse verkeersautoriteiten voor de aanschaf en inbouw van Inland AIS-transponders. De nu door de CCR aangenomen intentieverklaring moet de scheepseigenaren de nodige zekerheid bieden voor hun bedrijfsplanning en beslissingen over de vereiste investeringen. De beslissing over te gaan tot een verplichte toepassing en in dat geval, de datum waarop zo’n verplichting zou gaan gelden, zal de CCR eerst vastleggen nadat de verschillende organen van de CCR de vraagstukken die samenhangen met het gebruik van Inland AIS naar tevredenheid hebben beantwoord. Daarbij zal de CCR zoals gebruikelijk nauw met het bedrijfsleven samenwerken
De CCR is zich ervan bewust dat voor Tracking & Tracing van schepen in de binnenvaart behoefte is aan systemen voor de automatische uitwisseling van nautische gegevens tussen schepen onderling en tussen schepen en inrichtingen aan wal. In het voorjaar van 2006 heeft de CCR daarom een standaard voor Tracking & Tracing van schepen in de binnenvaart aangenomen. In het voorjaar van 2007 volgde een teststandaard voor Inland AIS-apparatuur, met geharmoniseerde, operationele en functionele specificaties, testmethoden en voorgeschreven testresultaten. De eerst genoemde standaard werd in 2007 ook door de Europese Commissie in de vorm van een verordening uitgevaardigd. Op grond van de snelle verbreiding van Inland AIS-apparatuur en de noodzaak van uniforme voorschriften voor de inbouw en het gebruik van deze apparatuur, heeft de CCR in het najaar van 2007 het Rijnvaartpolitiereglement en het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn aangepast en aangevuld met betrekking tot de tyypegoedkeuring, de inbouw en het gebruik van Inland AIS-apparatuur. Deze voorschriften, de lijsten met de toegelaten apparatuur en de erkende bedrijven voor de inbouw zijn op de website van de CCR, www.ccr-zkr.org gepubliceerd.
In 2009 hebben de Duitse en Nederlandse verkeersoverheden steunprogramma’s voor de binnenvaart gelanceerd waarmee de aanschaf en inbouw van Inland AIS-apparatuur financieel wordt gesteund. De CCR vindt het belangrijk in een vroeg stadium aan te geven in welke richting gedacht wordt, zodat men in de Rijnvaart de nodige planningszekerheid krijgt ten aanzien van de uitrusting van de schepen met Inland AIS-apparatuur en tegelijkertijd aan het bedrijfsleven een impuls wordt gegeven om gebruik te maken van de nationale steunprogramma’s.
De invoering van automatische systemen voor Tracking & Tracing van schepen draagt bij aan de verbetering van de veiligheid en het goede verloop van het scheepsverkeer, en dus ook aan de bescherming van het milieu. Dankzij de subsidiemogelijkheden kan een goede uitrustingsgraad met Inland AIS-apparatuur worden bereikt, terwijl de financiële belasting van het bedrijfsleven dragelijk blijft. Door het formele besluit heeft de CCR de bakens gezet om op middellange termijn de installatie en het gebruik van Inland AIS-apparatuur verplicht in te voeren, want alleen als alle verkeersdeelnemers met Inland AIS-apparatuur zijn uitgerust en deze overeenkomstig de geharmoniseerde voorschriften worden gebruikt, kunnen de potentiële voordelen van het systeem ten volle worden benut.
Verbetering van de scheepvaartomstandigheden en ecologische opwaardering van de Rijn
De scheepvaartomstandigheden op de Rijn werden verder verbeterd en tegelijkertijd is de waterweg er ook in ecologisch opzicht op vooruit gegaan! Dit was de heugelijke mededeling van de CCR-lidstaten Duitsland en Nederland, waar de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) ter gelegenheid van de voorjaarszitting kennis van genomen heeft. De door deze staten getroffen maatregelen waarborgen de veiligheid en het goede verloop van het scheepvaartverkeer op deze belangrijkste waterweg van Europa, terwijl tegelijkertijd de waterhuishouding werd verbeterd.
Het binnenvaartbedrijfsleven zal het ongetwijfeld toejuichen dat er maatregelen getroffen zijn om stuwen en sluizen te renoveren en het aantal ligplaatsen voor de scheepvaart uit te breiden. Ecologisch gezien zijn er een aantal belangrijke maatregelen getroffen die hier niet buiten beschouwing mogen blijven, zoals sedimentaanvulling en de stabilisering van de rivierbedding, de inrichting van een hoogwaterbekken bij Rees en een pilotproject met de verlaging van kribben. In voorbereiding is ook de aansluiting van verschillende zijtakken. De bovengenoemde maatregelen stroken met de gemeenschappelijke aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart en de Internationale Commissie voor de Bescherming van de Rijn op het vlak van de waterhuishoudkundige maatregelen, die de beide “Rijncommissies” in 2008 hebben aangenomen. Hieruit blijkt duidelijk dat de instanties die belast zijn met het beheer van de Rijn als waterweg door omvangrijke investeringen steeds het doel van een duurzame binnenvaart voor ogen hebben.
*) In het Duits „Verordnung über das Schiffspersonal auf dem Rhein“ (Rheinschiffspersonalverordnung, RheinSchPersV); in het Frans „Règlement relatif au personnel de la navigation sur le Rhin“ (RPN).
|








De Centrale Commissie voor de Rijnvaart is op 2 juni 2010 voor de plenaire voorjaarszitting bijeengekomen.


